Adriaan Reland en de islam: Europese misverstanden ontkracht

Adriaan Reland bestudeert een Arabisch manuscript in zijn Utrechtse werkkamer

In Utrecht verscheen in 1705 een Latijns boek dat christelijke lezers aanspoorde hun kennis van de islam opnieuw te onderzoeken. De auteur, Adriaan Reland (1676–1718), zag dat vertrouwde beschuldigingen vaak werden herhaald zonder dat iemand de Arabische bronnen controleerde. Hij wilde eerst vaststellen wat moslims zelf geloofden en daarna beoordelen wat Europese schrijvers daarover hadden beweerd. Met De religione Mohammedica (Over de islamitische godsdienst) maakte hij van verkeerde vertalingen, geografische verwarring en overgenomen verhalen een onderwerp van kritisch onderzoek.

Reland bleef zelf een overtuigd protestant. Zijn belangstelling voor de islam ontstond binnen een christelijke academische wereld waarin taalstudie en godsdienstige discussie nauw met elkaar verbonden waren. Juist daarom is zijn werk interessant: hij durfde ook voorstellingen te onderzoeken die in zijn eigen omgeving als vanzelfsprekend golden. Hij verdedigde de islam niet als geloof, maar vond dat een serieus oordeel alleen mogelijk was wanneer men eerst eerlijk beschreef wat moslims werkelijk leerden.

Wie was Adriaan Reland?

Adriaan Reland werd in 1676 geboren in De Rijp, in een predikantsgezin. Hij volgde onderwijs in Amsterdam, studeerde in Utrecht en verbleef daarna enige tijd in Leiden. Na een korte periode als hoogleraar filosofie in Harderwijk kreeg hij in 1701 een leerstoel voor Oosterse talen aan de Universiteit Utrecht. Daar bleef hij werkzaam tot zijn overlijden aan de pokken in 1718. Hij was toen 41 jaar oud.

Tijdens zijn opleiding leerde hij Arabisch van Heinrich Sike. Als jonge student schreef hij De libertate philosophandi (Over de vrijheid van het filosoferen), waarin ruimte voor zelfstandig onderzoek centraal stond. Zijn latere werk omvatte Oosterse talen, oude geografie, kaarten en religieuze teksten. De studie van de islam maakte deel uit van die brede belangstelling voor de wijze waarop mensen hun geloof en hun wereld beschreven.

Reland reisde nooit buiten de Republiek. Zijn kennis van andere samenlevingen kwam uit boeken, handschriften en contacten met geleerden, predikanten en reizigers. Hij verwierf veel manuscripten uit de verzameling van de Leidse arabist Jacob Golius. Andere materialen bereikten hem vanuit Azië, onder meer via Petrus van der Vorm, een Nederlandse predikant in Batavia. Het onderzoek naar een verre wereld vond voor Reland grotendeels plaats aan zijn schrijftafel in Utrecht. Daardoor bleef zijn kennis afhankelijk van de teksten die hem bereikten en van hetgeen anderen hadden verzameld of waargenomen.

Welke beelden van de islam bestonden in Europa rond 1700?

Rond 1700 bestonden in Europa uiteenlopende voorstellingen van de islam. Theologische bestrijding, reisverhalen en taalonderzoek liepen vaak door elkaar heen. In de Republiek speelde bovendien de strijd tussen protestantse en katholieke opvattingen mee. Een schrijver kon een beschuldiging tegen moslims gebruiken om tegelijkertijd een christelijke tegenstander te treffen. Beschrijvingen van de islam vertelden daardoor soms evenveel over Europese conflicten als over moslims zelf.

In Leiden hadden geleerden als Thomas Erpenius en Jacob Golius de toegang tot Arabische teksten vergroot. Reland kon voortbouwen op een academische traditie waarin manuscripten werden verzameld, gekopieerd, vertaald en doorgegeven. Het lezen van die teksten bleef verbonden met religieuze discussies, maar maakte ook nauwkeuriger onderzoek naar islamitische geloofsopvattingen mogelijk.

Binnen deze wereld stelde Reland een eenvoudige maar belangrijke eis: wie een geloof wil beoordelen, moet eerst onderzoeken wat de aanhangers ervan zelf onderwijzen. Een schrijver die dat nalaat, loopt het risico een voorstelling te bestrijden die zijn vermeende tegenstander niet eens herkent. Voor Reland betekende dit niet dat religieuze kritiek moest verdwijnen. Hij vond juist dat zulke kritiek alleen waarde kon hebben wanneer zij was gericht op werkelijk bestaande opvattingen en niet op verzonnen verhalen.

