Imam at Tirmidhi: de hadithgeleerde die hadithkritiek, islamitisch recht en liefde voor de Profeet ﷺ samenbracht

Historische illustratie van Imam at Tirmidhi bij het bestuderen en vergelijken van hadithoverleveringen

Wie een overlevering opzoekt in Jami al Tirmidhi (Djamie at Tirmidhi), ontmoet vaak meer dan de tekst zelf. De schrijver beoordeelt de overleveringsketen, wijst op andere berichten over hetzelfde onderwerp en vertelt hoe rechtsgeleerden de overlevering hebben begrepen. Soms legt hij uit waarom een andere versie sterker is. Zo laat het boek niet alleen zien wat werd doorgegeven, maar ook hoe geleerden onderzochten wat zij daarmee konden doen.

Achter deze werkwijze stond Imam Mohammed ibn Isa at Tirmidhi (Muhammad ibn Isa al Tirmidhi), een geleerde uit de negende eeuw die een bijzondere plaats kreeg in de geschiedenis van de profetische overleveringen (hadith). Zijn bekendste verzameling verbindt onderzoek naar betrouwbaarheid met kennis van het islamitische recht (fiqh). Daarnaast bracht hij in Shamail Muhammadiyya (Sjamail Mohammediyya) overleveringen bijeen over het uiterlijk, de gewoonten en het dagelijkse leven van Profeet Mohammed ﷺ (vrede zij met hem).

Zijn levenswerk draaide daarmee om twee nauw verbonden vragen: wat is betrouwbaar van de Profeet ﷺ overgeleverd, en hoe helpt die kennis mensen om zijn voorbeeld te begrijpen? Voor at Tirmidhi hoorde nauwkeurigheid bij de verantwoordelijkheid tegenover Allah (God). Wie woorden aan Zijn boodschapper toeschreef, moest bereid zijn de herkomst ervan zorgvuldig te onderzoeken.

Wie was Imam at Tirmidhi en waar groeide hij op?

De geboorte van at Tirmidhi wordt gewoonlijk geplaatst rond 209 of 210 van de islamitische jaartelling, ongeveer 824 of 825. Zijn naam verbindt hem met Tirmidh, een historische stad aan de Amu Darya, nabij het huidige Termez in Oezbekistan. Sommige bronnen noemen specifieker Boegh (Bugh), een plaats in de omgeving. Zijn aanspreeknaam was Aboe Isa (Abu Isa). Over onderdelen van zijn langere afstamming bestaan verschillen tussen de biografische werken; voor het begrijpen van zijn leven zijn vooral zijn streek, zijn generatie en zijn wetenschappelijke omgeving van belang.

Hij groeide op in een wereld waarin steden in Khorasan en Transoxanië belangrijke centra van onderwijs waren. Buchara, Samarkand, Nishapur en andere steden stonden via handelsroutes, reizen en studiekringen met elkaar in verbinding. Studenten trokken naar leraren die bepaalde overleveringen rechtstreeks hadden gehoord, terwijl boeken en aantekeningen langs dezelfde routes werden doorgegeven. De afstand tot Medina betekende daardoor niet dat deze gebieden aan de rand van de islamitische kenniswereld stonden.

Over zijn vroege jeugd is minder bewaard gebleven dan over zijn latere werk. De TDV Islam Encyclopedie situeert het begin van zijn hadithstudie omstreeks 235, ongeveer 849. Zo’n datering geeft een aanknopingspunt voor zijn wetenschappelijke ontwikkeling, maar vertelt niet wanneer hij voor het eerst leerde lezen of religieus onderwijs volgde. Zijn verdere levensloop wordt vooral zichtbaar door de leraren bij wie hij studeerde, de overleveringen die hij verzamelde en de vragen die hij hun stelde.

Reizen om kennis te horen en te vergelijken

Zijn zoektocht bracht hem naar Khorasan, Irak en de Hidjaz, de streek waarin Mekka en Medina liggen. De biograaf adh Dhahabi (al Dhahabi) vermeldt dat hij niet naar Egypte en as Sham reisde. Daarmee wordt ook een grens van zijn reiswereld zichtbaar: grote hadithgeleerden bezochten veel kenniscentra, maar niemand hoorde iedere leraar of verzamelde persoonlijk alle beschikbare overleveringen.

