Afgunst in de islam: wat is hasad en hoe zuiver je je hart ervan?

Twee groene planten in hetzelfde zonlicht als symbool voor afgunst in de islam en zuivering van het hart

Afgunst kan lange tijd in het hart verborgen blijven zonder dat iemand het woord ooit op zichzelf toepast. Het begint niet altijd met de uitgesproken wens dat een ander zijn bezit, gezondheid, kennis, schoonheid, huwelijk of succes verliest. Soms toont het zich veel subtieler: moeite om oprecht blij te zijn wanneer iemand iets moois ontvangt, innerlijke onrust zodra die persoon wordt geprezen, opluchting wanneer het hem minder goed gaat, of de terugkerende gedachte waarom Allah (God) hem iets gaf wat jij zelf graag had gewild.

De islam neemt zulke bewegingen van het hart serieus, maar beoordeelt niet iedere ongewilde gedachte alsof zij al een gevestigde vorm van afgunst (hasad) is. Een mens kan iets voelen wat hij zelf verafschuwt, zich ertegen verzetten en zijn aandacht bewust naar het goede sturen. De beproeving ligt mede in wat hij vervolgens met die eerste beweging doet: laat hij haar voorbijgaan, of geeft hij haar ruimte, argumenten en een plaats in zijn gedrag?

Daarbij werken verschillende invloeden op elkaar in. De menselijke ziel en haar neigingen (nafs) kunnen naar erkenning, bezit en voorrang verlangen, terwijl de satan (Shaytan) via influisteringen (waswasa) vergelijking, achterdocht en vijandigheid probeert te voeden. Geen van beide neemt de verantwoordelijkheid van de mens weg. Hij blijft degene die gedachten kan afwijzen of koesteren, zijn tong kan beheersen of loslaten, en kan kiezen tussen onrecht en gehoorzaamheid aan Allah.

Wat is afgunst (hasad) in de islam?

Islamitische geleerden hebben hasad met verschillende formuleringen omschreven. Een bekende definitie is dat iemand wenst dat een gunst van een ander verdwijnt, ongeacht of hij diezelfde gunst daarna zelf ontvangt. Afgunst kijkt dan niet alleen naar wat de ander bezit, maar misgunt hem dat bezit, die positie of die goede toestand.

Andere geleerden beschreven de ziekte breder. Ibn Taymiyyah wees op de afkeer of pijn die iemand kan voelen vanwege de gunst of goede toestand van een ander. Het uitgesproken verlangen dat die gunst verdwijnt kan daaruit voortkomen, maar het probleem kan al zichtbaar worden wanneer iedere vooruitgang van die persoon weerstand oproept. Wie steeds een compliment relativeert, ieder succes verdacht maakt en alleen bij een tegenslag rust voelt, hoeft niet te wachten op een openlijke wens tot verlies voordat hij zijn hart onderzoekt.

Deze bredere omschrijving is bedoeld voor zelfonderzoek, niet om zonder bewijs over het innerlijk van anderen te oordelen. Alleen Allah kent de harten volledig. De nuttigste vraag is dan ook niet wie jou misschien benijdt, maar wat er in jou gebeurt wanneer een ander ontvangt wat jij mist.

Niet iedere wens dat iemand iets verliest, valt automatisch onder verboden afgunst. Wie hoopt dat een onderdrukker zijn macht, geld of invloed verliest zodat hij geen mensen meer kan schaden, richt zich op het beëindigen van onrecht en niet noodzakelijk op de gunst als zodanig. Ook kan iemand terecht verlangen dat een positie wordt ontnomen aan iemand die haar misbruikt. De bedoeling, de aard van het bezit en de manier waarop het wordt ingezet bepalen mede of het om hasad gaat of om een geoorloofde afkeer van schade en onderdrukking.

Afgunst, jaloezie, positieve wedijver en wrok

In het dagelijks Nederlands worden afgunst en jaloezie vaak als synoniemen gebruikt. Toch kan jaloezie ook slaan op de angst een relatie, aandacht of een bijzondere plaats bij iemand te verliezen, bijvoorbeeld binnen een huwelijk. In gesprekken over jaloezie in de islam vallen daardoor soms twee verschillende problemen onder één woord. Voor hasad is afgunst meestal het nauwkeurigste Nederlandse woord: de moeite die iemand heeft met het goede dat een ander bezit, soms tot aan de wens dat het verdwijnt.

