Wie voor het eerst een janazagebed bijwoont, kan zich onzeker voelen over wat er van hem of haar wordt verwacht. De imam spreekt enkele keren een takbir uit, iedereen blijft staan en de woorden ertussen zijn meestal nauwelijks hoorbaar. Bij een overlijden is er bovendien weinig ruimte om rustig iets nieuws te leren. Een duidelijke uitleg helpt om met aandacht deel te nemen en te begrijpen wat je voor de overledene vraagt.
Wat is het janazagebed en is het verplicht?
Het islamitische dodengebed, ook wel begrafenisgebed en doorgaans het janazagebed genoemd, is een gebed waarin moslims Allah (God) om vergeving en barmhartigheid voor een overleden moslim vragen. Je vindt het ook onder de namen janaza gebed en salat al janaza. De gebruikelijke uitvoering bestaat uit vier uitspraken waarin Allahs grootheid wordt bevestigd (takbirs), met smeekbeden en, afhankelijk van de rechtsschool, bepaalde recitaties ertussen. Er is geen buiging, neerknieling of zittend gedeelte.
Het janazagebed geldt volgens de gangbare opvatting binnen de vier soennitische rechtsscholen als een gezamenlijke verplichting (fard kifaya). Wanneer een deel van de gemeenschap het naar behoren verricht, is de verplichting voor de anderen vervuld. Blijft het achterwege terwijl mensen ervan weten en het kunnen organiseren, dan dragen degenen op wie die verantwoordelijkheid rust daar schuld aan. De verplichting vraagt dus om mensen die handelen; zij veronderstelt geen minimum van veertig of honderd deelnemers.
De verzorging van het lichaam, het gebed en de begrafenis zijn verschillende onderdelen van de zorg voor een overledene. Gewoonlijk wordt het lichaam eerst gewassen en omhuld, waarna het gebed vóór de begrafenis plaatsvindt. Dit artikel behandelt het gebed en de vragen die bij deelname ontstaan. Het begeleiden van de overledene tot aan de begrafenis komt aan bod waar de overleveringen daarvoor een afzonderlijke beloning noemen.
Voor wie wordt het janazagebed verricht?
Het janazagebed wordt verricht voor overleden moslims, mannen en vrouwen, volwassenen en kinderen. Voor een kind is het bereiken van de leeftijd waarop de dagelijkse gebeden verplicht worden geen voorwaarde. Bij een miskraam of een doodgeboren kind spelen andere juridische vragen, waaronder tekenen van leven na de geboorte en de duur van de zwangerschap. Die gevallen worden verderop afzonderlijk uitgelegd, zodat de algemene regel niet tot verwarring leidt.
Een moslim verliest zijn recht op dit gebed niet eenvoudigweg doordat hij zonden heeft begaan. Ook voor een moslim die door zelfdoding is overleden, wordt volgens de meerderheid van de geleerden het janazagebed verricht. Djabir ibn Samoera vertelde dat Profeet Mohammed ﷺ (vrede zij met hem) persoonlijk niet bad over iemand die zichzelf had gedood (Overgeleverd door Moeslim, hadith 978). Geleerden onderscheiden deze persoonlijke onthouding van een algemeen verbod voor de gemeenschap; zij lezen daarin een ernstige afkeuring van de daad. Over de verantwoordelijkheid en het uiteindelijke lot van een bepaalde overledene oordelen wij niet.
Bij martelaarschap moet zorgvuldig worden onderscheiden tussen de bijzondere regels voor iemand die onder de voorwaarden van de islamitische rechtsleer op het slagveld is gesneuveld en andere vormen van martelaarschap. De Malikitische, Sjafiitische en Hanbalitische rechtsscholen verrichten voor de eerste categorie geen janazagebed, terwijl de Hanafitische rechtsschool daarin een andere positie heeft. De overlevering van Djabir over de gesneuvelden bij Oehoed behoort tot de bronnen van dit verschil (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 1343). Voor iemand die bijvoorbeeld door verdrinking of brand is overleden, blijven de gewone regels voor de verzorging en het gebed gelden, ook wanneer de overleveringen voor zo’n overlijden martelaarsbeloning noemen.
Voor een overleden niet-moslim wordt geen islamitisch janazagebed verricht. Condoleren, een familie bijstaan en aanwezig zijn bij een uitvaart hebben elk hun eigen afwegingen en vallen niet automatisch onder dezelfde regel. Een religieuze grens vraagt om helderheid én om zorgvuldigheid tegenover nabestaanden. Lees ook: Mag een moslim de begrafenis van een niet-moslim bijwonen? Condoleren, kerkelijke uitvaart en religieuze grenzen. Klik hier.
Voor je aansluit: reinheid, intentie en gebedsrichting
Voor het janazagebed gelden de gebruikelijke voorwaarden van het gebed: rituele reinheid, schone kleding en een schone gebedsplek, het bedekken van de lichaamsdelen die tijdens het gebed bedekt moeten zijn en het zich richten naar de gebedsrichting (qibla). Je verricht het staand als je daartoe in staat bent. Wie door ziekte of een lichamelijke beperking niet kan staan, bidt naar vermogen. Ook als het gebed buiten of bij een uitvaartcentrum plaatsvindt, blijven deze voorwaarden gelden.