Onder zijn belangrijke leraren bevonden zich Qoetayba ibn Said (Qutayba ibn Said), Mohammed ibn Bashshar (Muhammad ibn Bashshar), Hannad ibn as Sari (Hannad ibn al Sari) en Ishaq ibn Rahawayh. Deze namen vertegenwoordigen verschillende onderwijsnetwerken. Sommige leraren werden ook bezocht door andere samenstellers van beroemde hadithboeken. Daardoor ontstonden overlappende kringen waarin studenten dezelfde overlevering langs meerdere wegen konden horen en de verschillen konden bespreken.

De waarde van zulke reizen lag niet alleen in de hoeveelheid verzameld materiaal. Wanneer verschillende leerlingen een leraar anders citeerden, moest worden onderzocht hoe dat verschil was ontstaan. Was een naam verkeerd onthouden? Ontbrak er iemand in de keten? Had een verteller woorden van een metgezel later aan de Profeet ﷺ toegeschreven? De overleveringsketen (isnad) maakte duidelijk waar zulke vragen moesten worden gesteld. Reizen leverde dus niet uitsluitend nieuwe teksten op, maar ook mogelijkheden om bestaande kennis te controleren.

Al Boekhari, Moeslim en andere geleerden in zijn netwerk

Imam Mohammed ibn Ismail al Boekhari (Muhammad ibn Ismail al Bukhari) kreeg een bijzonder belangrijke plaats in zijn vorming. At Tirmidhi bewonderde vooral diens kennis van vertellers, overleveringsketens en verborgen gebreken. In zijn eigen methodologische toelichting noemt hij al Boekhari uitdrukkelijk als de geleerde van wie hij op deze gebieden het meest had geleerd. Die invloed is bovendien zichtbaar in de vele vragen en beoordelingen die hij in zijn werken bewaarde.

Zijn netwerk was breder dan deze ene relatie. Hij ontving ook overleveringen van Imam Moeslim (Muslim) en Aboe Dawoed (Abu Dawud). Voor zijn kennis van verborgen gebreken maakte hij daarnaast gebruik van Abdoellah ad Darimi (Abdullah al Darimi) en Aboe Zoera ar Razi (Abu Zura al Razi). De verschillende geleerden vervulden niet noodzakelijk dezelfde rol: van de een kon hij een concrete overlevering ontvangen, terwijl hij een ander vooral raadpleegde over vertellers of afwijkende versies.

Dat onderscheid helpt om zijn ontwikkeling nauwkeuriger te begrijpen. Een lijst van beroemde leraren vertelt nog weinig over wat iemand bij ieder van hen leerde. Bij at Tirmidhi kunnen wij verder kijken, omdat hij zelf geregeld vermeldt aan wie hij een vraag stelde en welk antwoord hij kreeg. Zijn boeken bewaren daardoor iets van het gesprek waarin zijn oordeel werd gevormd.

Ook oudere geleerden konden van hem leren. At Tirmidhi vermeldde dat al Boekhari een overlevering van hem had gehoord. Zo’n bericht maakt duidelijk dat de uitwisseling van kennis niet altijd dezelfde richting volgde. Een ervaren geleerde kon een jongere collega raadplegen omdat die een bepaalde tekst of overleveringsroute kende. Respect voor een leraar ging samen met de mogelijkheid zelf iets aan het gezamenlijke onderzoek bij te dragen.

Zijn geheugen en zijn plaats onder tijdgenoten

De waardering voor at Tirmidhi berustte op verschillende vaardigheden. Ibn Hibban beschreef hem als iemand die overleveringen verzamelde, boeken samenstelde, kennis uit het hoofd kende en die met anderen besprak. Dat laatste hoort wezenlijk bij het beeld: een geleerde moest zijn kennis kunnen gebruiken in gesprekken waarin namen, ketens en tekstvarianten werden vergeleken. Geheugen kreeg betekenis door nauwkeurigheid en onderzoek.

