Aboe Oebayda ibn al Djarrah: de vertrouwensman van deze gemeenschap – deel 1

Historische illustratie bij Aboe Oebayda ibn al Djarrah: een man van achteren met een schaal dadels in een kustkamp.

Aboe Oebayda ibn al Djarrah (Abu Ubayda ibn al Jarrah), moge Allah (God) tevreden met hem zijn, behoorde tot de vroegste moslims. Profeet Mohammed ﷺ (vrede zij met hem) vertrouwde hem militaire opdrachten, het onderwijzen van mensen en het ophalen van gemeenschapsgeld toe. Hij staat bekend als de vertrouwensman van deze gemeenschap (Amin al Umma), een bijzondere eretitel die de Profeet ﷺ hem zelf gaf.

Achter die titel ligt een leven dat begon in Mekka, toen de islam nog door een kleine groep mensen werd gedragen. Aboe Oebayda emigreerde, nam deel aan de grote gebeurtenissen rond Medina en kreeg steeds meer verantwoordelijkheid. Dit eerste deel volgt zijn leven vanaf zijn vroege bekering tot de dood van de Profeet ﷺ en het overleg over de leiding van de gemeenschap dat daarop volgde.

Wie was Aboe Oebayda ibn al Djarrah?

Zijn eigenlijke naam was Amir ibn Abdoellah ibn al Djarrah (Amir ibn Abdullah ibn al Jarrah). Aboe Oebayda was zijn aanspreeknaam, een gebruikelijke vorm van naamgeving onder Arabieren. Al Djarrah was de naam van zijn grootvader. Hij behoorde tot de Banoe Fihr, een onderdeel van de Qoeraisj (Quraysh), de stam waartoe ook de Profeet ﷺ behoorde. Zijn geboorte wordt doorgaans in de laatste decennia van de zesde eeuw geplaatst; een nauwkeurig vastgelegde geboortedatum hebben we niet.

Zijn moeder wordt in de biografische bronnen Oemayma bint Ghanm (Umayma bint Ghanm) genoemd, moge Allah tevreden met haar zijn. De historicus Khalifa ibn Chayyat (Khalifa ibn Khayyat) vermeldt dat zij de komst van de islam meemaakte en moslim werd. De biograaf Mohammed ibn Saad (Muhammad ibn Sad), bekend als Ibn Saad, noemt daarnaast twee zonen van Aboe Oebayda: Yazid en Oemayr (Yazid en Umayr). Hij schrijft dat Aboe Oebayda geen blijvend nageslacht had. Over zijn gezinsleven zijn veel minder bijzonderheden bewaard dan over zijn openbare taken.

De oude levensbeschrijvingen beschrijven hem als een lange, slanke man, met een smal gezicht en een dunne baard. Ze vermelden ook dat hij twee voortanden miste. Dat laatste wordt verbonden met het bekende bericht over zijn hulp aan de Profeet ﷺ tijdens de slag bij Oehoed, waarvan de overleveringen verderop aan bod komen.

Moslim worden in de eerste jaren van Mekka

Aboe Oebayda nam de islam aan in een vroege fase van de verkondiging. De biografische traditie verbindt zijn bekering met Aboe Bakr (Abu Bakr), moge Allah tevreden met hem zijn, die verschillende mensen uit zijn omgeving met de boodschap van de Profeet ﷺ in contact bracht. Ibn Saad plaatst Aboe Oebayda’s bekering vóór de periode waarin het huis van al Arqam (al Arqam ibn Abi al Arqam), moge Allah tevreden met hem zijn, een belangrijk ontmoetingspunt voor de moslims werd. Daarmee behoort hij tot de eerste generatie die de islam aannam, lang voordat er een gevestigde gemeenschap in Medina bestond.

Die vroege keuze had gevolgen. In Mekka waren familie, stamverband en religie nauw met elkaar verbonden. De oproep om alleen Allah te aanbidden raakte aan overtuigingen en gebruiken die door de omgeving werden beschermd. De eerste moslims kregen te maken met tegenstand, sociale druk en vervolging. Over Aboe Oebayda’s persoonlijke ervaringen in die periode vertellen de bronnen weinig. Zijn vroege toetreding en zijn blijvende verbondenheid met de Profeet ﷺ geven wel aan dat hij de gemeenschap kende vanaf haar kwetsbare begin.