De intentie is het bewuste voornemen om het janazagebed voor de overledene te verrichten en, bij gezamenlijk gebed, de imam te volgen. Hiervoor bestaat geen verplichte zin die je hardop moet uitspreken. Je hoeft evenmin de naam van de overledene te kennen om oprecht voor hem of haar te bidden. Het is voldoende dat je weet welk gebed je gaat verrichten en voor wie de gemeenschap bijeenstaat.
Heb je geen rituele wassing (woedoe) en dreigt het gebed te beginnen, probeer dan eerst de wassing te verrichten. Het gebed is kort, waardoor vooraf voorbereiden veel onzekerheid voorkomt. De vraag of je bij beschikbaar water toch de droge rituele reiniging (tayammoem) mag gebruiken omdat je anders het janazagebed mist, wordt verschillend beantwoord. Binnen de Hanafitische rechtsschool kan iemand die het gebed anders volledig zou missen tayammoem verrichten, mits hij niet de naaste met het eerste recht rond de uitvaart (wali) is. Die wali kan het gebed volgens deze uitleg alsnog laten verrichten wanneer hij de eerste bijeenkomst heeft gemist. Dit is geen algemene toestemming binnen alle rechtsscholen. In de Malikitische rechtsleer gelden bovendien bijzondere beperkingen voor een gezonde persoon die thuis is, zodat haast op zichzelf geen algemene vrijstelling vormt.
Hoe bid je het janazagebed stap voor stap?
De overledene ligt vóór de imam, en de deelnemers staan achter de imam in gebedsrijen, gericht naar de qibla. Er klinkt geen gebedsoproep (adhan) en geen tweede oproep tot het begin van het gebed (iqama). De imam spreekt de takbirs hoorbaar uit; de deelnemers spreken ze zelf zacht uit en verrichten hun eigen smeekbeden. Gedurende het hele gebed blijven zij staan, zonder buiging of neerknieling. De stappen hieronder volgen eerst de Malikitische uitleg; daarna wordt de uitvoering met al Fatiha en de zegenbede toegelicht.
De aanbevolen plek van de imam naast het lichaam verschilt per rechtsschool. In de Malikitische uitleg staat de imam bij een man ter hoogte van het midden van het lichaam en bij een vrouw ter hoogte van de schouders. In de Sjafiitische uitleg staat hij doorgaans bij het hoofd van een man en het midden van een vrouw. In de Hanbalitische uitleg staat hij bij de borst of de schouders van een man en bij het midden van een vrouw; in de Hanafitische uitleg meestal bij de borst. Deze posities behoren tot de aanbevolen uitvoering en vormen geen zelfstandige voorwaarde voor de geldigheid van het gebed. Als deelnemer sluit je aan in de rij en laat je de opstelling aan de imam over.
De eerste takbir: beginnen en voor de overledene bidden
Je begint na de imam met de woorden die betekenen: “Allah is de Grootste.” Daarbij hef je je handen voor de opening van het gebed. In de Malikitische uitvoering vormen smeekbeden voor de overledene de kern van wat tussen de takbirs wordt gezegd. Je kunt Allah prijzen en een zegenbede voor de Profeet ﷺ uitspreken voordat je om vergeving en barmhartigheid voor de overledene vraagt.
Uitspraak: Allaahoe akbar.
Kies een smeekbede die je kent en begrijpt; de volledige overgeleverde teksten staan in het volgende onderdeel. Een korte bede om vergeving en barmhartigheid volstaat in de Malikitische uitleg, zodat het ontbreken van een lang uit het hoofd geleerd gebed deelname niet hoeft te verhinderen. De deelnemers bidden zelf, ook wanneer de imam zijn smeekbede zacht uitspreekt. Zij wachten dus niet uitsluitend zwijgend op de volgende takbir.
De tweede en derde takbir: doorgaan met de smeekbeden
Bij de tweede takbir spreek je opnieuw de takbir uit na de imam en vervolg je het gebed voor de overledene. Na de derde takbir doe je hetzelfde. Je kunt dezelfde passende smeekbede herhalen of een andere overgeleverde bede gebruiken. Het is niet nodig alle teksten uit dit artikel binnen één janazagebed te reciteren; de imam bepaalt hoeveel tijd er tussen de takbirs is.
De vierde takbir en het afsluiten met de salam
Na de vierde takbir wordt het gebed afgesloten met de vredesgroet (salam). Ibn Abi Zayd al Qayrawani beschrijft in zijn Malikitische leerboek al Risala zowel het verrichten van een smeekbede na de vierde takbir als het direct daarop afsluiten. In deze uitvoering wordt één zachte salam uitgesproken, met de betekenis: “Vrede zij met jullie.” Als deelnemer sluit je het gebed na de imam af.
Uitspraak: Assalaamoe alajkoem.
Waarom zie je soms verschillende manieren?
De Malikitische uitvoering hierboven legt de nadruk op smeekbeden tussen de takbirs en bevat geen verplichte Koranrecitatie. In de Sjafiitische en Hanbalitische uitvoering lees je na de eerste takbir al Fatiha, spreek je na de tweede een zegenbede voor de Profeet ﷺ uit en bid je na de derde voor de overledene. Daarna volgen de vierde takbir en de salam, met verdere verschillen in de afsluitende smeekbede. In de Hanafitische uitvoering wordt na de eerste takbir Allah geprezen, na de tweede de zegenbede uitgesproken en na de derde voor de overledene gebeden.
