Wie vermoedt dat hij getroffen is door toverij (sihr), soms ook aangeduid als zwarte magie, zoekt meestal niet uit nieuwsgierigheid naar informatie. Vaak is er al onrust. Een huwelijk is plotseling veranderd, iemand kampt met klachten waarvoor nog geen duidelijke verklaring is gevonden, er zijn terugkerende nachtmerries of iemand heeft van een familielid of behandelaar te horen gekregen dat er “iets” met hem zou zijn.
Juist op zo’n moment kan een lange lijst met vermeende symptomen meer kwaad dan goed doen. Wie genoeg symptomen leest, zal bijna altijd iets herkennen.
De islam neemt sihr serieus. De Koran spreekt erover en in authentieke overleveringen wordt beschreven dat ook Profeet Mohammed ﷺ (vrede zij met hem) ermee werd getroffen en dat Allah hem genezing schonk. (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 5763; Moeslim, hadith 2189). Maar daaruit volgt niet dat de islam ons een eenvoudige test heeft gegeven waarmee hoofdpijn, huwelijksproblemen, slapeloosheid of een lichamelijke reactie tijdens Koranrecitatie automatisch als bewijs van sihr kunnen worden aangemerkt.
Dat onderscheid vormt het uitgangspunt van dit artikel. Sihr wordt niet ontkend, maar evenmin gebruikt als verklaring voor alles wat moeilijk te begrijpen is. Koranrecitatie en smeekbeden voor bescherming en genezing (roqyah) hebben een duidelijke plaats in de profetische leiding (soenna), terwijl medische behandeling, nuchter onderzoek en voorzichtigheid met beschuldigingen eveneens bij verantwoordelijkheid horen.
Het boze oog, afgunst en de wereld van de djinn zijn werkelijkheden waarover de islam eigen teksten kent, maar niet iedere tegenslag moet zonder bewijs onder één bovennatuurlijke verklaring worden geplaatst.
Sihr is werkelijk, maar bezit geen zelfstandige macht
Een van de duidelijkste Koranverzen over sihr staat in Soera al Baqara. Het vers noemt niet alleen magie, maar ook het veroorzaken van verwijdering tussen echtgenoten. Tegelijk neemt het iedere gedachte weg dat een tovenaar zelfstandig over mensen zou kunnen beschikken.
Allah (God) zegt: “En zij volgden wat de duivels voordroegen over het koningschap van Salomo. Salomo was niet ongelovig, maar de duivels waren ongelovig: zij leerden de mensen magie en wat aan de twee engelen in Babylon, Harut en Marut, was neergezonden. Maar die twee leerden niemand iets voordat zij zeiden: ‘Wij zijn slechts een beproeving, word dus niet ongelovig.’ Toch leerden zij van hen datgene waarmee zij scheiding konden veroorzaken tussen een man en zijn echtgenote. Maar zij konden daarmee niemand schaden behalve met toestemming van Allah. Zij leerden wat hun schaadde en niet baatte. En zij wisten dat wie het kocht geen aandeel zou hebben in het Hiernamaals. Slecht was werkelijk datgene waarvoor zij zichzelf verkochten, als zij het maar wisten.” (Soera al Baqara 2:102).
Het vers bevestigt dus twee zaken tegelijk. Sihr wordt niet als verzinsel behandeld, maar de schade ervan staat nooit buiten Allahs beschikking. Dat laatste is essentieel voor het hart van een gelovige. Een tovenaar, amulet, verborgen ritueel, djinn of mens bezit geen onafhankelijke macht waarmee hij buiten Allah om iemands leven beheerst.
Juist daarom behoort geloof in sihr niet tot een leven van voortdurende angst te leiden. De moslim erkent het onzichtbare waar Allah en Zijn Boodschapper daarover hebben gesproken, maar hij verheft dat onzichtbare niet tot een tweede macht naast Allah. Als schade iemand bereikt, gebeurt dat binnen wat Allah toestaat; als zij hem niet bereikt, is ook dat door Allahs bescherming. Deze overtuiging is geen reden om middelen achterwege te laten, maar wel een bescherming tegen paniek.
Zijn er herkenbare signalen van sihr?
In latere literatuur en hedendaagse roqyahpraktijken worden verschillende mogelijke signalen genoemd: een plotselinge en moeilijk verklaarbare afkeer tussen echtgenoten, sterke onrust, terugkerende nare dromen, lichamelijke klachten waarvoor nog geen duidelijke verklaring is gevonden of een opvallende reactie tijdens Koranrecitatie.
Zulke verschijnselen kunnen voor iemand aanleiding zijn om naast andere oorzaken ook aan een geestelijke dimensie te denken. Maar er bestaat geen authentieke overlevering waarin de Profeet ﷺ een vaste diagnostische lijst gaf waarmee iemand op basis van een aantal symptomen kan vaststellen dat hij zeker betoverd is.
Dat verschil is belangrijk. Soera al Baqara bevestigt dat sihr kan worden gebruikt om verwijdering tussen echtgenoten te veroorzaken, maar niet iedere huwelijkscrisis is daarom sihr. Financiële druk, vermoeidheid, gekwetst vertrouwen, slechte communicatie, verslaving, ziekte, jaloezie, familiale inmenging of langdurige stress kunnen eveneens een huwelijk ontwrichten.
