Kaffarah voor een verbroken eed: wat moet je doen?

Man bereidt voedsel en kleding voor als kaffarah voor een verbroken eed bij Allah.

Een eed bij Allah (God) is meer dan een gewone belofte. Wie bewust zegt dat hij bij Allah iets zal doen of juist zal laten, verbindt zijn woorden aan de naam van Allah. Toch kan iemand later spijt krijgen, ontdekken dat een andere keuze beter is of zijn eed daadwerkelijk verbreken. De islam laat iemand dan niet zonder uitweg.

De boetedoening voor een verbroken eed (kaffarah al yamin) is juist bedoeld om zo’n situatie op een duidelijke manier te herstellen. De hoofdregel is eenvoudig: wie een geldige eed bewust verbreekt, voedt tien behoeftigen of kleedt tien behoeftigen. Wie daartoe werkelijk niet in staat is, vast drie dagen. De Koran noemt daarnaast het bevrijden van een slaaf; in de huidige Nederlandse en Belgische samenleving heeft die mogelijkheid geen praktische toepassing meer.

Het is daarom niet nodig om na een verbroken eed in onzekerheid te blijven. Eerst moet worden vastgesteld of er werkelijk sprake was van een bindende eed. Als dat zo is, geeft de islam een concrete weg om de verantwoordelijkheid af te handelen en verder te gaan.

Wat moet je direct doen als je een eed hebt verbroken?

Als je bewust bij Allah hebt gezworen dat je iets in de toekomst zou doen of laten en je hebt vervolgens het tegenovergestelde gedaan, kijk je eerst of je financieel in staat bent tien behoeftigen te voeden of te kleden.

Je hebt dan in de praktijk drie mogelijke situaties:

  • Kun je tien behoeftigen voeden of kleden, dan kies je een van die mogelijkheden.
  • Kun je dat werkelijk niet betalen, dan vast je drie dagen.
  • Weet je niet zeker of jouw woorden überhaupt een echte eed waren, bijvoorbeeld omdat je uit gewoonte “bij Allah” zei zonder jezelf werkelijk ergens toe te verbinden, dan moet eerst worden vastgesteld of er wel een boetedoening verschuldigd is.

Vasten is dus niet een gelijkwaardige extra keuze voor iemand die gemakkelijk kan voeden of kleden. Het komt pas in beeld wanneer de eerdere mogelijkheden niet binnen zijn financiële vermogen liggen.

De Koran legt de boetedoening duidelijk vast

Allah zegt: “Allah rekent jullie niet af op wat onbedoeld is in jullie eden, maar Hij rekent jullie af op de eden die jullie bewust hebben bekrachtigd. De boetedoening daarvoor is het voeden van tien behoeftigen met voedsel van het gemiddelde niveau waarmee jullie je eigen gezinnen voeden, of hen kleden, of een slaaf bevrijden. Wie daartoe niet in staat is, moet drie dagen vasten. Dat is de boetedoening voor jullie eden wanneer jullie gezworen hebben. En waak over jullie eden. Zo maakt Allah Zijn tekenen aan jullie duidelijk, opdat jullie dankbaar zullen zijn.” (Soera al Maida 5:89).

Dit vers geeft niet alleen de vormen van de boetedoening, maar ook de volgorde. Voeden, kleden en historisch het bevrijden van een slaaf staan voor degene die daartoe in staat is als mogelijkheden naast elkaar. Het vasten van drie dagen is voor degene die deze mogelijkheden niet kan dragen.

Dat maakt de regel overzichtelijk. Je hoeft dus niet eerst te voeden en, als dat niet lukt, daarna te proberen te kleden. Wie financieel in staat is, mag kiezen tussen de beschikbare vormen. In de huidige praktijk zijn voeden en kleden de relevante keuzes.

Wanneer is een eed werkelijk bindend?

Niet iedere krachtige uitspraak is juridisch een eed. Bij een duidelijke eed zweert iemand bewust bij Allah, een naam van Allah of een eigenschap van Allah en verbindt hij daaraan iets wat hij zal doen of laten.