Ook het heffen van de handen en het aantal vredesgroeten kunnen verschillen. Veel Malikitische en Hanafitische deelnemers heffen hun handen alleen bij de eerste takbir; anderen doen dat bij elke takbir. Ibn Abi Zayd vermeldt dat het heffen bij alle takbirs geen bezwaar vormt. Eén salam is gebruikelijk in de Malikitische en Hanbalitische uitvoering, twee in de Hanafitische en Sjafiitische uitvoering. Wie een andere erkende uitvoering ziet, heeft daarmee geen grond om de aanwezigen van een ongeldig gebed te beschuldigen.
Wie zelf geen bepaalde rechtsschool volgt, hoeft door deze verschillen niet onzeker te worden. Hij kan de imam en de gebruikelijke uitvoering van de plaatselijke moskee volgen, zolang die binnen een erkende soennitische rechtsschool valt. Wie het gebed zelfstandig wil leren, doet er goed aan eerst één volledige erkende uitvoering te leren in plaats van zonder kennis losse onderdelen uit verschillende rechtsscholen samen te voegen. De verschillen in dit artikel zijn bedoeld om deelname gemakkelijker te maken en onnodige afkeuring tussen moslims te voorkomen.
Al Fatiha in de uitvoering met Koranrecitatie
De lezing van al Fatiha heeft een duidelijke basis in de overleveringen. Talha ibn Abdoellah ibn Auwf vertelde dat hij achter Ibn Abbas het janazagebed verrichtte; Ibn Abbas las al Fatiha en legde uit dat hij dit deed om te laten weten dat het tot de profetische praktijk behoort (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 1335). De rechtsscholen beoordelen de juridische betekenis van deze en andere overleveringen verschillend. In de Sjafiitische en Hanbalitische rechtsscholen behoort al Fatiha tot de vereiste onderdelen; binnen de Malikitische en Hanafitische uitleg wordt zij niet op die manier voorgeschreven.
Wie de uitvoering met al Fatiha leert, leert de soera volledig en reciteert haar zacht. De Nederlandse betekenis luidt: “In de naam van Allah, de Erbarmer, de Meest Barmhartige. Alle lof behoort aan Allah, de Heer van de werelden. De Erbarmer, de Meest Barmhartige. De Heerser van de Dag van de vergelding. U alleen aanbidden wij en U alleen vragen wij om hulp. Leid ons op het rechte pad. Het pad van degenen aan wie U gunsten hebt geschonken, niet van degenen op wie de toorn rust en niet van de dwalenden.” (Soera al Fatiha 1:1–7). De uitspraak hieronder helpt bij het oefenen; voor de precieze klanken is luisteren naar een goede recitatie en begeleiding bij het leren waardevol.
Uitspraak: Bismillaahir rahmaanir rahiem. Alhamdoe lillaahi rabbil aalemien. Ar rahmaanir rahiem. Maaliki jawmid dien. Ijjaaka naboedoe wa ijjaaka nastaien. Ihdinas siraatal moestaqiem. Siraatal ladhiena anamta alajhim, ghajril maghdoebie alajhim wa lad daallien.
De volledige zegenbede voor de Profeet ﷺ
In de uitvoering met een zegenbede na de tweede takbir kun je de volgende volledige overgeleverde formule gebruiken. Kaab ibn Oedjra vertelde dat de Profeet ﷺ hun leerde te zeggen: “O Allah, schenk Uw lof en eer aan Mohammed en aan de familie van Mohammed, zoals U Uw lof en eer hebt geschonken aan Ibrahim en aan de familie van Ibrahim. U bent de Prijzenswaardige, de Verhevene. O Allah, schenk zegen aan Mohammed en aan de familie van Mohammed, zoals U zegen hebt geschonken aan Ibrahim en aan de familie van Ibrahim. U bent de Prijzenswaardige, de Verhevene.” (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 3370). Deze formule staat bekend als de zegenbede waarin Ibrahim wordt genoemd; zij is ook vertrouwd uit de dagelijkse gebeden.
Uitspraak: Allaahoemma salli alaa Moehammadin wa alaa aali Moehammad, kamaa sallajta alaa Ibraahiema wa alaa aali Ibraahiem, innaka hamiedoen madjied. Allaahoemma baarik alaa Moehammadin wa alaa aali Moehammad, kamaa baarakta alaa Ibraahiema wa alaa aali Ibraahiem, innaka hamiedoen madjied.
Welke dua zeg je tijdens het janazagebed?
Een smeekbede (dua) voor de overledene vraagt om vergeving, bescherming en een goede bestemming bij Allah. De Profeet ﷺ gebruikte verschillende bewoordingen, waardoor het janazagebed niet aan één lange formule is gebonden. Hieronder staan eerst drie authentiek overgeleverde smeekbeden. Daarna volgen twee aanvullende overleveringen: één met een zwakke keten en één waarover hadithgeleerden van oordeel verschilden. De Nederlandse betekenissen helpen je te begrijpen wat je vraagt; de uitspraak geeft de volledige woorden om te leren reciteren.
