• Vraag
Mag een moslim in Nederland, België of Vlaanderen de begrafenis van een niet-moslim bijwonen? Mag hij de nabestaanden condoleren, een kerkelijke uitvaart bezoeken, bij het graf staan of praktische hulp bieden? En waar ligt de grens tussen menselijk medeleven en deelname aan een religieuze ceremonie die niet met de islam overeenkomt?
• Antwoord
Een moslim mag niet-islamitische nabestaanden condoleren, hun verdriet erkennen en hun praktische hulp aanbieden. Over het volgen van de begrafenisstoet, het bijwonen van de begrafenis en het binnengaan van een kerk bestaat onder geleerden echter een werkelijk verschil van mening.
De Egyptische Dar al-Ifta en de Europese Raad voor Fatwa en Onderzoek hebben aanwezigheid bij de begrafenis van niet-islamitische ouders, familieleden en andere naasten onder voorwaarden toegestaan. Zij maken daarbij onderscheid tussen menselijk medeleven en actieve deelname aan religieuze gebeden of rituelen. Een strengere opvatting, die onder meer aan Ibn Taymiyyah en een groep klassieke rechtsgeleerden wordt toegeschreven, wijst het volgen van een niet-islamitische begrafenisstoet af wanneer anderen de begrafenis kunnen verzorgen.
Daarom kan niet iedere situatie met hetzelfde ja of nee worden beantwoord. Condoleren is niet hetzelfde als meebidden. Bij het graf aanwezig zijn is niet hetzelfde als een religieuze handeling voor de overledene uitvoeren. Stil luisteren is niet hetzelfde als een andere geloofsbelijdenis uitspreken.
Over één grens bestaat veel meer duidelijkheid: de moslim neemt niet deel aan een gebed, geloofsbelijdenis of ritueel dat in strijd is met de aanbidding van Allah (God) alleen. Ook vraagt hij na het overlijden geen vergeving voor iemand die als niet-moslim is gestorven.
Niet ieder onderdeel van een uitvaart heeft hetzelfde oordeel
Het woord uitvaart kan naar verschillende momenten en handelingen verwijzen. Het kan gaan om een bezoek aan de nabestaanden, een bijeenkomst in een uitvaartcentrum, een burgerlijke herdenking, een kerkelijke dienst, een begrafenisstoet, het dragen van de kist, de teraardebestelling of een bijeenkomst in een crematorium.
Zelfs binnen één ceremonie kunnen de onderdelen sterk van elkaar verschillen. Er kunnen toespraken worden gehouden over het leven van de overledene, maar er kunnen ook gebeden, geloofsbelijdenissen, gezangen en symbolische handelingen plaatsvinden.
Daarom moet steeds worden gevraagd wat de moslim precies doet. Is hij aanwezig om een rouwende ouder, partner, vriend of collega te ondersteunen? Luistert hij alleen naar herinneringen aan het leven van de overledene? Of wordt van hem verwacht dat hij knielt, een kruisteken maakt, een kerkelijk gebed uitspreekt, een religieus gezang meezingt of aan de communie deelneemt?
Menselijke aanwezigheid en religieuze deelname zijn niet hetzelfde. Het is mogelijk respectvol aanwezig te zijn zonder een andere geloofsovertuiging te bevestigen. Die grens moet wel bewust worden bewaakt.
De menselijke waardigheid verdwijnt niet door verschil in geloof
Profeet Mohammed ﷺ (vrede zij met hem) leerde de moslims dat verschil in geloof niet tot minachting voor een menselijke ziel mag leiden.
Toen een Joodse begrafenisstoet voorbijkwam, stond de Profeet ﷺ op. “Toen hem werd verteld dat het de begrafenis van een Jood was, zei hij: ‘Is het dan geen menselijke ziel?’” Overgeleverd door al Boekhari en Moeslim.
Deze overlevering zegt niet dat alle geloofsovertuigingen gelijk zijn of dat een islamitische en een niet-islamitische begrafenis dezelfde religieuze betekenis hebben. Zij verhindert wel dat verschil in geloof verandert in gevoelloosheid tegenover de dood of in minachting voor de overledene.