Positieve wedijver (ghibta) verschilt daarvan. Je ziet iemand die kennis heeft opgebouwd, gul geeft, goed voor zijn ouders zorgt of nuttig werk verricht, en hoopt dat Allah jou eveneens tot zoiets in staat stelt. De gunst van de ander hoeft daarvoor niet kleiner te worden. Zijn voorbeeld brengt je in beweging zonder dat je zijn verlies nodig hebt om jezelf beter te voelen.

Wrok (hiqd) ontstaat meestal uit een ervaren conflict, vernedering, onrecht of langdurige boosheid. Een mens kan wrok dragen zonder de ander om zijn bezit of positie te benijden, en hij kan afgunstig zijn op iemand met wie hij nooit ruzie heeft gehad. Beide toestanden kunnen elkaar wel versterken: oude vijandigheid maakt het moeilijker om iemands voorspoed te verdragen, terwijl afgunst steeds nieuwe redenen kan zoeken om hem als vijand te behandelen.

De begrippen onderscheiden helpt om de werkelijke oorzaak te behandelen. Wie gezonde ambitie voor hasad aanziet, belast zichzelf onnodig; wie zijn afgunst slechts ‘motivatie’ noemt, kan een ziekte van het hart verbergen achter een vriendelijker woord. Eerlijkheid vraagt dat iemand zowel zijn verlangen naar groei als zijn reactie op het geluk van de ander onderzoekt.

Waarom raakt afgunst aan geloof en aanbidding?

Afgunst maakt de gunst van een ander tot een bron van pijn voor jezelf. Iemand hoeft niets te verliezen voordat hij zich benadeeld voelt: het huis van de buurman maakt zijn eigen woning kleiner, de waardering voor een collega doet zijn eigen werk betekenisloos lijken en het geluk van een familielid wordt ervaren als bewijs van persoonlijk tekort. Zo raakt zijn innerlijke rust steeds sterker afhankelijk van het leven van iemand anders.

Alle gunsten behoren uiteindelijk aan Allah en worden door Hem verdeeld met een wijsheid die de mens niet volledig overziet. Een korte teleurstelling is nog geen bewuste opstand tegen Zijn beschikking, maar gevoede afgunst kan iemand steeds verder verwijderen van dankbaarheid, tevredenheid en vertrouwen op Allah (tawakkul). De aandacht verschuift van de eigen verantwoordelijkheid naar een voortdurende aanklacht tegen wat anderen hebben ontvangen.

De Koran laat zien dat de mens vermogens en neigingen draagt die zowel naar verdorvenheid als naar godsvrees kunnen worden geleid. Allah zegt: “Bij de ziel en Degene Die haar vormde, en haar vervolgens haar verdorvenheid en haar godsvrees liet kennen. Geslaagd is degene die haar zuivert, en verloren is degene die haar bederft.” (Soera ash Shams 91:7-10). Deze verzen maken zuivering niet tot een oppervlakkig gevoel van innerlijke rust, maar tot een morele opdracht. De mens moet leren herkennen wat hem van Allah verwijdert en daar niet vrijwillig een thuis voor maken.

Ook beproeving hoort bij het menselijk bestaan. Allah zegt: “Wij hebben de mens uit een gemengde druppel geschapen om hem te beproeven. Daarom hebben Wij hem horend en ziend gemaakt.” (Soera al Insan 76:2). Het feit dat een verkeerde neiging opkomt, bewijst dus niet dat verandering onmogelijk is. Juist in het herkennen, weerstaan en omvormen ervan kan gehoorzaamheid zichtbaar worden.

De influistering van de satan bouwt vaak voort op een kwetsbaarheid die al aanwezig is. Een kleine vergelijking wordt telkens herhaald, teleurstelling krijgt een beschuldigend verhaal en ieder nieuw succes van de ander lijkt dat verhaal te bevestigen. De satan dwingt de mens niet en draagt niet de verantwoordelijkheid voor diens keuze; hij nodigt uit, verfraait en vergroot. De strijd vraagt daarom zowel bescherming bij Allah als eerlijke omgang met de eigen ziel.

Waar komt afgunst vandaan?

Bij de ene persoon groeit afgunst uit hoogmoed. Hij wil niet alleen vooruitgaan, maar vooral boven een bepaalde collega, familielid of medestudent blijven staan. Zodra de verhouding verandert, ervaart hij de vooruitgang van de ander als een aantasting van zijn eigen waarde. De gunst wordt bedreigend omdat zijn zelfbeeld afhankelijk is geworden van een hogere positie.

