Oethman ibn Mazoen (Uthman ibn Mazun), moge Allah (God) tevreden met hem zijn, behoorde tot de vroegste metgezellen van Profeet Mohammed ﷺ (vrede zij met hem). Hij verliet Mekka om zijn geloof te beschermen, zocht veiligheid in Abessinië en bouwde later met de moslims een nieuw bestaan op in Medina. Daar nam hij deel aan de slag bij Badr en overleed hij terwijl de nieuwe gemeenschap nog maar enkele jaren bestond.
Zijn levensverhaal bevat ingrijpende keuzes, maar ook persoonlijke gesprekken over het huwelijk, aanbidding en de grenzen van menselijke zekerheid. We ontmoeten een toegewijde gelovige die veel van zichzelf vroeg, een echtgenoot die begeleiding nodig had en een metgezel van wie het afscheid de Profeet ﷺ raakte.
Wie was Oethman ibn Mazoen?
Oethman behoorde tot Banoe Djoemah (Banu Jumah), een clan van de Mekkaanse stam Koeraisj (Quraysh). Zijn aanspreeknaam was Aboe as Saaib (Abu al Saib): vader van as Saaib. Hij moet worden onderscheiden van Oethman ibn Affan, moge Allah tevreden met hem zijn, de latere derde kalief. Het gaat om twee verschillende metgezellen.
Zijn vrouw was Khawla bint Hakiem, moge Allah tevreden met haar zijn. De biograaf Ibn Saad noemt in al Tabaqat al Kubra twee zonen uit hun huwelijk: Abdoerrahman (Abd al Rahman) en as Saaib, moge Allah tevreden met hem zijn. Ook as Saaib wordt in de oude bronnen onder de emigranten naar Abessinië genoemd. De geschiedenis van Oethman is daardoor mede de geschiedenis van een gezin dat betrokken raakte bij de vroege islam en de onzekerheid die daarmee gepaard ging.
Over zijn geboortejaar en jeugd beschikken we over weinig betrouwbare bijzonderheden. Zijn leven wordt duidelijker zichtbaar vanaf zijn bekering, toen de verkondiging in Mekka nog een kleine groep mensen bereikte.
Een vroege geloofskeuze in Mekka
Ibn Ishaq rekent Oethman tot de eerste mannen die de islam aannamen. Volgens zijn telling waren slechts dertien mannen hem daarin voorgegaan. Zulke vroege tellingen moeten als gegevens uit de biografische overlevering worden gelezen; zijn plaats onder de eerste moslims is belangrijker dan een exact volgnummer. Zijn verbondenheid met de Profeet ﷺ begon in ieder geval lang vóór de emigratie naar Medina.
Een overlevering in Musnad Ahmad, de hadithverzameling van Ahmad ibn Hanbal, verbindt de verdieping van zijn geloof met een ontmoeting bij het huis van de Profeet ﷺ. Abdoellah ibn Abbas (Abdullah ibn Abbas), moge Allah tevreden met hem zijn, vertelde dat de Profeet ﷺ tijdens hun gesprek een openbaring ontving en die vervolgens aan Oethman meedeelde. Oethman verklaarde volgens dit bericht dat het geloof toen in zijn hart tot rust kwam en zijn liefde voor de Profeet ﷺ groeide. Ibn Kathir beoordeelde de overleveringsketen als goed (hasan), terwijl al Albani haar zwak (daif) achtte. (Musnad Ahmad, hadith 2922).
Het betreft het vers waarin Allah zegt: “Voorwaar, Allah gebiedt rechtvaardigheid, goedheid en het geven aan verwanten. Hij verbiedt onzedelijkheid, het verwerpelijke en onderdrukking. Hij vermaant jullie, opdat jullie er lering uit trekken.” (Soera an Nahl, vers 90).
De eerste emigratie naar Abessinië
Toen de vervolging in Mekka toenam, vertrok een groep moslims naar Abessinië, in de Hoorn van Afrika. Deze eerste emigratie wordt doorgaans rond het jaar 615 geplaatst. Zij zochten daar ruimte om hun geloof te behouden, buiten het bereik van de Mekkaanse machthebbers.
Oethman behoorde tot deze eerste groep. Ibn Hisham vermeldt bovendien een historisch bericht waarin hij als leider van de groep wordt genoemd. Dat gegeven laat zien welke verantwoordelijkheid hem al vroeg werd toegeschreven, zonder dat daarmee een afzonderlijke benoeming door de Profeet ﷺ is aangetoond.
