Het boze oog in de islam: wat is al-ayn en hoe bescherm je jezelf?

Moslimvrouw leest de Koran als bescherming tegen het boze oog, met vertrouwen op Allah en zonder achterdocht

Het boze oog is een onderwerp waar geloof, angst en volkscultuur gemakkelijk door elkaar kunnen lopen. Sommige mensen spreken er nauwelijks over, terwijl anderen bijna iedere plotselinge tegenslag, ziekte of verandering in hun leven ermee verbinden. De islam kiest geen van beide uitersten.

Het boze oog (al-ayn) wordt in authentieke overleveringen duidelijk bevestigd, maar diezelfde bronnen geven de gelovige geen onbeperkte ruimte om achter iedere klacht een verborgen oorzaak te zoeken of mensen zonder bewijs te verdenken.

Voor een moslim begint het onderwerp daarom niet bij de vraag wie hem misschien heeft bekeken, maar bij Allah (God). Wat mensen ook kunnen veroorzaken, niets ontsnapt aan Zijn beschikking. De profetische leiding (soenna) leert vervolgens hoe iemand bescherming zoekt, zichzelf met Koranrecitatie en smeekbeden voor bescherming en genezing (roqyah) behandelt en, wanneer dat nodig is, ook medische of andere passende oorzaken onderzoekt.

Wat is het boze oog volgens de islam?

Profeet Mohammed ﷺ (vrede zij met hem) liet geen twijfel bestaan over het bestaan van het boze oog. Aboe Hoeraira (moge Allah tevreden met hem zijn) overleverde dat de Profeet ﷺ zei: “Het boze oog is werkelijk.” (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 5740).

Een uitgebreider verslag van Ibn Abbas (moge Allah tevreden met hem zijn) maakt tegelijk duidelijk hoe dit geloof zich verhoudt tot de beschikking van Allah. De Profeet ﷺ zei: “Het boze oog is werkelijk. Als er iets aan de beschikking van Allah vooraf zou kunnen gaan, dan zou het het boze oog zijn. En wanneer jullie gevraagd worden je te wassen, was je dan.” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 2188).

Die formulering betekent niet dat het boze oog buiten de wil van Allah kan treden. Integendeel: de uitspraak benadrukt hoe werkelijk en ernstig het kan zijn, terwijl juist de beschikking van Allah uitsluit dat er daarnaast een zelfstandige verborgen macht bestaat. Het kwaad dat een mens treft, treft hem alleen binnen wat Allah toestaat.

Dat onderscheid is geestelijk belangrijk. Wie in het boze oog gelooft maar vervolgens voortdurend bang wordt voor de blikken van andere mensen, kan ongemerkt meer aandacht gaan geven aan die blikken dan aan Allah. De profetische benadering erkent de oorzaak zonder haar tot een onafhankelijke kracht te verheffen.

Het boze oog en afgunst: verwant, maar niet hetzelfde

In het dagelijks taalgebruik worden het boze oog en afgunst vaak als hetzelfde behandeld. Toch is afgunst (hasad) niet eenvoudigweg een andere naam voor het boze oog. Afgunst heeft betrekking op wat zich in het hart bevindt: iemand ziet een gunst bij een ander en misgunt die persoon wat hij heeft. Soera al Falaq leert de gelovige daarom bescherming bij Allah te zoeken tegen het kwaad van de afgunstige wanneer zijn afgunst zich uit.

Bij het boze oog spelen kijken, bewondering en sterke aandacht een andere rol. De bekende gebeurtenis rond Sahl ibn Hunaif (moge Allah tevreden met hem zijn) is hier veelzeggend. Amir ibn Rabia (moge Allah tevreden met hem zijn) zag iets bij Sahl dat grote bewondering bij hem opriep, waarna Sahl ernstig werd getroffen. In het verslag wordt niet gezegd dat Amir hem haatte of wenste dat zijn gunst verdween. De Profeet ﷺ wees hem er juist op dat hij om zegen had moeten vragen.

Daaruit moeten we niet méér afleiden dan de overlevering toestaat, maar ze laat wel zien waarom het onjuist is om ieder geval van het boze oog automatisch te vertalen als: iemand haat mij en wil mijn geluk vernietigen. Een mens kan iets bewonderen zonder bewust kwaad te willen. Het onderwerp vraagt daarom juist om voorzichtigheid, omdat vermoedens over verborgen bedoelingen relaties gemakkelijk kunnen beschadigen.

Afgunst en het boze oog kunnen samenkomen, maar zij zijn niet hetzelfde. Hasad betreft wat in het hart groeit wanneer iemand een ander diens gunst misgunt; het boze oog gaat over de schade die door een blik kan ontstaan. Wie ook de oorzaken, gevolgen en behandeling van afgunst wil begrijpen, kan hier verder lezen. Meer over dit onderwerp? Klik hier.