Van Mekka naar Abessinië en Medina

Verschillende oude bronnen rekenen Aboe Oebayda tot de moslims die naar Abessinië emigreerden, het toenmalige christelijke koninkrijk in de Hoorn van Afrika. Ibn Ishak (Ibn Ishaq) noemt hem onder de emigranten; Ibn Saad vermeldt hem bij de tweede emigratie naar dat gebied. Zijn naam ontbreekt op sommige andere vroege lijsten. Zijn verblijf in Abessinië behoort daarmee tot de berichten uit de historische overlevering, terwijl over de duur van zijn verblijf en zijn persoonlijke ervaringen daar weinig bekend is.

Later emigreerde hij naar Medina. Deze emigratie (hidjra), in 622, werd het uitgangspunt voor de islamitische jaartelling. Voor de emigranten uit Mekka betekende de verhuizing dat zij hun bestaan opnieuw moesten inrichten. Zij hadden hun vertrouwde omgeving verlaten en kwamen terecht in een stad waar gezamenlijke aanbidding, onderlinge steun en het opbouwen van een gemeenschap een vaste plaats kregen.

Een authentieke overlevering bij Moeslim vermeldt dat de Profeet ﷺ een broederschapsband instelde tussen Aboe Oebayda en Aboe Talha (Abu Talha), moge Allah tevreden met hem zijn. Deze verbroedering maakte deel uit van de banden tussen de emigranten uit Mekka en de helpers in Medina (Ansar). De nieuwkomers werden opgenomen in een gemeenschap waarin steun ook praktisch vorm kreeg: mensen hielpen elkaar om een bestaan op te bouwen en droegen zorg voor elkaar. (Moeslim, hadith 2528).

Aboe Oebayda bij Badr: wat weten we over zijn vader?

Aboe Oebayda nam deel aan de slag bij Badr in het tweede jaar na de hidjra. Zijn aanwezigheid wordt in de klassieke biografieën uitdrukkelijk vermeld. Badr was een beslissende confrontatie tussen de moslims uit Medina en een leger uit Mekka. Voor de emigranten had die strijd een pijnlijke persoonlijke kant: in de andere gelederen konden mensen staan met wie zij door familie en afkomst verbonden waren.

Aan Aboe Oebayda wordt een bekend verhaal verbonden waarin zijn vader hem tijdens de slag herhaaldelijk zou hebben opgezocht. Volgens dat bericht ontweek Aboe Oebayda hem eerst, maar doodde hij hem uiteindelijk toen de confrontatie bleef voortduren. Het verhaal wordt vaak zonder voorbehoud verteld en gekoppeld aan vers 22 van soera al Moedjadila.

De overlevering rechtvaardigt die zekerheid echter niet. Ibn Hadjar (Ibn Hajar) wijst op het ontbreken van schakels in de overleveringsketen van het bericht. Daarnaast zijn er afwijkende historische berichten over het moment waarop zijn vader overleed. We kunnen daarom niet met zekerheid vaststellen dat Aboe Oebayda zijn vader bij Badr doodde, en evenmin dat het genoemde Koranvers specifiek naar aanleiding daarvan werd geopenbaard. Zijn deelname aan Badr staat veel steviger vast dan deze afzonderlijke geschiedenis.

Oehoed en het bericht over zijn voortanden

Een jaar later vond de slag bij Oehoed (Uhud) plaats. Tijdens de gevechten raakte de Profeet ﷺ gewond en ontstond een gevaarlijke situatie rond hem. De biografische bronnen noemen Aboe Oebayda onder de metgezellen die hem in die omstandigheden bijstonden. Het bekendste verhaal over die dag beschrijft hoe twee metalen ringen van de beschermende hoofdbedekking van de Profeet ﷺ in zijn gezicht waren gedrongen.