Bij een ander ligt onzekerheid dichter aan de oppervlakte. Wie zichzelf voortdurend meet aan inkomen, uiterlijk, kinderen, opleiding of waardering, verandert het leven in een ranglijst waarop iedere winst van een ander als eigen verlies voelt. Achter die vergelijking kan een diep gevoel schuilgaan dat er niet genoeg erkenning, liefde of voorziening voor iedereen zou zijn.

Oude vijandigheid vormt eveneens een vruchtbare bodem. Wanneer iemand al boos is, wordt goed nieuws over de ander bijna als slecht nieuws voor zichzelf ontvangen. Langdurige afgunst kan op haar beurt wrok voortbrengen, omdat het hart argumenten gaat verzamelen om zijn innerlijke weerstand als rechtvaardig voor te stellen.

Het onderwerp reikt veel verder dan geld en macht. Mensen kunnen elkaar benijden om gezondheid, kinderen, een huwelijk, kennis, schoonheid, geloofspraktijk, rust, populariteit of de liefde die iemand van zijn omgeving ontvangt. Soms wordt juist iets benijd wat de bezitter zelf als een zware verantwoordelijkheid ervaart. Afgunst kijkt van buitenaf en ziet zelden de volledige werkelijkheid van de ander.

Wanneer vergelijking uitgroeit tot ongehoorzaamheid en onrecht

Iblis en Adam: “Ik ben beter dan hij”

De geschiedenis van Iblis en Profeet Adam (vrede zij met hem) wordt vaak genoemd wanneer afgunst wordt besproken. De Koran noemt de houding van Iblis rechtstreeks hoogmoedig en ongehoorzaam, en legt zijn redenering bloot. Allah vroeg hem: “Wat verhinderde jou je neer te werpen toen Ik het jou beval?” Hij zei: “Ik ben beter dan hij. U hebt mij uit vuur geschapen en hem uit klei geschapen.” (Soera al Araf 7:12).

Het woord hasad wordt in dit vers niet als expliciete naam voor zijn houding gebruikt. Wel zien geleerden een duidelijke samenhang tussen zijn hoogmoed, zijn afkeer van de eer die Adam kreeg en de vijandigheid die daarop volgde. Zijn fout begon niet bij het verlangen naar een op zichzelf geoorloofde gunst, maar bij een vergelijking waarmee hij het bevel van Allah verwierp en zichzelf boven Adam plaatste.

Dat patroon keert op menselijke schaal terug wanneer iemand niet meer vraagt hoe hij zelf kan groeien, maar waarom juist die ander een plaats, waardering of gunst heeft gekregen. Vergelijking wordt dan geen bron van inspanning, maar een argument om de ander te verkleinen. De geschiedenis van Iblis waarschuwt vooral tegen een hart dat zijn eigen maatstaf boven de wijsheid en het bevel van Allah plaatst.

De broers van Yusuf: van gekwetste vergelijking naar een plan

De geschiedenis van Profeet Yusuf (vrede zij met hem) toont hoe rivaliteit binnen een familie kan ontsporen. Zijn broers misten geen geld of maatschappelijke positie; hun pijn draaide om liefde, aandacht en hun plaats bij hun vader. Allah vertelt: “Toen zij zeiden: ‘Yusuf en zijn broer zijn onze vader dierbaarder dan wij, terwijl wij een sterke groep zijn. Onze vader verkeert werkelijk in een duidelijke dwaling. Dood Yusuf of werp hem weg in een ander land, zodat de aandacht van jullie vader alleen voor jullie zal zijn. Daarna kunnen jullie weer rechtschapen mensen worden.’ Een van hen zei: ‘Dood Yusuf niet, maar werp hem in de diepte van de put. Een reizigersgroep zal hem meenemen, als jullie werkelijk iets willen doen.’” (Soera Yusuf 12:8-10).

De ontwikkeling is onthullend. Eerst vergelijken zij de liefde die ieder ontvangt, vervolgens verklaren zij het oordeel van hun vader verkeerd en uiteindelijk moet Yusuf verdwijnen zodat zij krijgen wat zij menen te missen. Een menselijke behoefte aan erkenning wordt zo niet eerlijk behandeld, maar omgezet in onrecht tegen een onschuldige.

Ook buiten zulke extreme gebeurtenissen kan dezelfde beweging herkenbaar zijn. Iemand zoekt voortdurend gebreken bij degene die hij benijdt, maakt zijn prestaties kleiner, verspreidt informatie die hem schaadt of verheugt zich stilletjes over zijn tegenslag. Wat in het hart begon, krijgt dan gevolgen voor de eer, relaties en rechten van andere mensen.

