Waarom zoekt de mens naar betekenis?
Wanneer mensen over religie spreken, ontstaat vaak de indruk dat geloof uitsluitend het resultaat is van opvoeding, cultuur of persoonlijke keuzes. Volgens deze visie wordt een mens geboren zonder enige natuurlijke neiging richting geloof, waarna zijn omgeving bepaalt welke overtuigingen hij later zal aannemen.
De islam presenteert echter een andere kijk op de menselijke natuur. Volgens de Qur’an en de profetische levenswijze (Sunnah) bezit ieder mens vanaf zijn geboorte een aangeboren aanleg die hem ontvankelijk maakt voor waarheid, moraal en het besef van een Schepper. Deze aangeboren menselijke natuur wordt in de islam aangeboren menselijke natuur (fitrah) genoemd.
De Profeet Mohammed ﷺ zei: “Ieder kind wordt geboren volgens de aangeboren menselijke natuur (fitrah). Vervolgens maken zijn ouders hem tot een jood, christen of zoroastriër.” (Overgeleverd door al-Bukhari en Muslim)
Deze hadith behoort tot de belangrijkste teksten over de menselijke natuur in de islam. Opmerkelijk is dat de Profeet ﷺ niet zegt dat een kind als ongelovige wordt geboren en later geloof leert kennen. Evenmin zegt hij dat een kind reeds een volledig uitgewerkte religieuze overtuiging bezit. De overlevering wijst op iets subtielers: ieder mens komt ter wereld met een innerlijke aanleg die hem ontvankelijk maakt voor geloof en waarheid.
Daarom beschouwt de islam de mens niet als een wezen dat volledig blanco wordt geboren, maar ook niet als een wezen dat van nature verdorven is. Tussen deze twee uitersten biedt de islam een evenwichtige visie. De mens beschikt over een aangeboren moreel en spiritueel kompas dat hem helpt onderscheid te maken tussen waarheid en dwaling, goed en kwaad, betekenis en leegte.
De zoektocht naar een Schepper door de geschiedenis heen
Wanneer we naar de menselijke geschiedenis kijken, valt een opmerkelijk verschijnsel op. Vrijwel iedere beschaving heeft zich beziggehouden met vragen over het bestaan, de oorsprong van het universum en de betekenis van het leven. Van de oudste beschavingen in Mesopotamië en Egypte tot de Griekse filosofen, van de volkeren van Azië tot de moderne mens van vandaag: telkens keren dezelfde fundamentele vragen terug.
Waarom bestaan wij? Waarom is er iets in plaats van niets? Waar komen wij vandaan? En wat gebeurt er na de dood? Deze vragen verdwijnen niet door technologische vooruitgang, economische groei of maatschappelijke verandering. Zij blijven terugkeren omdat zij verbonden zijn met iets dieps in de mens zelf.
Vanuit islamitisch perspectief is dit geen toeval. De voortdurende zoektocht van de mens naar antwoorden weerspiegelt de aangeboren menselijke natuur (fitrah) die Allah in hem heeft geplaatst. Deze aangeboren menselijke natuur drijft hem ertoe om verder te kijken dan het zichtbare en om vragen te stellen over zijn oorsprong, zijn bestemming en zijn relatie tot zijn Schepper.
Juist daarom beschouwt de islam religie niet als iets kunstmatigs dat aan de mens wordt opgelegd. Integendeel, goddelijke openbaring (wahy) komt volgens de islam tegemoet aan vragen die reeds aanwezig zijn in het menselijke hart. De boodschap van de profeten sluit aan bij een behoefte die Allah Zelf in de mens heeft gelegd.
Wat zegt de Qur’an over de aangeboren menselijke natuur?
De hadith over de aangeboren menselijke natuur (fitrah) vormt niet de enige basis voor dit concept. Ook de Qur’an verwijst expliciet naar een natuurlijke aanleg die Allah in de mens heeft geplaatst. Allah (God) zegt: “Richt jouw gezicht op de religie als een oprechte zoeker naar de waarheid. Dat is de natuur waarop Allah de mensen heeft geschapen. Er is geen verandering in de schepping van Allah. Dat is de juiste religie, maar de meeste mensen weten het niet.” (Soera ar-Rum 30:30)
Dit vers behoort tot de belangrijkste Qur’anverzen over de menselijke natuur. Opvallend is dat Allah de ware religie verbindt met iets dat reeds aanwezig is binnen de mens zelf. De openbaring komt niet om de menselijke natuur te vernietigen, maar om haar te begeleiden, te beschermen en terug te brengen naar haar oorspronkelijke zuiverheid.