De islamitische kijk op de mens beperkt zich echter ook niet tot alleen materiële oorzaken. De gelovige weet dat de duivel probeert mensen tot zonde, vijandschap en verwijdering te brengen. Jabir ibn Abdullah (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Profeet ﷺ zei: “Iblis plaatst zijn troon op het water en stuurt vervolgens zijn troepen uit. Degene die het dichtst bij hem staat, is degene die de grootste beproeving veroorzaakt. Eén van hen komt en zegt: ‘Ik heb dit en dat gedaan.’ Hij zegt: ‘Je hebt niets gedaan.’ Daarna komt een ander en zegt: ‘Ik liet hem niet met rust totdat ik hem van zijn vrouw had gescheiden.’ Dan brengt Iblis hem dichtbij, zegt: ‘Jij hebt het goed gedaan’, en omhelst hem.” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 2813).
Dit betekent niet dat iedere ruzie tussen man en vrouw door een djinn of door sihr veroorzaakt wordt. Het betekent wel dat de gelovige naast financiële, psychologische en sociale oorzaken ook zijn geestelijke leven niet verwaarloost. Gebed, Godsherdenking, berouw, goede omgangsvormen en het beschermen van het huis tegen zonde behoren tot een gezonde islamitische levenswijze, ongeacht of er ooit sprake is van sihr.
Een sterke reactie tijdens roqyah is geen diagnose
In sommige kringen is de gedachte ontstaan dat huilen, trillen, geeuwen, misselijkheid, hoofdpijn of hevige spanning tijdens Koranrecitatie vrijwel automatisch bewijst dat iemand getroffen is door sihr, het boze oog of een djinn. Voor zo’n zekerheid bestaat geen authentieke diagnostische regel uit de profetische leiding.
Een mens kan hevig reageren omdat hij bang is voor wat er gaat gebeuren, omdat hij al gespannen binnenkomt, omdat een passage hem emotioneel raakt of omdat hij lichamelijk ziek is. Ook rust, huilen of een sterk gevoel van verlichting kunnen optreden zonder dat daaruit een specifieke verborgen oorzaak kan worden vastgesteld. Omgekeerd bewijst het ontbreken van een bijzondere reactie evenmin dat sihr met zekerheid uitgesloten is.
Daarom moet onderscheid worden gemaakt tussen wat iemand waarneemt en wat hij daaruit concludeert. “Ik begon tijdens de recitatie hevig te trillen” beschrijft een ervaring. “Ik ben dus zeker betoverd en mijn schoonzus heeft het gedaan” voegt twee conclusies toe waarvoor die ervaring op zichzelf geen bewijs vormt.
Ibn Oethaymien waarschuwde in dezelfde geest tegen het verschijnsel dat mensen gewone gebeurtenissen of klachten te snel aan djinn, het boze oog of sihr toeschrijven. Hij ontkende deze werkelijkheden niet, maar wees erop dat overmatige achterdocht en influisteringen iemand ertoe kunnen brengen overal een bovennatuurlijke verklaring in te zien.
Dat is een belangrijke middenweg. De islam vraagt niet dat een moslim het onzichtbare ontkent om nuchter te zijn. Hij vraagt evenmin dat hij zijn nuchterheid opgeeft omdat hij in het onzichtbare gelooft.
Roqyah en medische behandeling zijn geen rivalen
Sommige mensen wachten met medische hulp omdat zij eerst willen weten of hun probleem “geestelijk” of “lichamelijk” is. Die tegenstelling hoeft niet gemaakt te worden. Een moslim kan Allah om genezing vragen, Koran reciteren en tegelijkertijd een arts, psycholoog of andere bevoegde deskundige raadplegen. Beide behoren tot het gebruiken van toegestane middelen.
Oesama ibn Sjarik (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat bedoeïenen de Profeet ﷺ vroegen of zij zich moesten laten behandelen. Hij antwoordde: “Laat jullie behandelen, dienaren van Allah, want Allah heeft geen ziekte geschapen zonder daarvoor ook een behandeling te hebben geschapen, behalve één ziekte.” Zij vroegen: “Welke, Boodschapper van Allah?” Hij zei: “De ouderdom.” (Overgeleverd door Aboe Dawoed, hadith 3855).
Daarom is de redenering “de arts heeft niets gevonden, dus moet het sihr zijn” te snel. Sommige lichamelijke aandoeningen zijn moeilijk vast te stellen, verschillende ziekten kunnen vergelijkbare klachten geven en psychische of sociale belasting kan sterke lichamelijke symptomen veroorzaken.
Yusuf al Qaradawi werd eens gevraagd naar een vrouw wier gedrag plotseling sterk veranderd was en wier familie haar naar iemand had gebracht die beweerde dat een djinn in haar hoofd zat. Hij benadrukte dat zij eerst aan een gespecialiseerde arts had moeten worden voorgelegd en waarschuwde tegen charlatans, terwijl hij tegelijk toegestane roqyah en smeekbeden erkende. Die benadering laat goed zien dat religieuze behandeling en professionele zorg elkaar niet hoeven uit te sluiten.
Ernstige klachten zoals bewustzijnsverlies, epileptische aanvallen, pijn op de borst, ernstige benauwdheid, acute psychische ontregeling of gevaar voor zichzelf of anderen mogen daarom niet worden uitgesteld omdat iemand eerst een roqyahtraject wil afronden. Het zoeken van medische hulp is geen gebrek aan vertrouwen op Allah.
Wat is islamitisch toegestane roqyah?
Roqyah is geen geheime techniek en geen bijzondere macht die uitsluitend een kleine groep behandelaars bezit. In de kern bestaat zij uit Koranrecitatie, toegestane smeekbeden en het zoeken van bescherming en genezing bij Allah.