Over zijn geheugen werd een bekende gebeurtenis doorgegeven. Volgens een bericht dat Ibn Hadjar (Ibn Hajar) opnam, ontmoette at Tirmidhi onderweg naar Mekka een geleerde van wie hij eerder twee bundels overleveringen had opgeschreven. Hij dacht de aantekeningen bij zich te hebben, maar had andere, onbeschreven bladen meegenomen. Toen de geleerde dat opmerkte, verklaarde hij de overleveringen te kennen en droeg hij ze voor. Vervolgens zou de geleerde hem nog veertig overleveringen hebben verteld, die hij eveneens kon herhalen. Het betreft een biografisch bericht over zijn geheugen, geen profetische overlevering.

Ook zijn kennis en levenshouding werden geprezen. Adh Dhahabi bewaart beoordelingen waarin hij wordt verbonden met geleerdheid, nauwkeurigheid, godsvrees en een sobere levenswijze. Zulke getuigenissen zijn waardevol voor het begrijpen van zijn reputatie. Zij beschrijven hoe geleerden hem herinnerden, zonder dat iedere lofuitspraak als een objectieve ranglijst van alle geleerden uit zijn tijd hoeft te worden gelezen.

Een verzameling die de lezer leert onderzoeken

Zijn beroemdste boek staat bekend als Jami al Tirmidhi, maar wordt ook Sunan at Tirmidhi (Soenan at Tirmidhi) genoemd. De eerste benaming past bij de brede inhoud. Een verzameling van het type sunan richt zich vooral op overleveringen over religieuze en juridische handelingen. Een jami bestrijkt daarnaast andere grote onderwerpen. At Tirmidhi behandelt ook geloof, karakter, uitleg van de Koran, deugden, beproevingen en het hiernamaals.

De verzameling bevat ongeveer vierduizend overleveringen, waarbij het precieze aantal afhangt van de gebruikte editie en nummering. Haar bijzondere waarde ligt echter vooral in de opmerkingen bij de teksten. Hij noemt andere overleveringen over hetzelfde onderwerp, beoordeelt ketens en bespreekt de opvattingen van rechtsgeleerden. Daardoor kan een hoofdstuk tegelijk dienen als verzameling, vergelijking en beknopte inleiding tot een juridisch debat.

Die werkwijze verlangt aandacht van de lezer. De mededeling dat er ook berichten van andere metgezellen bestaan, is een uitnodiging tot verder vergelijken. Een opmerking over een zwakke verteller kan bepalen hoeveel gewicht een tekst krijgt. En een verwijzing naar het handelen van geleerden laat zien hoe de overlevering in het religieuze leven werd gebruikt. Wie deze toelichtingen overslaat, leest slechts een deel van het boek.

Wat betekent zijn opmerking dat geleerden naar een hadith handelden?

Aan het einde van zijn verzameling staat het methodologische gedeelte Al Ilal as Saghir (al Ilal as Saghier). Daar schrijft at Tirmidhi dat de opgenomen overleveringen door sommige geleerden waren toegepast, met uitzondering van twee berichten die hij vervolgens noemt. Zijn formulering vertelt iets over de selectie van het materiaal: hij wilde ook vastleggen welke teksten een rol hadden gespeeld in juridische oordelen.

Dat betekent niet dat iedere opgenomen overlevering volgens hem authentiek was, of dat alle rechtsgeleerden er hetzelfde oordeel uit afleidden. Toepassing, betrouwbaarheid en overeenstemming tussen geleerden zijn verschillende vragen. Een bericht kon bekend zijn in een juridisch debat terwijl over zijn keten of betekenis werd gediscussieerd. Zijn toelichtingen helpen juist om deze verschillen te herkennen.

De eerste uitzondering betreft een bericht van Abdoellah ibn Abbas (Abdullah ibn Abbas), moge Allah tevreden met hem en zijn vader zijn, over het samenvoegen van gebeden in Medina. Rond de omstandigheden en betekenis daarvan ontstonden verschillende juridische verklaringen. De tweede betreft een overlevering over een doodstraf bij herhaald alcoholgebruik. In zijn bespreking van dat onderwerp legt at Tirmidhi uit dat deze eerdere bepaling volgens hem later werd opgeheven. Hij verwijst daarbij naar berichten waarin de Profeet ﷺ iemand bij herhaling bestrafte zonder hem te doden. Het is dus noodzakelijk ook zijn uitleg te lezen, in plaats van één tekst los uit het hoofdstuk te nemen.