Voorbeelden zijn: “Bij Allah, ik zal dit morgen betalen”, “Bij Allah, ik zal daar niet meer naartoe gaan” of “Ik zweer bij Allah dat ik dit zal doen.”

Wanneer zo’n eed betrekking heeft op de toekomst en iemand haar vervolgens bewust verbreekt, ontstaat in beginsel de verplichting tot boetedoening.

Een gewone belofte is iets anders. Wie zegt: “Ik beloof je dat ik morgen kom”, heeft een morele verantwoordelijkheid om zijn woord te houden, maar heeft daarmee niet automatisch een eed bij Allah afgelegd.

Ook een gelofte aan Allah is een eigen juridisch onderwerp. Een gelofte en een eed kunnen in bepaalde situaties op elkaar lijken, maar hun regels zijn niet volledig hetzelfde. Het is daarom beter ze niet als één categorie te behandelen.

Niet ieder “wallahi” betekent dat je kaffarah moet verrichten

Sommige mensen gebruiken de woorden “bij Allah (wallahi)” zo vaak in hun dagelijkse taal dat ze soms bijna als een stopwoord klinken. De Koran maakt zelf onderscheid tussen onbedoelde eden en bewust bekrachtigde eden.

Ook in de profetische overleveringen en de uitleg van juristen wordt onderscheid gemaakt tussen een werkelijk bedoelde eed en woorden die zonder bewuste bedoeling om zichzelf te binden over de tong gaan. Wie niet werkelijk de bedoeling had een eed aan te gaan, hoeft daarom niet automatisch aan te nemen dat iedere losse uitspraak een nieuwe verplichting tot boetedoening heeft veroorzaakt.

Dat betekent niet dat veelvuldig zweren verstandig is. Juist omdat de naam van Allah grote eerbied verdient, is het beter niet voor iedere kleine zaak “wallahi” te zeggen.

Maar iemand die achteraf ieder informeel gebruik van dat woord begint te tellen en voor tientallen mogelijke eden boetedoening wil verrichten, hoeft zichzelf niet in zo’n onzekerheid te brengen. De eerste vraag is of hij werkelijk een bindende eed bedoelde. In enkele grensgevallen hebben juristen verschillende uitwerkingen gegeven van wat precies onder een onbedoelde eed valt, maar dat verandert deze praktische hoofdregel niet.

Wat als je bij je eed zegt: “als Allah het wil”?

Soms zegt iemand: “Bij Allah, ik zal morgen komen, als Allah het wil.”

Wanneer de woorden “als Allah het wil (in sha Allah)” werkelijk als onderdeel van de eed worden uitgesproken en bedoeld zijn als voorbehoud, heeft dat juridisch betekenis.

Profeet Mohammed ﷺ (vrede en zegeningen zij met hem) zei: “Wie een eed aflegt en zegt: ‘Als Allah het wil’, kan doorgaan als hij wil en kan ervan afzien als hij wil, zonder daarmee zijn eed te verbreken.” (Overgeleverd door Ibn Madja).

Dit gaat om een werkelijk voorbehoud dat met de eed verbonden is. Iemand kan niet dagen later, nadat duidelijk is geworden dat hij zijn eed niet kan nakomen, alsnog “als Allah het wil” toevoegen om de verplichting achteraf op te heffen.

Wie twijfelt over de precieze woorden die hij heeft uitgesproken of over wat hij daarmee bedoelde, kijkt naar wat hij op het moment van de eed werkelijk heeft gezegd en bedoeld. Niet iedere achteraf ontstane onzekerheid hoeft tot een nieuwe verplichting te leiden.

Soms is het juist beter om je eed niet na te komen

Een eed mag geen hindernis worden voor het goede. Iemand kan in boosheid zweren dat hij nooit meer met zijn broer zal spreken, geen familielid meer zal bezoeken of iemand niet meer zal helpen. Hij kan zelfs zweren iets te doen wat verboden is of iets na te laten wat verplicht is.

Zo’n eed maakt het verkeerde niet juist.

De Profeet ﷺ zei: “Wie een eed aflegt en vervolgens ziet dat iets anders beter is, laat hem dan doen wat beter is en boetedoening doen voor zijn eed.” (Overgeleverd door Moeslim).