Om vergeving, zuivering en bescherming
Deze smeekbede is overgeleverd door Auwf ibn Malik en vormt een ruime bede voor de overledene. In de hier weergegeven versie hoorde hij de Profeet ﷺ zeggen: “O Allah, vergeef hem en wees hem genadig, scheld hem zijn tekortkomingen kwijt en schenk hem welzijn. Ontvang hem eervol en maak zijn verblijf ruim. Was hem met water, sneeuw en hagel, en reinig hem van zonden zoals een wit kledingstuk van vuil wordt gereinigd. Geef hem een betere woning dan zijn woning, een betere familie dan zijn familie en een betere echtgenote dan zijn echtgenote. Bescherm hem tegen de beproeving van het graf en de bestraffing van het Vuur.” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 963d). Auwf vertelde dat de smeekbede hem zo raakte dat hij wenste zelf degene te zijn voor wie de Profeet ﷺ bad.
Uitspraak: Allaahoemmaghfir lahoe warhamhoe wa-foe anhoe wa aafihie, wa akrim noezoelahoe, wa wassi moedkhalahoe, waghsilhoe bie maa-in wa thaldjin wa barad, wa naqqihie minal khataajaa kamaa joenaqqath thawboel abjadoe minad danas, wa abdilhoe daaran ghajran min daarihie, wa ahlan ghajran min ahlihie, wa zawdjan ghajran min zawdjihie, wa qihie fitnatal qabri wa adhaaban naar.
Het vragen om een betere woning en familie drukt hoop uit op een bestaan dat door Allahs gunst beter is dan het aardse bestaan. De woorden zijn geen afwijzing van de mensen die de overledene liefhad. Ook behoren zij niet als oordeel over een huwelijk of een familie te worden gebruikt. De smeekbede richt zich op Allahs vergeving en op een bestemming waarvan wij de werkelijkheid niet kunnen overzien.
Voor de overledene en voor degenen die achterblijven
Aboe Hoeraira beschreef een smeekbede die het gebed voor de overledene verbindt met de gemeenschap van levenden en gestorvenen. De Profeet ﷺ zei daarin: “O Allah, vergeef onze levenden en onze doden, onze jongeren en onze ouderen, onze mannen en onze vrouwen, degenen van ons die aanwezig zijn en degenen die afwezig zijn. O Allah, wie U van ons in leven houdt, laat hem leven in het geloof, en wie U van ons laat sterven, laat hem sterven in de islam. O Allah, ontneem ons de beloning vanwege hem niet en laat ons na hem niet afdwalen.” (Overgeleverd door Aboe Dawoed, hadith 3201; authentiek verklaard door al Albani). De slotwoorden vragen ook bescherming voor degenen die na het afscheid hun leven moeten voortzetten.
Uitspraak: Allaahoemmaghfir lie hajjinaa wa majjitinaa, wa saghierinaa wa kabierinaa, wa dhakarinaa wa oenthaanaa, wa sjaahidinaa wa ghaa-ibinaa. Allaahoemma man ahjajtahoe minnaa fa ahjihie alal iemaan, wa man tawaffajtahoe minnaa fa tawaffahoe alal islaam. Allaahoemma laa tahrimnaa adjrahoe wa laa toedillanaa ba-dahoe.
Om bescherming onder Allahs hoede
Wathila ibn al Asqa hoorde de Profeet ﷺ deze smeekbede verrichten tijdens het gebed voor een overleden moslim. De naam en de naam van de vader staan hier als invulplaatsen, zodat duidelijk is waar de overledene wordt genoemd. De volledige betekenis luidt: “O Allah, [naam], zoon van [naam van de vader], is onder Uw bescherming en binnen het verbond van Uw veilige hoede. Bescherm hem tegen de beproeving van het graf en de bestraffing van het Vuur. U bent trouw aan Uw belofte en U komt alle lof toe. O Allah, vergeef hem en wees hem genadig. U bent de Vergevingsgezinde, de Meest Barmhartige.” (Overgeleverd door Aboe Dawoed, hadith 3202; authentiek verklaard door al Albani).
Uitspraak: Allaahoemma inna [naam] ibna [naam van de vader] fie dhimmatika wa habli djiwaarika, fa qihie min fitnatal qabri wa adhaabin naar, wa anta ahloel wafaa-i wal hamd. Allaahoemma faghfir lahoe warhamhoe, innaka antal ghafoeroer rahiem.
Als je de naam van de vader niet weet, kies je eenvoudig een van de andere smeekbeden. Een naam opzoeken is geen voorwaarde voor het janazagebed. Hetzelfde geldt wanneer je voor iemand bidt die je persoonlijk niet hebt gekend. De verbondenheid van de gemeenschap geeft voldoende reden om Allah oprecht om barmhartigheid te vragen.
Allah aanroepen als Heer en Schepper van de overledene
Aboe Hoeraira overleverde deze woorden voor het janazagebed: “O Allah, U bent zijn Heer. U hebt hem geschapen, U hebt hem naar de islam geleid, U hebt zijn ziel genomen en U kent wat hij verborg en openbaar maakte. Wij zijn tot U gekomen om voor hem te pleiten; vergeef hem.” (Overgeleverd door Aboe Dawoed, hadith 3200). Al Albani en Sjoeayb al Arnaoet beoordeelden de keten als zwak.