Auf ibn Malik (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde: “Wij verrichtten in de tijd vóór de islam roqyah. Wij zeiden: ‘Boodschapper van Allah, wat vindt u daarvan?’ Hij zei: ‘Laat mij jullie vormen van roqyah horen. Er is niets mis met roqyah zolang zij geen afgoderij bevat.’” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 2200).
Imam an Nawawi legde uit dat roqyah met Koranverzen, Godsherdenking en toegestane smeekbeden geoorloofd is. Ibn Hajar al Asqalani vermeldde later de bekende voorwaarden die geleerden voor toegestane roqyah noemden: zij vindt plaats met de woorden van Allah, Zijn namen en eigenschappen of met andere woorden waarvan de betekenis bekend en toegestaan is, en men gelooft niet dat de woorden zelfstandig genezen. Genezing komt van Allah.
Dat maakt ook duidelijk waar problemen beginnen. Onbekende tekens, cijferreeksen, onbegrijpelijke formules, het aanroepen van verborgen wezens of beweringen dat iemand toegang heeft tot geheime kennis krijgen geen islamitische legitimiteit doordat er daarnaast ook enkele Koranverzen worden gereciteerd.
Een behandelaar kan zichzelf “raqi” noemen, religieuze kleding dragen en lange passages uit de Koran reciteren, maar uiteindelijk moet gekeken worden naar wat hij werkelijk doet. Een islamitische naam maakt een verboden praktijk niet toegestaan.
Hoe kun je roqyah bij jezelf doen?
Een moslim heeft geen ingewikkeld ritueel nodig om zichzelf tot Allah te wenden. Soera al Fatiha heeft een duidelijke basis als roqyah. In een bekende overlevering reciteerde een metgezel al Fatiha voor iemand die door een schorpioen of giftig dier was gebeten, waarna de Profeet ﷺ zijn handelen goedkeurde. (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 5736).
“In de naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle. Alle lof behoort aan Allah, Heer van alle werelden, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle, Heerser van de Dag van het Oordeel. U alleen aanbidden wij en U alleen vragen wij om hulp. Leid ons op het rechte pad: het pad van degenen aan wie U gunsten hebt geschonken, niet van degenen op wie toorn rust en niet van degenen die zijn afgedwaald.” (Soera al Fatiha 1:1-7).
Uitspraak: Bismillaahir-Rahmaanir-Rahiem. Alhamdoe lillaahi Rabbil-‘aalamien. Ar-Rahmaanir-Rahiem. Maaliki yawmid-dien. Iyyaaka na‘boedoe wa iyyaaka nasta‘ien. Ihdinas-siraatal-moestaqiem. Siraatal-ladhiena an‘amta ‘alayhim, ghayril-maghdoebi ‘alayhim wa lad-daallien.
Ook Soera al Ikhlas, al Falaq en an Nas behoren tot de bekende beschermende soera’s. Onze moeder Aisha (moge Allah tevreden met haar zijn) vertelde dat de Profeet ﷺ voor het slapen in zijn handen blies nadat hij deze drie soera’s had gereciteerd en vervolgens met zijn handen over zijn lichaam streek. (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 5017).
“Zeg: Hij is Allah, de Enige. Allah, de Onafhankelijke van Wie alles afhankelijk is. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt. En niets is aan Hem gelijkwaardig.” (Soera al Ikhlas 112:1-4).
Uitspraak: Qoel hoewallaahoe ahad. Allaahoes-Samad. Lam yalid wa lam yoelad. Wa lam yakoen lahoe koefoewan ahad.
“Zeg: Ik zoek bescherming bij de Heer van de dageraad, tegen het kwaad van wat Hij heeft geschapen, tegen het kwaad van de nacht wanneer haar duisternis valt, tegen het kwaad van degenen die op knopen blazen en tegen het kwaad van een afgunstige wanneer hij afgunstig is.” (Soera al Falaq 113:1-5).
Uitspraak: Qoel a‘oedhoe bi Rabbil-falaq. Min sjarrie maa khalaq. Wa min sjarrie ghaasiqin idhaa waqab. Wa min sjarrin-naffaathaati fil-‘oeqad. Wa min sjarrie haasidin idhaa hasad.
“Zeg: Ik zoek bescherming bij de Heer van de mensen, de Koning van de mensen, de God van de mensen, tegen het kwaad van de terugwijkende influisteraar, die in de harten van de mensen fluistert, uit het midden van de djinn en de mensen.” (Soera an Nas 114:1-6).
Uitspraak: Qoel a‘oedhoe bi Rabbin-naas. Malikin-naas. Ilaahin-naas. Min sjarril-waswaasil-khannaas. Alladhie yoewaswisoe fie soedoerin-naas. Minal-djinnati wan-naas.
Koranverzen over het tenietdoen van sihr
In de Koran staan verschillende passages over de confrontatie van Profeet Mozes (vrede zij met hem) met de tovenaars. Deze verzen spreken over de overwinning van de waarheid, het tenietdoen van magie en het feit dat een tovenaar uiteindelijk niet zal slagen. Ze kunnen als Koran binnen roqyah worden gereciteerd. Er bestaat echter geen authentieke overlevering die van deze passages één verplicht schema met een vast aantal of een onveranderlijke volgorde maakt.
Allah zegt: “En Wij openbaarden aan Mozes: ‘Werp je staf.’ Daarop verslond die wat zij bedrieglijk hadden voortgebracht. Zo werd de waarheid bevestigd en werd tenietgedaan wat zij deden. Daar werden zij verslagen en keerden zij vernederd terug. De tovenaars wierpen zich neer. Zij zeiden: ‘Wij geloven in de Heer van alle werelden, de Heer van Mozes en Aäron.’” (Soera al Araf 7:117-122).
