Wanneer het hart zwaar wordt
Er zijn momenten waarop het hart van een mens zwaar wordt. Soms komt dat door verlies, ziekte, armoede, mislukking, schulden, familieproblemen, eenzaamheid, schuldgevoel, onrecht of langdurige druk. Soms weet iemand precies waardoor hij verdrietig is, en soms voelt hij een benauwdheid die hij zelf nauwelijks kan uitleggen. De buitenwereld gaat door, maar vanbinnen lijkt het alsof het licht zwakker wordt.
Voor een moslim is deze innerlijke strijd geen vreemd onderwerp. De islam spreekt niet alleen over uiterlijke daden, maar ook over het hart, het innerlijk, het verstand, de ziel, influisteringen (waswas), beproeving (ibtila), het gedenken van Allah (dhikr), smeekbede (dua), berouw (tawbah), geduld en standvastigheid (sabr), en vertrouwen in de goddelijke bepaling (qadar). De islam laat de mens niet alleen met zijn verdriet, maar leert hem waar verdriet vandaan kan komen, hoe het kan worden vergroot, wie er misbruik van kan maken en hoe het hart terugkeert naar Allah.
Daarom is een islamitische benadering van depressie niet beperkt tot algemene troost. Zij spreekt over een werkelijkheid die veel mensen vergeten: de mens leeft niet altijd alleen met zijn eigen gedachten. In het innerlijk van de mens kunnen gedachten opkomen die voortkomen uit pijn, herinnering, angst of vermoeidheid, maar er zijn ook influisteringen (waswas) van een verborgen vijand. De Koran leert dat de duivel (shaytan) niet alleen verleidt tot uiterlijke zonden, maar ook werkt via angst, misleiding, verdriet, isolatie en het breken van vertrouwen in Allah.
Het doel van dit artikel is daarom niet om verdriet te ontkennen, en ook niet om depressie te behandelen als een simpele stemming. Het doel is om te laten zien hoe de Koran en de profetische traditie (Sunnah) de moslim leren kijken naar het hart, de duivel (shaytan), de innerlijke stem, de kracht van het gedenken van Allah (dhikr), het rituele gebed (salah), smeekbede (dua), berouw (tawbah), geduld en standvastigheid (sabr), en de weg terug naar hoop.
Wat zegt de Koran over verdriet en innerlijke pijn?
De Koran verbergt het verdriet van de gelovigen niet. Zij laat zien dat verdriet zelfs in het leven van profeten voorkwam. Profeet Ya‘qub, vrede zij met hem, leed diep onder het verlies van Yusuf, vrede zij met hem. Zijn verdriet was zo zwaar dat de Koran het niet verzwijgt.
Allah (God) zegt: “En hij wendde zich van hen af en zei: ‘O mijn verdriet om Yusuf.’ En zijn ogen werden wit van verdriet, terwijl hij zijn verdriet inhield.” (Soera Yusuf 12:84)
Dit vers is belangrijk, omdat het laat zien dat verdriet op zichzelf geen bewijs is dat iemand ver van Allah is. Ya‘qub, vrede zij met hem, was een profeet, maar hij kende pijn. Hij had vertrouwen in Allah, maar zijn hart voelde verlies. Zijn verdriet werd echter niet losgemaakt van Allah. Hij bracht zijn klacht niet als opstand tegen Allah, maar als smeekbede en overgave aan Allah.
Allah (God) zegt: “Ik klaag mijn verdriet en mijn droefheid slechts bij Allah.” (Soera Yusuf 12:86)
Hier ligt een diepe les voor iedere moslim die innerlijke zwaarte ervaart. De islam zegt niet dat de gelovige nooit huilt. Zij zegt niet dat de gelovige nooit zwak wordt. Zij zegt dat verdriet niet aan zichzelf moet worden overgelaten. Wanneer verdriet wordt losgemaakt van Allah, kan het langzaam veranderen in wanhoop. Maar wanneer verdriet naar Allah wordt gebracht, blijft er een deur open: de deur van smeekbede (dua), berouw (tawbah), geduld en standvastigheid (sabr), en hoop.
Het gevaar begint wanneer verdriet niet langer een menselijke pijn is, maar wordt overgenomen door influisteringen (waswas). Dan begint de innerlijke stem te zeggen: Allah heeft jou verlaten, jouw smeekbede (dua) heeft geen zin, jouw rituele gebed (salah) verandert niets, jouw berouw (tawbah) is te laat, jouw toekomst is gesloten. De Koran leert de moslim om deze stem niet zomaar te geloven.
Is elke innerlijke gedachte werkelijk van jezelf?
Veel mensen denken dat alles wat in hun innerlijk gebeurt, alleen hun eigen denken is. Zij zeggen: mijn verstand zegt dit, mijn gevoel zegt dit, mijn hart zegt dit. Maar de Koran leert dat de innerlijke wereld van de mens niet zo eenvoudig is. In de borst van de mens kunnen influisteringen (waswas) plaatsvinden. Er is een verborgen vijand die zich terugtrekt, fluistert, herhaalt, aandringt en zich vermomt als een gedachte.