Volgens het bericht bereikte Aboe Oebayda de Profeet ﷺ samen met Aboe Bakr. Hij vroeg om de ringen zelf te mogen verwijderen. Hij nam een ring tussen zijn tanden en trok die los, waarbij een voortand uitviel. Vervolgens verwijderde hij de andere ring op dezelfde manier en verloor hij ook zijn tweede voortand. Zo wordt in de levensbeschrijvingen verklaard waarom hij later twee voortanden miste.

Over de betrouwbaarheid van de overleveringen met deze bijzonderheden bestaat verschil van beoordeling. Al Hakim an Naysaboeri (al Hakim al Naysaburi) nam het bericht op en beoordeelde de overleveringsketen als authentiek (sahih). Andere hadithgeleerden waren kritischer. Shoeayb al Arnaoet (Shuayb al Arnaut) wees bij een bekende route van het verhaal op de zwakte van de overleveraar Ishak ibn Yahya ibn Talha (Ishaq ibn Yahya ibn Talha). Het verhaal heeft een duidelijke plaats in de klassieke levensbeschrijvingen, maar de details kunnen niet als onbetwist authentiek worden voorgesteld.

Van de greppel tot Hoedaybiya en Khaybar

De klassieke biografieën vermelden dat Aboe Oebayda de grote veldtochten met de Profeet ﷺ meemaakte. Daartoe behoorde de verdediging van Medina tijdens de slag van de greppel, in het vijfde jaar na de hidjra. Een coalitie van tegenstanders bedreigde de stad. De gegraven verdedigingsgreppel maakte deel uit van de maatregelen waarmee de moslims een directe aanval probeerden tegen te houden.

Ibn Saad vermeldt ook een afzonderlijke opdracht naar Dhoe al Qassa (Dhu al Qassa), in het zesde jaar na de hidjra. Volgens dat historische bericht voerde Aboe Oebayda veertig mannen aan, nadat er gevaar was ontstaan voor een aanval op het vee dat rond Medina graasde. Deze opdracht laat zien dat zijn militaire taken ook kleinere ondernemingen omvatten waarbij hij zelf de leiding kreeg.

Later in het zesde jaar volgden de gebeurtenissen rond Hoedaybiya (Hudaybiyya). De moslims waren vertrokken om de kleine bedevaart (umrah) naar Mekka te verrichten, maar keerden dat jaar terug zonder die te hebben uitgevoerd. Het gesloten verdrag opende tegelijk ruimte voor een nieuwe fase in de betrekkingen met Mekka. Bij deze gebeurtenissen vond ook de trouwbelofte onder de boom plaats. Over de gelovigen die daaraan deelnamen zegt Allah: “Allah was zeker tevreden met de gelovigen toen zij jou onder de boom trouw beloofden. Hij wist wat er in hun harten was, liet rust op hen neerdalen en beloonde hen met een nabije overwinning.” (Soera al Fath, vers 18).

Daarna volgde Khaybar, in het zevende jaar na de hidjra. De bronnen beschrijven niet bij iedere veldtocht een afzonderlijke hoofdrol voor Aboe Oebayda. Wel plaatsen zij hem binnen de kring van metgezellen die de Profeet ﷺ vergezelden. Zijn zelfstandige opdrachten worden vervolgens duidelijker zichtbaar bij Dhat as Salasil en de expeditie naar de kust.

Dhat as Salasil: omgaan met een geschil over het bevel

Bij de expeditie van Dhat as Salasil, doorgaans geplaatst in het achtste jaar na de hidjra, stond Amr ibn al Aas, moge Allah tevreden met hem zijn, aan het hoofd van een strijdmacht. Toen hij versterking nodig had, stuurde de Profeet ﷺ een aanvullende groep onder leiding van Aboe Oebayda. Onder de deelnemers bevonden zich Aboe Bakr en Omar ibn al Khattab (Umar ibn al Khattab), moge Allah tevreden met hem zijn.

De vroege historicus Moesa ibn Oeqba (Musa ibn Uqba) vertelt dat na aankomst verschil ontstond over de bevelvoering. Amr beschouwde de nieuw aangekomen groep als versterking voor zijn eigen leger en daarmee als onderdeel van zijn bevel. Vanuit de andere groep werd aangevoerd dat Aboe Oebayda als hun commandant was aangesteld. Er waren dus twee benoemingen die ter plaatse op elkaar moesten worden afgestemd.