Uitspraak: Wa awhaynaa ilaa Moesaa an alqi ‘asaak, fa-idhaa hiya talqafoe maa ya’fikoen. Fawaqa‘al-haqqoe wa batala maa kaanoe ya‘maloen. Faghoeliboe hoenaalika wanqalaboe saaghirien. Wa oelqiyas-saharatoe saadjadien. Qaaloe aamannaa bi Rabbil-‘aalamien. Rabbi Moesaa wa Haaroen.
En Allah zegt: “Toen zij hadden geworpen, zei Mozes: ‘Wat jullie hebben gebracht is magie. Allah zal het zeker tenietdoen. Allah brengt het werk van verderfzaaiers niet tot een goed einde. Allah bevestigt de waarheid door Zijn woorden, al hebben de misdadigers daar een afkeer van.’” (Soera Yunus 10:81-82).
Uitspraak: Falammaa alqaw qaala Moesaa maa dji’toem bihis-sihroe, innallaaha sayoebtiloeh. Innallaaha laa yoeslihoe ‘amalal-moefsidien. Wa yoehiqoellaahoel-haqqa bi kalimaatihie wa law karihal-moedjrimoen.
Ook zegt Allah: “Wij zeiden: ‘Wees niet bang. Jij zult de overhand krijgen. Werp wat in je rechterhand is; het zal verslinden wat zij hebben gemaakt. Wat zij hebben gemaakt is slechts de list van een tovenaar, en een tovenaar zal niet slagen, waar hij ook komt.’ Daarop wierpen de tovenaars zich neer. Zij zeiden: ‘Wij geloven in de Heer van Aäron en Mozes.’” (Soera Ta Ha 20:68-70).
Uitspraak: Qoelnaa laa takhaf innaka antal-a‘laa. Wa alqi maa fie yamienika talqaf maa sana‘oe. Innamaa sana‘oe kaydoe saahir, wa laa yoeflihoes-saahiroe haythoe ataa. Fa-oelqiyas-saharatoe soedjdjadan, qaaloe aamannaa bi Rabbi Haaroena wa Moesaa.
Bij lichamelijke pijn leerde de Profeet ﷺ Oethman ibn Abi al As (moge Allah tevreden met hem zijn) zijn hand op de pijnlijke plaats te leggen. Hij moest drie keer zeggen: “In de naam van Allah.” Daarna moest hij zeven keer zeggen: “Ik zoek bescherming bij Allah en Zijn macht tegen het kwaad van wat ik voel en waarvoor ik vrees.” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 2202).
Uitspraak: Bismillaah. (drie keer). Daarna: A‘oedhoe billaahi wa qoedratihie min sjarrie maa adjidoe wa oehaadzir. (zeven keer).
De eenvoud van deze profetische praktijk is belangrijk. De Profeet ﷺ stuurde hem niet eerst op zoek naar de verborgen oorzaak van zijn pijn. Hij leerde hem rechtstreeks Allah aan te roepen.
Wie zichzelf met roqyah wil behandelen, kan daarom rustig Koran lezen, authentieke smeekbeden gebruiken en Allah om bescherming en genezing vragen. Waar een authentieke overlevering een bepaald aantal noemt, volgt men dat aantal. Waar geen aantal is voorgeschreven, moet een persoonlijke gewoonte niet worden veranderd in een vaste religieuze formule van drie, zeven, elf of eenenveertig herhalingen.
Profetische smeekbeden voor roqyah en genezing
Aisha overleverde dat de Profeet ﷺ bij ziekte Allah met de volgende woorden om genezing vroeg: “Neem het leed weg, Heer van de mensen, en schenk genezing. U bent de Genezer. Er is geen genezing behalve Uw genezing, een genezing die geen ziekte achterlaat.” (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 5743).
Uitspraak: Allaahoemma Rabban-naas, adhhibil-ba’s, wasjfi. Antas-Sjaafie. Laa sjifaa’a illaa sjifaa’oek, sjifaa’an laa joeghaadiroe saqamaa.
Aboe Saïd al Khudri (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de engel Jibril met deze woorden roqyah voor de Profeet ﷺ verrichtte: “In de naam van Allah verricht ik roqyah voor jou, tegen alles wat jou schaadt, tegen het kwaad van iedere ziel of het oog van een afgunstige. Moge Allah jou genezen. In de naam van Allah verricht ik roqyah voor jou.” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 2186).
Uitspraak: Bismillaahi arqiek, min koelli sjay’in yoe’dziek, min sjarrie koelli nafsin aw ‘aynin haasidin. Allaahoe yasjfiek. Bismillaahi arqiek.
Voor een zieke wiens stervensuur niet was aangebroken, leerde de Profeet ﷺ om zeven keer te zeggen: “Ik vraag Allah, de Geweldige, Heer van de geweldige Troon, jou te genezen.” (Overgeleverd door at Tirmidhi, hadith 2083).
Uitspraak: As’aloellaahal-‘Aziem, Rabbal-‘Arsjil-‘Aziem, an yasjfiyak. (zeven keer).
Aisha vertelde ook dat de Profeet ﷺ bij een zieke een met speeksel bevochtigde vinger op de aarde plaatste en zei:
“In de naam van Allah. Met de aarde van ons land en het speeksel van een van ons wordt onze zieke genezen, met de toestemming van onze Heer.” (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 5745).