Allah (God) zegt: “Zeg: Ik zoek toevlucht bij de Heer van de mensen, de Koning van de mensen, de God van de mensen, tegen het kwaad van de influisteraar die zich terugtrekt, die influistert in de borsten van de mensen, van de djinn en de mensen.” (Soera an-Nas 114:1-6)
Deze verzen zijn fundamenteel voor het begrijpen van innerlijke strijd. Allah leert de mens bescherming zoeken tegen een influisteraar die niet altijd zichtbaar is, maar wel invloed zoekt in de borst. Dit betekent dat de mens niet elke gedachte die bij hem opkomt moet behandelen als waarheid. Sommige gedachten zijn geen leiding, maar aanval. Sommige innerlijke stemmen brengen de mens niet naar helderheid, maar naar wanhoop.
Iemand die depressief is, leeft vaak met een zwaar innerlijk gesprek. Dat gesprek kan bestaan uit zinnen die zich steeds herhalen: jij bent niets waard, niemand begrijpt jou, Allah zal jou niet vergeven, er is geen uitweg, blijf alleen, vertel het niemand, jouw leven heeft geen betekenis. Vanuit islamitisch perspectief is het belangrijk om te weten dat zulke zinnen niet automatisch de stem van waarheid zijn. Zij kunnen behoren tot influisteringen (waswas) die het hart willen breken.
Daarom is kennis van de duivel (shaytan) geen bijzaak. Wie zijn vijand niet kent, kan denken dat hij alleen tegen zichzelf vecht. Maar de Koran leert dat de mens een verborgen vijand heeft die het innerlijk aanspreekt. Deze vijand wil niet alleen dat de mens een fout maakt; hij wil dat de mens zijn hoop verliest.
De duivels van de djinn en de mensen
De Koran spreekt niet alleen over Iblis als een afzonderlijke vijand, maar ook over duivels onder de djinn en de mensen. Er zijn krachten die elkaar woorden van misleiding influisteren, de waarheid mooi vervormen, de zonde aantrekkelijk maken en het hart van de mens verwarren. Dit maakt de islamitische kijk op innerlijke strijd breder en dieper dan alleen het idee van individuele gedachten.
Allah (God) zegt: “En zo hebben Wij voor iedere profeet vijanden gemaakt: duivels onder de mensen en de djinn, die elkaar sierlijke woorden influisteren als misleiding.” (Soera al-An‘am 6:112)
Allah (God) zegt ook: “En voorwaar, de duivels fluisteren hun bondgenoten in om met jullie te redetwisten.” (Soera al-An‘am 6:121)
Deze verzen laten zien dat misleiding soms wordt gedragen door taal. Woorden kunnen een mens beïnvloeden, ook wanneer zij mooi klinken. Dat geldt voor influisteringen (waswas) in het innerlijk, maar ook voor mensen die wanhoop verspreiden, zonden verfraaien, geloof belachelijk maken, de Koran verdacht maken of iemand weghalen van vertrouwen in Allah.
Voor iemand die depressief is, kan dit belangrijk zijn. Hij wordt niet alleen beïnvloed door wat hij zelf denkt, maar ook door wat hij leest, hoort, bekijkt en toelaat in zijn omgeving. Sommige stemmen voeden hoop, andere stemmen voeden wanhoop. Sommige mensen brengen de mens dichter bij Allah, andere maken het hart donkerder. Daarom is het beschermen van de innerlijke wereld ook het beschermen van de omgeving, de woorden, de beelden en de gesprekken waarmee men leeft.
De islam leert dat de mens niet naïef moet zijn. Er is een strijd om het hart. De duivel (shaytan) werkt door influisteringen (waswas), maar ook door systemen, woorden, gezelschap en gewoonten die de mens langzaam wegtrekken van Allah.
Allah is de Veroorzaker van oorzaken, en de duivel zoekt openingen
Het is noodzakelijk om de zaak zuiver te begrijpen. De duivel (shaytan) schept geen ziekte, geen verlies en geen beproeving onafhankelijk van Allah. Hij bezit geen macht over het lot van de mens buiten wat Allah toestaat. Allah is de Schepper, de Bestuurder en de Veroorzaker van oorzaken. Geen verdriet, ziekte, verlies, armoede, mislukking of beproeving (ibtila) valt buiten Zijn kennis, macht en wijsheid.
Maar binnen de beproevingen van het leven zoekt de duivel (shaytan) naar openingen. Wanneer iemand geraakt wordt door een mislukte handel, verlies van werk, schulden, ziekte, eenzaamheid, familieproblemen, schuldgevoel of langdurige stress, probeert de duivel (shaytan) die opening te gebruiken. Hij maakt het verdriet niet tot een neutrale menselijke pijn, maar probeert het te vergiftigen met wanhoop, slechte gedachten over Allah en afstand van alles wat genezing kan brengen.