Wie bijvoorbeeld heeft gezworen een familierelatie te verbreken, hoeft dus niet te denken dat hij nu verplicht is die breuk voort te zetten. Hij doet wat beter is, herstelt de relatie en verricht de boetedoening.

Hetzelfde geldt nog duidelijker wanneer de eed betrekking heeft op een zonde of op het nalaten van een religieuze verplichting. De eed wordt dan niet uitgevoerd; de verkeerde handeling wordt vermeden en de boetedoening wordt verricht.

De boetedoening voorkomt daarmee ook dat iemand zijn eigen woorden gebruikt als excuus om in een slechte beslissing gevangen te blijven.

Hoe voed je tien behoeftigen?

Voor veel moslims is voeden de eenvoudigste manier om de boetedoening te verrichten. De tekst van de Koran spreekt over tien behoeftigen en verbindt het voedsel aan het gemiddelde niveau waarmee iemand zijn eigen gezin voedt.

Dat betekent dat een symbolische hoeveelheid voedsel niet de bedoeling is. Tegelijkertijd verlangt de islam niet dat iemand tien luxe maaltijden aanbiedt. Het gaat om normaal en behoorlijk voedsel.

Juristen hebben de precieze hoeveelheid voedsel op verschillende manieren uitgewerkt. Wie de praktische hoofdregel wil volgen zonder zich in technische hoeveelheden te verdiepen, kan aan tien verschillende behoeftigen daadwerkelijk bruikbaar basisvoedsel geven dat past bij wat mensen in de plaatselijke samenleving gewoonlijk eten. Zo blijft zowel het aantal ontvangers als het doel van de Koran duidelijk zichtbaar.

Je hoeft de tien personen niet noodzakelijk allemaal op hetzelfde moment te bereiken. Het gaat erom dat de boetedoening uiteindelijk voor tien geldige ontvangers wordt uitgevoerd.

Een arm gezin kan daarbij meerdere ontvangers bevatten. Wanneer bijvoorbeeld tien afzonderlijke behoeftige gezinsleden aan de voorwaarden voldoen, gaat het nog steeds om tien personen.

De duidelijkste toepassing is om tien verschillende behoeftigen te bereiken. Er bestaan juridische uitwerkingen waarin onder bijzondere voorwaarden één behoeftige op meerdere dagen kan worden geholpen, maar iemand die een eenvoudige en breed aanvaarde route zoekt, hoeft die uitzondering niet te volgen.

Kleding geven als boetedoening

In plaats van voedsel mag iemand ook tien behoeftigen kleden.

De Koran geeft geen hedendaagse lijst met precies welke kledingstukken gekocht moeten worden. Juristen hebben daarom uitgewerkt wat als voldoende kleding geldt. Wie eenvoudig wil handelen, kiest geen symbolisch accessoire, maar geeft iedere behoeftige normale, bruikbare basiskleding die volgens de plaatselijke gewoonte werkelijk als kleding geldt.

In Nederland, België en Vlaanderen kan iemand hiervoor rechtstreeks mensen helpen of een betrouwbare organisatie inschakelen die begrijpt dat het specifiek om de boetedoening voor een verbroken eed gaat.

Wie onzeker is over de precieze kledingnorm, kan ook voor voedsel kiezen. Het doel van de regel is dat tien behoeftigen daadwerkelijk iets bruikbaars ontvangen, niet dat iemand alleen de goedkoopst denkbare grens probeert te vinden.

Mag je de waarde van de kaffarah gewoon in geld geven?

Hier bestaat een erkend verschil in juridische uitwerking.

Een aantal juristen staat toe dat de waarde van het voedsel rechtstreeks in geld aan behoeftigen wordt gegeven, terwijl andere juristen sterker vasthouden aan het voedsel of de kleding die in het Koranvers zelf worden genoemd. Het geven van de geldwaarde is dus geen verzonnen moderne oplossing, maar evenmin een vorm waarover alle juristen hetzelfde oordelen.