Zijn er vaste tekenen waaraan je het boze oog herkent?

Dit is waarschijnlijk de vraag waarbij de meeste voorzichtigheid nodig is. Op internet circuleren uitgebreide lijsten met vermeende symptomen: hoofdpijn, vermoeidheid, veel geeuwen, slapeloosheid, huilbuien, nachtmerries, lichamelijke pijn, verlies van concentratie, plotselinge ruzies, afkeer van bepaalde mensen of sterke reacties tijdens Koranrecitatie. Vervolgens worden zulke verschijnselen soms bijna als een diagnostische test gepresenteerd, terwijl de authentieke teksten zo’n vast schema niet geven.

Er zijn wel overleveringen waarin de Profeet ﷺ in een concrete situatie het boze oog herkende en roqyah opdroeg. Oem Salama (moge Allah tevreden met haar zijn) verhaalde bijvoorbeeld dat hij in haar huis een meisje zag bij wie hij een bepaalde verkleuring in het gezicht opmerkte en opdracht gaf haar met roqyah te behandelen omdat zij door het boze oog getroffen was. (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 5739).

Dat is echter een beschrijving van een concrete gebeurtenis onder het oordeel van de Profeet ﷺ, geen algemene medische checklist waarmee anderen later dezelfde conclusie mogen trekken bij iedere verkleuring of lichamelijke klacht.

Hoofdpijn blijft een klacht met vele mogelijke oorzaken. Hetzelfde geldt voor slapeloosheid, verlies van eetlust, vermoeidheid, angst of spanningen binnen een huwelijk. Ziekte, stress, verdriet, slaaptekort, hormonale veranderingen, psychische belasting en gewone omstandigheden van het leven kunnen allemaal een rol spelen. Dat een moslim gelooft dat het boze oog werkelijk bestaat, maakt deze andere verklaringen niet minder werkelijk.

Daarom moet tussen waarneming en conclusie ruimte blijven. Een plotselinge verandering kan iemand ertoe brengen extra roqyah te verrichten en bescherming bij Allah te zoeken, maar geeft hem nog niet het recht te verklaren dat hij zeker door het boze oog is getroffen, laat staan dat hij weet wie daarvoor verantwoordelijk is.

Wat doe je wanneer je het boze oog vermoedt?

Een vermoeden hoeft niet eerst bewezen te worden voordat iemand Koran leest, smeekbeden verricht of bescherming bij Allah zoekt. Roqyah is immers geen handeling die alleen na een verborgen diagnose toegestaan wordt. Een moslim kan zichzelf ermee beschermen en Allah om genezing vragen wanneer hij ziek is, bezorgd is of vreest voor het boze oog.

Aisha (moge Allah tevreden met haar zijn) overleverde: “De Boodschapper van Allah ﷺ beval mij, of beval dat men roqyah zou laten verrichten tegen het boze oog.” (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 5738).

Roqyah en medische zorg behoren daarbij niet tegenover elkaar te worden gezet. Oesama ibn Sjarik (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat mensen de Profeet ﷺ vroegen of zij zich moesten laten behandelen. Hij antwoordde: “Laat jullie behandelen, dienaren van Allah, want Allah heeft geen ziekte geschapen zonder daarvoor ook een behandeling te hebben geschapen, behalve één ziekte.” Zij vroegen: “Welke, Boodschapper van Allah?” Hij zei: “De ouderdom.” (Overgeleverd door Aboe Dawoed, hadith 3855).

Iemand kan dus Koran lezen, Allah om genezing vragen en tegelijk naar een arts gaan wanneer lichamelijke of psychische klachten daar aanleiding toe geven. Soms wordt een medische oorzaak gevonden en soms niet onmiddellijk. Het ontbreken van een diagnose bewijst op zichzelf evenmin dat het boze oog de oorzaak is. De gelovige gebruikt de toegestane middelen die beschikbaar zijn en weet ondertussen dat genezing uiteindelijk van Allah komt.

Hoe doe je roqyah voor jezelf tegen het boze oog?

Voor roqyah is geen bijzondere titel nodig. Een moslim kan rechtstreeks Allah aanroepen en zichzelf of een ander met de Koran en authentieke smeekbeden behandelen. Dat maakt hem minder afhankelijk van mensen die zich als noodzakelijke tussenpersoon presenteren en brengt roqyah terug naar haar werkelijke kern: aanbidding, vertrouwen en het zoeken van bescherming en genezing bij Allah.

Welke Koranverzen kun je bij roqyah reciteren?