“Geen afgunst behalve in twee gevallen”

Profeet Mohammed ﷺ (vrede zij met hem) gebruikte het woord afgunst in een authentieke overlevering in een positieve betekenis. Abdullah ibn Masoed (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Profeet ﷺ zei: “Er is geen afgunst behalve in twee gevallen: een man aan wie Allah bezit heeft gegeven en die Hij in staat heeft gesteld het op de juiste manier uit te geven, en een man aan wie Allah wijsheid heeft gegeven en die daarmee oordeelt en deze aan anderen onderwijst.” (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 73). Geleerden legden uit dat hier geen hasad wordt bedoeld waarbij iemand hoopt dat de gunst van de ander verdwijnt. Het gaat om positieve wedijver: je ziet het goede, wenst iets vergelijkbaars en laat het voorbeeld van de ander je aansporen tot gehoorzaamheid. De afgunstige vraagt waarom de ander iets heeft; degene die gezond wedijvert vraagt Allah om hem eveneens in staat te stellen goed te doen.

De oplossing voor verkeerde vergelijking is dus niet dat een mens nooit meer naar anderen kijkt. Voorbeelden van kennis, vrijgevigheid, goed ouderschap en nuttige inzet kunnen richting geven. Het verschil ligt in de beweging die daarop volgt: wil je zelf groeien terwijl je de ander zijn gunst gunt, of heb je zijn verlies nodig om innerlijk rust te voelen?

Wanneer wordt een gevoel een zonde?

Niet ieder gevoel verschijnt op uitnodiging. Een mens kan onverwacht merken dat het succes van een ander hem pijn doet, zich daarvoor schamen en die reactie onmiddellijk afwijzen. De eerste ongewilde beweging is niet hetzelfde als een overtuiging die hij bewust blijft herhalen, verdedigen en voeden.

Aboe Hoeraira (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Profeet ﷺ zei: “Allah heeft mijn gemeenschap vergeven wat hun ziel hun influistert of in hen laat opkomen, zolang zij er niet naar handelen of erover spreken.” (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 6664; Moeslim, hadith 127). Deze overlevering biedt rust aan wie wordt lastiggevallen door gedachten die hij niet wil. Zij is geen vrijbrief om innerlijke vijandigheid doelbewust te blijven verzorgen zolang niemand haar hoort. Zo bewaart de tekst zowel ruimte voor ongewilde gedachten als verantwoordelijkheid voor wat iemand bewust omarmt.

Er loopt een morele grens tussen opkomen en toelaten, en tussen toelaten en handelen. Iemand kan teleurgesteld zijn wanneer een collega de functie krijgt waarop hij hoopte, maar toch Allah om bescherming vragen, de collega feliciteren en zijn eigen tekortkomingen onderzoeken. Een ander kan dezelfde teleurstelling wekenlang herhalen, fouten verzamelen, geruchten geloven en hopen dat de collega mislukt. De oorspronkelijke pijn kan vergelijkbaar zijn; de gekozen omgang ermee is dat niet.

De strijd tegen een ongewenst gevoel kan zelf een vorm van aanbidding worden. Wie zijn tong beheerst, zijn oordeel corrigeert en het goede kiest terwijl zijn neiging hem een andere kant op trekt, gehoorzaamt Allah op een plaats die voor andere mensen vaak onzichtbaar blijft. Zuivering vraagt geen volmaakt begin, maar een oprechte richting en volharding.

Wat doet afgunst met relaties en goede daden?

Afgunst richt zich ogenschijnlijk op de ander, maar ontneemt eerst de afgunstige zelf zijn rust. Zijn stemming raakt verbonden aan gebeurtenissen waarover hij geen zeggenschap heeft: goed nieuws voor de ander brengt onrust, een tegenslag geeft opluchting en ieder compliment wordt ervaren als een vermindering van zijn eigen betekenis. Zo kan iemand veel tijd verliezen aan een leven dat niet het zijne is.

Vanuit die toestand groeien gemakkelijk andere zonden. Roddelen wordt aantrekkelijk omdat het de ander kleiner maakt, vermoedens worden sneller geloofd omdat ze passen bij wat het hart hoopt, en een compliment krijgt onmiddellijk een negatieve toevoeging. Wanneer afgunst zich verdiept, kan zij uitlopen op leedvermaak, leugen, uitsluiting, sabotage of aantasting van iemands eer en bezit.