Voor de gewone lezer hoeft dit geen bron van onrust te worden. Wie een eenvoudige methode wil gebruiken die zo weinig mogelijk discussie oproept, laat daadwerkelijk voedsel of kleding aan tien behoeftigen geven.

Wie een betrouwbare juridische opvatting volgt die betaling in geld toestaat, kan volgens die opvatting handelen. Het belangrijkste is dat het geld werkelijk als boetedoening bij de bedoelde behoeftigen terechtkomt en niet zonder duidelijke bestemming wordt overgemaakt.

Kan een stichting of hulporganisatie de kaffarah voor je uitvoeren?

Ja. Je hoeft niet persoonlijk tien behoeftigen te zoeken. Je mag iemand of een betrouwbare organisatie als gevolmachtigde laten optreden om de boetedoening namens jou uit te voeren.

Dat is in Nederland en België vaak een praktische oplossing, vooral wanneer iemand zelf weinig contact heeft met gezinnen die werkelijk behoeftig zijn.

Controleer daarbij drie dingen: dat de organisatie expliciet boetedoeningen voor verbroken eden uitvoert, dat zij de juiste vorm en het vereiste aantal ontvangers respecteert en dat jouw betaling niet zonder onderscheid in een algemeen liefdadigheidsfonds verdwijnt.

De bedoeling hoort ook duidelijk te zijn. Wanneer je het bedrag aan de organisatie geeft, bedoel je daarmee jouw boetedoening. Daarvoor is geen uitgesproken formule nodig; de bedoeling in het hart is voldoende.

Een gewone liefdadigheidsgift die je eerder zonder deze bedoeling hebt afgerond, moet je niet achteraf simpelweg ometiketteren tot boetedoening. Verricht haar bewust wanneer je haar verschuldigd bent.

Wie mag jouw kaffarah ontvangen?

De ontvangers zijn arme of behoeftige mensen.

Een behoeftige broer, zus, oom, tante of ander familielid kan een geschikte ontvanger zijn wanneer jij niet verplicht bent in zijn of haar levensonderhoud te voorzien. Iemand wiens levensonderhoud rechtstreeks jouw financiële verantwoordelijkheid is, wordt niet op dezelfde manier uit jouw eigen boetedoening onderhouden.

Over de vraag of een arme niet-moslim voor deze specifieke verplichte boetedoening als ontvanger kan gelden, bestaan verschillende juridische opvattingen. Wie daar geen afzonderlijke juridische keuze van wil maken, kan de boetedoening aan behoeftige moslims geven. Dat betekent vanzelfsprekend niet dat een arme niet-moslim niet geholpen mag worden; algemene liefdadigheid is veel ruimer. Hier gaat het alleen om de specifieke ontvangers van een verplichte boetedoening.

Wanneer mag je drie dagen vasten?

De drie vastendagen zijn bedoeld voor iemand die de voorafgaande vormen van boetedoening werkelijk niet kan dragen.

“Ik geef liever geen geld uit” is dus iets anders dan werkelijk niet in staat zijn. Wie zonder zijn noodzakelijke levensonderhoud of dat van zijn gezin ernstig in gevaar te brengen tien behoeftigen kan voeden of kleden, kiest niet simpelweg voor drie dagen vasten omdat dat gemakkelijker of goedkoper is.

Iemand met nauwelijks inkomen, een student zonder eigen middelen of iemand die nauwelijks de noodzakelijke uitgaven voor zichzelf en zijn gezin kan betalen, kan daarentegen werkelijk niet in staat zijn de financiële boetedoening uit te voeren. Dan opent de Koran de weg naar drie dagen vasten.

Wie afhankelijk is van ouders of een partner hoeft niet automatisch geld te lenen om de boetedoening te kunnen betalen. Het gaat om zijn eigen werkelijke financiële vermogen.

Moeten de drie dagen achter elkaar worden gevast?

Wie de drie dagen achter elkaar vast, kiest een eenvoudige route waarmee hij buiten de discussie over het al dan niet verplicht opeenvolgen van de dagen blijft.