Soera al Fatiha heeft een gevestigde plaats in roqyah. Een van de metgezellen reciteerde haar voor iemand die gebeten of gestoken was, waarna de Profeet ﷺ zijn handelen goedkeurde. (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 5736).

“In de naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle. Alle lof behoort aan Allah, Heer van alle werelden, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle, Heerser van de Dag van het Oordeel. U alleen aanbidden wij en U alleen vragen wij om hulp. Leid ons op het rechte pad: het pad van degenen aan wie U gunsten hebt geschonken, niet van degenen op wie toorn rust en niet van degenen die zijn afgedwaald.” (Soera al Fatiha 1:1-7).

Uitspraak: Bismillaahir-Rahmaanir-Rahiem. Alhamdoe lillaahi Rabbil-‘aalamien. Ar-Rahmaanir-Rahiem. Maaliki yawmid-dien. Iyyaaka na‘boedoe wa iyyaaka nasta‘ien. Ihdinas-siraatal-moestaqiem. Siraatal-ladhiena an‘amta ‘alayhim, ghayril-maghdoebi ‘alayhim wa lad-daallien.

Ook Soera al Ikhlas, Soera al Falaq en Soera an Nas behoren tot de duidelijk overgeleverde teksten voor roqyah en bescherming.

“Zeg: Hij is Allah, de Enige. Allah, de Onafhankelijke van Wie alles afhankelijk is. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt. En niets is aan Hem gelijkwaardig.” (Soera al Ikhlas 112:1-4).

Uitspraak: Qoel hoewallaahoe ahad. Allaahoes-Samad. Lam yalid wa lam yoelad. Wa lam yakoen lahoe koefoewan ahad.

“Zeg: Ik zoek bescherming bij de Heer van de dageraad, tegen het kwaad van wat Hij heeft geschapen, tegen het kwaad van de nacht wanneer haar duisternis valt, tegen het kwaad van degenen die op knopen blazen en tegen het kwaad van een afgunstige wanneer hij afgunstig is.” (Soera al Falaq 113:1-5).

Uitspraak: Qoel a‘oedhoe bi Rabbil-falaq. Min sjarrie maa khalaq. Wa min sjarrie ghaasiqin idhaa waqab. Wa min sjarrin-naffaathaati fil-‘oeqad. Wa min sjarrie haasidin idhaa hasad.

“Zeg: Ik zoek bescherming bij de Heer van de mensen, de Koning van de mensen, de God van de mensen, tegen het kwaad van de terugwijkende influisteraar, die in de harten van de mensen fluistert, uit het midden van de djinn en de mensen.” (Soera an Nas 114:1-6).

Uitspraak: Qoel a‘oedhoe bi Rabbin-naas. Malikin-naas. Ilaahin-naas. Min sjarril-waswaasil-khannaas. Alladhie yoewaswisoe fie soedoerin-naas. Minal-djinnati wan-naas.

Aisha vertelde dat de Profeet ﷺ deze drie soera’s voor het slapen reciteerde, licht in zijn samengebrachte handen blies en vervolgens over zoveel mogelijk van zijn lichaam streek. Hij begon bij zijn hoofd, gezicht en de voorkant van zijn lichaam en herhaalde dit drie keer. Wanneer hij ziek werd, gebruikte hij dezelfde soera’s als roqyah. (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 5016; al Boekhari, hadith 5017).

Welke profetische dua’s kun je bij roqyah gebruiken?

Aisha overleverde dat de Profeet ﷺ bij ziekte Allah met de volgende woorden om genezing vroeg: “Neem het leed weg, Heer van de mensen, en schenk genezing. U bent de Genezer. Er is geen genezing behalve Uw genezing, een genezing die geen ziekte achterlaat.” (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 5743).

Uitspraak: Allaahoemma Rabban-naas, adhhibil-ba’s, wasjfi. Antas-Sjaafie. Laa sjifaa’a illaa sjifaa’oek, sjifaa’an laa joeghaadiroe saqamaa.

Aboe Saïd al Khudri (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de engel Jibril met deze woorden roqyah voor de Profeet ﷺ verrichtte:

“In de naam van Allah verricht ik roqyah voor jou, tegen alles wat jou schaadt, tegen het kwaad van iedere ziel of het oog van een afgunstige. Moge Allah jou genezen. In de naam van Allah verricht ik roqyah voor jou.” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 2186).

Uitspraak: Bismillaahi arqiek, min koelli sjay’in yoe’dziek, min sjarrie koelli nafsin aw ‘aynin haasidin. Allaahoe yasjfiek. Bismillaahi arqiek.

Bij pijn in een bepaalde plaats van het lichaam leerde de Profeet ﷺ om de hand op die plaats te leggen, drie keer “In de naam van Allah” te zeggen en vervolgens zeven keer: “Ik zoek bescherming bij Allah en Zijn macht tegen het kwaad van wat ik voel en vrees.” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 2202).