Is iedere hadith in Jami al Tirmidhi authentiek?

Niet iedere overlevering in de verzameling is authentiek. At Tirmidhi nam berichten van verschillende sterkte op en gaf daar geregeld zelf een beoordeling bij. Daarmee verschilt het doel van zijn boek van het selectiebeleid van Sahih al Bukhari (Sahih al Boekhari) en Sahih Muslim (Sahih Moeslim). Zijn verzameling bewaart ook materiaal waarmee hij verschillen tussen routes, zwakke vertellers of juridische discussies kon toelichten.

Een zwak bericht kon daardoor om uiteenlopende redenen worden opgenomen. Soms was het bekend bij rechtsgeleerden, soms bestonden er verwante overleveringen en soms wilde de schrijver juist een probleem zichtbaar maken. Die opname mag niet worden verward met een algemene goedkeuring. De opmerkingen van de auteur horen bij de manier waarop het bericht moet worden gelezen.

Ook zijn beoordelingen werden later onderzocht. Adh Dhahabi waardeerde zijn kennis en de bruikbaarheid van zijn verzameling, maar vond hem op bepaalde punten relatief ruim in het aanvaarden en beoordelen van overleveringen. Bewondering voor zijn geleerdheid sloot kritiek op afzonderlijke beslissingen dus niet uit. Voor lezers betekent dit dat de naam van een beroemd boek belangrijk is, terwijl de betrouwbaarheid van een concrete overlevering afzonderlijke aandacht blijft vragen.

Wat bedoelde at Tirmidhi met de beoordeling goed (hasan)?

De beoordeling goed (hasan) werd bijzonder sterk met zijn naam verbonden. Toch kwam het woord al vóór hem voor in het taalgebruik van hadithgeleerden. Zijn betekenis voor de geschiedenis van deze term ligt vooral in het veelvuldige gebruik ervan en in de toelichting die hij zelf gaf. Hij hielp een kritische benaming herkenbaar te maken voor generaties lezers, zonder dat daarmee alle latere definities al vastlagen.

In Al Ilal as Saghir beschrijft hij een goede overlevering als een bericht waarvan de keten geen verteller bevat die van leugen wordt beschuldigd, dat niet afwijkend is tegenover sterker materiaal en waarvan een vergelijkbare inhoud langs andere wegen wordt overgeleverd. Daarbij speelt dus niet alleen de kwaliteit van één keten een rol. Ook vergelijking en ondersteuning door andere routes behoren tot zijn uitleg.

Zijn samengestelde beoordelingen vroegen later om verdere verklaring. Hij gebruikt bijvoorbeeld goed en authentiek (hasan sahih), maar ook combinaties met beperkt overgeleverd (gharib). Deze laatste term heeft betrekking op een bijzondere of afzonderlijke overleveringsroute en betekent op zichzelf niet dat een bericht zwak is. De betekenis moet worden begrepen vanuit de route en het punt waarop hij de afzonderlijkheid aanwijst.

Ibn as Salah (Ibn al Salah) verklaarde de combinatie goed en authentiek onder meer vanuit verschillende ketens: een bericht kon langs de ene route goed en langs een andere authentiek zijn. Andere geleerden wezen erop dat deze verklaring niet ieder geval afdoende verklaart. Ibn Radjab al Hanbali (Ibn Rajab al Hanbali) besprak meerdere mogelijkheden in zijn commentaar. De discussie laat zien waarom de terminologie van at Tirmidhi niet steeds in één eenvoudig schema kan worden ondergebracht. Zijn woorden moeten worden gelezen naast zijn concrete toelichtingen.

Verborgen gebreken achter een overtuigende keten

Een van zijn belangrijkste vakgebieden was het onderzoek naar verborgen gebreken (ilal). Een keten kon er overtuigend uitzien: de vertellers waren bekend en werden betrouwbaar geacht. Toch kon vergelijking met andere routes aantonen dat er ergens een vergissing was ontstaan. Misschien had iemand twee namen verwisseld, een tussenpersoon weggelaten of een uitspraak van een metgezel als woorden van de Profeet ﷺ weergegeven.