Veel geleerden legden uit dat de aangeboren menselijke natuur (fitrah) onder meer verwijst naar de natuurlijke ontvankelijkheid van de mens voor het erkennen van zijn Schepper. Dat betekent niet dat ieder mens automatisch alle religieuze waarheden kent zonder onderwijs, profeten of openbaring. Het betekent wel dat de menselijke ziel een natuurlijke aanleg bezit om waarheid te herkennen wanneer zij haar op een zuivere manier bereikt.
Hierdoor ontstaat een belangrijke nuance. Volgens de islam is geloof niet volledig vreemd aan de mens. De mens hoeft niet tegen zijn natuur in te geloven. Integendeel, werkelijk geloof brengt hem juist dichter bij zijn oorspronkelijke natuur.
Waarom geloven niet alle mensen dan?
Een van de meest voor de hand liggende vragen is: als ieder mens een aangeboren aanleg richting waarheid bezit, waarom bestaan er dan zoveel verschillende overtuigingen? Waarom worden sommige mensen atheïst, terwijl anderen religieus blijven? En waarom kunnen mensen dezelfde argumenten horen, maar toch tot verschillende conclusies komen?
De islam erkent dat de menselijke natuur kan worden beïnvloed door talrijke factoren. De omgeving waarin iemand opgroeit, de ideeën waarmee hij wordt geconfronteerd, persoonlijke ervaringen, maatschappelijke druk, verlangens en individuele keuzes spelen allemaal een rol. Juist daarom noemt de eerder genoemde hadith de invloed van ouders en opvoeding. De Profeet Mohammed ﷺ wijst daarmee op het feit dat de menselijke natuur niet in een vacuüm leeft. Zij ontwikkelt zich binnen een sociale omgeving die haar kan versterken, verzwakken of vervormen.
Veel geleerden gebruikten hiervoor het beeld van een spiegel. Een spiegel is bedoeld om helder te reflecteren, maar kan bedekt raken met stof. Het stof verandert de aard van de spiegel niet, maar verhindert wel dat zij haar functie volledig vervult. Op vergelijkbare wijze kan de aangeboren menselijke natuur (fitrah) worden bedekt door gewoonten, verlangens, ideologieën, pijnlijke ervaringen of onjuiste overtuigingen, zonder volledig te verdwijnen.
Daarom beschouwt de islam ongeloof niet noodzakelijk als een bewijs dat de aangeboren menselijke natuur afwezig is. Vaker wordt het gezien als een toestand waarin die natuur wordt overschaduwd door andere invloeden.
De aangeboren menselijke natuur en de menselijke behoefte aan waarheid
Een van de sterkste aanwijzingen voor het bestaan van een aangeboren menselijke natuur is dat mensen voortdurend op zoek blijven naar antwoorden op fundamentele levensvragen. Zelfs in samenlevingen waar religie minder zichtbaar is geworden, blijven vragen over betekenis, rechtvaardigheid, geluk, lijden en dood terugkeren.
Waarom verlangen mensen naar een doel in hun leven? Waarom ervaren velen een gevoel van leegte wanneer materieel succes alleen niet voldoende blijkt? Waarom blijven vragen over goed en kwaad, waarheid en verantwoordelijkheid bestaan? Vanuit islamitisch perspectief zijn dit geen toevallige psychologische verschijnselen. Zij weerspiegelen een diepere werkelijkheid binnen de mens.
De aangeboren menselijke natuur (fitrah) herinnert de mens eraan dat zijn bestaan meer omvat dan eten, werken, consumeren en uiteindelijk sterven. Zij wijst op een innerlijke behoefte aan betekenis, leiding en verbondenheid met de Schepper.
Juist daarom spreekt de Qur’an de mens steeds opnieuw aan om na te denken, te reflecteren en de tekenen van Allah te overwegen. De boodschap van de islam richt zich niet uitsluitend tot emoties of tradities, maar ook tot iets dat diep in de menselijke natuur aanwezig is: het verlangen om waarheid te kennen en betekenis te vinden.
De aangeboren menselijke natuur en het moderne atheïsme
Wanneer het begrip aangeboren menselijke natuur (fitrah) wordt besproken, rijst vaak een belangrijke vraag: hoe verhoudt dit concept zich tot atheïsme? Sommige mensen gaan ervan uit dat het bestaan van atheïsten automatisch zou betekenen dat er geen natuurlijke aanleg richting geloof bestaat. Vanuit islamitisch perspectief volgt die conclusie echter niet noodzakelijk.
De islam beweert niet dat ieder mens voortdurend en bewust volgens zijn aangeboren natuur leeft. Zij stelt eerder dat Allah een natuurlijke ontvankelijkheid voor waarheid en geloof in de mens heeft geplaatst, terwijl die aanleg tegelijkertijd kan worden beïnvloed, verzwakt of overschaduwd.