Uitspraak: Allaahoemma anta rabboehaa, wa anta khalaqtahaa, wa anta hadaitahaa lil-islaam, wa anta qabadta roehahaa, wa anta a-lamoe bisirrihaa wa alaanijatihaa, dji-naaka sjoefa-aa, faghfir lahoe.
Een aanvullende bede om meer goed en vergeving
Een overlevering via Jazied ibn Abdoellah ibn Roekana bevat de volgende smeekbede: “O Allah, Uw dienaar, de zoon van Uw dienares, heeft Uw barmhartigheid nodig, terwijl U geen behoefte hebt aan zijn bestraffing. Als hij goed heeft gedaan, vermeerder dan zijn goedheid, en als hij verkeerd heeft gedaan, zie zijn fouten dan voorbij.” (Overgeleverd door al Hakim, al Mustadrak, hadith 1328; al Hakim verklaarde de keten authentiek, terwijl Aboe Hatim ar Razi de overlevering als ondeugdelijk afwees). Deze bede benadrukt hoezeer de overledene afhankelijk is van barmhartigheid. Omdat de beoordeling van de overlevering verschilt, staat zij hier na de sterker vastgestelde teksten en vormt zij geen noodzakelijke formule voor de uitvoering.
Uitspraak: Allaahoemma abdoeka wabnoe amatika ihtaadja ilaa rahmatika, wa anta ghanijjoen an adhaabihie. In kaana moehsinan fa zid fie ihsaanihie, wa in kaana moesie-an fa tadjaawaz anhoe.
De bovenstaande uitspraak is weergegeven voor één overleden man. Bij een vrouw worden de verwijzingen naar haar grammaticaal aangepast; bij meerdere overledenen worden meervoudsvormen gebruikt. Wie die aanpassingen nog niet beheerst, kan de algemene smeekbede voor onze levenden en doden leren of de korte vrouwelijke bede verderop gebruiken. Voor een kind staat bij de bijzondere situaties een eigen passende smeekbede, met uitleg over de herkomst ervan.
Wat betekent samen bidden voor de overledene?
De deelnemers vragen Allah om iets wat zij zelf niet kunnen geven: vergeving en barmhartigheid voor iemand wiens aardse leven is geëindigd. Hun gebed is een vorm van voorspraak door middel van smeekbeden; Allah aanvaardt die uit Zijn gunst. Dat vraagt om aandacht voor de overledene, ook wanneer je hem of haar slechts van gezicht kende. De rij waarin je staat, vertegenwoordigt een gemeenschap die een van haar leden in het gebed blijft gedenken.
Ibn Abbas vertelde dat hij de Profeet ﷺ hoorde zeggen: “Geen moslimman sterft en wordt door veertig mannen die niets met Allah vereenzelvigen in het janazagebed bijgestaan, of Allah aanvaardt hun voorspraak voor hem.” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 948). De overlevering noemt het geloof van de deelnemers naast hun aantal. Zij geeft reden om mensen voor het gebed uit te nodigen en de overledene met oprechte smeekbeden te begeleiden.
Aisha vertelde dat de Profeet ﷺ zei: “Geen overledene wordt door een groep van honderd moslims in het gebed bijgestaan, die allen voorspraak voor hem vragen, of hun voorspraak voor hem wordt aanvaard.” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 947). De overleveringen over veertig en honderd deelnemers beschrijven bijzondere gunsten. Zij maken een kleinere bijeenkomst niet ongeldig en geven geen grond om over het lot van een overledene te oordelen omdat er weinig mensen aanwezig waren. Een familie hoeft het afscheid niet als mislukt te beschouwen wanneer de gemeenschap klein is.
Aboe Hoeraira vertelde dat de Profeet ﷺ zei: “Wie de uitvaart van een moslim volgt uit geloof en in de hoop op Allahs beloning, en daarbij blijft totdat het gebed over hem is verricht en zijn begrafenis is voltooid, keert terug met twee qirats aan beloning. Iedere qirat is als Oehoed. Wie het gebed over hem verricht en vóór zijn begrafenis terugkeert, keert terug met één qirat.” (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 47). Met qirat wordt hier een maat voor de beloning bedoeld. Oehoed is de berg bij Medina; de vergelijking maakt de omvang van de beloning invoelbaar. Eén qirat hoort in deze overlevering bij het gebed, en de tweede bij het blijven tot de begrafenis is voltooid.
Deze belofte verbindt deelname aan geloof en de hoop op beloning bij Allah. Het gaat om een daad van zorg die betekenis heeft voor de overledene en voor degene die meebidt. Aboe Hoeraira vertelde ook dat de Profeet ﷺ zei: “Wanneer jullie over een overledene bidden, verricht dan oprecht de smeekbede voor hem.” (Overgeleverd door Aboe Dawoed, hadith 3199; als hasan beoordeeld door al Albani). De aandacht waarmee je bidt, verdient dus evenveel zorg als het onthouden van de woorden.
Mogen vrouwen het janazagebed verrichten?