Allah (God) zegt: “Voorwaar, het heimelijke gesprek is slechts van de duivel, om degenen die geloven verdrietig te maken.” (Soera al-Mujadilah 58:10)
Dit vers laat zien dat verdrietig maken behoort tot de doelen van de duivel (shaytan). Hij wil niet alleen dat de mens pijn voelt; hij wil dat pijn een donkere overtuiging wordt. Hij wil dat iemand niet alleen zegt: ik ben verdrietig, maar: er is geen hoop. Hij wil dat iemand niet alleen zegt: ik heb gezondigd, maar: Allah zal mij nooit vergeven. Hij wil dat iemand niet alleen zegt: ik ben moe, maar: mijn leven heeft geen betekenis.
Daarom moet de moslim onderscheid leren maken tussen de beproeving (ibtila) zelf en wat de duivel (shaytan) ermee probeert te doen. De beproeving (ibtila) kan een deur naar Allah worden. De duivel (shaytan) wil haar veranderen in een deur naar wanhoop.
Hoe duwt de duivel (shaytan) een mens naar isolatie?
Een van de gevaarlijkste manieren waarop de duivel (shaytan) werkt, is dat hij de mens naar isolatie duwt. Hij wacht niet alleen tot iemand geïsoleerd raakt. Hij kan de isolatie zelf voorbereiden door influisteringen (waswas): niemand begrijpt jou, spreek met niemand, ga niet naar de moskee, bel je familie niet, vraag geen hulp, vertel je pijn niet, niemand zal jou geloven, blijf alleen.
Deze isolatie is geen heilzame afzondering met Allah. Het is een geestelijke omsingeling. Zij snijdt de mens af van raad, barmhartigheid, broederschap, familie, kennis, het rituele gebed (salah) met anderen, behandeling wanneer die nodig is, en woorden die zijn hart kunnen terugbrengen naar Allah. Wanneer de mens alleen blijft met zijn donkere gedachten, worden influisteringen (waswas) vaak luider. Wat eerst een gedachte was, wordt een overtuiging. Wat eerst verdriet was, wordt wanhoop. Wat eerst schaamte was, wordt zelfhaat.
Daarom moet dit duidelijk gezegd worden: de duivel (shaytan) gebruikt isolatie niet alleen nadat zij ontstaat; hij kan de mens actief naar isolatie duwen. Hij weet dat een mens die afgesneden is van Koran, gezelschap, advies, smeekbede (dua), het gedenken van Allah (dhikr) en hulp kwetsbaarder wordt voor zijn aanval.
Een van de vormen van verzet tegen de duivel (shaytan) is daarom dat de moslim niet toestaat dat hij volledig alleen wordt opgesloten in zijn eigen donkerte. Soms moet hij iemand bellen. Soms moet hij naar de moskee gaan. Soms moet hij een betrouwbare vriend of familielid spreken. Soms moet hij hulp zoeken. Soms moet hij zich laten herinneren aan Allah door iemand die rustiger ziet dan hijzelf op dat moment kan zien.
Hoe herken je influisteringen (waswas) bij donkere gedachten?
Depressie kan donkere gedachten sterk laten aanvoelen. Een gedachte kan zo zwaar worden dat zij lijkt op zekerheid. De mens kan voelen dat hij waardeloos is, dat Allah hem verlaten heeft, dat niemand hem wil helpen, dat hij geen toekomst heeft. Maar de kracht van een gedachte bewijst niet dat zij waarheid is.
Allah (God) zegt: “En als een influistering van de duivel jou treft, zoek dan toevlucht bij Allah. Voorwaar, Hij is de Alhorende, de Alwetende.” (Soera Fussilat 41:36)
Dit vers geeft een weg. Wanneer een influistering (waswas) komt, moet de mens niet automatisch met haar meegaan. Hij zoekt bescherming bij Allah. Hij herkent dat hij wordt aangesproken door iets wat hem wil wegtrekken. Hij zegt niet: dit ben ik volledig. Hij zegt: dit is een gedachte die getoetst moet worden aan de Koran, aan de profetische traditie (Sunnah), aan kennis en aan wat Allah over hoop en barmhartigheid heeft gezegd.
Een nuttige vraag is: brengt deze gedachte mij dichter bij Allah of verder van Hem? Brengt zij mij naar berouw (tawbah), of naar wanhoop? Brengt zij mij naar smeekbede (dua), of naar zwijgen tegenover Allah? Brengt zij mij naar hulp, of naar gevaarlijke isolatie? Brengt zij mij naar geduld en standvastigheid (sabr), of naar opgave?
De duivel (shaytan) wil dat de mens zijn influistering verwart met waarheid. De Koran leert de mens om wakker te worden en te onderscheiden.
De duivel wil het vertrouwen in Allah breken
Het doel van de duivel (shaytan) is niet alleen dat de mens verdrietig wordt. Zijn diepere doel is dat de mens zijn vertrouwen in Allah verliest. Hij wil dat de gelovige slechte gedachten krijgt over zijn Heer. Hij wil dat iemand denkt dat zijn smeekbede (dua) niet wordt gehoord, dat zijn berouw (tawbah) niet wordt aanvaard, dat zijn rituele gebed (salah) niets betekent, dat de Koran hem niet kan raken en dat Allah hem niet meer wil.