Uitspraak: Bismillaah. Toerbatoe ardinaa, birieqati ba‘dinaa, joesjfaa saqiemanaa, bi-idhni Rabbinaa.
Deze teksten zijn afzonderlijk overgeleverde vormen van roqyah en hoeven niet allemaal bij iedere behandeling in één vaste volgorde te worden samengevoegd. Een moslim kan een of meer ervan gebruiken en daarnaast in zijn eigen woorden Allah om bescherming en genezing vragen.
Dagelijkse bescherming begint vóórdat er problemen zijn
Een gelovige hoeft niet te wachten totdat hij denkt dat hij getroffen is door sihr voordat hij bescherming bij Allah zoekt. De islam kent een dagelijks ritme van gebed, Koran, ochtend- en avondgedenkingen, smeekbeden bij het binnengaan van het huis, voor het slapen en op andere momenten van de dag.
Deze vormen van Godsherdenking zijn geen magische formules. Zij behoren tot de aanbidding waarmee een moslim zijn afhankelijkheid van Allah levend houdt en bescherming bij Hem zoekt tegen zichtbaar en onzichtbaar kwaad.
In een authentieke overlevering wordt bijvoorbeeld beschreven dat wanneer iemand bij het binnengaan van zijn huis en bij het eten Allah noemt, de duivel tegen zijn metgezellen zegt dat daar geen overnachting en maaltijd voor hen is. (Overgeleverd door Moeslim, hadith 2018). Zulke teksten herinneren de gelovige eraan dat Godsherdenking niet alleen iets is voor een crisis, maar onderdeel van het gewone dagelijkse leven.
Soera al Baqara en bescherming van het huis
Aboe Hoeraira (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Profeet ﷺ zei: “Maak van jullie huizen geen begraafplaatsen. De duivel vlucht weg uit het huis waarin Soera al Baqara wordt gereciteerd.” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 780).
Deze overlevering moedigt aan om Soera al Baqara werkelijk in het huis te reciteren. Zij beschrijft geen voorwerp dat door zijn aanwezigheid bescherming geeft en maakt van een opname evenmin een vervanging voor de aanbidding van degene die zelf reciteert. De betekenis ligt in Koranrecitatie en het gedenken van Allah binnen het huis.
Bescherming in de ochtend en avond
Abdullah ibn Khoebaib (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Profeet ﷺ hem opdroeg Soera al Ikhlas, Soera al Falaq en Soera an Nas iedere ochtend en avond drie keer te reciteren. Hij zei dat dit hem tegen alles voldoende zou zijn. (Overgeleverd door Aboe Dawoed, hadith 5082). De volledige teksten en uitspraken van deze drie soera’s staan eerder in dit artikel.
Een andere authentiek overgeleverde ochtend- en avondsmeekbede luidt:
“In de naam van Allah, met Wiens naam niets op aarde en niets in de hemel schade kan toebrengen. Hij is de Alhorende, de Alwetende.” Wie dit drie keer in de ochtend en drie keer in de avond zegt, ontvangt de bescherming die in de overlevering wordt genoemd. (Overgeleverd door Aboe Dawoed, hadith 5088).
Uitspraak: Bismillaahil-ladhie laa yadoerroe ma‘asmihie sjay’oen fil-ardi wa laa fis-samaa’, wa Hoewas-Samie‘oel-‘Aliem. (drie keer).
De Profeet ﷺ leerde ook de volgende woorden voor de avond en bij het verblijven op een plaats:
“Ik zoek bescherming in de volmaakte woorden van Allah tegen het kwaad van wat Hij heeft geschapen.” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 2708; at Tirmidhi, hadith 3604).
Uitspraak: A‘oedhoe bi kalimaatillaahit-taammaati min sjarrie maa khalaq. (’s avonds drie keer).
Tot de uitgebreide smeekbeden die de Profeet ﷺ iedere ochtend en avond uitsprak, behoort:
“O Allah, ik vraag U om welzijn in deze wereld en in het hiernamaals. O Allah, ik vraag U om vergeving en welzijn in mijn religie, mijn wereldse leven, mijn gezin en mijn bezit. O Allah, bedek mijn gebreken en stel mij gerust tegenover wat mij angst aanjaagt. O Allah, bescherm mij van voren en van achteren, van rechts en van links en van boven. Ik zoek bescherming in Uw grootheid tegen onverwacht kwaad van onder mij.” (Overgeleverd door Aboe Dawoed, hadith 5074).
Uitspraak: Allaahoemma innie as’aloekal-‘aafiyata fid-doenyaa wal-aakhirah. Allaahoemma innie as’aloekal-‘afwa wal-‘aafiyata fie dienie wa doenyaaya wa ahlie wa maalie. Allaahoemmastoer ‘awraatie wa aamin raw‘aatie. Allaahoemmahfaznie min bayni yadayya wa min khalfie, wa ‘an yamienie wa ‘an sjimaalie, wa min fawqie, wa a‘oedhoe bi‘azamatika an oegh-taala min tahtie.
Een andere brede profetische smeekbede omvat bescherming tegen het verdwijnen van gunsten en het plotseling neerkomen van rampspoed: “O Allah, ik zoek bescherming bij U tegen het verdwijnen van Uw gunst, het omslaan van het welzijn dat U hebt gegeven, het plotseling neerkomen van Uw bestraffing en alles wat Uw toorn oproept.” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 2739).
Uitspraak: Allaahoemma innie a‘oedhoe bika min zawaali ni‘matik, wa tahawwoeli ‘aafiyatik, wa foedjaa’ati niqmatik, wa djamie‘i sakhatik.