Anas ibn Malik (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Profeet ﷺ zei: “Haat elkaar niet, wees niet afgunstig op elkaar, keer elkaar niet de rug toe en wees, dienaren van Allah, als broeders. Het is een moslim niet toegestaan zijn broeder langer dan drie dagen te mijden.” (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 6065; Moeslim, hadith 2558). De overlevering verbindt innerlijke vijandigheid met de breuken die zij tussen mensen kan veroorzaken. Broederschap krijgt pas werkelijk inhoud wanneer het hart leert het goede voor een ander te aanvaarden en oprecht te wensen.

Aboe Hoeraira vertelde ook dat de Profeet ﷺ zei: “Hoed jullie voor afgunst, want afgunst verteert goede daden zoals vuur brandhout verteert, of hij zei: gras.” (Overgeleverd door Aboe Dawoed, hadith 4903). Al Albani beoordeelde deze overlevering als zwak. De waarschuwing staat niet op zichzelf: authentieke overleveringen verbieden onderlinge afgunst en maken duidelijk welke breuken daaruit kunnen ontstaan. Het gevaar wordt vooral zichtbaar wanneer innerlijke nijd overgaat in zonden tegen Allah en mensen.

Hoe behandel je afgunst in je eigen hart?

Genezing begint met een eerlijk woord tegenover jezelf. Soms zegt iemand jarenlang dat hij een ander ‘gewoon niet vertrouwt’, terwijl zijn werkelijke pijn is dat die persoon geliefder, succesvoller of invloedrijker is. Zolang iedere afgunstige reactie een keurige verklaring krijgt, hoeft het hart nooit toe te geven wat er werkelijk speelt.

Daarna moet de blik terug naar Allah. De gezondheid, kennis of voorziening van een ander is niet uit jouw persoonlijke voorraad weggenomen. Allahs gaven zijn niet zo beperkt dat iedere uitbreiding voor je buurman een vermindering voor jou betekent. Wel kan Allah mensen met verschillende vormen van voorziening en verantwoordelijkheid beproeven, zodat bezit nooit losstaat van dankbaarheid, rekenschap en de manier waarop het wordt gebruikt.

Dankbaarheid helpt wanneer zij concreet wordt. Noem wat Allah jou al heeft gegeven: geloof, tijd, mensen die van je houden, kansen om te leren, een lichaam dat ondanks zijn beperkingen veel draagt, of een deur van berouw die nog openstaat. Deze oefening ontkent niet wat je mist en verbiedt je niet om verbetering te zoeken. Zij voorkomt wel dat één ontbrekende gunst al het aanwezige goede onzichtbaar maakt.

Een krachtige tegenbeweging is het goede voor de ander wensen. Anas ibn Malik vertelde dat de Profeet ﷺ zei: “Niemand van jullie gelooft werkelijk totdat hij voor zijn broeder wenst wat hij voor zichzelf wenst.” (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 13; Moeslim, hadith 45). Wie merkt dat hij iemand iets misgunt, kan in een smeekbede (dua) bewust om zegen voor die persoon vragen en Allah tegelijk vragen hem uit Zijn gunst te geven. Het gevoel verdwijnt misschien niet onmiddellijk, maar de mens weigert het wel tot leider van zijn gedrag te maken.

Ook handelen in de tegenovergestelde richting kan het hart opvoeden. Feliciteer iemand zonder een kleinerende toevoeging, spreek rechtvaardig over hem wanneer anderen hem aanvallen en bied hulp wanneer je neiging liever afstand houdt. Zulke daden zijn geen toneel wanneer de bedoeling is de eigen ziel te corrigeren. Het innerlijk wordt mede gevormd door wat een mens herhaaldelijk kiest.

Het gedenken van Allah beschermt het hart tegen een stroom van gedachten die de aandacht volledig naar andere mensen trekt. Zoek bescherming wanneer influisteringen blijven terugkeren, verricht het gebed met aandacht en vraag Allah om zuivering zonder te doen alsof menselijke inspanning overbodig is. Vertrouwen op Allah, het bewaken van de eigen gedachten en het werken aan het eigen karakter horen bij elkaar.