Daarom is wanhoop een van de gevaarlijkste deuren. De islam erkent pijn, maar sluit de deur van wanhoop. Allah spreekt juist tot de mensen die tegen zichzelf buitensporig zijn geweest en opent voor hen de deur van barmhartigheid.
Allah (God) zegt: “Zeg: O Mijn dienaren die buitensporig tegen zichzelf zijn geweest, wanhoop niet aan de barmhartigheid van Allah. Voorwaar, Allah vergeeft alle zonden. Voorwaar, Hij is de Vergevensgezinde, de Meest Barmhartige.” (Soera az-Zumar 39:53)
Allah (God) zegt ook: “En wanhoop niet aan de verlichting van Allah. Voorwaar, niemand wanhoopt aan de verlichting van Allah behalve het ongelovige volk.” (Soera Yusuf 12:87)
Deze verzen moeten met barmhartigheid worden begrepen. Een depressieve moslim die wanhoop voelt, wordt niet hard weggeduwd omdat hij pijn heeft. Hij wordt juist herinnerd aan een waarheid die sterker is dan zijn gevoel: de deur van Allah is niet gesloten. De duivel (shaytan) wil wanhoop veranderen in een overtuiging. De Koran breekt die overtuiging open.
De list van de duivel wordt zwak wanneer zij herkend wordt
De duivel (shaytan) lijkt sterk wanneer zijn methode verborgen blijft. Wanneer de mens niet weet dat hij wordt beïnvloed, kan hij elke gedachte geloven. Maar wanneer de mens de val herkent, wordt de val zwakker. De Koran onthult dat de list van de duivel (shaytan) niet sterker is dan de bescherming van Allah.
Allah (God) zegt: “Voorwaar, de list van de duivel is zwak.” (Soera an-Nisa 4:76)
Zijn list wordt zwak wanneer de gelovige bescherming zoekt bij Allah. Zij wordt zwak wanneer de mens de Koran leest, het gedenken van Allah (dhikr) verricht, smeekbede (dua) doet, het rituele gebed (salah) onderhoudt, berouw (tawbah) toont, geduld en standvastigheid (sabr) zoekt, en zich niet laat opsluiten in isolatie.
De duivel (shaytan) werkt vaak met vergroting. Hij vergroot een fout tot een identiteit. Hij vergroot een mislukking tot het einde van de toekomst. Hij vergroot verdriet tot wanhoop. Hij vergroot vermoeidheid tot het gevoel dat Allah afwezig is. Maar de Koran plaatst alles terug in de juiste verhouding: de mens is zwak, maar Allah is nabij; de zonde is zwaar, maar berouw (tawbah) is open; verdriet is echt, maar niet eeuwig; de duivel (shaytan) influistert, maar zijn list is zwak.
Daarom is het kennen van de vijand een vorm van genezing. Niet omdat de kennis alleen alle pijn wegneemt, maar omdat zij de mens uit de verwarring haalt. Hij weet dan: niet alles wat mij innerlijk aanspreekt, verdient gehoorzaamheid.
Hoe geneest de Koran wat in de borst leeft?
De Koran spreekt niet alleen tot het verstand, maar ook tot de borst, het hart en de ziel. Zij legt uit wie Allah is, wie de duivel (shaytan) is, wat beproeving (ibtila) betekent, waarom wanhoop gevaarlijk is, hoe berouw (tawbah) openblijft en waarom geen pijn verloren gaat bij Allah.
Allah (God) zegt: “O mensen, er is tot jullie een vermaning van jullie Heer gekomen, een genezing voor wat in de borsten is, leiding en barmhartigheid voor de gelovigen.” (Soera Yunus 10:57)
Allah (God) zegt ook: “En Wij zenden van de Koran neer wat genezing en barmhartigheid is voor de gelovigen.” (Soera al-Isra 17:82)
De uitdrukking “wat in de borsten is” is diep. De borst is de plaats waar benauwdheid, angst, schuldgevoel, hoop, wanhoop en influisteringen (waswas) worden gevoeld. De Koran komt als genezing voor deze innerlijke diepte. Zij geeft niet alleen informatie, maar richting. Zij maakt niet alleen verdriet zichtbaar, maar verbindt het met Allah. Zij laat de mens niet alleen weten dat de duivel (shaytan) bestaat, maar leert hem ook hoe hij zich beschermt.
Daarom is het lezen, beluisteren en overdenken van de Koran geen oppervlakkige oplossing. Het is een terugkeer naar de werkelijkheid zoals Allah die heeft geopenbaard. Wanneer de innerlijke stem donker wordt, heeft de mens woorden nodig die niet uit zijn angst komen. Hij heeft de woorden van Allah nodig.