Ja, vrouwen mogen het janazagebed verrichten, en hun gebed is geldig. Het gebed voor de overledene is geen handeling die uitsluitend aan mannen is voorbehouden. Aisha liet de baar van Saad ibn Aboe Waqqas naar de moskee brengen om voor hem te kunnen bidden; toen daar bezwaar tegen kwam, herinnerde zij eraan dat de Profeet ﷺ ook in de moskee het janazagebed had verricht (Overgeleverd door Moeslim, hadith 973a). Haar deelname is een duidelijke aanwijzing voor het onderscheid tussen het gebed en andere onderdelen van een uitvaart.
Bij gezamenlijk gebed sluiten vrouwen aan volgens de gebruikelijke ordening van de gebedsruimte. Voor hen gelden dezelfde voorwaarden van rituele reinheid en bedekking; tijdens menstruatie of bloedverlies na de bevalling verrichten zij dit rituele gebed niet, maar kunnen zij wel buiten het gebed smeekbeden doen. Het meegaan met een uitvaartstoet en het bezoeken van graven zijn afzonderlijke vragen, waarover verdere juridische verschillen bestaan. Die verschillen mogen niet worden gebruikt om de geldigheid van het janazagebed van vrouwen te ontkennen.
Wat als je te laat komt of de smeekbeden niet kent?
Aansluiten na het begin van het gebed
Wie een deel van het janazagebed mist, kan nog aansluiten en de gemiste takbirs aanvullen. In de Malikitische uitvoering wacht een laatkomer op de volgende takbir van de imam en sluit daarbij aan. Na de salam van de imam vult de laatkomer het gemiste aantal takbirs aan en sluit vervolgens zelf af. Heb je bijvoorbeeld de derde en vierde takbir samen met de imam verricht, dan voeg je daarna nog twee takbirs toe. Je verricht ertussen smeekbeden zolang daarvoor tijd is; dreigt het lichaam direct te worden weggebracht, dan worden de gemiste takbirs kort achter elkaar aangevuld.
De Hanafitische hoofdopvatting kent eveneens het wachten op de volgende takbir, terwijl binnen de Sjafiitische en Hanbalitische uitleg doorgaans direct wordt aangesloten. In de Sjafiitische uitvoering telt de takbir waarmee je zelf begint als jouw eerste takbir, ook wanneer de imam al verder is. Je begint dan met al Fatiha en voltooit je eigen volgorde na het afsluiten van de imam. Omdat juist hier de uitvoering zichtbaar uiteenloopt, helpt het de werkwijze van je rechtsschool te leren of vooraf de imam te vragen hoe je bij deze gemeenschap aansluit.
Een korte smeekbede leren
Wie de lange smeekbeden nog niet kent, kan beginnen met een korte bede om vergeving en barmhartigheid. Binnen de Malikitische uitleg volstaat hiervoor: “O Allah, vergeef hem en wees hem genadig.” Deze woorden worden als voldoende korte smeekbede genoemd in de Malikitische rechtsliteratuur, onder meer in Minah al Jalil van Mohammed Illaysh. Je kunt deze bede tussen de takbirs herhalen en later een uitgebreidere overgeleverde tekst leren.
Uitspraak: Allaahoemmaghfir lahoe warhamhoe.
Voor een overleden vrouw gebruik je de vrouwelijke vorm: “O Allah, vergeef haar en wees haar genadig.” De vraag om barmhartigheid blijft dezelfde, terwijl de verwijzing naar de overledene verandert. Deze korte formule is ook bruikbaar als je de grammaticale aanpassing van de langere teksten nog niet beheerst. Zo leer je eerst woorden die je daadwerkelijk kunt uitspreken en begrijpen.
Uitspraak: Allaahoemmaghfir lahaa warhamhaa.
Wie nog geen Arabische smeekbede kan uitspreken, moet het ontbreken van ervaring vooraf aan de imam kunnen vertellen. Verschillende geleerden staan voor iemand die het Arabisch werkelijk nog niet beheerst toe dat hij de betekenis van een overgeleverde smeekbede in zijn eigen taal uitspreekt; over de voorwaarden bestaan verschillen. De Nederlandse betekenis van een dua en de Nederlandse vertaling van Koranrecitatie hebben daarbij niet dezelfde juridische status. Leer waar mogelijk de korte Arabische bede en de takbir, en laat je voor de overige vereiste onderdelen begeleiden volgens de uitvoering die je leert.
Tijdens het gebed hoef je geen lange tekst af te maken wanneer de imam al doorgaat. Bewaar de volgorde van het gezamenlijke gebed en gebruik de tijd tussen de takbirs voor wat je kunt reciteren. Wie net moslim is geworden of nog weinig heeft geleerd, heeft vooral baat bij rustige voorbereiding en iemand die de uitvoering uitlegt. De bedoeling van die begeleiding is dat kennis de deelname mogelijk maakt en het bidden met begrip groeit.
Waar en wanneer kan het janazagebed worden verricht?
Het janazagebed kan op een daarvoor bestemde gebedsplaats worden verricht; een moskee is geen voorwaarde. Er zijn authentieke overleveringen over het gebed in de moskee en op een open gebedsplaats. De rechtsscholen verschillen in hun voorkeur voor het binnenbrengen van het lichaam in de moskee: de gangbare Malikitische en Hanafitische uitleg is daarin terughoudender, terwijl de Sjafiitische en Hanbalitische uitleg daarvoor ruimte biedt. Houd rekening met de gebedsplek die de verantwoordelijke imam en de organisatoren hebben aangewezen, bijvoorbeeld een gebedszaal, een buitenruimte of een plaats bij de begraafplaats.