Een mens heeft geleefd, relaties opgebouwd en mensen achtergelaten die verdriet hebben. De dood herinnert bovendien iedere aanwezige aan zijn eigen vergankelijkheid en aan de dag waarop hij zelf tot Allah zal terugkeren.
Allah zegt: “Allah verbiedt jullie niet om goed en rechtvaardig om te gaan met degenen die jullie niet vanwege jullie geloof hebben bestreden en jullie niet uit jullie woningen hebben verdreven. Allah houdt werkelijk van degenen die rechtvaardig handelen.” (Soera al Mumtahana 60:8).
Goedheid en rechtvaardigheid houden niet op zodra een buur, collega of familielid sterft. De moslim blijft verantwoordelijk voor zijn woorden, zijn houding en de manier waarop hij met de nabestaanden omgaat.
Mag een moslim een niet-moslim condoleren?
Condoleren is in de eerste plaats gericht tot de levende mensen die een verlies hebben geleden. Het betekent dat de moslim hun verdriet erkent, belangstelling toont en hen niet alleen laat in een moeilijke periode. Daarmee spreekt hij niet automatisch een oordeel uit over het geloof of de uiteindelijke bestemming van de overledene.
De Egyptische Dar al-Ifta en verschillende andere hedendaagse geleerden hebben het condoleren van niet-islamitische nabestaanden toegestaan, zolang de gebruikte woorden geen verboden smeekbede voor de overledene bevatten.
Een moslim kan bijvoorbeeld zeggen: “Gecondoleerd met uw verlies. Ik wens u en uw familie veel kracht in deze moeilijke tijd.” Ook kan hij zeggen: “Ik leef met jullie mee en wens jullie veel steun toe.” Wanneer de overledene veel voor hem betekende, kan hij oprecht zeggen: “Hij of zij heeft veel voor mij betekend. Ik zal de goede herinneringen bewaren.” Daarnaast kan hij praktische hulp aanbieden met de woorden: “Laat het gerust weten als ik iets voor jullie kan doen.”
Deze woorden zijn eerlijk en menselijk. Zij bevatten geen uitspraak over het hiernamaals. De moslim kan daarnaast eten brengen, boodschappen doen, vervoer aanbieden, op kinderen passen of andere praktische lasten verlichten.
Kan een moslim “rust in vrede” zeggen?
De uitdrukking “rust in vrede” wordt in het dagelijkse Nederlandse taalgebruik vaak als algemene afscheidsgroet gebruikt. Tegelijkertijd kan de zin worden opgevat als een wens over de toestand van de overledene na de dood.
Omdat de betekenis dubbelzinnig kan zijn, zijn andere woorden voor een moslim duidelijker en zorgvuldiger. Met “Gecondoleerd met uw verlies” of “Ik wens jullie veel kracht” toont hij volledig medeleven zonder een uitspraak te doen over de toestand van de overledene in het hiernamaals.
Dit betekent niet dat iedereen die “rust in vrede” zegt bewust een religieus oordeel uitspreekt. Het betekent wel dat een moslim beter woorden kiest waarvan de betekenis geen twijfel oproept.
Nieuwe moslims en hun niet-islamitische ouders
Voor een nieuwe moslim kan de dood van een vader of moeder bijzonder zwaar zijn. Naast het gewone verdriet kan hij druk voelen vanuit twee richtingen. De familie verwacht dat hij als zoon of dochter volledig deelneemt, terwijl sommige moslims hem vertellen dat hij zich geheel van de uitvaart moet afzijdig houden.
De Koran leert een zorgvuldiger evenwicht. Zelfs wanneer ouders hun kind onder druk zetten om deelgenoten aan Allah toe te kennen, blijft een goede omgang in het wereldse leven geboden.
Allah zegt: “Maar als zij jou ertoe proberen te brengen iets aan Mij toe te kennen waarvan jij geen kennis hebt, gehoorzaam hen dan niet. Ga in deze wereld wel op een goede manier met hen om en volg de weg van degene die zich tot Mij keert. Daarna is jullie terugkeer tot Mij en zal Ik jullie vertellen wat jullie hebben gedaan.” (Soera Luqman 31:15).