Het gedenken van Allah beschermt het hart
Het gedenken van Allah (dhikr) is een van de grootste middelen waarmee de gelovige zijn hart beschermt. Het is niet alleen het herhalen van woorden met de tong, maar het opnieuw richten van het hart op Allah. Wanneer de mens wordt aangevallen door angst, wanhoop en influisteringen (waswas), brengt het gedenken van Allah (dhikr) hem terug naar de waarheid.
Allah (God) zegt: “Voorwaar, in het gedenken van Allah vinden de harten rust.” (Soera ar-Ra‘d 13:28)
Deze rust betekent niet altijd dat alle pijn onmiddellijk verdwijnt. Maar zij geeft het hart een anker. Het gedenken van Allah (dhikr) zegt tegen het hart: jij bent niet alleen. Allah ziet jou. Allah hoort jou. Allah is groter dan jouw angst. Allah is barmhartiger dan de duivel (shaytan) jou wil laten geloven.
Tot het gedenken van Allah (dhikr) behoren verschillende vormen. Er is het zeggen van “La ilaha illa Allah”, “Subhan Allah”, “Alhamdulillah”, “Allahu Akbar” en “La hawla wa la quwwata illa billah”. Er is het vragen om vergeving. Er is het zoeken van bescherming bij Allah tegen de duivel (shaytan). Er is het reciteren van de Koran. Er is het sturen van zegeningen over de Profeet Mohammed ﷺ. Er zijn de ochtend- en avondherinneringen. Er zijn de woorden vóór het slapen, bij het wakker worden, bij het binnengaan van het huis, bij het verlaten van het huis, bij het eten en bij het binnengaan van het toilet.
De islam maakt het hart niet weerloos. Zij geeft het woorden, ritmes en beschermingen waarmee het dagelijkse leven verbonden blijft met Allah.
Dagelijkse bescherming tegen de duivel
De strijd met de duivel (shaytan) vindt niet alleen plaats in grote momenten. Zij raakt ook het dagelijkse leven. Daarom heeft de Profeet Mohammed ﷺ de moslim geleerd om Allah te gedenken bij gewone handelingen. Deze herinneringen zijn geen kleine details zonder betekenis. Zij beschermen de mens tegen achteloosheid en tegen aanwezigheid van de duivel (shaytan) in zijn dagelijkse ruimte.
De Profeet Mohammed ﷺ zei: “Wanneer een man zijn huis binnengaat en Allah gedenkt bij het binnengaan en bij zijn eten, zegt de duivel: jullie hebben hier geen verblijfplaats en geen avondmaaltijd.” (Overgeleverd door Muslim)
Deze overlevering laat zien dat het gedenken van Allah (dhikr) een huis anders maakt. Een huis waarin Allah wordt genoemd, is niet hetzelfde als een huis waarin achteloosheid heerst. Voor iemand die innerlijk kwetsbaar is, kan dit belangrijk zijn. Zijn kamer, zijn huis, zijn bed en zijn dagelijkse gewoonten moeten niet worden overgelaten aan stilte zonder Allah. Zij moeten gevuld worden met herinnering, bescherming en smeekbede (dua).
De Profeet Mohammed ﷺ leerde ook bij het betreden van het toilet bescherming te zoeken. Hij zei: “O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen de mannelijke en vrouwelijke duivels.” (Overgeleverd door al-Bukhari en Muslim)
Dit leert de moslim dat de duivel (shaytan) niet alleen een abstract idee is. De islam leert bescherming in de concrete details van het leven. De gelovige leeft niet in angst, maar in bewustzijn. Hij weet dat er een vijand is, maar hij weet ook dat Allah hem middelen heeft gegeven.
Het rituele gebed doorbreekt de cirkel van duisternis
Het rituele gebed (salah) is niet slechts een verplichting naast het leven. Het is een terugkeer die het leven ordent. Vijf keer per dag wordt de moslim geroepen uit zijn zorgen, gedachten, werk, angst en wereldse drukte om opnieuw voor Allah te staan. Voor iemand die lijdt aan innerlijke donkerte, kan het rituele gebed (salah) de cirkel van donkere gedachten doorbreken.
Allah (God) zegt: “En zoek hulp door geduld en het gebed.” (Soera al-Baqarah 2:45)
Allah (God) zegt ook: “Voorwaar, het gebed weerhoudt van schaamteloosheid en het verwerpelijke.” (Soera al-Ankabut 29:45)
Het rituele gebed (salah) brengt lichaam, tong en hart samen. De mens staat, buigt, knielt en legt zijn voorhoofd neer. Hij zegt met zijn lichaam dat hij niet overgeleverd is aan zijn gedachten, zijn angst of de duivel (shaytan). Hij staat voor Allah, zelfs wanneer hij gebroken is.
De Profeet Mohammed ﷺ vond rust in het rituele gebed (salah). Hij zei tegen Bilal, moge Allah tevreden met hem zijn: “O Bilal, laat ons rust vinden door het gebed.” (Overgeleverd door Abu Dawud)
Het rituele gebed (salah) neemt niet altijd onmiddellijk alle pijn weg. Maar het geeft de pijn een richting. Het haalt de mens uit de gesloten kamer van zijn eigen gedachten en plaatst hem voor de Heer van de werelden.