Zayd ibn Arqam (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Profeet ﷺ deze veelomvattende dua uitsprak: “O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen onvermogen en luiheid, tegen lafheid en gierigheid, tegen aftakeling door ouderdom en tegen de bestraffing van het graf. O Allah, schenk mijn ziel haar godsvrees en zuiver haar; U bent de Beste Die haar zuivert. U bent haar Beschermer en Meester. O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen kennis die niet baat, een hart dat zich niet nederig aan U onderwerpt, een ziel die nooit genoeg krijgt en een smeekbede die niet wordt verhoord.” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 2722).

Uitspraak: Allahumma innie a’oedhoe bika min al-adjzi wal-kasali, wal-djoebni wal-boechli, wal-harami wa adhaabil-qabr. Allahumma aati nafsie taqwaahaa wa zakkiehaa, anta khayroe man zakkaahaa, anta waliyyoehaa wa mawlaahaa. Allahumma innie a’oedhoe bika min ilmin laa yanfa’, wa min qalbin laa yakhsja’, wa min nafsin laa tasjba’, wa min da’watin laa yoestajaaboe lahaa.

Niet ieder onderdeel van deze dua gaat afzonderlijk over afgunst. De vraag om zuivering van de ziel en de bescherming tegen een hart zonder nederigheid en een ziel die nooit genoeg krijgt, raken echter rechtstreeks aan haar behandeling. Afgunst groeit immers gemakkelijk wanneer een mens blijft kijken naar wat een ander bezit en innerlijk niet tot rust komt bij wat Allah hem heeft gegeven.

De Profeet ﷺ zocht daarnaast bescherming tegen de verkeerde eigenschappen en verlangens waaruit afgunst en ander onrecht kunnen groeien: “O Allah, ik zoek mijn toevlucht bij U tegen verwerpelijke karaktertrekken, slechte daden en verkeerde verlangens.” (Overgeleverd door at Tirmidhi, hadith 3591).

Uitspraak: Allahumma innie a’oedhoe bika min munkaraatil-akhlaaqi wal-a’maali wal-ahwaa’.

Deze smeekbeden vervangen de persoonlijke strijd niet. Wie Allah om een zuiver hart vraagt, moet tegelijk stoppen met roddel, leedvermaak en voortdurende vergelijking, het goede voor anderen leren wensen en rechten herstellen wanneer zijn afgunst al tot onrecht heeft geleid. Dua en zelfdiscipline werken hier niet los van elkaar.

Wanneer afgunst al tot onrecht heeft geleid

Soms wordt afgunst pas herkend nadat er schade is ontstaan. Iemand heeft een collega zwartgemaakt, een familielid belachelijk gemaakt, vertrouwelijke informatie verspreid, een kans geblokkeerd of een leugen verteld omdat hij het succes van de ander niet kon verdragen. Dan is innerlijke spijt alleen onvoldoende, want het kwaad heeft inmiddels de rechten van een ander geraakt.

Oprecht berouw vraagt dat de dader stopt, spijt heeft en zich voorneemt niet terug te keren naar het onrecht. Waar bezit, een functie, een reputatie of andere concrete rechten zijn beschadigd, moet hij die naar vermogen herstellen: iets teruggeven, een onwaarheid corrigeren, een belemmering wegnemen of de schade op een passende manier vergoeden. De wens om zelf van schuldgevoel verlost te worden mag daarbij niet belangrijker worden dan het welzijn van degene die werd benadeeld.

Bij roddel en aantasting van eer kunnen de details ingewikkeld zijn. Rechtsgeleerden hebben besproken of alles rechtstreeks moet worden verteld wanneer zo’n bekentenis nieuwe pijn, vijandigheid of grotere schade zou veroorzaken. Dat verschil van inzicht is geen reden om niets te doen; het vraagt om wijs herstel, goede woorden over degene die is benadeeld, het corrigeren van leugens en zo nodig advies van een betrouwbare geleerde die de concrete situatie kent.

Sociale media en de dagelijkse oefening in vergelijken

Afgunst bestond lang vóór de smartphone, maar sociale media kunnen vergelijking bijna onafgebroken aanbieden. Binnen enkele minuten verschijnen woningen, lichamen, vakanties, huwelijken, carrières, kinderen en religieuze projecten van tientallen mensen op één scherm. De kijker vergelijkt zijn volledige werkelijkheid, inclusief zorgen en mislukkingen, met momenten die anderen voor publicatie hebben geselecteerd.

Wie daar lang genoeg in blijft, kan het gevoel krijgen dat iedereen vooruitgaat behalve hijzelf. Dat beeld is zelden betrouwbaar, maar het beïnvloedt het hart wel. De nuttigste vraag is niet of het tonen van ieder succes op zichzelf verboden is, maar wat een bepaalde stroom van beelden met jouw dankbaarheid, rust en gedrag doet.