Het vers maakt twee zaken tegelijk duidelijk. De moslim gehoorzaamt zijn ouders niet in een geloofshandeling die strijdig is met de aanbidding van Allah alleen. Maar hun ongeloof wist de familieband, de verantwoordelijkheid en het goede gezelschap niet uit.
Een nieuwe moslim mag verdriet voelen, bij de familie blijven, bezoekers ontvangen, administratieve zaken regelen en ervoor zorgen dat het lichaam van zijn vader of moeder waardig wordt behandeld. Hij hoeft zijn ouder na het overlijden niet als een vreemde te behandelen.
Wat als de moslim als enige verantwoordelijk is?
Soms is de moslim de enige persoon die de praktische verantwoordelijkheid kan dragen. Misschien zijn er geen andere kinderen, woont de rest van de familie ver weg of is hij als wettelijke vertegenwoordiger aangewezen.
De overlevering over Ali ibn Abi Talib vormt een belangrijk bewijs voor het begraven van een niet-islamitische ouder wanneer dit nodig is.
Ali ibn Abi Talib vertelde: “Ik zei tegen de Profeet ﷺ: ‘Uw oude oom, die op een dwaalweg was, is overleden.’ Hij zei: ‘Ga je vader begraven en doe niets anders totdat je bij mij terugkomt.’ Ik ging hem begraven en kwam daarna terug. Hij droeg mij op mij volledig te wassen. Ik waste mij en hij bad voor mij.” Overgeleverd door Aboe Dawoed.
De overlevering laat zien dat het begraven van een niet-islamitische ouder niet hetzelfde is als het verrichten van het islamitische begrafenisgebed voor die persoon. Het lichaam werd niet onbeheerd achtergelaten.
Van imam Ahmad ibn Hanbal zijn uitspraken overgeleverd waarin ruimte wordt gegeven aan een moslim die betrokken is bij de begrafenis van een niet-islamitische vader, moeder, broer of ander nabij familielid. Andere geleerden stelden dat leden van de eigen geloofsgemeenschap van de overledene de lichamelijke en religieuze rituelen moeten uitvoeren wanneer zij beschikbaar zijn.
Een moslim die als enige verantwoordelijk is, kan noodzakelijke menselijke en administratieve taken uitvoeren: de bevoegde instanties bellen, documenten regelen, de familie informeren en zorgen dat het lichaam niet zonder verzorging blijft.
Dat betekent niet dat hij verplicht is een gebed, geloofsbelijdenis of ritueel van een andere godsdienst uit te voeren. Wanneer hij als enige executeur te maken krijgt met een ingewikkelde wilsbeschikking of religieuze ceremonie, is persoonlijk advies van een betrouwbare geleerde belangrijk.
Het volgen van de stoet en aanwezigheid bij het graf
Over het volgen van een niet-islamitische begrafenisstoet bestaat een werkelijk verschil van mening.
De Egyptische Dar al-Ifta beschouwt het volgen van de begrafenis van een niet-moslim als toegestaan en als een mogelijke vorm van medeleven, goed gedrag en het onderhouden van relaties. Zij verwijst daarbij naar uitspraken binnen de sjafiitische rechtsschool, waaronder uitspraken van imam al Shafii en imam an Nawawi.
Ook de Europese Raad voor Fatwa en Onderzoek heeft ruimte gegeven aan het volgen van de begrafenis van niet-islamitische ouders en familieleden. De raad legt daarbij nadruk op het blijvende gebod om ouders en familieleden goed te behandelen en op het vermijden van deelname aan andere religieuze rituelen.
Daartegenover staat een strengere opvatting die aan een groep klassieke rechtsgeleerden en aan Ibn Taymiyyah wordt toegeschreven. Volgens deze opvatting behoort een moslim een niet-islamitische begrafenisstoet niet te volgen wanneer anderen de begrafenis kunnen verzorgen.