Volgens dit historische verslag herinnerde Aboe Oebayda aan de opdracht van de Profeet ﷺ om samen te werken en liet hij het gezamenlijke bevel aan Amr. Daarmee kwam er een werkbare regeling voor het leger. Hij had zijn eigen benoeming kunnen blijven verdedigen, maar liet het geschil over het bevel niet voortduren. In deze gebeurtenis beschrijven de vroege bronnen hem als iemand die de samenwerking voorrang gaf en zich hield aan de opdracht die hij had ontvangen.

De expeditie van al Khabat: leidinggeven wanneer het voedsel opraakt

Een van de uitvoerigste authentieke verslagen over Aboe Oebayda gaat over een expeditie naar de kust. De Profeet ﷺ stuurde ongeveer driehonderd mannen op pad en benoemde hem tot hun commandant. Deze tocht staat bekend als de expeditie van al Khabat, naar het loof dat de deelnemers tijdens hun voedseltekort aten. Ibn Saad plaatst haar in het achtste jaar na de hidjra, al is die datering in de uitleg van de overleveringen besproken.

Djabir ibn Abdoellah (Jabir ibn Abdullah), moge Allah tevreden met hem zijn, vertelde wat er onderweg gebeurde. Toen de voorraad slonk, liet Aboe Oebayda het overgebleven voedsel verzamelen. Hij verdeelde de dadels in kleine dagelijkse porties, totdat iedere man nog slechts één dadel kreeg. Djabir beschreef hoe waardevol zelfs die geringe hoeveelheid was: toen ook de dadels op waren, voelden de mannen pas werkelijk wat zij eraan hadden gehad. Dit verslag is opgenomen bij al Boekhari, hadith 4360.

Het voedseltekort dwong de mannen om bladeren van bomen af te slaan, die met water zacht te maken en op te eten. Tijdens de tocht werden ook kamelen geslacht om de groep te voeden. Al Boekhari vermeldt dat een deelnemer drie keer drie kamelen liet slachten, waarna Aboe Oebayda hem verbood ermee door te gaan. Hij moest als commandant dus ook besluiten nemen over het gebruik van de dieren die de groep bij zich had. (Al Boekhari, hadith 4361).

Aan de kust vonden zij vervolgens een enorm dood zeedier, in de overlevering al anbar genoemd. Aboe Oebayda merkte aanvankelijk op dat het om een dood dier ging. Daarna betrok hij de nood waarin de groep verkeerde bij zijn beslissing en gaf hij toestemming om ervan te eten. Het verslag bewaart daarmee het moment waarop hij zijn eerste oordeel heroverwoog in het licht van hun omstandigheden. (Moeslim, hadith 1935a).

De vondst voorzag de mannen geruime tijd van voedsel. In de versie van al Boekhari wordt verteld dat zij er achttien nachten van aten. Het dier was zo groot dat een bereden kameel onder de opgestelde ribben door kon gaan. De mannen namen ook vlees mee voor de terugreis. Na de schaarse dadels en het eten van bladeren hadden zij weer voldoende voedsel om aan te sterken en verder te reizen.

Bij terugkomst vertelden zij de Profeet ﷺ wat er was gebeurd. Hij zei: “Dat is levensonderhoud dat Allah voor jullie heeft voortgebracht. Hebben jullie nog iets van het vlees bij je, zodat jullie ons ervan kunnen geven?” Zij stuurden hem vervolgens een deel, waarvan hij at. (Overgeleverd door Moeslim, hadith 1935a). Zijn handelen bevestigde dat dit voedsel geoorloofd was. De toestemming was daarmee niet uitsluitend verbonden aan de nood waarin het leger had verkeerd: de Profeet ﷺ at er zelf van nadat de mannen waren teruggekeerd.

Terug in Mekka en de laatste veldtochten

In het achtste jaar na de hidjra keerde Aboe Oebayda met de Profeet ﷺ terug naar Mekka bij de inname van de stad. De plaats waar hij de islam als een van de eersten had aangenomen, kwam nu onder het gezag van de moslimgemeenschap. Tussen zijn vertrek als emigrant en deze terugkeer lagen jaren van onzekerheid, oorlog en het opbouwen van een nieuw bestaan in Medina.