De Koran leert de gelovige ook rechtstreeks bescherming te zoeken tegen de aanhitsingen en nabijheid van de duivels: “Mijn Heer, ik zoek bescherming bij U tegen de aanhitsingen van de duivels. En ik zoek bescherming bij U, mijn Heer, tegen hun aanwezigheid bij mij.” (Soera al Moeminoen 23:97-98).
Uitspraak: Rabbi a‘oedhoe bika min hamazaatish-sjayaatiin. Wa a‘oedhoe bika Rabbi an yahdoeroen.
Bescherming voor het slapen
In de overlevering van Aboe Hoeraira staat dat degene die Ayat al Koersie voor het slapen reciteert, gedurende de nacht een beschermer van Allah krijgt en dat Shaytan hem tot de ochtend niet nadert. De Profeet ﷺ bevestigde dat deze mededeling waar was. (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 5010).
“Allah, er is geen god dan Hij, de Levende, Die alles in stand houdt. Sluimer noch slaap overkomt Hem. Aan Hem behoort alles wat in de hemelen en op aarde is. Wie kan bij Hem bemiddelen behalve met Zijn toestemming? Hij weet wat vóór hen ligt en wat achter hen ligt. Zij omvatten niets van Zijn kennis behalve wat Hij wil. Zijn Koersie omvat de hemelen en de aarde, en het bewaken daarvan vermoeit Hem niet. Hij is de Verhevene, de Geweldige.” (Soera al Baqara 2:255).
Uitspraak: Allaahoe laa ilaaha illaa Hoewal-Hayyoel-Qayyoem. Laa ta’khoedhoehoe sinatoen wa laa nawm. Lahoe maa fis-samaawaati wa maa fil-ard. Man dhal-ladhie yasjfa‘oe ‘indahoe illaa bi-idhnih. Ya‘lamoe maa bayna aydiehim wa maa khalfahoem. Wa laa yoehietoena bi-sjay’in min ‘ilmihie illaa bimaa sjaa’. Wasi‘a koersiyyoehoes-samaawaati wal-ard. Wa laa ya’oedoehoe hifzoehoemaa. Wa Hoewal-‘Aliyyoel-‘Aziem.
De Profeet ﷺ zei daarnaast dat de laatste twee verzen van Soera al Baqara voldoende zijn voor degene die ze ’s nachts reciteert. (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 5040).
“De Boodschapper gelooft in wat van zijn Heer aan hem is neergezonden, en ook de gelovigen. Allen geloven in Allah, Zijn engelen, Zijn boeken en Zijn boodschappers. Wij maken geen onderscheid tussen Zijn boodschappers. En zij zeggen: ‘Wij horen en gehoorzamen. Schenk ons Uw vergeving, onze Heer; tot U is de terugkeer.’ Allah belast geen ziel boven haar vermogen. Voor haar is het goede dat zij heeft verworven en tegen haar is het slechte dat zij heeft begaan. ‘Onze Heer, reken het ons niet aan wanneer wij vergeten of een fout maken. Onze Heer, leg ons geen last op zoals U die hebt opgelegd aan degenen vóór ons. Onze Heer, belast ons niet met wat wij niet kunnen dragen. Scheld ons kwijt, vergeef ons en wees ons genadig. U bent onze Beschermer; help ons daarom tegen het ongelovige volk.’” (Soera al Baqara 2:285-286).
Uitspraak: Aamanar-rasoeloe bimaa oenzila ilayhi mir-rabbihie wal-moe’minoena. Koelloen aamana billaahi wa malaa’ikatihie wa koetoebihie wa roesoelih. Laa noefarriqoe bayna ahadin mir-roesoelih. Wa qaaloe sami‘naa wa ata‘naa, ghoefraanaka Rabbanaa wa ilaykal-masier. Laa yoekallifoellaahoe nafsan illaa woes‘ahaa. Lahaa maa kasabat wa ‘alayhaa maktasabat. Rabbanaa laa toe’aakhidhnaa in nasienaa aw akhta’naa. Rabbanaa wa laa tahmil ‘alaynaa isran kamaa hamaltahoe ‘alal-ladhiena min qablinaa. Rabbanaa wa laa toehammilnaa maa laa taaqata lanaa bih. Wa‘foe ‘annaa, waghfir lanaa, warhamnaa. Anta mawlaanaa fansoernaa ‘alal-qawmil-kaafirien.
Voor het slapen reciteerde de Profeet ﷺ eveneens Soera al Ikhlas, Soera al Falaq en Soera an Nas, blies hij licht in zijn samengebrachte handen en streek hij daarmee over zoveel mogelijk van zijn lichaam. Hij herhaalde dit drie keer. (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 5017).
Bescherming voor kinderen
Ibn Abbas (moge Allah tevreden met hem zijn) vertelde dat de Profeet ﷺ bescherming bij Allah zocht voor zijn kleinzonen al Hasan en al Hoesain en daarbij zei dat hun voorvader Ibrahim met dezelfde woorden bescherming zocht voor Ismail en Ishaq: “Ik zoek voor jullie beiden bescherming in de volmaakte woorden van Allah tegen iedere duivel, ieder giftig of schadelijk wezen en ieder schadelijk oog.” (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 3371).
Uitspraak: Oe‘iedhoekoemaa bi kalimaatillaahit-taammati min koelli sjaytaanin wa haammatin, wa min koelli ‘aynin laammah.
Voor één jongen begint de uitspraak met Oe‘iedhoeka en voor één meisje met Oe‘iedhoeki; de rest van de smeekbede blijft hetzelfde.