Binnen de overleveringen van imam Ahmad en enkele vroege moslims zijn echter uitzonderingen genoemd voor naaste familieleden. Zo werd ruimte gegeven aan een moslim die zijn niet-islamitische ouder begroef of uit familiale verantwoordelijkheid bij de begrafenis aanwezig was.
Een moslim die de toestemmende opvatting volgt, kan de familie begeleiden en bij het graf aanwezig zijn zonder mee te doen aan een religieus gebed. Wie de strengere opvatting volgt, kan thuis condoleren, buiten het religieuze gedeelte wachten of de familie op een ander moment bezoeken.
De kwestie kent voldoende juridisch verschil om te voorkomen dat moslims elkaar hierover lichtvaardig van geloofsafval, hardheid of gebrek aan menselijkheid beschuldigen.
Mag een moslim de kist dragen?
Ook het dragen van de kist moet binnen dit verschil van mening worden geplaatst. Het kan een praktische familiedienst zijn, maar kan in een bepaalde ceremonie ook onderdeel vormen van een religieus ritueel.
Uit de overlevering over Ali ibn Abi Talib en uit uitspraken die van imam Ahmad zijn vermeld, blijkt dat sommige geleerden praktische hulp bij het begraven van een niet-islamitische ouder of nabij familielid toestonden. Binnen de strengere opvatting worden de lichamelijke en religieuze handelingen overgelaten aan mensen van de geloofsgemeenschap van de overledene wanneer zij beschikbaar zijn.
Daarom kan niet zonder verdere uitleg worden gezegd dat het dragen van iedere kist altijd toegestaan of altijd verboden is. De familieband, de noodzaak, de betekenis van de handeling en de geleerdenopvatting die iemand volgt, spelen een rol.
Mag een moslim een kerkelijke uitvaart bijwonen?
Ook over het binnengaan van een kerk voor een uitvaart bestaat verschil van mening.
De Europese Raad voor Fatwa en Onderzoek heeft het een moslim toegestaan aanwezig te zijn bij de kerkelijke of synagogale ceremonie voor een niet-islamitische ouder of familielid, mits hij niet deelneemt aan gebeden, geloofsbelijdenissen en andere religieuze rituelen.
De Egyptische Dar al-Ifta heeft eveneens geoordeeld dat een nieuwe moslim de kerkelijke begrafenis van familieleden kan bijwonen als uitdrukking van familieverbondenheid en goed gedrag, zolang hij de grenzen van zijn eigen geloof bewaakt.
Binnen verschillende klassieke rechtsscholen zijn ook terughoudende of afwijzende opvattingen over het binnengaan van kerken overgeleverd, vooral wanneer daar religieuze afbeeldingen aanwezig zijn of wanneer de aanwezigheid moeilijk van deelname aan de eredienst kan worden onderscheiden.
Het enkele binnengaan van een kerk maakt iemand niet automatisch tot christen en is niet zonder meer geloofsafval. Tegelijkertijd kan niet iedere vorm van aanwezigheid worden losgemaakt van wat tijdens de ceremonie gebeurt.
Een moslim die de toestemmende opvatting volgt, kan luisteren naar toespraken over het leven van de overledene en rustig aanwezig blijven wanneer familieleden hun verdriet uitspreken. Hij maakt geen kruisteken, spreekt geen christelijke geloofsbelijdenis uit, knielt niet als daad van aanbidding voor een religieus symbool, neemt niet deel aan de communie en zingt geen woorden waarmee hij een geloofsovertuiging bevestigt die strijdig is met de islam.
Wie een strengere opvatting volgt, kan buiten de kerk wachten, naar het uitvaartcentrum of de begraafplaats gaan of de familie op een ander moment bezoeken. Hij kan dit rustig uitleggen zonder de overtuigingen van de rouwende familie aan te vallen.
Respectvol aanwezig zijn zonder mee te bidden
Tijdens een uitvaart staan mensen vaak tegelijk op, gaan zij zitten, luisteren zij naar muziek of zijn zij een tijd stil. Niet iedere gezamenlijke beweging is automatisch aanbidding. De betekenis van de handeling blijft echter belangrijk.