De veiligheid in Abessinië betekende echter geen definitieve breuk met Mekka. Toen onder de emigranten het bericht rondging dat de Mekkanen de islam hadden aangenomen, keerden sommigen terug. Ook Oethman kwam terug. Bij hun nadering bleek dat de werkelijkheid niet overeenkwam met het nieuws waarop zij hadden vertrouwd: de vijandigheid was niet verdwenen. Opnieuw moesten zij nadenken over hun veiligheid en de mogelijkheid om hun eigen stad binnen te gaan.
Waarom gaf hij de bescherming van al Walied op?
Oethman ging Mekka binnen onder de bescherming van al Walied ibn al Moeghira (al Walid ibn al Mughira), een invloedrijke Mekkaan. In de toenmalige samenleving kon een machtige man publiekelijk bescherming verlenen. Wie de beschermde persoon aanviel, riskeerde daarmee een conflict met diens beschermheer.
Ibn Ishaq vertelt dat Oethman moeite kreeg met het verschil tussen zijn eigen veiligheid en de behandeling van zijn geloofsgenoten. Hij kon zich betrekkelijk vrij bewegen, terwijl anderen werden bedreigd en mishandeld. Daarom vroeg hij al Walied de bescherming te beëindigen. Volgens het bericht benadrukte hij dat al Walied zijn belofte correct was nagekomen. Vervolgens maakte hij zijn besluit openbaar, zoals ook de bescherming openbaar was verleend.
Deze bekende vertelling is door Ibn Hisham bewaard, maar de overleveringsketen bevat een niet bij naam genoemde tussenschakel. Het bericht beschrijft Oethmans persoonlijke afweging en vermeldt geen bevel van de Profeet ﷺ om dergelijke bescherming af te wijzen.
Het gesprek met Labied en zijn gewonde oog
Binnen dezelfde historische vertelling volgt een ontmoeting met de dichter Labied ibn Rabia (Labid ibn Rabia), moge Allah tevreden met hem zijn, die later moslim werd. Labied droeg in een Mekkaans gezelschap een dichtregel voor over de vergankelijkheid van alles buiten Allah. Oethman stemde daarmee in. Toen de dichter vervolgde dat ieder geluk onvermijdelijk verdwijnt, sprak Oethman hem tegen: het geluk van het paradijs houdt niet op.
Het gesprek liep volgens het bericht uit op een woordenwisseling. Een aanwezige sloeg Oethman op zijn oog, waardoor het verkleurde. Al Walied zag wat er was gebeurd en wees hem erop dat zijn eerdere bescherming hem dit had kunnen besparen. Oethman bleef bij zijn keuze. In de overgeleverde woorden verklaarde hij zelfs dat zijn gezonde oog bereid was hetzelfde te verdragen. Hij wees ook het aanbod af om opnieuw onder al Walieds bescherming te komen. Zijn keuze hing in dit verhaal samen met zijn wens om bij zijn vervolgde geloofsgenoten te blijven; het is geen algemene aansporing om verwondingen op te zoeken.
De eerste uitspraak van Labied wordt overigens ook onafhankelijk van deze gebeurtenis in een authentieke hadith genoemd. De Profeet ﷺ zei: “De waarachtigste uitspraak van een dichter is die van Labied: ‘Alles buiten Allah is vergankelijk.’” (Overgeleverd door al Boekhari (al Bukhari), hadith 6147). Deze hadith bevestigt de waardering voor die uitspraak; daarmee zijn niet automatisch alle bijzonderheden van de Mekkaanse woordenwisseling bevestigd. sunnah.com
Opnieuw naar Abessinië, daarna naar Medina
Oethmans terugkeer naar Mekka betekende nog geen blijvende vestiging. Ibn Saad vermeldt uitdrukkelijk dat hij aan beide emigraties naar Abessinië deelnam, volgens de overleveringen van Ibn Ishaq en al Waqidi. Zijn levensweg omvat dus meer dan één vertrek naar dat land. Over de precieze duur en alle tussenliggende gebeurtenissen geven de bronnen weinig samenhangende bijzonderheden.
Uiteindelijk emigreerde hij naar Medina. De berichten over deze emigratie laten zien hoe ingrijpend de keuze voor zijn familie was. Volgens een historische overlevering bij Ibn Saad vertrokken de mannen en vrouwen van de familie gezamenlijk, zodat hun huizen in Mekka gesloten achterbleven. Daarmee kreeg de emigratie voor hen ook een heel tastbare betekenis: een vertrouwde woonplaats werd achtergelaten en elders moest een huishouden worden opgebouwd.