Door de geschiedenis heen hebben mensen uiteenlopende overtuigingen ontwikkeld. Toch valt op dat zelfs veel atheïsten zich blijven bezighouden met vragen die uiteindelijk een religieuze dimensie hebben. Vragen over de oorsprong van het universum, de betekenis van het leven, objectieve moraal, rechtvaardigheid en de menselijke bestemming verdwijnen niet wanneer religie wordt afgewezen. Vaak keren dezelfde vragen in een andere vorm terug.
Vanuit islamitisch perspectief weerspiegelt dit een dieper kenmerk van de menselijke natuur. De mens blijft zoeken naar antwoorden op fundamentele vragen omdat hij niet uitsluitend een biologisch wezen is. Hij bezit ook een spirituele dimensie die verlangt naar betekenis, doel en samenhang.
Waarom materiële welvaart niet alle vragen oplost
Een van de opvallende kenmerken van moderne samenlevingen in Nederland, België en andere Europese landen is dat een groot deel van de bevolking een levensstandaard geniet die voor eerdere generaties ondenkbaar was. Technologie, gezondheidszorg, onderwijs en economische mogelijkheden hebben enorme vooruitgang gebracht.
Toch zien we tegelijkertijd dat vragen over identiteit, zingeving, eenzaamheid en psychologisch welzijn niet zijn verdwenen. Integendeel, veel mensen blijven worstelen met gevoelens van leegte, onzekerheid en het ontbreken van een hoger doel.
Vanuit islamitisch perspectief hoeft dit niet verrassend te zijn. De aangeboren menselijke natuur (fitrah) verlangt niet uitsluitend naar materieel comfort. Zij verlangt ook naar betekenis. Een mens kan beschikken over bezit, succes en sociale status, maar toch het gevoel hebben dat er iets ontbreekt.
De Qur’an wijst op deze werkelijkheid wanneer Allah (God) zegt: “Voorwaar, door het gedenken van Allah komen de harten tot rust.” (Soera ar-Ra’d 13:28)
Dit vers betekent niet dat gelovigen nooit verdriet, zorgen of moeilijkheden ervaren. Het wijst er wel op dat het menselijke hart uiteindelijk niet volledig tevreden kan worden gesteld door materiële zaken alleen. Er bestaat een spirituele behoefte die niet kan worden vervangen door bezit, consumptie of maatschappelijke erkenning.
De aangeboren menselijke natuur en het morele besef
Een andere vraag die nauw samenhangt met de aangeboren menselijke natuur (fitrah) betreft moraal. Waarom ervaren mensen overal ter wereld bepaalde vormen van gedrag als bewonderenswaardig en andere als verwerpelijk? Hoewel culturen onderling verschillen, bestaan er opmerkelijke overeenkomsten. Vrijwel overal worden eerlijkheid, rechtvaardigheid, mededogen en betrouwbaarheid gewaardeerd. Evenzo worden verraad, onrechtvaardigheid en zinloos geweld doorgaans afgekeurd.
De islam leert dat dit niet uitsluitend het resultaat is van sociale afspraken. De mens bezit een natuurlijk moreel besef dat deel uitmaakt van zijn aangeboren natuur. Dat besef is niet volmaakt en kan worden beïnvloed door cultuur, belangen en persoonlijke verlangens, maar het vormt wel een belangrijk onderdeel van hoe Allah de mens heeft geschapen.
Daarom spreekt de Qur’an de mens vaak aan op zaken die hij diep van binnen reeds begrijpt. Wanneer de Qur’an oproept tot rechtvaardigheid, barmhartigheid, eerlijkheid en verantwoordelijkheid, sluit zij aan bij iets dat reeds aanwezig is in de menselijke natuur.
De boodschap van de profeten kwam dan ook niet om de menselijke natuur te vernietigen, maar om haar te zuiveren, te corrigeren en te leiden. Vanuit dit perspectief vormt de openbaring geen vreemde kracht die aan de mens wordt opgelegd, maar goddelijke leiding (hidaya) die aansluit bij de diepste behoeften van zijn ziel.
Kan de aangeboren menselijke natuur volledig verdwijnen?
Een interessante vraag is of de aangeboren menselijke natuur (fitrah) volledig kan verdwijnen. Vanuit islamitisch perspectief luidt het antwoord doorgaans: nee. Zij kan worden verzwakt, overschaduwd of bedekt door allerlei invloeden, maar haar oorspronkelijke aanwezigheid wordt niet volledig uitgewist.
Sommige mensen besteden een groot deel van hun leven aan het ontkennen van religie of het bestrijden van geloof. Toch zien we dat fundamentele vragen over bestaan, betekenis, rechtvaardigheid en dood telkens blijven terugkeren. Zelfs onder mensen die religieuze overtuigingen afwijzen, vinden we soms getuigenissen van een innerlijke worsteling met deze vragen. Vanuit islamitisch perspectief kan dit worden gezien als een teken dat de aangeboren menselijke natuur niet volledig verdwijnt.