Smeekbede wanneer de borst benauwd wordt
Wanneer de borst benauwd wordt en woorden moeilijk worden, blijft smeekbede (dua) een open deur. De mens hoeft niet sterk te zijn om tot Allah te spreken. Hij mag komen met verdriet, schaamte, verwarring en zwakte. Allah kent de pijn voordat de tong haar uitspreekt.
Profeet Yunus, vrede zij met hem, bevond zich in duisternis en benauwdheid. Hij riep Allah aan.
Allah (God) zegt: “Er is geen god behalve U. Verheven bent U. Voorwaar, ik behoorde tot de onrechtplegers.” (Soera al-Anbiya 21:87)
Daarna zegt Allah (God): “Toen verhoorden Wij hem en redden Wij hem uit de benauwdheid. En zo redden Wij de gelovigen.” (Soera al-Anbiya 21:88)
Deze verzen zijn bijzonder krachtig voor iemand die innerlijke benauwdheid voelt. Allah zegt niet alleen dat Yunus, vrede zij met hem, werd gered. Hij zegt: zo redden Wij de gelovigen. Daarmee opent Hij een deur voor iedere gelovige die in zijn eigen duisternis tot Allah roept.
De Profeet Mohammed ﷺ zocht bescherming tegen zorgen en verdriet. Hij zei: “O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen zorg en verdriet, tegen onvermogen en luiheid, tegen gierigheid en lafheid, tegen de last van schulden en tegen overheersing door mensen.” (Overgeleverd door al-Bukhari)
Deze smeekbede (dua) laat zien dat zorgen en verdriet echte zaken zijn waartegen de moslim bescherming zoekt. De islam leert de mens niet zijn pijn te verbergen, maar haar naar Allah te brengen.
Berouw opent de deur die de duivel wil sluiten
Een van de zwaarste vormen van influisteringen (waswas) is dat de duivel (shaytan) een zonde verandert in wanhoop. Hij zegt: jij bent te ver gegaan, jij kunt niet meer terug, Allah zal jou niet vergeven, jouw verleden heeft jouw toekomst vernietigd. Maar de Koran zegt iets anders.
Allah (God) zegt: “Voorwaar, Allah houdt van degenen die berouw tonen en Hij houdt van degenen die zich reinigen.” (Soera al-Baqarah 2:222)
Berouw (tawbah) is geen zelfhaat. Berouw (tawbah) is terugkeer. Het betekent dat de mens zijn fout erkent, maar zijn fout niet tot zijn identiteit maakt. De duivel (shaytan) wil dat de mens blijft wonen in zijn zonde. Allah roept hem om terug te keren.
Daarom is berouw (tawbah) een vorm van hoop. Het opent een deur in een ruimte die de duivel (shaytan) wil sluiten. Het zegt tegen de mens: je viel, maar je kunt opstaan. Je dwaalde, maar je kunt terug. Je bent zwak, maar Allah is barmhartig.
Geduld en standvastigheid is geen ontkenning van pijn
Geduld en standvastigheid (sabr) betekent niet dat de mens niets voelt. Het betekent niet dat hij niet mag huilen, geen hulp mag zoeken of geen zwakte mag tonen. Geduld en standvastigheid (sabr) betekent dat de mens ondanks pijn niet breekt met Allah, niet kiest voor verboden wegen en niet toestaat dat wanhoop zijn geloof opeet.
Allah (God) zegt: “Voorwaar, alleen de geduldigen zullen hun beloning zonder berekening volledig ontvangen.” (Soera az-Zumar 39:10)
Soms is geduld en standvastigheid (sabr) voor mensen nauwelijks zichtbaar. Iemand kan van buiten weinig doen, maar vanbinnen een grote strijd voeren om niet op te geven, niet in wanhoop te vallen, niet aan Allah te twijfelen, niet zichzelf te beschadigen, en toch een kleine deur naar Allah open te houden. Mensen zien misschien weinig, maar Allah ziet de strijd.
Daarom moet men voorzichtig zijn met harde woorden tegen iemand die depressief is. Wat voor de ene mens eenvoudig lijkt, kan voor de ander een zware beproeving (ibtila) zijn. Allah kent het gewicht van ieder hart.
De goddelijke bepaling: Allah heeft de controle niet verloren
Depressie kan de mens het gevoel geven dat alles uit zijn handen valt. Het verleden lijkt te zwaar, de toekomst te donker en het heden te benauwd. Geloof in de goddelijke bepaling (qadar) betekent dat de moslim weet dat zijn leven niet buiten Allahs kennis en macht valt.