Het janazagebed is niet gebonden aan het tijdstip van één bepaald dagelijks gebed. Het kan ook na het ochtendgebed of het namiddaggebed worden verricht; de beperkingen voor vrijwillige gebeden gelden niet zonder meer op dezelfde manier. Rond de daadwerkelijke zonsopkomst en zonsondergang, en het korte moment waarop de zon haar hoogste stand bereikt, bestaan specifieke regels. Deze korte perioden moeten worden onderscheiden van de hele tijd tussen het ochtendgebed en de middag, of tussen het namiddaggebed en zonsondergang.
Oeqba ibn Amir vertelde: “Er waren drie tijden waarop de Profeet ﷺ ons verbood te bidden of onze doden te begraven: wanneer de zon opkomt totdat zij hoger is gestegen, wanneer zij op haar hoogste stand staat totdat zij daarvan afwijkt, en wanneer zij naar de ondergang neigt totdat zij is ondergegaan.” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 831). De Hanafitische en Hanbalitische rechtsscholen kennen beperkingen voor het janazagebed tijdens deze drie korte perioden, met verdere uitzonderingen en details. In de Malikitische uitleg worden vooral zonsopkomst en zonsondergang vermeden; het hoogste punt van de zon geldt daar niet op dezelfde manier als een verboden tijd. De Sjafiitische rechtsschool geeft vanwege de aanleiding van dit gebed ruimere toestemming, zodat de planning ook de gevolgde juridische uitleg weerspiegelt.
Bijzondere situaties rond het janazagebed
Een overleden kind, een miskraam of een doodgeboorte
Voor een kind dat levend is geboren en daarna overlijdt, wordt het janazagebed verricht. Bij een miskraam of doodgeboorte zonder vastgestelde tekenen van leven na de geboorte verschilt de juridische beoordeling. De gangbare Malikitische, Hanafitische en Sjafiitische opvattingen verbinden het gebed hier aan vastgestelde levenstekenen na de geboorte, met nadere verschillen in hun omschrijving. In de Hanbalitische rechtsschool wordt het gebed ook verricht wanneer de zwangerschap de grens van vier maanden heeft bereikt, zelfs zonder zulke levenstekenen. Die grens hangt samen met de juridische uitleg over het inblazen van de ziel en moet zorgvuldig op de vastgestelde zwangerschapsduur worden toegepast.
Al Moeghira ibn Sjoeba overleverde een tekst waarin het gebed voor een vroeg verloren kind en het vragen van vergeving en barmhartigheid voor de ouders worden genoemd (Overgeleverd door Aboe Dawoed, hadith 3180; authentiek verklaard door al Albani). De rechtsscholen verschillen in de uitleg en toepassing van deze overlevering naast de andere bronnen. Bij een werkelijk verlies hebben ouders daarom behoefte aan een imam die de situatie en de gevolgde rechtsleer zorgvuldig meeweegt. Het al dan niet verrichten van een bepaalde rituele handeling is geen maatstaf voor de liefde voor het kind of de omvang van het verdriet.
Een passende korte smeekbede voor een kind is overgeleverd van al Hasan al Basri: “O Allah, maak hem voor ons tot iemand die ons voorgaat, tot een voorganger en tot een bron van beloning.” (Vermeld door al Boekhari in het boek over de uitvaarten, in de hoofdstukinleiding vóór hadith 1335). Dit zijn woorden van al Hasan, een geleerde uit de generatie na de metgezellen; zij worden hier niet als een uitspraak van de Profeet ﷺ gepresenteerd. De bede verwoordt hoop dat het kind de ouders voorgaat en dat Allah hen voor hun geduld beloont. De tweede uitspraak hieronder gebruikt de vrouwelijke vorm voor een meisje.
Uitspraak: Allaahoemma dj-alhoe lanaa faratan wa salafan wa adjran. Voor een meisje: Allaahoemma dj-alhaa lanaa faratan wa salafan wa adjran.
Bidden voor een afwezige overledene
Bij het gewone janazagebed is het lichaam aanwezig. Een gebed voor een afwezige overledene (salat al ghaib) wordt verricht zonder dat het lichaam vóór de gemeenschap ligt. Aboe Hoeraira vertelde dat de Profeet ﷺ het overlijden van de Nadjasji op de dag van diens overlijden bekendmaakte, met de metgezellen naar de gebedsplaats ging, hen in rijen opstelde en vier takbirs verrichtte (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 1333). De Nadjasji was de vorst van Abessinië en bevond zich niet bij deze gebedsplaats.
De rechtsscholen verschillen over de vraag hoe deze gebeurtenis op andere overledenen wordt toegepast. De gangbare Malikitische en Hanafitische opvattingen schrijven het afwezigheidsgebed niet algemeen voor. De Sjafiitische en Hanbalitische rechtsscholen erkennen het wel, met verschillen in voorwaarden; sommige geleerden beperken het tot iemand voor wie op de plaats van overlijden geen janazagebed is verricht. Wie door afstand niet kan deelnemen, kan in ieder geval een persoonlijke smeekbede voor de overledene doen. Het organiseren van een afwezigheidsgebed vraagt om een bewuste keuze op basis van de gevolgde juridische uitleg.