Wie zijn ochtend- of avondgedenkingen soms vergeet, hoeft echter niet in paniek te raken alsof iedere gemiste smeekbede onmiddellijk een opening voor sihr betekent. De bescherming van Allah is geen technisch systeem waarin één gemiste formule de gelovige automatisch weerloos maakt. De adhkar zijn aanbidding, bescherming en een middel om het hart aan Allah verbonden te houden.
De strijd tegen de influisteringen van de duivel duurt bovendien niet alleen wanneer iemand ziek is. Hoogmoed, woede, jaloezie, wanhoop, seksuele verleiding, verdeeldheid en het breken van familiebanden kunnen eveneens deuren zijn waardoor de duivel mensen probeert te beschadigen. Een leven van bescherming is daarom breder dan alleen “antisihr”: het is een leven van gebed, berouw, Koran, goede daden en voortdurende terugkeer naar Allah.
Je hoeft niet eerst te bewijzen dat je betoverd bent
Een van de bevrijdende kanten van roqyah is dat iemand geen verborgen diagnose nodig heeft voordat hij Allah om bescherming of genezing mag vragen.
De Koran wordt gelezen voor leiding en genezing en een moslim kan Allah altijd vragen kwaad van hem weg te nemen, of hij de precieze oorzaak daarvan nu kent of niet. Iemand kan dus eerlijk zeggen: “Ik weet niet wat de oorzaak van mijn klachten is”, terwijl hij tegelijk roqyah verricht en medische of andere redelijke oorzaken laat onderzoeken.
Dat voorkomt dat de zoektocht naar een verborgen diagnose belangrijker wordt dan de aanbidding zelf. Sommige mensen beginnen met de wens dichter bij Allah te komen, maar raken vervolgens volledig bezig met de vraag wie hen heeft betoverd, wanneer het gebeurd zou zijn, waar een voorwerp verborgen ligt en welke lichamelijke reacties bewijzen dat de sihr nog aanwezig is. Dan is het zwaartepunt verschoven. Het hart raakt meer bezig met de vermeende tovenaar dan met Allah.
Roqyah hoort die verhouding juist te herstellen. De gelovige hoeft niet voortdurend te weten wie hem kwaad wilde doen. Het belangrijkste is dat hij weet tot Wie hij zich moet wenden wanneer hij bescherming en genezing nodig heeft.
Heb je een raqi nodig?
Nee. Er bestaat geen islamitisch priesterschap dat het exclusieve recht heeft gekregen om roqyah te verrichten. Een mens kan zichzelf reciteren, ouders kunnen voor hun kinderen bidden en moslims kunnen voor elkaar smeekbeden doen.
Dat betekent niet dat hulp van iemand anders verboden is. De metgezellen verrichtten roqyah voor anderen en de Profeet ﷺ keurde dit goed. De bekende overlevering over Soera al Fatiha laat bovendien zien dat een vergoeding voor toegestane roqyah op zichzelf niet verboden hoeft te zijn. (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 5736).
Er bestaat echter een duidelijk verschil tussen een redelijke vergoeding voor tijd en inspanning en een verdienmodel dat volledig op angst drijft. Voorzichtigheid is gepast wanneer iemand vrijwel iedere bezoeker onmiddellijk als betoverd bestempelt, steeds nieuwe betaalde sessies noodzakelijk verklaart, dure pakketten verkoopt of de patiënt afhankelijk maakt van zijn persoon.
Nog ernstiger zijn praktijken waarin onbekende symbolen en formules worden gebruikt, hulp aan djinn wordt gevraagd, waarzeggerij of astrologie wordt vermengd met religieuze taal of iemand beweert precies te weten wie de sihr heeft verricht. Ook een behandelaar die zonder medische bevoegdheid medicijnen laat stoppen of medische hulp verbiedt, overschrijdt een ernstige grens.
Een betrouwbare helper brengt de patiënt uiteindelijk niet dichter bij zichzelf, maar dichter bij Allah. Hij stimuleert gebed, Koran, toegestane middelen, nuchterheid en persoonlijke afhankelijkheid van Allah in plaats van afhankelijkheid van de behandelaar.
Beschuldig niemand van sihr zonder bewijs
Een van de ernstigste gevolgen van angst voor sihr ontstaat wanneer de vraag “ben ik betoverd?” verandert in “wie heeft het gedaan?”
Een droom is geen bewijs tegen een mens. Een plotseling gevoel wanneer iemand aan een bepaalde persoon denkt is geen bewijs. Dat een behandelaar zegt dat hij “voelt” wie verantwoordelijk is, is geen bewijs. Zelfs uitspraken die tijdens een roqyahsessie aan een djinn worden toegeschreven, vormen geen betrouwbare grond om een werkelijk persoon van zo’n ernstige daad te beschuldigen.
De schade van zulke beschuldigingen kan veel groter worden dan de klacht waarmee iemand begon. Een moeder wordt verdacht omdat zij tegen een huwelijk was. Een schoonzus wordt aangewezen vanwege een eerdere ruzie. Een buurvrouw wordt vermeden omdat zij in een droom verscheen. Familiebanden breken zonder dat er ooit bewijs is geweest.
Islamitische voorzichtigheid betekent daarom niet alleen jezelf tegen mogelijk kwaad beschermen. Zij betekent ook anderen beschermen tegen jouw onbewezen vermoedens.