Ook religieus werk ontsnapt niet aan deze beproeving. Wie wordt uitgenodigd om te spreken, wiens project krijgt aandacht, wie ontvangt lof voor liefdadigheid en wie wordt gezien als iemand met kennis? Een mens kan oprecht willen dat het goede groeit en toch ontdekken dat hij vooral wil dat het via hem groeit. Die ontdekking hoeft niet tot wanhoop te leiden, maar wel tot correctie van de intentie.

Digitale discipline kan daarom een daad van zelfkennis zijn. Ontvolgen, minder vaak kijken of een periode afstand nemen is niet altijd vluchtgedrag; soms sluit iemand eenvoudig een deur waardoor zijn zwakte voortdurend wordt gevoed. Het vrijgekomen deel van zijn aandacht kan hij gebruiken voor aanbidding, familie, studie, werk en daden die werkelijk binnen zijn verantwoordelijkheid liggen.

Bescherming tegen afgunst zonder achterdocht

Wie bang is dat anderen hem benijden, hoeft die angst niet te veranderen in een zoektocht naar verdachten. Een vreemde blik, weinig enthousiasme of een moeilijke relatie bewijst niet wat iemand in zijn hart draagt. De islam leert bescherming zoeken bij Allah zonder mensen op grond van vermoedens schuldig te verklaren.

De drie beschermende soera’s in de ochtend en avond

Soera al Falaq bevat een rechtstreekse toevlucht tegen het kwaad van een afgunstige, maar de profetische leiding beperkt zich niet tot het afzonderlijk lezen van deze soera. Abdullah ibn Khoebaib (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde: “Wij gingen op een regenachtige en zeer donkere nacht op zoek naar de Boodschapper van Allah ﷺ om ons in het gebed voor te gaan. Toen wij hem vonden, vroeg hij: ‘Hebben jullie gebeden?’ Ik antwoordde niet. Hij zei: ‘Zeg.’ Ik antwoordde opnieuw niet. Daarna zei hij weer: ‘Zeg.’ Opnieuw bleef ik stil. Vervolgens zei hij: ‘Zeg.’ Ik vroeg: ‘Wat moet ik zeggen?’ Hij zei: ‘Reciteer “Zeg: Hij is Allah, de Enige” en de twee beschermende soera’s driemaal in de ochtend en in de avond; dan volstaan zij voor jou tegen alles.’” (Overgeleverd door Aboe Dawoed, hadith 5082). De drie soera’s worden hieronder volledig weergegeven, zodat de lezer niet alleen weet wát hij moet reciteren, maar de woorden ook kan leren.

Soera al Ikhlas “Zeg: Hij is Allah, de Enige. Allah, van Wie alles afhankelijk is. Hij verwekt niet en is niet verwekt. En niemand is aan Hem gelijk.” (Soera al Ikhlas 112:1-4).

Uitspraak: Qoel hoewallaahoe ahad. Allaahoes-samad. Lam yalid wa lam yoelad. Wa lam yakoen lahoe koefoewan ahad.

Soera al Falaq “Zeg: Ik zoek bescherming bij de Heer van de dageraad, tegen het kwaad van wat Hij heeft geschapen, tegen het kwaad van de nacht wanneer de duisternis zich verspreidt, tegen het kwaad van degenen die op knopen blazen en tegen het kwaad van een afgunstige wanneer hij afgunstig is.” (Soera al Falaq 113:1-5).

Uitspraak: Qoel a’oedhoe bi rabbil-falaq. Min sharri maa khalaq. Wa min sharri ghaasiqin idhaa waqab. Wa min sharrin-naffaathaati fil-oqad. Wa min sharri haasidin idhaa hasad.

Soera an Nas “Zeg: Ik zoek bescherming bij de Heer van de mensen, de Koning van de mensen, de God van de mensen, tegen het kwaad van de influisteraar die zich terugtrekt, die in de harten van de mensen fluistert, van de djinn en de mensen.” (Soera an Nas 114:1-6).

Uitspraak: Qoel a’oedhoe bi rabbin-naas. Malikin-naas. Ilaahin-naas. Min sharril-waswaasil-khannaas. Alladhie yoewaswisoe fie soedoerin-naas. Minal-djinnati wan-naas.