Uitspraak: Bismillaah. (drie keer). A‘oedhoe billaahi wa qoedratihie min sjarrie maa adjidoe wa oehaadzir. (zeven keer).

Voor een zieke wiens stervensuur niet was aangebroken, leerde de Profeet ﷺ om zeven keer te zeggen: “Ik vraag Allah, de Geweldige, Heer van de geweldige Troon, jou te genezen.” (Overgeleverd door at Tirmidhi, hadith 2083).

Uitspraak: As’aloellaahal-‘Aziem, Rabbal-‘Arsjil-‘Aziem, an yasjfiyak. (zeven keer).

Aisha vertelde ook dat de Profeet ﷺ bij een zieke een met speeksel bevochtigde vinger op de aarde plaatste en zei:

“In de naam van Allah. Met de aarde van ons land en het speeksel van een van ons wordt onze zieke genezen, met de toestemming van onze Heer.” (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 5745).

Uitspraak: Bismillaah. Toerbatoe ardinaa, birieqati ba‘dinaa, joesjfaa saqiemanaa, bi-idhni Rabbinaa.

Een moslim hoeft deze teksten niet allemaal bij iedere roqyah in één vaste volgorde te reciteren. Het zijn afzonderlijk overgeleverde vormen van Koranrecitatie en smeekbede waarvan hij er een of meer kan gebruiken. Hij mag daarnaast in zijn eigen woorden Allah om bescherming en genezing vragen, zolang de inhoud geoorloofd is.

Roqyah hoeft niet tot een ingewikkeld ritueel te worden gemaakt. Er is geen noodzaak om aantallen, schema’s of handelingen te verzinnen waarvoor geen bewijs bestaat, of om iedere lichamelijke reactie tijdens de recitatie als een verborgen teken te behandelen. Trillen, huilen, geeuwen, warmte, kou of vermoeidheid bewijzen op zichzelf niet waardoor iemand is getroffen.

De algemene grens werd door de Profeet ﷺ duidelijk aangegeven. Auf ibn Malik (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de metgezellen hem vroegen naar vormen van roqyah die zij vóór de islam gebruikten. Hij antwoordde: “Laat mij jullie vormen van roqyah horen. Er is niets mis met roqyah zolang zij geen afgoderij bevat.” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 2200). Onbegrijpelijke bezweringen, het aanroepen van verborgen wezens of woorden waarvan de betekenis bewust geheim wordt gehouden, behoren daarom niet tot de profetische manier van bescherming zoeken.

Sahl ibn Hunaif: bewondering, zegen vragen en het wassen

Een van de belangrijkste overleveringen over het boze oog is de gebeurtenis met Sahl ibn Hunaif en Amir ibn Rabia. Ze is belangrijk omdat meerdere onderdelen van het onderwerp in één concreet voorval samenkomen: bewondering, het vragen om zegen en wat gedaan kan worden wanneer bekend is van wie het boze oog afkomstig was.

Aboe Oemama ibn Sahl ibn Hunaif verhaalde: “Amir ibn Rabia liep langs Sahl ibn Hunaif terwijl Sahl zich aan het wassen was. Amir zei: ‘Ik heb nog nooit zo’n mooie huid gezien.’ Kort daarna zakte Sahl in elkaar. Hij werd naar de Profeet ﷺ gebracht en er werd gezegd: ‘Sahl is neergevallen.’ Hij vroeg: ‘Wie verdenken jullie in verband met hem?’ Zij zeiden: ‘Amir ibn Rabia.’ Daarop zei hij: ‘Waarom zou een van jullie zijn broeder doden? Wanneer een van jullie bij zijn broeder iets ziet dat hem bevalt, laat hij dan voor hem om zegen vragen.’ Vervolgens liet hij water brengen en beval hij Amir zich te wassen. Hij waste zijn gezicht, zijn armen tot aan de ellebogen, zijn knieën en de binnenzijde van zijn onderkleed, waarna hem werd opgedragen het water over Sahl te gieten.” (Overgeleverd door Ibn Majah, hadith 3509).

Deze gebeurtenis leert allereerst iets over houding. Wanneer iemand gezondheid, schoonheid, kinderen, bezit, kennis of een andere gunst bij een ander ziet en daardoor geraakt wordt, past het om Allah te vragen die persoon te zegenen. Dat is geen magische formule waarmee een mechanisme automatisch wordt uitgeschakeld. Het is een vorm van goedgezindheid en een herinnering aan Degene van Wie iedere gunst afkomstig is.

