Wat is de boetedoening als je bij Allah zweert en je eed niet nakomt?

Moslim denkt na over een gebroken eed en boetedoening met voedsel voor behoeftigen en de tekst Woorden vragen waarheid Herstel vraagt daden
Vraag

Wat moet een moslim doen als hij bij Allah zweert dat hij iets zal doen, maar zich daar later niet aan houdt? Is drie dagen vasten genoeg, of moet hij eerst tien behoeftigen voeden? En geldt dezelfde regel voor iemand die uit gewoonte “wallah” zegt, voor iemand die bewust liegt onder ede, of voor iemand die uit boosheid een zware uitspraak doet?

Antwoord

Wie bewust bij Allah zweert over iets wat hij in de toekomst zal doen of laten, neemt een ernstige verantwoordelijkheid op zich. Een eed is in de islam geen gewone versterking van een zin en geen sociale gewoonte waarmee men anderen snel probeert te overtuigen. Wanneer iemand Allah (God) noemt als getuige van zijn woorden, verbindt hij zijn uitspraak aan iets heiligs. Daarom hoort een moslim voorzichtig te zijn met zweren en zijn tong niet te laten wennen aan uitspraken die groter zijn dan zijn oprechtheid of vermogen.

Het algemene antwoord is duidelijk: wie bewust bij Allah zweert dat hij iets zal doen of laten, en daarna zijn eed verbreekt, moet de boetedoening voor een gebroken eed (kaffara) verrichten. Die boetedoening bestaat in de eerste plaats uit het voeden of kleden van tien behoeftigen. Pas wanneer iemand daartoe werkelijk niet in staat is, komt drie dagen vasten aan de orde. Dit punt is belangrijk, omdat veel mensen direct denken aan drie dagen vasten, terwijl de Koran (Quran) vasten niet noemt als de eerste keuze voor iemand die financieel in staat is om behoeftigen te voeden of te kleden. Vasten is bedoeld voor degene die geen mogelijkheid vindt om de eerdere vormen van boetedoening uit te voeren.

De basis in de Koran voor de boetedoening van een eed

Allah (God) zegt: “Allah neemt jullie niet kwalijk wat onbedoeld is in jullie eden, maar Hij neemt jullie wel kwalijk voor de eden die jullie bewust hebben bekrachtigd. De boetedoening daarvoor is het voeden van tien behoeftigen met het gemiddelde van wat jullie je eigen gezinnen te eten geven, of hen kleden, of het bevrijden van een slaaf. Wie daartoe geen mogelijkheid vindt, moet drie dagen vasten. Dat is de boetedoening voor jullie eden wanneer jullie hebben gezworen. En bewaak jullie eden. Zo maakt Allah Zijn tekenen aan jullie duidelijk, opdat jullie dankbaar zullen zijn.” (Soera al Maida 5:89)

Dit vers bevat de kern van het onderwerp. Het maakt onderscheid tussen onbedoelde woorden en bewust bekrachtigde eden. Het noemt de vormen van boetedoening. Het laat zien dat de boetedoening niet alleen een persoonlijke zaak is, maar ook een sociale kant heeft: tien behoeftigen worden gevoed of gekleed. En het sluit af met de opdracht om eden te bewaken. Dat betekent dat een moslim niet alleen moet weten hoe hij een gebroken eed herstelt, maar ook moet leren om zijn woorden voorzichtiger te gebruiken.

Eerst voeden of kleden, daarna pas vasten bij onvermogen

De boetedoening voor een gebroken eed heeft een duidelijke volgorde. In de eerste fase gaat het om het voeden van tien behoeftigen, het kleden van tien behoeftigen, of het bevrijden van een slaaf. Deze laatste mogelijkheid wordt in de klassieke teksten genoemd omdat slavernij in de oude wereld een bestaande maatschappelijke werkelijkheid was. In de huidige context van Nederland, België en Vlaanderen is die optie praktisch niet aan de orde. Voor de meeste mensen blijft dus vooral over: tien behoeftigen voeden of tien behoeftigen kleden.

Als iemand kan voeden of kleden, hoort hij niet meteen over te gaan op vasten. De woorden van het vers zijn duidelijk: pas wie daartoe geen mogelijkheid vindt, moet drie dagen vasten. Daarom is het niet juist om automatisch te zeggen: “Ik heb mijn eed gebroken, dus moet ik drie dagen vasten.” Dat kan alleen wanneer iemand werkelijk niet in staat is om tien behoeftigen te voeden of te kleden. Wie wel geld heeft voor dagelijkse uitgaven, abonnementen, luxe aankopen of andere niet-noodzakelijke zaken, moet eerlijk naar zichzelf kijken voordat hij zegt dat hij niet kan voeden of kleden. De boetedoening is niet bedoeld om de gemakkelijkste uitweg te zoeken, maar om de ernst van de eed te herstellen op de manier die Allah heeft voorgeschreven.