Ruqyah tegen het kwaad van een afgunstige

Aboe Said al Khudri (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de engel Jibril bij de Profeet ﷺ kwam toen hij ziek was. Nadat de Profeet ﷺ bevestigde dat hij klachten had, sprak Jibril deze ruqyah over hem uit: “In de naam van Allah verricht ik ruqyah voor jou, tegen alles wat jou schaadt, tegen het kwaad van iedere ziel of van het oog van een afgunstige. Moge Allah jou genezen. In de naam van Allah verricht ik ruqyah voor jou.” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 2186).

Uitspraak: Bismillaahi arqieka, min koelli shay’in joe’dhieka, min sharri koelli nafsin aw aynin haasidin. Allaahoe yashfieka, bismillaahi arqieka.

Dagelijkse bescherming in de ochtend en avond

Oethman ibn Affan (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Profeet ﷺ zei: “Wie driemaal zegt: ‘In de naam van Allah, met Wiens naam niets op aarde of in de hemel schade kan berokkenen, en Hij is de Alhorende, de Alwetende,’ zal tot de ochtend niet door een plotselinge beproeving worden getroffen. En wie deze woorden in de ochtend driemaal zegt, zal tot de avond niet door een plotselinge beproeving worden getroffen.” (Overgeleverd door Aboe Dawoed, hadith 5088; at Tirmidhi, hadith 3388).

Uitspraak: Bismillaahil-ladhie laa yadurroe ma’a ismihie shay’oen fil-ardi wa laa fis-samaa’i, wa hoewas-samie’oel-aliem.

Ook bij het betrekken van een verblijfplaats leerde de Profeet ﷺ woorden van bescherming. Khawla bint Hakim (moge Allah tevreden met haar zijn) vertelde dat hij zei: “Wie ergens verblijft en vervolgens zegt: ‘Ik zoek bescherming met de volmaakte woorden van Allah tegen het kwaad van wat Hij heeft geschapen,’ zal door niets worden geschaad totdat hij die verblijfplaats verlaat.” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 2708).

Uitspraak: A’oedhoe bi kalimaatillaahit-taammaati min sharri maa khalaq.

Bescherming voor kinderen

Ibn Abbas (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Profeet ﷺ bescherming zocht voor al Hasan en al Husayn en daarbij zei dat hun voorvader Ibrahim dezelfde woorden voor Ismail en Ishaq gebruikte: “Ik zoek voor jullie bescherming met de volmaakte woorden van Allah tegen iedere satan, ieder giftig of schadelijk wezen en ieder schadelijk oog.” (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 3371).

Uitspraak: A’oedhoe bi kalimaatillaahit-taammati min koelli shaytaanin wa haammatin, wa min koelli aynin laammatin.

Afgunst en het boze oog (al ayn) zijn niet hetzelfde. Afgunst beschrijft een toestand van het hart waarin iemand een ander zijn gunst misgunt, terwijl het boze oog in de islam eigen teksten, oorzaken en vormen van behandeling heeft. De twee kunnen samenkomen, maar niet iedere afgunst leidt tot het boze oog en niet iedere tegenslag bewijst dat iemand jou heeft benijd.

Bescherming vraagt ook om evenwicht. Een mens mag zorgvuldig omgaan met zijn privacy en hoeft niet iedere gunst openbaar te maken, maar hij hoeft evenmin al het goede te verbergen uit angst voor de blikken van mensen. Hij gebruikt de middelen die Allah heeft toegestaan, houdt vast aan het gedenken van Allah en onderzoekt tegelijk medische, relationele of praktische oorzaken wanneer zich een probleem voordoet.

Het diepste herstel vindt plaats wanneer de gunst van een ander niet langer wordt ervaren als een uitspraak over jouw waarde. Je kunt Allah vragen om wat je mist zonder te hopen dat Hij het van iemand anders afneemt, en je kunt bescherming zoeken zonder je hart met verdachten te vullen. Zo groeit een ruimere vorm van vertrouwen: dankbaar voor wat Allah al gaf, verantwoordelijk voor wat Hij van jou vraagt en hoopvol op goed dat niet ten koste van een ander hoeft te gaan.

Bronnen en werkwijze: hoe onze artikelen worden opgebouwd.

Vind je dit interessant? Onze hoofdpagina is ingericht als een wegwijzer door de islam, cultuur en geschiedenis. Ontdek meer via de categorieën bovenaan ☰ of gebruik de zoekbalk voor specifieke vragen: BegrijpIslam

Lees Begrijp Islam makkelijker
Installeer de app en open artikelen direct vanaf je startscherm.