De religione Mohammedica: terug naar de bronnen

De religione Mohammedica bestaat uit twee boeken. Het eerste bevat een beknopte Arabische geloofstekst, voorzien van een Latijnse vertaling en uitvoerige aantekeningen. Het tweede onderzoekt afzonderlijke beweringen die volgens Reland ten onrechte aan moslims waren toegeschreven. De eerste editie behandelde 38 van zulke kwesties. In de uitgebreide editie van 1717 werden er twee toegevoegd, waardoor het totaal op 40 kwam.

Het Arabische geloofscompendium wordt in modern onderzoek verbonden met Kitab al-Arba’in fi usul al-din (De veertig grondslagen van het geloof) van Aboe Hamid al Ghazali (Abu Hamid al-Ghazali). De door Reland gebruikte tekst bevat slechts een selectie. De precieze verhouding tussen zijn versie en het oorspronkelijke werk is niet volledig opgehelderd. Daarom is het zorgvuldiger om van een waarschijnlijke verbinding te spreken dan de tekst zonder voorbehoud als een volledige weergave van het werk van al Ghazali te presenteren.

Relands bronnen reikten verder dan Arabische handschriften. Hij raadpleegde ook Perzische, Maleise en Javaanse teksten, Europese studies en reisbeschrijvingen. Vertalingen die binnen islamitische gemeenschappen werden gebruikt, konden hem helpen de betekenis van moeilijke Arabische woorden te onderzoeken. In de tweede editie besteedde hij bovendien aandacht aan de Latijnse Koranvertaling van Ludovico Marracci. Door verschillende bronnen naast elkaar te leggen, kon hij eerdere conclusies opnieuw beoordelen.

De titel van zijn boek draagt de taal van zijn tijd. Het Latijnse woord Mohammedica sluit aan bij de toenmalige Europese gewoonte om de islam naar Mohammed te noemen. Moslims noemen hun godsdienst islam en aanbidden Allah (God). Profeet Mohammed ﷺ (vrede zij met hem) is Zijn boodschapper en wordt niet aanbeden. De oorspronkelijke titel blijft een herkenningspunt, maar herinnert tegelijk aan het Europese begrippenkader waarin het boek ontstond.

Welke misverstanden over de islam corrigeerde Reland?

Relands methode wordt het duidelijkst wanneer een algemene beschuldiging plaatsmaakt voor een controleerbare vraag. In het tweede deel van zijn boek onderzocht hij uiteenlopende verhalen die Europese schrijvers van elkaar hadden overgenomen. Drie voorbeelden tonen hoe vertaalfouten, onjuiste voorstellingen van de geloofsleer en geografische verwarring konden uitgroeien tot hardnekkige beelden van de islam.

Betekent de zegenwens dat Allah tot de Profeet ﷺ bidt?

In het achtste hoofdstuk behandelt Reland de beschuldiging dat moslims zouden geloven dat Allah voor de Profeet ﷺ bidt. Hij herleidt die voorstelling tot een vertaalprobleem en laat zien dat dezelfde Arabische woordstam niet in iedere samenhang precies dezelfde handeling aanduidt. Wat over Allah wordt gezegd, kan niet zonder meer dezelfde betekenis krijgen als wanneer het over mensen of engelen gaat.

De Koranpassage waarop deze discussie betrekking heeft, luidt in betekenis: “Voorwaar, Allah schenkt de Profeet Zijn zegen en Zijn engelen bidden voor hem. O jullie die geloven, vraag zegen voor hem en begroet hem met vrede.” (Soera al Ahzab 33:56). In de islamitische uitleg wordt de zegen van Allah onder meer verbonden met Zijn lof voor de Profeet ﷺ bij de engelen, terwijl de engelen voor hem om zegen vragen. Allah wordt daarmee niet voorgesteld als iemand die een hogere macht aanroept.

Voor een lezer die de brontaal niet kent, kan een letterlijke vertaling overtuigend klinken terwijl zij de werkelijke betekenis vervormt. Wanneer latere schrijvers daarop voortbouwen, wordt de oorspronkelijke fout steeds verder verspreid. Relands bespreking laat zien waarom religieuze taal niet uitsluitend met een woordenboek kan worden verklaard. Ook context, gebruik en theologische betekenis moeten worden onderzocht.

Sluit de islam vrouwen uit van het paradijs?

In het achttiende hoofdstuk bespreekt Reland de bewering dat vrouwen volgens de islam geen toegang tot het paradijs zouden hebben. Hij plaatst daar Koranverzen tegenover waarin mannen en vrouwen uitdrukkelijk samen worden genoemd. De beschuldiging wordt daarmee niet alleen tegengesproken door een algemene uitleg, maar door een bron waarin de betwiste vraag rechtstreeks aan bod komt.