Tegelijk moet men mensen die echt weinig middelen hebben niet onnodig belasten. Iemand die nauwelijks rondkomt, schulden heeft, afhankelijk is van steun of geen echte ruimte heeft om tien behoeftigen te voeden, valt onder een andere situatie. Voor zo iemand kan het vasten van drie dagen de aangewezen weg zijn. De islamitische wetgeving is zorgvuldig: zij neemt de eed ernstig, maar zij belast een mens niet boven zijn vermogen.

Hoe kan iemand tien behoeftigen voeden of kleden?

De praktische uitvoering kan verschillen per land, plaats en situatie. Iemand kan tien behoeftigen rechtstreeks voeden, bijvoorbeeld door maaltijden te geven die normaal en waardig zijn. Hij kan ook via een betrouwbare moskee, een betrouwbare islamitische organisatie, een lokale hulpactie of een bekende behoeftige familie regelen dat de boetedoening werkelijk bij behoeftigen terechtkomt. Belangrijk is dat de bedoeling duidelijk is. Het gaat niet om een algemene donatie zonder bestemming, maar om de boetedoening voor een gebroken eed.

Bij de boetedoening is de bedoeling of intentie (niyyah) belangrijk. Wie tien behoeftigen voedt of kleedt, doet dat niet als gewone liefdadigheid, maar als boetedoening voor een gebroken eed. De intentie hoeft niet hardop uitgesproken te worden; het gaat erom dat iemand in zijn hart weet waarvoor hij deze daad verricht. Als hij via een moskee, organisatie of betrouwbare tussenpersoon betaalt, is het verstandig om duidelijk te vermelden dat het om de boetedoening voor een eed gaat, zodat het geld of voedsel niet als algemene donatie wordt behandeld. Ook wanneer iemand door onvermogen drie dagen vast, hoort hij te vasten met de intentie dat dit de boetedoening is voor zijn gebroken eed.

Over het geven van de geldwaarde zelf hebben geleerden verschillend gesproken. Binnen sommige benaderingen van het islamitisch recht (fiqh), vooral in de hanafitische school, wordt het geven van de waarde in geld toegestaan wanneer dit de behoeftige werkelijk helpt of wanneer een betrouwbare organisatie daarmee de voeding regelt. Andere geleerden houden sterker vast aan de letterlijke vorm van het vers: voeden of kleden. Daarom is een voorzichtige algemene formulering voor moslims in Nederland, België en Vlaanderen: regel de boetedoening zo dat tien behoeftigen daadwerkelijk gevoed of gekleed worden, en als je een geldbedrag gebruikt, doe dat via een betrouwbare weg die deze bestemming duidelijk uitvoert.

Het is beter om hier niet achteloos mee om te gaan. Een kleine betaling zonder duidelijke bestemming, of een gewone gift aan een algemeen project, is niet automatisch hetzelfde als de boetedoening die in het vers wordt genoemd. Wie twijfelt over de praktische uitvoering, kan het beste een betrouwbare imam of kennisdrager vragen hoe hij dit in zijn eigen omgeving correct kan regelen.

Wat is een echte bindende eed?

Een bindende eed is een bewuste eed bij Allah, of bij een van Zijn namen of eigenschappen, over iets wat iemand in de toekomst zal doen of laten. Bijvoorbeeld: “Bij Allah, ik zal die schuld morgen betalen”, of: “Bij Allah, ik zal deze zaak niet meer doen.” Als iemand dit bewust zegt, begrijpt wat hij zegt en daarna zijn eed verbreekt, dan is de boetedoening verplicht.

Niet elke belofte is automatisch een eed. Als iemand zegt: “Ik beloof dat ik kom”, dan is dat moreel belangrijk en hoort hij zijn belofte serieus te nemen, maar het is niet hetzelfde als een eed bij Allah, tenzij hij zijn uitspraak werkelijk als eed formuleert. Ook een gelofte (nadhr) is een apart onderwerp. Een gelofte is bijvoorbeeld dat iemand zegt dat hij een bepaalde vorm van aanbidding op zich neemt als Allah hem iets geeft. Dat heeft eigen regels en moet niet zonder meer worden vermengd met de gewone boetedoening voor een gebroken eed. Deze verschillen zijn niet bedoeld om mensen uitwegen te geven om hun woorden goedkoop te maken, maar om precies te zijn: de islam behandelt woorden serieus en maakt tegelijk onderscheid tussen een belofte, een eed, een gelofte, een losse uitdrukking en een leugenachtige eed.