De overlevering schrijft geen verplichte vaste formulering voor, maar draagt iemand op Allah om zegen te vragen wanneer hij iets bewondert. Bij een man kan bijvoorbeeld worden gezegd: “O Allah, schenk hem zegen.”

Uitspraak: Allaahoemma baarik lahoe.

Bij een vrouw kan worden gezegd: “O Allah, schenk haar zegen.”

Uitspraak: Allaahoemma baarik lahaa.

Wie een gunst in zijn eigen leven of bezit ziet, kan ook de woorden uit Soera al Kahf gebruiken: “Wat Allah heeft gewild; er is geen kracht behalve door Allah.” (Soera al Kahf 18:39).

Uitspraak: Maa sjaa’ Allaah, laa qoewwata illaa billaah.

Deze Koranwoorden zijn geen verplichte formule en vervangen bij het bewonderen van een ander niet de duidelijke aansporing om Allah voor die persoon om zegen te vragen.

In een aanvullende overlevering over Sahl ibn Hunaif wordt verteld dat de Profeet ﷺ zijn borst aanraakte en bad: “O Allah, neem de hitte, de koude en de aanhoudende pijn ervan bij hem weg.” (Overgeleverd door Ahmad, hadith 15738; al Hakim, hadith 7500). Al Hakim en adh Dhahabi beoordeelden de keten als authentiek; al Albani wees op zwakte bij een van de overleveraars.

Uitspraak: Allaahoemma adhhib ‘anhoe harrahaa wa bardahaa wa wasabahaa.

De overlevering beschrijft daarnaast hoe Amir zich in deze concrete situatie waste en hoe dat water bij Sahl werd gebruikt. In Sahih Moeslim staat eveneens de algemene instructie dat iemand, wanneer hem vanwege het boze oog gevraagd wordt zich te wassen, daaraan gehoor geeft. (Overgeleverd door Moeslim, hadith 2188).

Latere rechtsgeleerden hebben verschillende details van deze handeling besproken. Zulke uitleg kan helpen om de overlevering te begrijpen, maar mag niet met de oorspronkelijke tekst worden vermengd alsof iedere later beschreven stap letterlijk door de Profeet ﷺ is voorgeschreven. De kern is voldoende duidelijk: deze behandeling heeft een basis in de overleveringen wanneer de betreffende persoon bekend is, zonder dat er een geheimzinnig ritueel van gemaakt hoeft te worden.

Wat als je niet weet wie het boze oog heeft veroorzaakt?

Veel situaties waarin mensen aan het boze oog denken, zien er heel anders uit dan de gebeurtenis met Sahl. Er is geen duidelijke gebeurtenis, niemand weet wie erbij betrokken zou kunnen zijn en misschien zijn tientallen mensen op bezoek geweest of hebben honderden mensen een foto gezien. Dan ontstaat gemakkelijk de neiging om achteraf gezichten, opmerkingen, dromen en oude spanningen met elkaar te verbinden, waardoor een geloofspunt langzaam in achterdocht kan veranderen.

Wanneer de persoon niet bekend is, heeft de gelovige geen naam nodig om Allah om genezing te vragen. Hij kan roqyah verrichten, zijn dagelijkse bescherming onderhouden en passende medische of praktische oorzaken onderzoeken. Er is geen noodzaak om familieleden, vrienden, buren of collega’s langs te gaan en op grond van losse vermoedens van iedereen waswater te verzamelen.

Ook iemand die beweert door bijzondere krachten, dromen, verborgen informatie of contact met de onzichtbare wereld te kunnen aanwijzen wie het boze oog heeft veroorzaakt, levert daarmee geen betrouwbaar bewijs tegen een ander. Een beschuldiging raakt de eer van een mens. Daarvoor is meer nodig dan een gevoel, een droom of de uitspraak van een zelfbenoemde genezer.

Juist hier beschermt terughoudendheid niet alleen degene die mogelijk ziek is, maar ook families en vriendschappen. Het bestaan van het boze oog rechtvaardigt geen bestaan vol verdachten.

Dagelijkse bescherming voor jezelf en je gezin

De sterkste bescherming in de islam bestaat niet uit het voortdurend volgen van mogelijke bedreigingen, maar uit een leven waarin het gedenken van Allah een vaste plaats heeft. Gebed, Koranrecitatie, ochtend- en avondgedenkingen en profetische smeekbeden vormen geen noodpakket dat pas wordt geopend wanneer iemand bang wordt. Zij behoren tot de gewone geloofspraktijk van de moslim.

Bescherming in de ochtend en avond

Abdullah ibn Khoebaib (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Profeet ﷺ hem opdroeg Soera al Ikhlas, Soera al Falaq en Soera an Nas iedere ochtend en avond drie keer te reciteren. Hij zei dat dit hem tegen alles voldoende zou zijn. (Overgeleverd door Aboe Dawoed, hadith 5082).