Allah zegt: “Wie iets slechts doet, wordt slechts met iets gelijks vergolden. En wie iets goeds doet, man of vrouw, en gelovig is: zij zullen het paradijs binnengaan, waar zij zonder beperking worden voorzien.” (Soera Ghafir 40:40). Geloof en goede daden worden hier verbonden met zowel mannen als vrouwen. Het vers biedt daarom geen grond om vrouwen als groep van het paradijs uit te sluiten.

Relands correctie lost niet iedere discussie over de positie van vrouwen in één keer op. Zij toont iets anders: een concrete beschuldiging moet worden getoetst aan bronnen die werkelijk over dat onderwerp spreken. De stelligheid waarmee een verhaal wordt herhaald, kan de inhoud van die bronnen niet vervangen.

Gaan moslims naar Mekka om het graf van de Profeet ﷺ te bezoeken?

In het negentiende hoofdstuk corrigeert Reland de verwarring tussen Mekka en Medina. De Profeet ﷺ is in Medina begraven, terwijl de bedevaart naar Mekka een andere bestemming en betekenis heeft. Hij bespreekt daarbij ook het Europese verhaal dat de kist van de Profeet ﷺ door magneten in de lucht zou worden gehouden. Dat verhaal behoorde tot de verzonnen beelden die eeuwenlang werden overgenomen.

De bedevaart naar Mekka is gericht op de aanbidding van Allah en omvat rituelen rond onder meer de Kaaba en Arafat. Een bezoek aan Medina kan tijdens dezelfde reis plaatsvinden, maar vormt niet de reden waarom moslims de bedevaart naar Mekka verrichten. Wie beide steden samenvoegt, maakt niet alleen een geografische fout, maar geeft ook een verkeerde voorstelling van een religieuze handeling.

In de editie van 1717 verscheen bovendien een gravure van de heilige moskee in Mekka. Zij was gebaseerd op een schilderij dat de Zweedse geleerde en reiziger Michael Eneman aan Reland had laten zien. De afbeelding gaf Europese lezers een nauwkeuriger voorstelling van de plaats dan veel eerdere fantasierijke afbeeldingen. Tegelijk bleef zij gebaseerd op de waarneming en voorstelling van iemand anders; Reland had Mekka zelf nooit bezocht.

Was Adriaan Reland een verdediger van de islam?

Reland verdedigde moslims tegen concrete onjuiste beschuldigingen, maar bleef vanuit zijn protestantse overtuiging schrijven. Ook het weerleggen van de islam behoorde tot de doelen van zijn onderzoek. Zijn uitgangspunt was dat een christelijke bestrijding weinig waarde had wanneer zij gericht was tegen opvattingen die moslims zelf niet aanhingen. Eerst moest de islam herkenbaar en op basis van eigen bronnen worden beschreven; pas daarna achtte hij een inhoudelijk oordeel zinvol.

Het woord ‘verdediger’ past daarom slechts gedeeltelijk. Hij verdedigde de noodzaak van nauwkeurigheid en verzette zich tegen aantoonbaar onjuiste verhalen. Dat betekende niet dat hij de islam als waar aanvaardde of zijn protestantse geloof opgaf. Juist deze combinatie maakt zijn positie historisch interessant: hij kon het geloof van moslims afwijzen en tegelijk erkennen dat veel Europese beschuldigingen ondeugdelijk waren.

Zijn manier van schrijven veranderde bovendien in de loop van zijn leven. In disputaties uit 1696, waaronder Exercitatio philologico-theologica De consensu Mohammedanismi et Judaismi (Filologisch-theologische verhandeling over de overeenkomsten tussen de islam en het jodendom), gebruikte hij scherpere en meer vijandige bewoordingen dan in zijn latere werk. De ontwikkeling naar een zorgvuldiger beschrijving vond dus niet buiten zijn christelijke overtuiging plaats, maar binnen een groeiende bereidheid om bronnen nauwkeuriger te lezen.

Hoe ver reikte Relands kennis van de islam?

Een verzameling handschriften kan nooit vanzelf de volledige werkelijkheid van een godsdienst vertegenwoordigen. Een geloofscompendium, een juridisch handboek en een reisverslag beantwoorden verschillende vragen. De teksten die een geleerde bezit, laten bovendien vooral zien welke bronnen hem hebben bereikt. Daaruit volgt niet dat iedere tekst binnen alle islamitische gemeenschappen hetzelfde gezag of dezelfde betekenis had.