Een authentieke overlevering vertelt hoe Oethman onderdak kreeg. De inwoners van Medina die de emigranten opvingen, de helpers (ansaar), verdeelden de huisvesting door loting. Oethman kwam terecht bij het huishouden van Oem al Alaa (Umm al-Ala), moge Allah tevreden met haar zijn. Zij zou later ook vertellen over zijn ziekte en overlijden. Door haar herinneringen kennen we hem niet alleen als emigrant, maar ook als iemand die in een ander gezin werd opgenomen en daar werd verzorgd. (Al Boekhari, hadith 3929).
Zijn deelname aan Badr
Oethman nam in het tweede jaar van de islamitische jaartelling deel aan de slag bij Badr. Zijn aanwezigheid wordt in de biografische bronnen vermeld. De man die eerder bescherming buiten Mekka had gezocht, maakte nu deel uit van de gemeenschap die zich vanuit Medina tegen de Mekkaanse tegenstand verdedigde.
Zijn toewijding aan aanbidding ging samen met deelname aan haar gezamenlijke verantwoordelijkheden. Zijn leven in Medina bleef echter kort: hij overleed na Badr, vóór veel van de gebeurtenissen die de latere geschiedenis van de metgezellen zouden bepalen.
Hoe begeleidde de Profeet ﷺ zijn toewijding?
Oethman staat in de overleveringen bekend om zijn grote ijver in aanbidding. Hij wilde zich vergaand wijden aan vasten, gebed en onthouding. Juist in dit persoonlijke deel van zijn leven vinden we enkele van de duidelijkste authentieke berichten over hem.
Saad ibn Aboe Waqqas (Sa’d ibn Abi Waqqas), moge Allah tevreden met hem zijn, vertelde: “De Boodschapper van Allah gaf Oethman ibn Mazoen geen toestemming om zich van het huwelijksleven te onthouden. Als hij hem daarvoor toestemming had gegeven, zouden wij ons hebben laten castreren.” (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 5073). Oethman wilde zich geheel aan aanbidding wijden. De laatste woorden beschrijven een veronderstelde mogelijkheid volgens Saad; ze zijn geen uitspraak van de Profeet ﷺ.
Een langere overlevering van Aisja (Aisha), moge Allah tevreden met haar zijn, vertelt dat Khawla bij haar op bezoek kwam en haar uiterlijk had verwaarloosd. Toen de Profeet ﷺ dat zag, legde Aisja uit dat Oethman overdag vastte en ’s nachts bad. Zijn vrouw leefde daardoor alsof zij geen echtgenoot had en had de verzorging van zichzelf laten varen. (Overgeleverd door Ahmad ibn Hanbal, Musnad Ahmad, hadith 26308; Shoeayb al Arnaoet (Shuayb al Arnaut) beoordeelde de overleveringsketen als goed, hasan).
De Profeet ﷺ liet Oethman bij zich komen en vroeg: “O Oethman, heb je je van mijn levenswijze afgekeerd?” Oethman antwoordde dat hij juist die levenswijze wilde volgen. Daarop zei de Profeet ﷺ: “Ik slaap en bid, ik vast op sommige dagen en op andere niet, en ik trouw met vrouwen. Vrees daarom Allah, Oethman. Je gezin heeft rechten op jou, je gast heeft rechten op jou en jijzelf hebt rechten op jou. Vast op sommige dagen en op andere niet, bid en slaap.” (Overgeleverd door Aboe Dawoed (Abu Dawud), hadith 1369; door al Albani beoordeeld als authentiek, sahih).
De Profeet ﷺ gaf hem hiermee een concrete maatstaf. Bij vrijwillige aanbidding moest hij rekening houden met zijn gezin, zijn gasten en zijn eigen behoefte aan rust. Ook die rechten behoorden tot zijn verantwoordelijkheid tegenover Allah. Zijn oprechte verlangen om de Profeet ﷺ te volgen had dus begeleiding nodig bij de manier waarop hij dat verlangen vormgaf.
Zijn laatste dagen in Medina
Wanneer overleed Oethman ibn Mazoen?