Het janazagebed na de begrafenis
Wie het gebed vóór de begrafenis heeft gemist, moet twee situaties onderscheiden. Is de overledene begraven zonder dat er überhaupt een janazagebed is verricht, dan moet de gezamenlijke verplichting alsnog worden vervuld volgens de toepasselijke regels. Het bidden bij het graf behoort dan tot de erkende mogelijkheden, ook binnen de Malikitische uitleg. De verantwoordelijke imam beoordeelt welke uitvoering in de situatie mogelijk is en stemt die af met de betrokkenen.
Als de gemeenschap al heeft gebeden en alleen jij de bijeenkomst hebt gemist, ligt het anders. De Sjafiitische en Hanbalitische rechtsscholen bieden onder voorwaarden ruimte om het janazagebed bij het graf te verrichten. De gangbare Malikitische en Hanafitische opvattingen schrijven zo’n herhaling niet voor enkel omdat een deelnemer te laat was. Tot de overleveringen achter het verschil behoort het bericht van Aboe Hoeraira dat de Profeet ﷺ bij het graf bad van iemand die de moskee had schoongemaakt en over wiens overlijden hij niet was ingelicht (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 1337). Een persoonlijke smeekbede voor de overledene blijft in alle gevallen mogelijk.
Meerdere overledenen in één gebed
Het is mogelijk om één janazagebed voor meerdere overledenen te verrichten. Ammar beschreef het gezamenlijke gebed voor Oem Koelthoem en haar zoon, waarbij aanwezige metgezellen de opstelling bevestigden als profetische praktijk (Overgeleverd door Aboe Dawoed, hadith 3193; authentiek verklaard door al Albani). De intentie omvat dan de overledenen voor wie de imam het gebed verricht. Een korte passende smeekbede in het meervoud betekent: “O Allah, vergeef hen en wees hun genadig.” De imam verzorgt de opstelling van de lichamen; de deelnemers sluiten op de gewone manier aan in de rijen.
Uitspraak: Allaahoemmaghfir lahoem warhamhoem.
Het janazagebed in Nederland, België en Vlaanderen
Wie een janazagebed wil bijwonen, heeft vooral betrouwbare informatie nodig over het tijdstip en de plaats. Vraag het betrokken moskeebestuur, de islamitische uitvaartbegeleider of de door de familie aangewezen contactpersoon waar het gebed plaatsvindt en wanneer de deelnemers worden verwacht. Controleer of het direct aansluit op een dagelijks gebed of op een afzonderlijk moment wordt georganiseerd. De gewoonten verschillen tussen gemeenschappen in Nederland, België en Vlaanderen; een bekend patroon uit één moskee is geen vast schema voor alle uitvaarten.
Kom indien mogelijk met rituele reinheid en laat je bij aankomst rustig wijzen waar je kunt aansluiten. Vraag vooraf naar de toegang tot de gebedsruimte, de plaats voor vrouwen en eventuele voorzieningen als je moeilijk kunt staan of lopen. Als het lichaam later elders wordt begraven of naar een ander land wordt gebracht, kunnen het gebed en de begrafenis op verschillende plaatsen en momenten plaatsvinden. Hulp bij het organiseren of ondersteunen van nabestaanden kan vervolgens worden afgestemd op wat de familie werkelijk nodig heeft.
Het afscheid blijft bij de levenden
Na de salam gaan de rijen uiteen, terwijl voor de nabestaanden een lange periode van gemis kan beginnen. Een gezicht dat gewoonlijk aanwezig was, ontbreekt voortaan bij vertrouwde momenten. De gebeden voor de overledene kunnen deel blijven uitmaken van het dagelijks leven van wie achterblijven. Er is daarbij ruimte voor verdriet: tranen en een oprechte bede kunnen naast elkaar bestaan.
Het afscheid raakt ook de levenden aan hun eigen vergankelijkheid. Allah zegt in de Koran: “Iedere ziel zal de dood proeven. Pas op de Dag van de opstanding zullen jullie je beloningen volledig ontvangen. Wie van het Vuur wordt verwijderd en het Paradijs wordt binnengeleid, heeft werkelijk het welslagen bereikt. Het wereldse leven is slechts een bedrieglijk genot.” (Soera Aal Imraan 3:185). De maatstaf van een geslaagd leven reikt daarmee verder dan wat bij een uitvaart zichtbaar of bekend is.
Wie terugkeert van het gebed, kan het afscheid meenemen in zijn eigen verantwoordelijkheden. Er kunnen verhoudingen zijn die om herstel vragen, rechten die nog moeten worden teruggegeven of nabestaanden die over enkele weken evenzeer behoefte hebben aan gezelschap. Voor de overledene blijft de bede om barmhartigheid, voor de levende blijft de tijd waarin handelen mogelijk is. Het janazagebed brengt beide bij elkaar: de hoop waarmee wij iemand aan Allah toevertrouwen en de zorg waarmee wij verder leven.
Bronnen en werkwijze: hoe onze artikelen worden opgebouwd.
Vind je dit interessant? Onze hoofdpagina is ingericht als een wegwijzer door de islam, cultuur en geschiedenis. Ontdek meer via de categorieën bovenaan of gebruik de zoekbalk voor specifieke vragen: BegrijpIslam