Dat onderzoek vroeg meer dan het nalopen van een lijst met betrouwbare personen. Een criticus moest weten welke leerlingen een leraar goed kenden, hoe zij diens overleveringen doorgaven en waarom één versie afweek. Het ging daarbij om de samenhang tussen personen, teksten en omstandigheden. Een betrouwbare verteller kon zich bij een afzonderlijke overlevering vergissen; juist het vergelijken van zijn bericht met dat van anderen kon die vergissing zichtbaar maken.

Al Ilal al Kabir (al Ilal al Kabier) bewaart veel vragen en beoordelingen uit deze onderzoekswereld. Het materiaal is overgeleverd in een vorm die later door Aboe Talib al Qadi (Abu Talib al Qadi) volgens juridische hoofdstukken werd geordend. De tekstgeschiedenis verdient daarom aandacht: de bewaarde ordening valt niet eenvoudig samen met een ongewijzigd manuscript van de auteur. Binnen die latere vorm blijven echter waardevolle gesprekken met zijn leraren herkenbaar.

Het kleinere werk aan het einde van de Jami heeft een andere functie. Daar bespreekt hij zijn werkwijze, bronnen en termen, evenals vragen over vertellers en het doorgeven van overleveringen. Samen laten de twee werken zien hoe concrete vergelijking en methodologische uitleg elkaar aanvulden. Het ene brengt de lezer dicht bij afzonderlijke problemen, het andere helpt de uitgangspunten van het onderzoek te begrijpen.

Hadith en islamitisch recht in hetzelfde onderzoek

At Tirmidhi onderzocht niet uitsluitend of een tekst kon worden doorgegeven. Hij wilde ook weten welke betekenis rechtsgeleerden eraan hadden gegeven. In zijn verzameling vermeldt hij geregeld wie naar een overlevering handelde, waar verschil van mening bestond en welke andere berichten in de beoordeling werden betrokken. Daardoor bewaart het boek ook vroege juridische kennis.

Een concreet voorbeeld staat bij de overlevering over een vrouw wier echtgenoot overleed voordat een bruidsgave was vastgesteld en het huwelijk was geconsumeerd. At Tirmidhi vermeldt het oordeel van Abdoellah ibn Masoed (Abdullah ibn Masud), moge Allah tevreden met hem zijn, en bespreekt daarna de verschillende juridische standpunten. Hij noemt onder meer welke geleerden het bericht volgden en hoe Imam ash Shafii (al Shafii) tegenover de betrouwbaarheid ervan stond. Hier worden beoordeling van een overlevering en afleiding van een rechtsregel binnen één bespreking zichtbaar.

Zijn kennis van juridische standpunten had eveneens bronnen. In zijn methodologische toelichting noemt hij de personen via wie hij opvattingen van onder anderen Imam Malik ibn Anas, Soefyan ath Thawri (Sufyan al Thawri), ash Shafii en Imam Ahmed ibn Hanbal (Ahmad ibn Hanbal) ontving. Een verwijzing naar een imam betekende dus niet noodzakelijk dat hij zelf bij die imam had gestudeerd. Ook juridische kennis werd via leerlingen en verdere onderwijsnetwerken doorgegeven.

Dit helpt te verklaren waarom zijn werk zich niet gemakkelijk tot één later rechtsschoollabel laat beperken. Hij kende verschillende tradities en kon eigen voorkeuren aangeven. Zijn verzameling laat een periode zien waarin juridische opvattingen nog sterk verbonden waren met individuele leraren, regionale kennis en gesprekken tussen geleerden. Die geschiedenis verdient het om zorgvuldig te worden gelezen, zonder ieder meningsverschil achteraf in een vast schema te dwingen.