De Qur’an beschrijft hoe mensen in momenten van uiterste kwetsbaarheid vaak terugkeren naar diepere vragen over hun bestaan en hun afhankelijkheid van een hogere macht. Allah (God) zegt: “Wanneer een rampspoed jullie op zee treft, verdwijnen degenen die jullie naast Hem aanroepen. Maar wanneer Hij jullie veilig aan land brengt, wenden jullie je af.” (Soera al-Isra 17:67)
De bedoeling van dit vers is niet dat iedere mens exact hetzelfde reageert, maar dat het menselijke hart in momenten van zwakte vaak teruggrijpt naar iets dat dieper ligt dan ideologie, gewoonte of maatschappelijke overtuigingen. Het laat zien dat de mens, wanneer zijn gebruikelijke zekerheden wegvallen, soms opnieuw geconfronteerd wordt met zijn oorspronkelijke afhankelijkheid van Allah.
Vrijheid, verantwoordelijkheid en het volgen van verlangens
Dat de mens een aangeboren menselijke natuur bezit, betekent niet dat hij gedwongen wordt om haar te volgen. De islam erkent uitdrukkelijk menselijke keuzevrijheid en verantwoordelijkheid. Daarom zegt Allah (God): “Er is geen dwang in de religie.” (Soera al-Baqarah 2:256)
De mens kan luisteren naar zijn aangeboren natuur, maar hij kan er ook voor kiezen haar te negeren. Hij kan zoeken naar waarheid, maar hij kan ook besluiten andere doelen centraal te stellen in zijn leven. Juist daarom waarschuwt de Qur’an voor het gevaar dat verlangens uiteindelijk de plaats innemen die eigenlijk aan Allah toebehoort.
Allah (God) zegt: “Heb jij degene gezien die zijn begeerte tot zijn god heeft genomen?” (Soera al-Jathiyah 45:23)
Dit vers behoort tot de meest diepgaande beschrijvingen van de menselijke toestand. Niet iedereen die van Allah afdwaalt, aanbidt letterlijk een beeld of een afgod. Soms worden bezit, status, macht, roem of persoonlijke verlangens het middelpunt waaromheen het leven draait. Vanuit islamitisch perspectief raakt de mens dan steeds verder verwijderd van de oorspronkelijke richting van zijn aangeboren menselijke natuur (fitrah).
Daarom betekent vrijheid in de islam niet dat de mens eenvoudig alles volgt wat hij verlangt. Ware vrijheid ontstaat wanneer de mens niet langer slaaf is van zijn begeerten, maar leert leven volgens waarheid, verantwoordelijkheid en de leiding van zijn Schepper.
Wie oprecht naar de waarheid zoekt, wordt door Allah geleid
Tegelijkertijd eindigt de islamitische visie op de mens niet met waarschuwingen. De Qur’an benadrukt ook herhaaldelijk Allah’s barmhartigheid en leiding. Wie eerlijk zoekt naar waarheid, wordt niet aan zichzelf overgelaten.
Allah (God) zegt: “En degenen die zich voor Ons inspannen, zullen Wij zeker naar Onze wegen leiden.” (Soera al-‘Ankabut 29:69)
Deze belofte geeft een belangrijk inzicht in de islamitische visie op leiding. De mens hoeft niet alle antwoorden vanaf het begin te kennen. Wat van hem wordt gevraagd, is eerlijkheid tegenover zichzelf en oprechtheid in zijn zoektocht naar waarheid. Wanneer iemand bereid is zijn vooroordelen los te laten, zijn eigen overtuigingen kritisch te onderzoeken en de waarheid te volgen waar die hem ook brengt, dan behoort dat streven zelf tot de wegen waarlangs Allah leiding schenkt.
Daarom ziet de islam de aangeboren menselijke natuur (fitrah) niet als een theoretisch concept, maar als een levende werkelijkheid in ieder mens. Zij kan worden versterkt of verzwakt, gevolgd of genegeerd, maar zij blijft de mens herinneren aan de fundamentele vragen van het bestaan.
Uiteindelijk is de boodschap van de islam dat de weg naar Allah niet begint met het creëren van een nieuwe natuur, maar met het terugkeren naar de natuur waarop Allah de mens oorspronkelijk heeft geschapen. De aangeboren menselijke natuur (fitrah) is dat innerlijke kompas dat de mens herinnert aan waarheid, betekenis en zijn behoefte aan de Schepper. Openbaring komt om dat kompas te verhelderen, niet om het uit te wissen.
ــــــــــــــــــــــــــــــــــــ
• Vind je dit interessant? Onze hoofdpagina is ingericht als een wegwijzer door de islam, cultuur en geschiedenis. Ontdek meer via de categorieën bovenaan ≡ of gebruik de zoekbalk voor specifieke vragen: BegrijpIslam