Er zijn echter erkende juridische opvattingen waarin de drie dagen ook afzonderlijk mogen worden gevast. Wie bijvoorbeeld om praktische redenen niet drie dagen achter elkaar kan vasten, hoeft daarom niet automatisch te denken dat verspreid vasten ongeldig is.

Wie zonder verdere vergelijking wil handelen en lichamelijk in staat is, kan de drie dagen gewoon achter elkaar vasten. Wie een erkende opvatting volgt waarin de dagen verspreid mogen worden, kan eveneens zijn boetedoening voltooien.

Wanneer verricht je de kaffarah: vóór of na het verbreken van de eed?

De meest vanzelfsprekende situatie is dat iemand zijn eed heeft verbroken en daarna de boetedoening uitvoert.

Maar wat als iemand heeft gezworen iets niet te doen en vervolgens beseft dat het juist beter is om het wel te doen? Bijvoorbeeld: hij heeft gezworen zijn zus niet meer te bezoeken, maar wil de familieband herstellen.

De profetische leiding is duidelijk: wanneer iets anders beter is, doet de moslim wat beter is en verricht hij de boetedoening voor zijn eed. In de overleveringen komen beide handelingen nauw met elkaar verbonden voor.

Juristen hebben daarnaast besproken of de financiële vormen van de boetedoening al na het afleggen van de eed, maar vóór de daadwerkelijke verbreking ervan, mogen worden uitgevoerd. Daarover bestaan verschillende uitwerkingen. Voor de gewone lezer is de eenvoudigste werkwijze daarom: doe wat juist is, verbreek de eed wanneer dat nodig is en verricht daarna zonder onnodig uitstel de boetedoening.

Heb je jaren geleden een eed verbroken waarvan je weet dat de boetedoening nog niet is uitgevoerd, dan hoef je niet in wanhoop naar het verleden te kijken. Handel nu en voer uit wat nog openstaat.

Wat als je meerdere keren hebt gezworen?

Hier is vooral de bedoeling achter de woorden belangrijk.

Als iemand vóórdat hij zijn eed verbreekt meerdere keren over precies dezelfde zaak zweert en daarmee alleen dezelfde eed kracht wil bijzetten, kan dat als één eed worden behandeld. Wie daarentegen afzonderlijke eden over verschillende zaken aflegt en meerdere daarvan verbreekt, heeft voor iedere afzonderlijke eed een eigen boetedoening.

Wanneer iemand een eed verbreekt, daarna bewust opnieuw een eed over dezelfde zaak aflegt en vervolgens ook die nieuwe eed verbreekt, is er niet meer slechts sprake van herhaling ter bevestiging. Er is dan een nieuwe eed ontstaan.

Bij uitzonderlijke formuleringen waarin iemand uitdrukkelijk bedoelt dat de eed telkens opnieuw geldt wanneer iets gebeurt, kunnen de precieze woorden en bedoeling belangrijk worden. Zulke formuleringen hoeven de hoofdregel voor alle lezers niet ingewikkeld te maken.

Wat als je niet meer weet hoeveel oude eden je hebt verbroken?

Wie zeker weet dat hij meerdere afzonderlijke eden heeft verbroken maar het exacte aantal niet meer kent, maakt een redelijke schatting op basis van wat hij zich werkelijk herinnert.

Dat betekent niet dat iemand onbeperkt aantallen moet toevoegen “voor de zekerheid”. Zekerheid en een redelijke inschatting zijn iets anders dan angst.

Wie denkt: “Misschien heb ik tien jaar geleden tientallen keren iets gezworen, maar ik weet het eigenlijk helemaal niet meer”, hoeft geen denkbeeldige schuld te construeren. Werk met wat je werkelijk weet of redelijkerwijs kunt vaststellen.

Geldt een eed die je uit boosheid hebt afgelegd?

Alleen boos zijn maakt een eed niet automatisch ongeldig.

Iemand kan kwaad zijn en toch precies weten wat hij zegt en wat hij met zijn eed bedoelt. Zolang hij bewust spreekt en begrijpt wat hij zegt, kan zijn eed gevolgen hebben.