Staan wanneer de kist wordt binnengebracht, kan een sociale uitdrukking van respect zijn. Dat is niet hetzelfde als knielen als onderdeel van een gebed. Stil blijven terwijl anderen bidden, is niet hetzelfde als de woorden zelf uitspreken. Luisteren naar een toespraak over de overledene is niet hetzelfde als deelnemen aan een geloofsbelijdenis.
Wanneer anderen een gebed uitspreken, kan de moslim rustig blijven zonder mee te bidden. Hij zegt geen “amen” op woorden waarvan de inhoud in strijd is met zijn geloof. Wanneer een religieus gezang overtuigingen bevat die de islam afwijst, zingt hij die woorden niet mee.
Wie het programma vooraf kent, kan een plaats kiezen waar hij gemakkelijk kan blijven zitten of zo nodig rustig naar buiten kan gaan. Hij hoeft tijdens een begrafenis geen discussie te beginnen en maakt van het verdriet van de familie geen openbaar theologisch debat.
Mag een moslim voor de overleden niet-moslim bidden?
Zolang iemand leeft, mag de moslim Allah vragen om leiding, gezondheid, bescherming en werelds welzijn voor die persoon. Na het overlijden kan hij voor de levende nabestaanden bidden om geduld, kracht, leiding en rust.
Over het vragen om vergeving voor een overledene die als niet-moslim is gestorven, is de grens duidelijker.
Allah zegt: “Het past de Profeet en degenen die geloven niet om vergeving te vragen voor de veelgodenaanbidders, ook al zijn zij naaste familieleden, nadat het hun duidelijk is geworden dat zij tot de bewoners van het Hellevuur behoren.” (Soera at Tawba 9:113).
Imam an Nawawi vermeldde dat het verrichten van het islamitische begrafenisgebed voor een niet-moslim en het vragen om vergeving voor hem verboden zijn op grond van de Koran en de overeenstemming van de geleerden.
Dit algemene oordeel mag niet worden gebruikt om nabestaanden te vernederen of tijdens een condoleance ongevraagd over het Hellevuur te spreken. De moslim bewaakt zijn eigen woorden en smeekbeden, maar kent niet alle innerlijke omstandigheden, kennis en verantwoordelijkheid van afzonderlijke mensen.
Hij verklaart niet dat een bepaalde niet-moslim in het Paradijs is, maar behoort ook niet zonder noodzaak als rechter over individuele mensen op te treden. Het uiteindelijke oordeel behoort aan Allah, Die volmaakt rechtvaardig is en alles weet wat voor mensen verborgen blijft.
Mag een moslim later het graf bezoeken?
De Profeet ﷺ bezocht het graf van zijn moeder. “De Boodschapper van Allah ﷺ bezocht het graf van zijn moeder. Hij huilde en liet degenen om hem heen huilen. Daarna zei hij: ‘Ik vroeg mijn Heer toestemming om voor haar vergeving te vragen, maar die toestemming werd mij niet gegeven. Ik vroeg Hem toestemming om haar graf te bezoeken en die toestemming werd mij gegeven. Bezoek daarom de graven, want zij herinneren jullie aan de dood.’” Overgeleverd door Moeslim.
Deze overlevering maakt een duidelijk onderscheid tussen het bezoeken van een graf en het vragen om vergeving voor de overledene.
Een moslim kan daarom het graf van een niet-islamitische ouder of familielid bezoeken om aan de dood te denken of familieleden te begeleiden. Hij kan verdriet voelen en herinneringen hebben zonder een smeekbede om vergeving uit te spreken.
Wanneer familieleden bij het graf een religieus ritueel uitvoeren, neemt hij niet aan dat ritueel deel. Ook jaarlijkse herdenkingen moeten naar hun inhoud worden beoordeeld. Een gewoon familiebezoek is niet automatisch hetzelfde als deelname aan een godsdienstige ceremonie.
Crematie en de grenzen van verantwoordelijkheid
De islamitische rechtsscholen beschouwen begraven als de voorgeschreven wijze waarop een overleden moslim wordt behandeld. Crematie van een islamitisch lichaam wordt binnen het islamitisch recht niet toegestaan, omdat het lichaam ook na de dood waardigheid behoudt.