Een andere authentiek overgeleverde ochtend- en avondsmeekbede luidt: “In de naam van Allah, met Wiens naam niets op aarde en niets in de hemel schade kan toebrengen. Hij is de Alhorende, de Alwetende.” Wie dit drie keer in de ochtend en drie keer in de avond zegt, ontvangt de bescherming die in de overlevering wordt genoemd. (Overgeleverd door Aboe Dawoed, hadith 5088).

Uitspraak: Bismillaahil-ladhie laa yadoerroe ma‘asmihie sjay’oen fil-ardi wa laa fis-samaa’, wa Hoewas-Samie‘oel-‘Aliem. (drie keer).

De Profeet ﷺ leerde ook de volgende woorden voor de avond en bij het verblijven op een plaats: “Ik zoek bescherming in de volmaakte woorden van Allah tegen het kwaad van wat Hij heeft geschapen.” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 2708; at Tirmidhi, hadith 3604).

Uitspraak: A‘oedhoe bi kalimaatillaahit-taammaati min sjarrie maa khalaq. (’s avonds drie keer).

Tot de uitgebreide smeekbeden die de Profeet ﷺ iedere ochtend en avond uitsprak, behoort: “O Allah, ik vraag U om welzijn in deze wereld en in het hiernamaals. O Allah, ik vraag U om vergeving en welzijn in mijn religie, mijn wereldse leven, mijn gezin en mijn bezit. O Allah, bedek mijn gebreken en stel mij gerust tegenover wat mij angst aanjaagt. O Allah, bescherm mij van voren en van achteren, van rechts en van links en van boven. Ik zoek bescherming in Uw grootheid tegen onverwacht kwaad van onder mij.” (Overgeleverd door Aboe Dawoed, hadith 5074).

Uitspraak: Allaahoemma innie as’aloekal-‘aafiyata fid-doenyaa wal-aakhirah. Allaahoemma innie as’aloekal-‘afwa wal-‘aafiyata fie dienie wa doenyaaya wa ahlie wa maalie. Allaahoemmastoer ‘awraatie wa aamin raw‘aatie. Allaahoemmahfaznie min bayni yadayya wa min khalfie, wa ‘an yamienie wa ‘an sjimaalie, wa min fawqie, wa a‘oedhoe bi‘azamatika an oegh-taala min tahtie.

Een andere brede profetische smeekbede omvat bescherming tegen het verdwijnen van gunsten en het plotseling neerkomen van rampspoed: “O Allah, ik zoek bescherming bij U tegen het verdwijnen van Uw gunst, het omslaan van het welzijn dat U hebt gegeven, het plotseling neerkomen van Uw bestraffing en alles wat Uw toorn oproept.” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 2739).

Uitspraak: Allaahoemma innie a‘oedhoe bika min zawaali ni‘matik, wa tahawwoeli ‘aafiyatik, wa foedjaa’ati niqmatik, wa djamie‘i sakhatik.

Bescherming voor het slapen

In de overlevering van Aboe Hoeraira staat dat degene die Ayat al Koersie voor het slapen reciteert, gedurende de nacht een beschermer van Allah krijgt en dat Shaytan hem tot de ochtend niet nadert. De Profeet ﷺ bevestigde dat deze mededeling waar was. (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 5010).

“Allah, er is geen god dan Hij, de Levende, Die alles in stand houdt. Sluimer noch slaap overkomt Hem. Aan Hem behoort alles wat in de hemelen en op aarde is. Wie kan bij Hem bemiddelen behalve met Zijn toestemming? Hij weet wat vóór hen ligt en wat achter hen ligt. Zij omvatten niets van Zijn kennis behalve wat Hij wil. Zijn Koersie omvat de hemelen en de aarde, en het bewaken daarvan vermoeit Hem niet. Hij is de Verhevene, de Geweldige.” (Soera al Baqara 2:255).

Uitspraak: Allaahoe laa ilaaha illaa Hoewal-Hayyoel-Qayyoem. Laa ta’khoedhoehoe sinatoen wa laa nawm. Lahoe maa fis-samaawaati wa maa fil-ard. Man dhal-ladhie yasjfa‘oe ‘indahoe illaa bi-idhnih. Ya‘lamoe maa bayna aydiehim wa maa khalfahoem. Wa laa yoehietoena bi-sjay’in min ‘ilmihie illaa bimaa sjaa’. Wasi‘a koersiyyoehoes-samaawaati wal-ard. Wa laa ya’oedoehoe hifzoehoemaa. Wa Hoewal-‘Aliyyoel-‘Aziem.