Een extreme toestand waarin iemand werkelijk zijn begrip van zijn eigen woorden verliest, is iets anders. Dan gaat de vraag eerst over de vraag of er überhaupt een bewuste juridische uitspraak tot stand is gekomen.

Daarom is de populaire gedachte dat een eed “nooit telt” zodra iemand boos was, te algemeen. Tegelijkertijd moet een toestand waarin iemand werkelijk niet meer wist wat hij zei niet zonder meer gelijkgesteld worden aan gewone boosheid.

Wat als je de eed uit vergeetachtigheid of onder dwang hebt overtreden?

Wie werkelijk uit vergeetachtigheid, onwetendheid of onder dwang iets doet waarop zijn eed betrekking had, hoeft niet automatisch aan te nemen dat hij zijn eed bewust heeft verbroken.

Er is een erkende juridische benadering waarin zo’n onbedoelde overtreding de eed niet beëindigt en nog geen boetedoening veroorzaakt. De eed blijft dan bestaan: doet de persoon hetzelfde later bewust en terwijl hij zich de eed herinnert, dan ontstaat de gewone regel van het verbreken van de eed.

Er bestaan in de islamitische rechtsleer ook strengere uitwerkingen van bepaalde vormen van vergeetachtigheid. Voor de praktische lezer is vooral belangrijk dat hij zichzelf bij een werkelijk onvrijwillige gebeurtenis niet automatisch de zwaarste mogelijke uitkomst oplegt. Een losse twijfel is geen reden om meteen een nieuwe boetedoening op zichzelf te leggen.

Zweren bij de Koran, een exemplaar ervan of iets anders dan Allah

Een eed wordt niet sterker doordat iemand zijn hand op een exemplaar van de Koran legt. Het aanraken van het boek is geen voorwaarde voor een geldige eed.

Zweren bij de Koran wordt door juristen als een eed behandeld wanneer daarmee het woord van Allah wordt bedoeld, omdat het spreken van Allah tot Zijn eigenschappen behoort.

Daartegenover staat zweren bij een vader, moeder, eigen leven, eer of een ander schepsel. Zulke formuleringen behoren niet tot de gewone bindende eed bij Allah waarop de hier besproken boetedoening van toepassing is.

De praktische regel blijft eenvoudig: wie werkelijk moet zweren, zweert bij Allah. Nog beter is om het gebruik van eden te beperken tot situaties waarin daar werkelijk reden voor is.

Een opzettelijk valse eed is niet hetzelfde als een verbroken eed

Er is een groot verschil tussen iemand die zegt: “Bij Allah, ik zal dit morgen doen” en het morgen niet doet, en iemand die bewust liegt over iets wat al gebeurd is en zijn leugen met een eed probeert geloofwaardig te maken.

De tweede situatie wordt in de islamitische rechtsleer behandeld als een bijzonder zware valse eed. Oprecht berouw tegenover Allah is noodzakelijk. Wanneer daarmee geld, bezit of een ander recht is afgenomen, moet dat recht worden teruggegeven.

Over de vraag of daarnaast ook de gewone boetedoening voor een verbroken eed moet worden verricht, bestaan verschillende juridische opvattingen. Dat verschil verandert echter niets aan de belangrijkste praktische regel: een betaling of voedselgift kan een bewuste leugen en het onrecht tegenover een ander niet simpelweg uitwissen.

Betaal dus nooit tien maaltijden en denk vervolgens dat fraude, bedrog of het afnemen van andermans rechten daarmee automatisch is opgelost. Boetedoening vervangt geen berouw en geeft een ander zijn verloren recht niet terug.

Een belofte, een eed en een gelofte zijn niet hetzelfde

“Ik beloof dat ik kom” is niet hetzelfde als “Bij Allah, ik zal komen.”

Een gewone belofte moet serieus worden genomen, maar het verbreken ervan brengt niet automatisch de specifieke boetedoening van een eed met zich mee.

Een religieuze gelofte, waarbij iemand zichzelf tegenover Allah tot een bepaalde daad van aanbidding verplicht, heeft eigen regels. Die regels kunnen in bepaalde gevallen raakvlakken hebben met de boetedoening voor een eed, maar een artikel over verbroken eden hoeft niet alle regels van geloften erbij te trekken.