Allah (God) zegt: “Allah belast geen ziel boven haar vermogen.” (Soera al-Baqarah 2:286)
Allah (God) zegt ook: “Zeg: Niets zal ons treffen behalve wat Allah voor ons heeft voorgeschreven. Hij is onze Beschermer.” (Soera at-Tawbah 9:51)
Deze verzen moeten met barmhartigheid worden begrepen. De goddelijke bepaling (qadar) betekent niet dat de mens niets doet. Hij neemt middelen, zoekt hulp, beschermt zijn hart, behandelt zijn lichaam wanneer nodig, verricht smeekbede (dua), houdt vast aan het rituele gebed (salah), en strijdt tegen influisteringen (waswas). Maar hij weet dat Allah niet afwezig is.
De duivel (shaytan) wil dat de mens denkt: alles is chaos. Geloof in de goddelijke bepaling (qadar) zegt: alles is onder Allahs kennis, ook wanneer ik de wijsheid nog niet zie.
Beproeving betekent niet dat Allah iemand verlaten heeft
Een mens die diep lijdt, kan denken: waarom ik? Is Allah boos op mij? Heeft Allah mij verlaten? Dit is een plaats waar de duivel (shaytan) gevaarlijk werkt. Hij probeert beproeving (ibtila) uit te leggen als verlating. Maar de islam leert dat beproeving (ibtila) niet automatisch betekent dat Allah iemand haat.
De Profeet Mohammed ﷺ zei: “Geen vermoeidheid, ziekte, zorg, verdriet, pijn of smart treft een moslim, zelfs niet een doorn die hem prikt, of Allah wist daarmee iets van zijn zonden uit.” (Overgeleverd door al-Bukhari en Muslim)
Deze overlevering geeft betekenis aan pijn. Zij betekent niet dat de mens behandeling moet laten of zijn situatie moet negeren. Zij betekent dat verdriet bij Allah niet nutteloos is. Een pijn die mensen niet zien, kan bij Allah bekend zijn. Een strijd die niemand begrijpt, kan bij Allah gewicht hebben.
Daarom mag een moslim zijn beproeving (ibtila) niet automatisch vertalen als haat van Allah. Soms is beproeving (ibtila) reiniging. Soms is zij verhoging. Soms is zij een herinnering. Soms is zij een deur naar smeekbede (dua) die anders gesloten zou blijven.
Wat als iemand door depressie weinig kracht vindt voor aanbidding?
Er is een pijnlijke werkelijkheid die men niet mag negeren. Sommige mensen die zwaar depressief zijn, willen wel bidden, lezen, luisteren, het gedenken van Allah (dhikr) verrichten of smeekbede (dua) doen, maar zij vinden nauwelijks kracht. Het hoofd is zwaar, het lichaam traag, de concentratie gebroken en het hart uitgeput. Dan kan de duivel (shaytan) een nieuwe aanval openen: zelfs jouw aanbidding lukt niet, dus jij bent verloren.
De islam sluit deze deur. Allah belast een ziel niet boven haar vermogen. De zieke wordt niet behandeld als iemand die alle kracht bezit. Wie niet staand kan bidden, bidt zittend. Wie dat niet kan, bidt op zijn zij. Wie geen lange recitatie kan dragen, doet wat hij kan. Wie geen bladzijde kan lezen, kan luisteren. Wie geen lange smeekbede (dua) kan formuleren, kan één zin zeggen. Wie weinig woorden vindt, kan zijn hart naar Allah keren.
De Profeet Mohammed ﷺ zei tegen ‘Imran ibn Husayn, moge Allah tevreden met hem zijn: “Bid staand; als je dat niet kunt, dan zittend; en als je dat niet kunt, dan op je zij.” (Overgeleverd door al-Bukhari)
En de Profeet Mohammed ﷺ zei: “Wanneer een dienaar ziek wordt of op reis is, wordt voor hem geschreven wat hij gewoon was te doen toen hij gezond en thuis was.” (Overgeleverd door al-Bukhari)
Deze overleveringen geven hoop. Een zieke die gewend was aan bepaalde goede daden, maar tijdelijk verzwakt, is niet vergeten bij Allah. De islam vraagt niet van een gebroken mens dat hij doet alsof hij sterk is. Zij vraagt hem om te doen wat hij kan en zijn hart niet aan wanhoop te geven.
Daarom kan een kleine vorm van het gedenken van Allah (dhikr) groot zijn in zo’n toestand. Een enkele “Astaghfirullah”, een stille “Ya Allah”, het luisteren naar een korte soera, het vasthouden aan één gebed, het vermijden van een zonde, het vragen om hulp of het geduldig dragen van een zware dag kan bij Allah gewicht hebben. De duivel (shaytan) meet de mens met hardheid. Allah kent zijn vermogen.
Afzondering met Allah is iets anders dan isolatie door de duivel
Er is een groot verschil tussen afzondering met Allah en isolatie door de duivel (shaytan). Afzondering met Allah brengt het hart dichter bij zijn Heer. Zij bestaat uit Koran, smeekbede (dua), het gedenken van Allah (dhikr), reflectie, berouw (tawbah) en herstel. Deze afzondering kan genezend zijn.