De Profeet ﷺ zei daarnaast dat de laatste twee verzen van Soera al Baqara voldoende zijn voor degene die ze ’s nachts reciteert. (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 5040).

“De Boodschapper gelooft in wat van zijn Heer aan hem is neergezonden, en ook de gelovigen. Allen geloven in Allah, Zijn engelen, Zijn boeken en Zijn boodschappers. Wij maken geen onderscheid tussen Zijn boodschappers. En zij zeggen: ‘Wij horen en gehoorzamen. Schenk ons Uw vergeving, onze Heer; tot U is de terugkeer.’ Allah belast geen ziel boven haar vermogen. Voor haar is het goede dat zij heeft verworven en tegen haar is het slechte dat zij heeft begaan. ‘Onze Heer, reken het ons niet aan wanneer wij vergeten of een fout maken. Onze Heer, leg ons geen last op zoals U die hebt opgelegd aan degenen vóór ons. Onze Heer, belast ons niet met wat wij niet kunnen dragen. Scheld ons kwijt, vergeef ons en wees ons genadig. U bent onze Beschermer; help ons daarom tegen het ongelovige volk.’” (Soera al Baqara 2:285-286).

Uitspraak: Aamanar-rasoeloe bimaa oenzila ilayhi mir-rabbihie wal-moe’minoena. Koelloen aamana billaahi wa malaa’ikatihie wa koetoebihie wa roesoelih. Laa noefarriqoe bayna ahadin mir-roesoelih. Wa qaaloe sami‘naa wa ata‘naa, ghoefraanaka Rabbanaa wa ilaykal-masier. Laa yoekallifoellaahoe nafsan illaa woes‘ahaa. Lahaa maa kasabat wa ‘alayhaa maktasabat. Rabbanaa laa toe’aakhidhnaa in nasienaa aw akhta’naa. Rabbanaa wa laa tahmil ‘alaynaa isran kamaa hamaltahoe ‘alal-ladhiena min qablinaa. Rabbanaa wa laa toehammilnaa maa laa taaqata lanaa bih. Wa‘foe ‘annaa, waghfir lanaa, warhamnaa. Anta mawlaanaa fansoernaa ‘alal-qawmil-kaafirien.

Voor het slapen reciteerde de Profeet ﷺ eveneens Soera al Ikhlas, Soera al Falaq en Soera an Nas, blies hij licht in zijn samengebrachte handen en streek hij daarmee over zoveel mogelijk van zijn lichaam. Hij herhaalde dit drie keer. (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 5017).

Bescherming voor kinderen

Ibn Abbas vertelde dat de Profeet ﷺ bescherming bij Allah zocht voor zijn kleinzonen al Hasan en al Hoesain en daarbij zei dat hun voorvader Ibrahim met dezelfde woorden bescherming zocht voor Ismail en Ishaq: “Ik zoek voor jullie beiden bescherming in de volmaakte woorden van Allah tegen iedere duivel, ieder giftig of schadelijk wezen en ieder schadelijk oog.” (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 3371).

Uitspraak: Oe‘iedhoekoemaa bi kalimaatillaahit-taammati min koelli sjaytaanin wa haammatin, wa min koelli ‘aynin laammah.

Voor één jongen begint de uitspraak met Oe‘iedhoeka en voor één meisje met Oe‘iedhoeki; de rest van de smeekbede blijft hetzelfde.

Deze profetische bescherming geeft ouders een rustiger uitgangspunt dan een leven waarin kinderen voortdurend uit angst verborgen worden gehouden. Het blijft verstandig zorgvuldig om te gaan met hun privacy en veiligheid, maar bescherming begint bij het aanroepen van Allah, het onderhouden van de voorgeschreven gedenkingen en het opbouwen van een thuis waarin vertrouwen op Hem normaal is.

Foto’s, sociale media en het boze oog

Sociale media hebben een oude vraag een nieuwe vorm gegeven. Waar mensen vroeger vooral dachten aan iemand die een ander rechtstreeks zag, kunnen tegenwoordig duizenden onbekenden binnen korte tijd foto’s bekijken van een kind, huwelijk, nieuwe woning, auto of vakantie. Daardoor ontstaat begrijpelijkerwijs de vraag of het boze oog ook via een foto kan optreden.

De geopenbaarde teksten spreken niet over digitale foto’s, sociale media of beeldschermen. Ze geven dus geen technische regel waarmee we kunnen zeggen dat het plaatsen van een foto op internet op zichzelf tot het boze oog leidt, of dat iemand veilig is zodra een afbeelding niet rechtstreeks bekeken wordt. Uitspraken daarover zijn hedendaagse toepassingen en interpretaties van oudere teksten, geen letterlijke profetische formuleringen.