Hetzelfde geldt voor uitspraken over echtscheiding die als dreigement of voorwaarde worden gebruikt. Dat zijn gevoelige familierechtelijke kwesties waarbij de exacte formulering en bedoeling grote gevolgen kunnen hebben. Ze horen daarom niet thuis in een algemene vuistregel over de boetedoening voor een verbroken eed.

Een paar herkenbare situaties

Iemand zegt: “Bij Allah, ik zal nooit meer met mijn broer spreken.” Na een week beseft hij dat dit de familieband schaadt. Hij hoeft de ruzie niet voort te zetten. Hij herstelt het contact en verricht de boetedoening.

Iemand zweert bewust dat hij een bepaalde gewoonte niet meer zal doen en valt later opnieuw in die gewoonte. Als het een echte eed was, is de boetedoening verschuldigd. Als die gewoonte zelf zondig is, betekent het verrichten van de boetedoening natuurlijk niet dat de zonde voortaan toegestaan is; berouw en verandering blijven afzonderlijk nodig.

Iemand zegt in bijna ieder gesprek uit gewoonte “wallahi”, zonder werkelijk de bedoeling te hebben zichzelf door een eed te binden. Hij hoeft niet na ieder gesprek te gaan berekenen hoeveel boetedoeningen hij mogelijk verschuldigd is. Eerst moet vaststaan dat er werkelijk een bedoelde eed was.

Iemand heeft voldoende middelen om tien behoeftigen te helpen, maar denkt dat drie dagen vasten gemakkelijker is. Hij gaat niet rechtstreeks naar het vasten; de Koran plaatst het vasten bij degene die de financiële vormen niet kan uitvoeren.

Iemand woont in België en kent persoonlijk geen tien behoeftige moslims. Hij kan een betrouwbare stichting machtigen om voedsel aan tien geldige ontvangers te geven, terwijl hij bij de betaling duidelijk de bedoeling heeft zijn boetedoening te verrichten.

Iemand heeft jaren geleden verschillende eden afgelegd en weet alleen nog met redelijke zekerheid dat hij er drie afzonderlijk heeft verbroken. Hij hoeft geen denkbeeldige tientallen toe te voegen. Hij handelt naar wat hij redelijk kan vaststellen en voert de openstaande boetedoeningen uit.

Een verbroken eed hoeft geen blijvende last te worden

Een eed verdient ernst omdat de naam van Allah ermee verbonden wordt. Daarom leert de Koran de gelovige ook zijn eden te bewaken. Maar die ernst betekent niet dat iemand na een fout jarenlang met schuld en onzekerheid moet blijven rondlopen.

De weg is in de meeste gevallen duidelijk. Stel eerst vast of je werkelijk een bewuste eed bij Allah hebt afgelegd. Heb je haar verbroken, kies dan bij voldoende middelen voor het voeden of kleden van tien behoeftigen. Kun je dat werkelijk niet, vast dan drie dagen. Heb je gezworen iets verkeerds te doen of iets goeds te laten, kies dan het goede en verricht de boetedoening.

De uitzonderlijke gevallen — een extreme toestand waarin iemand niet meer wist wat hij zei, een ingewikkelde herhaalde formulering of een zware valse eed waarmee rechten van anderen zijn geschonden — hoeven de eenvoudige hoofdregel niet moeilijk te maken.

De boetedoening is geen systeem dat de gelovige in zijn woorden gevangen houdt. Zij geeft juist een geordende weg om verantwoordelijkheid te nemen, een fout te herstellen en daarna verder te gaan met meer zorg voor zijn woorden en meer eerbied voor de naam van Allah.

Bronnen en werkwijze: hoe onze artikelen worden opgebouwd.

Vind je dit interessant? Onze hoofdpagina is ingericht als een wegwijzer door de islam, cultuur en geschiedenis. Ontdek meer via de categorieën bovenaan of gebruik de zoekbalk voor specifieke vragen: BegrijpIslam

Lees Begrijp Islam makkelijker
Installeer de app en open artikelen direct vanaf je startscherm.