Maar isolatie door de duivel (shaytan) snijdt de mens af van alles wat hem kan helpen. Zij fluistert dat niemand hem begrijpt, dat hij zich moet verbergen, dat hij niet naar de moskee moet gaan, dat hij geen familie moet bellen, dat hij geen arts moet bezoeken, dat hij geen vriend moet vertrouwen en dat hij zijn pijn alleen moet dragen. Dit is geen vrome stilte, maar een val.
Daarom is het voor een moslim belangrijk om het verschil te herkennen. Soms moet hij alleen zijn met Allah. Maar soms moet hij juist uit zijn kamer komen, iemand bellen, naar buiten gaan, hulp vragen, een afspraak maken, samen bidden of aanwezig zijn bij mensen die hem aan Allah herinneren.
De duivel (shaytan) wil een mens alleen maken om hem daarna sterker aan te vallen. De islam brengt de mens terug naar Allah én naar de middelen van barmhartigheid die Allah in de gemeenschap heeft geplaatst.
Dit begrip mag niet verkeerd worden gebruikt tegen zieke mensen
Alles wat hierboven is genoemd over de duivel (shaytan), influisteringen (waswas), het gedenken van Allah (dhikr), het rituele gebed (salah), smeekbede (dua), de Koran, berouw (tawbah), geduld en standvastigheid (sabr), en de goddelijke bepaling (qadar) is essentieel. Maar dit begrip mag niet verkeerd worden gebruikt tegen mensen die ernstig ziek zijn.
Als iemand een familielid heeft dat diep depressief is, niet slaapt, niet eet, zichzelf verwaarloost, gevaarlijke gedachten heeft of niet meer normaal functioneert, dan is het niet voldoende om alleen te zeggen: dit is de duivel (shaytan), lees de Koran. Dat kan een deel van de geestelijke strijd verklaren, maar de persoon kan tegelijk medische of psychologische hulp nodig hebben. Sommige mensen hebben een neurologische of lichamelijke aandoening, een zware depressieve toestand, slaapstoornissen, chronische pijn of een toestand waarvoor medicatie noodzakelijk kan zijn.
De Profeet Mohammed ﷺ zei: “O dienaren van Allah, zoek behandeling, want Allah heeft geen ziekte neergezonden zonder dat Hij daarvoor ook een geneesmiddel heeft neergezonden.” (Overgeleverd door Abu Dawud en at-Tirmidhi)
Daarom helpt men de zieke met Koran, smeekbede (dua), het gedenken van Allah (dhikr), gezelschap en herinnering aan Allah, maar men helpt hem ook naar een arts, psycholoog, psychiater of spoeddienst wanneer dat nodig is. Bij gevaar voor zelfbeschadiging, verlangen naar de dood, ernstige verwaarlozing of direct gevaar moet onmiddellijk hulp worden gezocht.
Dit is geen tegenstelling tussen islam en behandeling. Dit is het volledige nemen van oorzaken: het hart beschermen met openbaring, en het lichaam en verstand helpen met toegestane middelen.
De islam sluit de deur van wanhoop
Depressie, verdriet en innerlijke donkerte kunnen zwaar zijn. Maar de islam laat de moslim niet geloven dat zijn donkere gedachten de hoogste waarheid zijn. De Koran leert dat er een Heer is Die hoort, een Boek dat genezing is voor wat in de borst leeft, een Profeet ﷺ die leiding bracht, en een vijand die liegt, influistert en naar wanhoop duwt.
De mens is dus niet weerloos. Hij heeft de Koran. Hij heeft het rituele gebed (salah). Hij heeft het gedenken van Allah (dhikr). Hij heeft smeekbede (dua). Hij heeft berouw (tawbah). Hij heeft geduld en standvastigheid (sabr). Hij heeft geloof in de goddelijke bepaling (qadar). Hij heeft de mogelijkheid om hulp te zoeken. En bovenal heeft hij een Heer Die barmhartiger is dan de duivel (shaytan) wil dat hij gelooft.
De islam ontkent de pijn niet, maar zij weigert dat de duivel (shaytan) de pijn verandert in wanhoop. Zij erkent dat het hart kan breken, maar zij leert dat het hart kan terugkeren. Zij erkent dat de mens zwak is, maar zij leert dat Allah nabij is. Zij erkent dat de duivel (shaytan) influistert, maar zij leert dat zijn list zwak is voor wie bescherming zoekt bij Allah.
Daarom is de weg van de moslim niet om elke donkere gedachte te geloven, maar om terug te keren naar Allah, zijn vijand te herkennen, zijn hart te beschermen, toegestane middelen te nemen en de deur van hoop open te houden.
Want de duivel (shaytan) wil dat de mens denkt dat het verhaal voorbij is. Maar Allah opent voor de gelovige telkens opnieuw de deur van terugkeer.
ــــــــــــــــــــــــــــــــــــ
• Vind je dit interessant? Onze hoofdpagina is ingericht als een wegwijzer door de islam, cultuur en geschiedenis. Ontdek meer via de categorieën bovenaan ≡ of gebruik de zoekbalk voor specifieke vragen: BegrijpIslam