Iemand kan uit voorzichtigheid besluiten minder persoonlijke zaken te delen en hoeft zich daarvoor niet te verantwoorden. Een ander mag daaruit echter niet automatisch afleiden dat iedere ouder die een foto van zijn kind plaatst religieus onverantwoord bezig is, of dat een tegenslag na het plaatsen van een foto bewijst dat een kijker het boze oog heeft veroorzaakt.

Sociale media kunnen bovendien een andere geestelijke vraag oproepen: hoeveel van ons leven willen we voortdurend tentoonstellen? Die vraag gaat over bescheidenheid, intentie, privacy en de behoefte aan waardering. Het zou jammer zijn wanneer al die bredere vragen worden teruggebracht tot één angst: wie kan mij met het boze oog treffen?

Amuletten, het nazar-symbool en bescherming zonder duidelijke basis

In verschillende culturen wordt een blauw oogvormig symbool gebruikt, vaak aangeduid als nazar. Het verschijnt op sieraden, sleutelhangers, babyspullen, muren en auto’s. Omdat het symbool cultureel zo verbreid is, kan dezelfde afbeelding voor verschillende mensen een andere betekenis hebben.

Voor de islamitische beoordeling is daarom van belang wat iemand ermee doet en welke betekenis hij eraan toekent. Wanneer zo’n voorwerp wordt opgehangen of gedragen omdat men verwacht dat het het boze oog afweert of bescherming brengt, krijgt het de functie van een beschermend amulet. Dat is niet de vorm van bescherming die in de profetische leiding is aangewezen.

De gelovige is geleerd Allah aan te roepen, Koran te reciteren en gebruik te maken van toegestane roqyah, niet een object een zelfstandige religieuze beschermingsfunctie toe te kennen.

Bij een puur decoratieve afbeelding zonder geloof in bescherming ligt de beoordeling anders. Dan moet niet automatisch dezelfde innerlijke overtuiging aan de drager worden toegeschreven. Tegelijk kan iemand zich afvragen waarom hij juist een symbool gebruikt dat in veel culturen nauw verbonden is met het afweren van het boze oog. Niet ieder geval hoeft met dezelfde zware kwalificatie te worden behandeld om toch bewust om te gaan met wat een symbool uitdrukt.

Duidelijker is de grens bij talismans met onbekende tekens, onbegrijpelijke letters of cijfers, geheime spreuken en handelingen waarbij hulp wordt gezocht bij andere machten dan Allah. Zulke praktijken moeten niet onder de neutrale naam roqyah worden verborgen. De Profeet ﷺ maakte duidelijk dat roqyah vrij moet zijn van afgoderij. (Overgeleverd door Moeslim, hadith 2200).

Geloven in het boze oog zonder in angst en achterdocht te leven

Het evenwicht van de islam wordt juist bij dit onderwerp zichtbaar. De gelovige hoeft het boze oog niet weg te verklaren omdat het niet in een modern materialistisch wereldbeeld past. Profeet Mohammed ﷺ heeft het bestaan ervan duidelijk bevestigd. Maar geloof in het onzichtbare is iets anders dan ieder onbekend verschijnsel invullen met een onzichtbare verklaring.

Een moslim kan ziek worden en naar een arts gaan. Hij kan verdriet of spanning ervaren en daar menselijke oorzaken voor vinden. Hij kan roqyah voor zichzelf verrichten zonder eerst te bewijzen dat er een verborgen oorzaak bestaat. Hij kan om bescherming vragen zonder te weten tegen welk specifiek kwaad Allah hem beschermt. En wanneer hij iets moois bij een ander ziet, kan hij die persoon oprecht zegen toewensen in plaats van zijn bewondering alleen bij zichzelf te houden.

Zo verandert bescherming tegen het boze oog van een cultuur van angst in een vorm van aanbidding. Niet de vraag wie naar ons heeft gekeken komt centraal te staan, maar de vraag tot Wie wij ons wenden. Wie dat begrijpt, hoeft het bestaan van het boze oog niet te ontkennen en hoeft er evenmin door beheerst te worden. Hij gebruikt de middelen die de profetische leiding heeft gegeven, behandelt mensen rechtvaardig en bewaart zijn hart voor achterdocht, terwijl hij zijn vertrouwen op Allah stelt.

Bronnen en werkwijze: hoe onze artikelen worden opgebouwd.

Vind je dit interessant? Onze hoofdpagina is ingericht als een wegwijzer door de islam, cultuur en geschiedenis. Ontdek meer via de categorieën bovenaan ☰ of gebruik de zoekbalk voor specifieke vragen: BegrijpIslam

Lees Begrijp Islam makkelijker
Installeer de app en open artikelen direct vanaf je startscherm.