De Shamail en het dagelijkse leven van de Profeet ﷺ

Naast de brede verzameling stelde at Tirmidhi zijn beroemde werk over de eigenschappen van de Profeet ﷺ samen. In tientallen hoofdstukken bracht hij honderden overleveringen bijeen over diens uiterlijk, kleding, eten en drinken, spreken, slaap, aanbidding en omgang met mensen. De precieze telling verschilt per editie. De inhoud maakt duidelijk dat het boek een herkenbaar doel heeft: de persoon en levenswijze van de Profeet ﷺ leren kennen.

Die aandacht voor het dagelijkse leven geeft de verzameling haar bijzondere nabijheid. Een lezer ontmoet niet uitsluitend grote gebeurtenissen of uitspraken over religieuze verplichtingen, maar ook de manier waarop de Profeet ﷺ zich tussen mensen bewoog. Voor moslims hangt die kennis samen met navolging. Het voorbeeld wordt concreter wanneer ook gewoonten, karakter en menselijke omgang zichtbaar worden.

Het boek kreeg een uitgebreide geschiedenis van onderwijs, vertaling en commentaar. Geleerden legden woorden uit, bespraken de overleveringen en onderzochten welke lessen eruit konden worden afgeleid. Daarbij blijft ook hier onderscheid tussen sterke en zwakkere berichten nodig. De verzameling bevat authentieke en goede overleveringen, maar ook materiaal dat zwakker is of waarover geleerden verschillend hebben geoordeeld. Haar grote betekenis geeft niet automatisch iedere afzonderlijke tekst dezelfde bewijskracht.

Zorgvuldigheid als religieuze verantwoordelijkheid

De aandacht voor betrouwbaarheid had voor at Tirmidhi ook een morele kant. In zijn methodologische werk verdedigt hij het onderzoeken van vertellers. Hij legt uit dat eerdere geleerden daarmee de religieuze kennis wilden beschermen en mensen wilden helpen onderscheiden wat zij konden aannemen. Het benoemen van een probleem behoorde volgens hem tot de verantwoordelijkheid tegenover degenen die op een overlevering vertrouwden.

Daarbij maakt hij onderscheid tussen verschillende tekortkomingen. Niet iedere afgewezen verteller werd van leugen beschuldigd. Sommige personen waren oprecht, maar vergisten zich veel of konden hun materiaal onvoldoende nauwkeurig bewaren. Dat verschil is wezenlijk: een beoordeling van iemands vermogen om overleveringen door te geven is niet zonder meer een oordeel over diens hele karakter.

Voor de lezer geeft dit een concretere betekenis aan zijn nauwkeurigheid. Zorg voor de profetische overlevering vraagt zowel terughoudendheid bij het toeschrijven van woorden als eerlijkheid tegenover de mensen die ze doorgaven. Zijn onderzoek moest de kennis bruikbaar maken en de grenzen ervan zichtbaar houden. Daarmee kreeg wetenschappelijke kritiek een plaats binnen zijn religieuze taak.

Een bredere nalatenschap dan de bekendste boeken

De Jami, de Shamail en de werken over verborgen gebreken vormen het bekendste deel van zijn nalatenschap. Biografische en bibliografische bronnen schrijven hem daarnaast andere titels toe, waaronder werken over geschiedenis, namen en aanspreeknamen van vertellers en een sobere levenswijze. Niet al deze boeken zijn volledig bewaard gebleven. Sommige kennen wij vooral doordat latere auteurs ze noemen.

Van zijn werk over namen van metgezellen zijn wel handschriften en uitgaven bekend. Zulke lijsten lijken voor een moderne lezer misschien een bescheiden aanvulling naast een grote hadithverzameling, maar kennis van namen was binnen dit vak onmisbaar. Een verteller kon onder zijn eigen naam en onder een aanspreeknaam bekendstaan. Tegelijk konden personen met sterk gelijkende namen gemakkelijk worden verward.

Ook historische kennis vervulde een duidelijke functie. Wie wilde onderzoeken of twee personen elkaar hadden ontmoet, moest iets weten over hun levensperiode, verblijfplaatsen en reizen. Zijn belangstelling voor deze onderwerpen sluit daarom aan bij zijn hoofdwerk. De verschillende boeken behoorden tot een bredere poging om overleveringen te bewaren op een manier die verdere controle mogelijk maakte.