Zijn militaire taak bij de intocht wordt vermeld in een authentieke overlevering bij Moeslim. Daarin wordt beschreven hoe verschillende onderdelen van het leger hun opdrachten kregen. Aboe Oebayda werd aangesteld over de manschappen die geen wapenrusting droegen. Hij had daarmee een omschreven taak binnen de grotere operatie. (Moeslim, hadith 1780a).

De inname van Mekka beëindigde de veldtochten niet onmiddellijk. Daarna volgden Hoenayn (Hunayn) en het beleg van Taif, eveneens in het achtste jaar. In het negende jaar vond de tocht naar Taboek (Tabuk) plaats. De biografische bronnen rekenen Aboe Oebayda tot de metgezellen die de veldtochten van de Profeet ﷺ meemaakten. Ze geven voor deze afzonderlijke gebeurtenissen geen uitvoerig, even sterk bevestigd verhaal waarin hij telkens de centrale figuur is. Zijn levensloop bleef ondertussen verbonden met een gemeenschap die zich steeds verder buiten Medina ontwikkelde.

Waarom noemde de Profeet ﷺ hem de vertrouwensman van deze gemeenschap?

De eretitel van Aboe Oebayda berust op een uitdrukkelijke uitspraak van de Profeet ﷺ: “Iedere gemeenschap heeft een vertrouwensman. De vertrouwensman van deze gemeenschap is Aboe Oebayda ibn al Djarrah.” (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 3744; Moeslim, hadith 2419a). Het woord verwijst naar iemand aan wie een taak met vertrouwen kan worden toevertrouwd. In zijn leven kreeg die waardering ook vorm in concrete benoemingen.

Toen vertegenwoordigers van de christelijke gemeenschap uit Najran bij de Profeet ﷺ kwamen, werd een overeenkomst gesloten over wat zij zouden afdragen. Zij vroegen om een betrouwbare man die met hen mee kon gaan. De Profeet ﷺ zei: “Ik zal zeker een betrouwbare man naar jullie sturen, een werkelijk betrouwbare man.” De metgezellen hoopten voor die opdracht te worden gekozen, waarna hij Aboe Oebayda aanwees. Zijn betrouwbaarheid telde hier in het uitvoeren van een afspraak met mensen die een andere religie aanhingen. (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 3745 en 4380).

Een andere overlevering bij Moeslim vermeldt dat mensen uit Jemen vroegen om iemand die hun de islam en het profetische voorbeeld (soenna) kon onderwijzen. De Profeet ﷺ nam Aboe Oebayda bij de hand en zei: “Dit is de vertrouwensman van deze gemeenschap.” (Overgeleverd door Moeslim, hadith 2419b). Ibn Hadjar acht het waarschijnlijk dat hiermee hetzelfde gezantschap uit Najran wordt bedoeld. De overlevering benadrukt ook het vertrouwen in Aboe Oebayda bij het overbrengen van religieuze kennis.

Daarnaast noemt een overlevering bij at Tirmidhi Aboe Oebayda uitdrukkelijk onder de tien metgezellen aan wie de Profeet ﷺ het paradijs aankondigde. Mohammed Nasiroeddin al Albani (Muhammad Nasiruddin al Albani) beoordeelde deze overlevering als authentiek. Zijn naam staat dus zowel in de overlevering over deze bijzondere belofte als in de uitspraken waarin zijn betrouwbaarheid wordt benadrukt. (At Tirmidhi, hadith 3747).

Een opdracht met geld uit Bahrein

Een andere belangrijke opdracht bracht Aboe Oebayda naar Bahrein. Met die naam werd destijds een bredere streek in het oosten van het Arabische schiereiland aangeduid dan de huidige staat Bahrein. De Profeet ﷺ had een overeenkomst met de bevolking gesloten en stuurde Aboe Oebayda om de overeengekomen belasting voor niet-moslimonderdanen (jizya) op te halen. Hij keerde met het geld terug naar Medina.