Bij een niet-islamitische overledene kan een moslim echter te maken krijgen met een keuze die door de overledene zelf of door andere familieleden is gemaakt. Dan moet onderscheid worden gemaakt tussen aanwezigheid, beslissingsmacht en actieve uitvoering.
Aanwezig zijn in een crematorium om familieleden te ondersteunen is niet automatisch hetzelfde als de beslissing tot crematie nemen of de verbranding zelf uitvoeren. Binnen de geleerdenopvatting die aanwezigheid bij een niet-islamitische uitvaart toestaat, kan een moslim bij toespraken aanwezig zijn en afscheid nemen zonder mee te doen aan religieuze gebeden of symbolische handelingen.
Wanneer hij beslissingsbevoegdheid heeft, probeert hij een oplossing te vinden die niet in strijd is met zijn religieuze overtuiging en die tegelijk de wettelijke positie en familierelaties respecteert. Wanneer hij geen beslissingsmacht heeft, draagt hij niet automatisch de verantwoordelijkheid voor de keuze van anderen.
Niet iedere Europese gezinssituatie wordt in de beschikbare juridische uitspraken op dezelfde manier behandeld. Een nieuwe moslim die de enige executeur is of met een bindende wilsbeschikking te maken krijgt, heeft daarom persoonlijk religieus advies nodig voordat hij definitieve beslissingen neemt.
Bloemen, kaarten, voedsel en andere sociale gewoonten
Veel handelingen rond een uitvaart kunnen sociale gebruiken zijn, maar hun betekenis verschilt per land, familie en ceremonie. Een neutrale condoleancekaart, voedsel voor de familie of praktische hulp bevat doorgaans geen eigen religieuze geloofsbelijdenis.
De betekenis van bloemen kan eveneens verschillen per familie, omgeving en ceremonie. Daarom geeft dit artikel geen algemeen religieus oordeel over ieder bloemstuk. Wie twijfel wil vermijden, kan kiezen voor een persoonlijke condoleancekaart, voedsel, praktische hulp of een bijdrage aan een toegestaan goed doel.
De inhoud van een kaart blijft belangrijker dan alleen de vorm. Een neutrale boodschap van medeleven verschilt van een tekst waarin de moslim zelf een andere geloofsovertuiging bevestigt of om vergeving voor de overledene vraagt.
Hoe zit het met een minuut stilte?
De Permanente Commissie voor Wetenschappelijk Onderzoek en Fatwa in Saoedi-Arabië beschouwde in fatwa nummer 4023 het houden van een minuut stilte ter nagedachtenis aan overledenen als een afkeurenswaardige religieuze vernieuwing. De fatwa werd ondertekend door sjeik Abdulaziz ibn Baz, sjeik Abd ar-Razzaq Afifi, sjeik Abdullah ibn Ghudayyan en sjeik Abdullah ibn Quud.
Deze uitspraak had specifiek betrekking op een minuut stilte die als herdenkingsritueel voor de doden wordt gehouden. Zij behandelde niet afzonderlijk iedere hedendaagse situatie waarin mensen op school, op het werk of tijdens een burgerlijke bijeenkomst kort stil zijn zonder gebed of uitgesproken religieuze bedoeling.
Daarom mag deze fatwa niet als een vaststaande overeenstemming over iedere mogelijke vorm van stilte worden gepresenteerd. Een moslim die met zo’n situatie te maken krijgt, kan nagaan welke betekenis het moment in die concrete omgeving heeft en hierover advies vragen aan een betrouwbare geleerde.
School en werk: hoe leg je religieuze grenzen uit?
Op school of op het werk heeft een moslim meestal geen lange theologische uitleg nodig. Een korte en respectvolle zin is vaak voldoende.