Hoe werd zijn verzameling een van de zes beroemde hadithboeken?

De huidige bekendheid van de zes grote hadithboeken kan de indruk wekken dat deze groep al tijdens het leven van de auteurs vaststond. De selectie kreeg echter geleidelijk haar herkenbare vorm. Verschillende verzamelingen werden onderwezen en gebruikt voordat zij in latere overzichten samen als centrale werken werden genoemd.

Mohammed ibn Tahir al Maqdisi (Muhammad ibn Tahir al Maqdisi), ook bekend als Ibn al Qaysarani en overleden in 1113, speelde een belangrijke rol bij de verbreiding van een zestal waarin Sunan Ibn Majah (Soenan Ibn Majah) werd opgenomen. Andere geleerden namen in hun ordeningen liever Al Muwatta (al Moewatta) van Imam Malik of de verzameling van ad Darimi op. De latere bekendheid van één lijst mag deze eerdere verscheidenheid niet uitwissen.

Voor de positie van at Tirmidhi betekent dit dat er onderscheid bestaat tussen erkenning van zijn werk en de vorming van een vaste groep boeken. Zijn verzameling kon waardevol zijn voor onderwijs en juridisch onderzoek voordat de huidige benaming algemeen werd. Evenmin kregen alle zes werken daardoor dezelfde methode of hetzelfde selectiebeleid. Hun gezamenlijke plaats in de soennitische traditie vraagt om kennis van de eigenschappen van ieder boek afzonderlijk.

Leerlingen en de overdracht van zijn werk

Het voortbestaan van een boek uit deze periode hing sterk af van onderwijs en zorgvuldige overdracht. Leerlingen hoorden de tekst, bewaarden aantekeningen en gaven hun exemplaren of kennis door. Voor at Tirmidhi vormen deze leerlingen daarom een belangrijk deel van zijn levensverhaal: zij verbinden zijn werk met de generaties na hem.

Onder de bekende overleveraars bevindt zich Aboe al Abbas Mohammed ibn Ahmed al Mahboebi (Muhammad ibn Ahmad al Mahbubi), wiens overdracht een belangrijke plaats kreeg in de geschiedenis van de Jami. Al Haytham ibn Koelayb as Shashi (al Haytham ibn Kulayb al Shashi) wordt eveneens genoemd onder zijn leerlingen en in de overdracht van de Shamail. Daarnaast noemen de biografische bronnen verschillende leerlingen uit de oostelijke islamitische kenniswereld.

Bij het doorgeven konden verschillen tussen exemplaren ontstaan. Ibn as Salah wees later specifiek op varianten in beoordelingen zoals goed of goed en authentiek in exemplaren van de verzameling. Daarom moest een lezer kopieën vergelijken. Eén kort woord naast een overlevering kon immers gevolgen hebben voor de manier waarop die werd begrepen. Het bewaren van zijn werk betekende dus ook het blijven controleren van wat onder zijn naam werd gelezen.

Hoe gingen latere geleerden met zijn beoordelingen om?

Latere geleerden bouwden op zijn werk voort door het te verklaren en op afzonderlijke punten te onderzoeken. Een vroege belangrijke commentator was de Malikitische rechtsgeleerde Aboe Bakr Ibn al Arabi (Abu Bakr Ibn al Arabi). Eeuwen later schreef al Moebarakfoeri (al Mubarakfuri) Tuhfat al Ahwadhi (Toehfat al Ahwadhi), waarin onder meer vertellers, tekstbetekenissen, juridische opvattingen en beoordelingen werden besproken. Deze commentaren laten zien hoe lezers uit verschillende perioden en omgevingen vragen aan dezelfde verzameling stelden.

Voor het onderzoek naar verborgen gebreken kreeg Ibn Radjab een bijzondere betekenis. Zijn Sharh Ilal al Tirmidhi (Sjarh Ilal at Tirmidhi) gebruikt het kleinere methodologische werk om de werkwijze van vroege hadithcritici uitvoerig te bespreken. Daarmee werd een betrekkelijk kort gedeelte uit de nalatenschap van at Tirmidhi een ingang tot een veel bredere studie van vertellers, afwijkingen en beoordelingen.