Wie iets werkelijk tastbaars en verdachts aantreft, kan deskundig advies vragen over een toegestane manier om ermee om te gaan en ondertussen bescherming bij Allah zoeken. Maar het zoeken naar bescherming geeft niemand kennis van het ongeziene.
Wanneer angst zelf het leven gaat beheersen
Er bestaat een verschil tussen geloven in sihr en leven alsof sihr achter iedere tegenslag verborgen zit. Wanneer ieder slecht humeur, kapot voorwerp, ongeluk, droom, ruzie en lichamelijk ongemak tot aanwijzing wordt gemaakt, kan geloof in een werkelijke zaak uit het onzichtbare veranderen in voortdurende achterdocht.
Ibn Oethaymien waarschuwde juist voor dit soort overdrijving. De erkenning dat sihr, het boze oog en djinn bestaan, betekent niet dat iedere onverklaarde gebeurtenis daaraan moet worden toegeschreven. Die waarschuwing past bij een bredere islamitische houding waarin de gelovige zowel het onzichtbare erkent als de zichtbare oorzaken serieus neemt.
Daarom is bescherming veel breder dan een behandeling nadat iemand bang is geworden. Zij begint bij een leven waarin gebed, Godsherdenking, Koran, berouw, ochtend- en avondgedenkingen en het vermijden van zonde normaal zijn. Niet omdat iemand iedere dag verwacht aangevallen te worden, maar omdat de gelovige iedere dag Allah nodig heeft.
Ook het lezen van de Koran verandert dan van karakter. De gelovige leest niet ieder vers alsof het een verborgen vijand moet opsporen. Hij leest de Koran als leiding, genezing, waarschuwing en herinnering aan zijn Heer.
Dat geeft rust aan roqyah. Het doel wordt niet voortdurend controleren of “het nog aanwezig is”, maar dicht bij Allah blijven terwijl men verstandig met gezondheid, familie en omstandigheden omgaat.
Vertrouwen op Allah verandert de verhouding tot angst
Ibn Baz benadrukte bij de behandeling van sihr zowel toegestane roqyah als geoorloofde medische middelen, maar ook een fundament dat gemakkelijk verloren gaat wanneer angst groot wordt: Allah is degene die werkelijk geneest, en voordeel en schade liggen uiteindelijk in Zijn hand.
Dat is precies wat Soera al Baqara al aan het begin van dit onderwerp heeft vastgesteld: “Maar zij konden daarmee niemand schaden behalve met toestemming van Allah.” (Soera al Baqara 2:102).
Deze woorden behoren niet alleen tot de geloofsleer; zij zijn ook een bron van innerlijke rust. De gelovige hoeft de werkelijkheid van sihr niet te ontkennen om er niet door beheerst te worden. Hij mag bescherming zoeken, roqyah verrichten, medische behandeling volgen en voorzichtig zijn, terwijl hij diep vanbinnen weet dat geen mens en geen djinn zelfstandig over zijn lot beschikt.
Vertrouwen op Allah (tawakkul) betekent daarbij niet dat iemand zegt: “Als ik werkelijk vertrouw, hoef ik niets te doen.” De Profeet ﷺ gebruikte middelen, reciteerde beschermende teksten en leerde zijn gemeenschap behandeling te zoeken. Het betekent dat de middelen worden gebruikt zonder dat het hart eraan wordt vastgeketend.
Ook sterke geloofsovertuiging maakt iemand niet automatisch onaantastbaar voor iedere beproeving. De Profeet ﷺ zelf werd beproefd. Maar geloof verandert wel de plaats die de beproeving in het hart inneemt. Sihr wordt niet groter dan Allah. Een vermeende tovenaar wordt niet het middelpunt van het leven. Angst krijgt niet de status van zekerheid.
De gelovige kan dan zeggen: ik neem het kwaad serieus, maar ik aanbid het niet met mijn angst. Ik gebruik de middelen die Allah heeft toegestaan, maar ik verwacht genezing en bescherming uiteindelijk alleen van Hem.
Sihr bestaat binnen het islamitische wereldbeeld, maar het verdient niet de centrale plaats in het leven van een moslim. Die plaats behoort aan Allah. Soms wordt een oorzaak van een probleem gevonden en soms blijft zij onduidelijk. In beide gevallen blijft dezelfde weg open: toegestane middelen gebruiken, niemand zonder bewijs beschuldigen, wegblijven van waarzeggers, bedriegers en verboden praktijken, medische hulp niet verwaarlozen en het hart voeden met Godsherdenking in plaats van met angst.
De sterkste vorm van bescherming is daarom niet dat iemand alles over sihr denkt te weten. Het is dat hij weet tot Wie hij zich moet wenden wanneer hij iets niet weet.
Lees ook:
Wrok in de islam: wat is hiqd en hoe bevrijd je je hart ervan?
Afgunst in de islam: wat is hasad en hoe zuiver je je hart ervan?
Gierigheid in de islam: wanneer wordt vasthouden aan geld een ziekte van het hart?
Het boze oog in de islam: wat is al-ayn en hoe bescherm je jezelf?
Luiheid in de islam: verschil met onvermogen en hoe je uitstelgedrag doorbreekt
Angst en moed in de islam: wanneer wordt angst lafheid?
Schulden in de islam: verantwoordelijkheid, verlichting en terugbetaling
Bronnen en werkwijze: hoe onze artikelen worden opgebouwd.
Vind je dit interessant? Onze hoofdpagina is ingericht als een wegwijzer door de islam, cultuur en geschiedenis. Ontdek meer via de categorieën bovenaan of gebruik de zoekbalk voor specifieke vragen: BegrijpIslam