Toen de helpers uit Medina van zijn terugkomst hoorden, waren zij aanwezig bij het ochtendgebed met de Profeet ﷺ. Na het gebed gingen zij naar hem toe. Hij glimlachte en vroeg of zij hadden gehoord dat Aboe Oebayda iets had meegebracht. Nadat zij dat bevestigden, sprak hij over de mogelijkheden én de beproeving die toenemende welvaart kon brengen.

De Profeet ﷺ zei: “Verheug jullie en hoop op wat jullie blij zal maken. Bij Allah, ik vrees geen armoede voor jullie. Ik vrees dat jullie de rijkdommen van deze wereld zullen krijgen, zoals degenen vóór jullie die kregen, dat jullie erom zullen wedijveren zoals zij erom wedijverden, en dat dit jullie te gronde zal richten zoals het hen te gronde richtte.” (Overgeleverd door al Boekhari, hadith 3158). Het verslag laat zien hoe de gemeenschap meer middelen tot haar beschikking kreeg. Aboe Oebayda was belast met het verzamelen en overbrengen daarvan; de Profeet ﷺ wees de ontvangers op hun eigen verantwoordelijkheid zodra die middelen beschikbaar kwamen.

Na de dood van de Profeet ﷺ: zijn plaats bij de Saqifa

De Profeet ﷺ overleed in het elfde jaar na de hidjra, in 632. Voor de metgezellen betekende dat een ingrijpend verlies, terwijl de gemeenschap tegelijkertijd voor de vraag stond wie haar zou leiden. Bij de Saqifa, de overdekte ontmoetingsplaats van de Banoe Saida (Banu Saida), kwamen helpers uit Medina bijeen. Aboe Bakr en Omar gingen naar die bijeenkomst; ook Aboe Oebayda was aanwezig.

In het verslag dat Omar later over deze gebeurtenissen gaf, vertelt hij dat Aboe Bakr twee mannen voorstelde: Omar en Aboe Oebayda. Hij nam hun handen en zei dat men aan een van hen trouw kon beloven. Omar wilde zelf geen leiding aanvaarden over een gemeenschap waarin Aboe Bakr aanwezig was. Uiteindelijk beloofde hij Aboe Bakr trouw, waarna anderen volgden. Het uitvoerige verslag staat bij al Boekhari, hadith 6830. Dat Aboe Bakr Aboe Oebayda op dit beslissende moment als mogelijke leider noemde, geeft aan welk aanzien hij onder de metgezellen genoot.

Ook een uitspraak van Aisja (Aisha), moge Allah tevreden met haar zijn, geeft een indruk van zijn positie. Toen haar werd gevraagd wie de Profeet ﷺ als opvolger zou hebben aangewezen als hij iemand had aangewezen, noemde zij eerst Aboe Bakr. Bij verdere vragen noemde zij Omar en vervolgens Aboe Oebayda. Dit was haar antwoord op een veronderstelde situatie. Het was geen uitspraak waarin de Profeet ﷺ Aboe Oebayda als derde opvolger benoemde. (Moeslim, hadith 2385).

Aboe Bakr werd kalief. Voor Aboe Oebayda begon daarmee een nieuwe periode: de man van wie hij zijn opdrachten had ontvangen, was er niet meer. Zijn naam was bij de Saqifa genoemd als die van iemand aan wie de leiding kon worden toevertrouwd. Zijn verdere levensweg zou hem naar de Levant brengen, in de islamitische bronnen vaak al Sjam genoemd. Daar zou hij opnieuw leidinggeven, nu aan legers die door een uitgestrekt gebied trokken en te maken kregen met steden en bevolkingen die onder een nieuw bestuur kwamen.

Bronnen en werkwijze: hoe onze artikelen worden opgebouwd.

Vind je dit interessant? Onze hoofdpagina is ingericht als een wegwijzer door de islam, cultuur en geschiedenis. Ontdek meer via de categorieën bovenaan ☰ of gebruik de zoekbalk voor specifieke vragen: BegrijpIslam

Lees Begrijp Islam makkelijker
Installeer de app en open artikelen direct vanaf je startscherm.