Relands materiaal kan evenmin tot één islamitische rechtsschool worden beperkt. Hij bezat onder meer Ghayat al-ikhtisar (Het uiterste van beknoptheid), het sjafiitische rechtshandboek van Aboe Shoedjaa al Isfahani (Abu Shuja al-Isfahani). Voor zijn afzonderlijke werk De jure militari Mohammedanorum (Over het oorlogsrecht van moslims) uit 1708 steunde hij onder meer op het Perzische Jami-i Abbasi (Het Abbasidische compendium), een juridisch werk uit de sjiitische traditie. Deze bronnen behoorden tot verschillende onderdelen van zijn onderzoek en mogen niet worden voorgesteld alsof zij samen één uniforme islamitische rechtsleer vertegenwoordigden.

Vooral het onderscheid tussen geloofsleer, rechtsvoorschrift en geleefde praktijk blijft belangrijk. Een juridisch handboek beschrijft hoe een handeling volgens een bepaalde geleerde traditie behoort te worden verricht. Een reiziger vertelt wat hij op een specifieke plaats heeft waargenomen of meende te begrijpen. Beide kunnen waardevolle informatie bevatten, maar zij beantwoorden niet dezelfde vraag. Wanneer al die beschrijvingen zonder onderscheid onder de algemene naam ‘islam’ worden samengebracht, verdwijnen de grenzen van de afzonderlijke bronnen uit beeld.

Hoe werd zijn boek in Europa ontvangen?

De religione Mohammedica bereikte lezers buiten de Latijnse academische wereld. Een eerste Engelse vertaling verscheen in 1712, gevolgd door een Nederlandse vertaling in 1718 en een Franse in 1721. Er verschenen ook Duitse vertalingen. De Nederlandse uitgave kwam uit in het jaar waarin Reland overleed. Deze verspreiding laat zien dat de belangstelling voor zijn onderwerp verder reikte dan de Universiteit Utrecht.

Het boek riep ook weerstand op. In 1725 werd het opgenomen in de katholieke Index librorum prohibitorum (Lijst van verboden boeken). Tegelijk bleef het beschikbaar als bron voor andere Europese onderzoekers. George Sale maakte er gebruik van bij zijn Engelse Koranvertaling uit 1734. Verbod, vertaling en wetenschappelijk gebruik vertegenwoordigen verschillende reacties op hetzelfde werk.

Hoe groot Relands invloed precies was, moet per schrijver en publicatie worden onderzocht. Het verschijnen van nauwkeuriger informatie zorgt er niet automatisch voor dat oude verhalen verdwijnen. Een vertaling kan nieuwe lezers bereiken, terwijl vertrouwde beschuldigingen elders gewoon verder worden herhaald. Het belang van zijn boek lag daarom niet alleen in wat het onmiddellijk veranderde, maar ook in het beschikbaar maken van argumenten en bronnen waarmee latere lezers zelf onderzoek konden doen.

Een ander geloof eerlijk leren beschrijven

De moeilijkste stap in onderzoek ontstaat soms wanneer een bron een vertrouwde overtuiging tegenspreekt. Dan staat niet alleen een losse bewering ter discussie, maar ook het vertrouwen waarmee iemand eerder heeft gesproken. Het vraagt intellectuele eerlijkheid om een oordeel opnieuw te formuleren en zichtbaar te erkennen dat een veel herhaald verhaal niet door de bronnen wordt gedragen. De ontwikkeling in Relands werk laat zien dat zo’n correctie mogelijk is zonder verschillen tussen religies te ontkennen.

Voor wie over de islam schrijft, brengt dat een verantwoordelijkheid tegenover werkelijke mensen mee. Een moslim mag verwachten dat zijn geloof herkenbaar wordt weergegeven, ook door iemand die het niet deelt. Kritiek verliest haar geloofwaardigheid wanneer zij afhankelijk is van verkeerde vertalingen, verzonnen rituelen of verhalen die niemand heeft gecontroleerd.

Relands werk behoort tot een andere tijd en draagt ook de beperkingen van die tijd. Toch blijft zijn belangrijkste vraag actueel: beschrijven wij werkelijk het geloof van de ander, of slechts het beeld dat onze eigen omgeving ervan heeft gemaakt? Wanneer een onderzoeker die vraag serieus neemt, krijgt de ander de ruimte om eerst gehoord te worden. Daarin ligt de blijvende betekenis van deze Utrechtse geleerde, meer dan drie eeuwen nadat zijn boek voor het eerst verscheen.

Bronnen en werkwijze: hoe onze artikelen worden opgebouwd.

Vind je dit interessant? Onze hoofdpagina is ingericht als een wegwijzer door de islam, cultuur en geschiedenis. Ontdek meer via de categorieën bovenaan ☰ of gebruik de zoekbalk voor specifieke vragen: BegrijpIslam

Lees Begrijp Islam makkelijker
Installeer de app en open artikelen direct vanaf je startscherm.