Hij kan bijvoorbeeld zeggen: “Ik wil graag aanwezig zijn om mijn medeleven te tonen, maar ik neem niet deel aan religieuze gebeden.” Ook kan hij uitleggen: “Vanwege mijn geloof neem ik niet deel aan dit ritueel, maar ik heb veel respect voor uw verdriet en voor de overledene.” Wanneer een bijeenkomst uit verschillende delen bestaat, kan hij zeggen: “Ik blijf graag bij het burgerlijke deel van de bijeenkomst en ga tijdens het religieuze gedeelte naar buiten.” Bij een gezamenlijke kaart kan hij aangeven: “Ik teken de kaart graag, maar ik gebruik liever een persoonlijke condoleanceboodschap.”
Een rustige uitleg werkt beter dan een scherpe veroordeling van wat anderen geloven. De familie hoeft tijdens haar verdriet niet het gevoel te krijgen dat de moslim de uitvaart gebruikt om afstand of superioriteit te tonen.
Tegelijkertijd hoeft de moslim zijn overtuiging niet te verbergen uit angst voor ongemak. Respect is wederzijds. Zoals hij de rouw van anderen respecteert, mag hij vragen dat zijn religieuze grenzen worden gerespecteerd.
Tussen hardheid en het uitwissen van grenzen
Bij een niet-islamitische uitvaart kunnen twee tegengestelde fouten ontstaan.
De eerste fout is hardheid. Een moslim weigert zijn niet-islamitische moeder te troosten, laat zijn familie zonder noodzaak alleen of vertelt nabestaanden tijdens de uitvaart dat hun geliefde in het Hellevuur is. Ook kan hij een moslim die een begrafenis bijwoonde onmiddellijk van geloofsafval beschuldigen, terwijl over aanwezigheid werkelijk verschil van mening bestaat.
Dit gedrag verwart religieuze duidelijkheid met gevoelloosheid. Het verbod op een bepaalde smeekbede betekent niet dat verdriet, trouw, dankbaarheid en goed gedrag verboden zijn.
De andere fout is dat sociale druk iedere religieuze grens uitwist. Uit angst om anders over te komen, herhaalt iemand gebeden die hij niet gelooft, maakt hij religieuze gebaren of spreekt hij woorden uit die strijdig zijn met de aanbidding van Allah alleen.
Ook dat is niet nodig. De moslim kan naast een rouwende familie staan zonder zijn geloof te verbergen. Menselijke nabijheid en religieuze helderheid hoeven geen tegenstellingen te zijn.
Trouw aan het geloof en trouw aan menselijke relaties
Wanneer een niet-moslim sterft, hoeft de moslim niet te kiezen tussen een hard hart en het opgeven van zijn overtuiging. Hij kan de familie condoleren, praktische verantwoordelijkheid dragen en de goede eigenschappen en daden van de overledene eerlijk erkennen.
Over het bijwonen van de stoet, de begrafenis en een kerkelijke ceremonie bestaat verschil van mening. Wie de toestemmende opvatting van bijvoorbeeld de Egyptische Dar al-Ifta of de Europese Raad voor Fatwa en Onderzoek volgt, bewaakt de grens tussen aanwezigheid en religieuze deelname. Wie een strengere opvatting volgt, kan zijn medeleven op een andere plaats en wijze tonen.
De woorden van de Profeet ﷺ bij de Joodse begrafenis blijven daarbij betekenisvol: het was een menselijke ziel. Die erkenning heft het verschil in geloof niet op, maar verhindert dat geloofsverschil verandert in minachting.
De moslim blijft daarom trouw aan Allah en trouw in zijn menselijke relaties. Hij spreekt met zachtheid, handelt verantwoordelijk en bewaakt zijn aanbidding. Juist op een moment waarop mensen kwetsbaar zijn, wordt zichtbaar of religieuze overtuiging werkelijk leidt tot wijsheid, rechtvaardigheid en goed gedrag.
Bronnen en werkwijze: hoe onze artikelen worden opgebouwd.
Vind je dit interessant? Onze hoofdpagina is ingericht als een wegwijzer door de islam, cultuur en geschiedenis. Ontdek meer via de categorieën bovenaan of gebruik de zoekbalk voor specifieke vragen: BegrijpIslam