Ook bij zijn terminologie bleef vergelijking nodig. Een latere criticus kon een afzonderlijke beoordeling anders wegen of proberen te verklaren waarom hij bepaalde termen combineerde. Zijn gezag bestond daardoor niet uit het stilleggen van onderzoek. Zijn boeken boden materiaal waarop anderen hun eigen onderzoek konden voortzetten, met eerbied voor zijn kennis en aandacht voor de menselijke beslissingen waaruit die boeken waren ontstaan.

Zijn laatste levensfase en het verlies van zijn gezichtsvermogen

Over zijn latere leven bewaren de bronnen minder doorlopende informatie dan over zijn onderwijs en geschriften. Zijn laatste levensfase wordt verbonden met de streek van Tirmidh, waar ook zijn overlijden wordt geplaatst. De leerlingen die zijn werk doorgaven maken duidelijk dat zijn kennis inmiddels een leven buiten zijn eigen aantekeningen had gekregen. Zijn betekenis was afhankelijk geworden van mensen die de teksten bleven horen, bewaren en uitleggen.

In deze laatste periode verloor hij zijn gezichtsvermogen. Sommige berichten beweerden dat hij blind geboren was, maar adh Dhahabi en Ibn Hadjar beschouwden blindheid op latere leeftijd als het beter onderbouwde beeld. Dat past bij de berichten over zijn reizen en het opschrijven van kennis. De mededeling dat hij in zijn laatste jaren blind was, moet daarom worden onderscheiden van de verschillende verklaringen die voor het ontstaan daarvan werden gegeven.

Een bekende biografische traditie verbindt zijn blindheid met veelvuldig huilen uit godsvrees. Dat bericht hoort bij de manier waarop zijn vroomheid werd herinnerd. Het geeft ons echter geen zekere medische verklaring. Zijn godsvrees kan met respect worden beschreven zonder achteraf een oorzaak vast te stellen die de historische bronnen niet afdoende aantonen.

Zijn overlijden wordt gewoonlijk geplaatst in de maand Rajab van het jaar 279, overeenkomend met 892, in Boegh of de omgeving van Tirmidh. Daarmee eindigde een leven van ongeveer zeventig jaar. Zijn werken bleven daarna via onderwijs en handschriften verder reizen, ook naar gebieden die hij zelf nooit had bezocht.

Wat zijn werk van een lezer vraagt

Een naam in een bronvermelding kan zo vertrouwd worden dat de geleerde achter die naam nauwelijks nog zichtbaar is. Bij at Tirmidhi loont het om zijn opmerkingen opnieuw aandachtig te lezen. Hij noemt andere routes, bewaart verschillen tussen geleerden en legt uit waar hij een probleem ziet. De lezer wordt daardoor aangemoedigd om een tekst samen met haar herkomst en uitleg te onderzoeken.

Zijn Shamail geeft diezelfde zorg een persoonlijker gezicht. De overleveringen gaan daar over de Profeet ﷺ als mens onder mensen: zijn gedrag, gewoonten en aanbidding. Voor at Tirmidhi behoorde het nauwkeurig bewaren van zulke kennis tot de zorg voor diens voorbeeld. De betekenis van dat voorbeeld werd gedragen door aandacht voor wat werkelijk was doorgegeven.

Wie zijn boeken vandaag opent, kan daarom het best ook blijven stilstaan bij de woorden naast de overlevering. Daar wordt vaak zichtbaar hoeveel werk nodig was voordat een korte tekst op papier terechtkwam. Een vraag aan een leraar, een afwijkende naam of een opmerking over een juridisch oordeel bewaart iets van dat onderzoek. Juist in die kleine toelichtingen blijft de geleerde uit Tirmidh herkenbaar.

Bronnen en werkwijze: hoe onze artikelen worden opgebouwd.

Vind je dit interessant? Onze hoofdpagina is ingericht als een wegwijzer door de islam, cultuur en geschiedenis. Ontdek meer via de categorieën bovenaan ☰ of gebruik de zoekbalk voor specifieke vragen: BegrijpIslam

Lees Begrijp Islam makkelijker
Installeer de app en open artikelen direct vanaf je startscherm.