Oethman werd in Medina ziek en overleed daar na zijn deelname aan Badr. Over de precieze datering bestaan verschillende berichten. Ibn Hadjar (Ibn Hajar) plaatst zijn overlijden in het tweede jaar van de islamitische jaartelling. Ibn Saad noemt de maand Sjabaan van het derde jaar; ook adh Dhahabi (al Dhahabi) vermeldt die datering. Een exacte overlijdensdatum kan daarom niet zonder voorbehoud worden gegeven.
Een bekende overlevering van Aisja beschrijft het afscheid van de Profeet ﷺ. Zij vertelde: “Ik zag de Boodschapper van Allah Oethman ibn Mazoen kussen, nadat Oethman was overleden, en ik zag zijn tranen stromen.” (Overgeleverd door Aboe Dawoed, hadith 3163; at Tirmidhi, hadith 989). At Tirmidhi beoordeelde het bericht als goed en authentiek (hasan sahih), en al Albani als authentiek (sahih); de Darussalam-uitgave van at Tirmidhi vermeldt daarentegen een zwakke beoordeling van de overleveringsketen.
Wat zei de Profeet ﷺ bij zijn overlijden?
Oem al Alaa had Oethman tijdens zijn ziekte verzorgd. Toen hij was overleden en in zijn doeken was gelegd, kwam de Profeet ﷺ binnen. Zij zei: “Moge Allah je genadig zijn, Aboe as Saaib. Ik getuig dat Allah je eer heeft bewezen.” De Profeet ﷺ vroeg haar: “Hoe weet je dat Allah hem eer heeft bewezen?” Zij antwoordde dat zij het niet wist en vroeg wie Allah dan wel eer zou bewijzen. Over Oethman zei de Profeet ﷺ: “Wat hem betreft: bij Allah, de dood is tot hem gekomen. Bij Allah, ik hoop op het goede voor hem.” (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 3929).
In een andere overleveringsvorm van dit gesprek staat dat de Profeet ﷺ niet wist wat er met Oethman zou worden gedaan. (Al Boekhari, hadith 7004). Zijn antwoord bewaart het onderscheid tussen goede hoop voor een overledene en zekerheid over het onzichtbare. Oem al Alaa kende Oethman van dichtbij en had hem verzorgd; toch kon zij op grond daarvan niet met zekerheid spreken over Allahs oordeel. Zij nam de terechtwijzing ter harte en besloot voortaan geen vergelijkbare zekerheid over iemand uit te spreken.
Haar verhaal eindigt bovendien met een bemoedigend bericht. Zij zag in een droom een stromende bron die aan Oethman toebehoorde. Toen zij dit aan de Profeet ﷺ vertelde, antwoordde hij: “Dat zijn zijn daden.” (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 7004). De uitleg van deze specifieke droom kwam van de Profeet ﷺ zelf. Zij geeft geen grond om aan iedere latere droom over een overledene dezelfde zekerheid toe te kennen.
Zijn graf in al Baqi en de woorden ‘mijn broeder’
Oethman werd begraven op al Baqi, de begraafplaats van Medina. Ibn Hadjar noemt hem de eerste van de emigranten naar Medina (moehadjiroen) die daar werd begraven. Die nadere bepaling hoort bij de historische vermelding: het gaat om de eerste onder de emigranten.
Over het markeren van zijn graf bewaart Aboe Dawoed een bijzonder bericht. De Profeet ﷺ vroeg iemand een steen te brengen. Toen de man die niet kon dragen, ging de Profeet ﷺ er zelf naartoe en stroopte zijn mouwen op. Vervolgens droeg hij de steen naar het graf en legde hem bij het hoofdeinde. Daarbij zei hij: “Hiermee herken ik het graf van mijn broeder, en naast hem zal ik degenen van mijn familie begraven die overlijden.” (Overgeleverd door Aboe Dawoed, hadith 3206; door al Albani beoordeeld als goed, hasan).
De steen gaf het graf een herkenbare plaats. De woorden ‘mijn broeder’ geven het afscheid zijn persoonlijke betekenis. Oethman had meerdere keren zijn woonplaats verlaten om zijn geloof te beschermen. In Medina kreeg hij een rustplaats die de Profeet ﷺ zelf wilde kunnen terugvinden.
Bronnen en werkwijze: hoe onze artikelen worden opgebouwd.
Vind je dit interessant? Onze hoofdpagina is ingericht als een wegwijzer door de islam, cultuur en geschiedenis. Ontdek meer via de categorieën bovenaan of gebruik de zoekbalk voor specifieke vragen: BegrijpIslam