Onbedoelde eed en de gewoonte om “wallah” te zeggen

In Nederland, België en Vlaanderen gebruiken sommige jongeren en volwassenen het woord “wallah” zo vaak dat het bijna een gewoon tussenwoord wordt. Soms gebeurt dat zonder bewuste bedoeling om een echte eed af te leggen. Men zegt het uit gewoonte, uit emotie, uit straattaal, om grappig over te komen of om een zin sterker te maken. In het islamitisch recht wordt gesproken over een onbedoelde of achteloze eed (laghw al yamin). Daarmee bedoelen geleerden woorden die over de tong gaan zonder dat iemand bewust een bindende eed wil afsluiten.

Het vers uit Soera al Maida maakt duidelijk dat Allah mensen niet op dezelfde manier aanspreekt op onbedoelde eden als op bewust bekrachtigde eden. Toch betekent dit niet dat deze gewoonte onschuldig is. Een moslim hoort de naam van Allah niet te veranderen in een stopwoord. Juist omdat Allahs naam groot is, moet men leren minder te zweren, rustiger te spreken en niet bij elke kleine discussie Allahs naam te gebruiken. De opvoeding van de tong begint niet pas bij de boetedoening; zij begint bij het besef dat woorden een gewicht hebben.

Voor ouders, jongerenwerkers en moskeelessen is dit een belangrijk punt. Het helpt weinig om jongeren alleen hard aan te spreken zonder uitleg. Beter is om uit te leggen dat het probleem niet alleen juridisch is, maar ook spiritueel. Wie telkens bij Allah zweert, verliest langzaam het gevoel voor de ernst van Allahs naam. En wie dat gevoel verliest, maakt het ook gemakkelijker om beloften, eden en woorden minder serieus te nemen.

Als het beter is om de eed niet na te komen

Soms zweert iemand iets wat later schadelijk, hard of onverstandig blijkt te zijn. Iemand zegt uit boosheid: “Bij Allah, ik spreek mijn broer nooit meer”, of: “Bij Allah, ik help die persoon nooit meer”, of: “Bij Allah, ik zet nooit meer een voet in dat huis.” Later beseft hij dat hij met die uitspraak een familieband beschadigt, een plicht nalaat of een conflict groter maakt. In zo’n situatie is het niet vroom om koppig vast te houden aan een schadelijke eed. Profeet Mohammed ﷺ (vrede zij met hem) leerde juist dat iemand het betere moet kiezen wanneer hij ziet dat een andere keuze beter is dan zijn eed.

De Profeet ﷺ zei: “Wanneer ik een eed afleg over iets en daarna zie dat iets anders beter is dan die eed, dan verricht ik de boetedoening voor mijn eed en doe ik datgene wat beter is.” Overgeleverd door al Boekhari en Moeslim. Deze hadith laat een belangrijk evenwicht zien. De eed blijft ernstig, maar zij mag geen excuus worden om onrecht, koppigheid, familiebreuk of zonde voort te zetten. De islam leert de mens niet om slaaf te worden van zijn eigen boze woorden. Zij leert hem terug te keren naar wat beter is, zijn fout te erkennen, de boetedoening te verrichten en daarna bewuster te spreken.

Als iemand zweert om iets verkeerds te doen

Wanneer iemand zweert dat hij iets zondigs zal doen, dan mag hij die zonde niet uitvoeren. Een eed maakt het verbodene niet toegestaan. Wie zweert dat hij iemand onrecht zal aandoen, familiebanden zal verbreken, een verplichting zal nalaten of iets slechts zal doen, moet die verkeerde daad laten. Daarna verricht hij de boetedoening als het om een bindende eed ging.

Dit punt is belangrijk omdat sommige mensen denken dat het nakomen van de eed altijd het hoogste doel is. Dat klopt niet. Gehoorzaamheid aan Allah staat boven het vasthouden aan een verkeerde uitspraak. Een eed kan nooit een dekmantel worden voor zonde of schade. Ook hier is de regel niet alleen juridisch, maar moreel: de mens moet zijn woorden herstellen, maar hij moet niet nog meer schade maken om zijn oude woorden te redden.

De valse eed en de zware ernst ervan

Een valse eed is iets anders dan een gebroken eed over de toekomst. Bij een gewone gebroken eed zegt iemand bijvoorbeeld: “Bij Allah, ik zal dit doen”, maar hij doet het later niet. Bij een valse eed zweert iemand bewust over iets terwijl hij weet dat hij liegt. Hij zegt bijvoorbeeld dat hij iets niet heeft gedaan terwijl hij weet dat hij het wel deed, of hij zweert om geld, bezit, eer of rechten van iemand anders te krijgen of te beschermen. Deze valse eed wordt in de islamitische terminologie vaak de onderdompelende eed (yamin ghamus) genoemd, omdat zij de mens onderdompelt in zware zonde.

De Profeet ﷺ zei: “Tot de grootste zonden behoren: deelgenoten toekennen aan Allah, ongehoorzaam zijn aan de ouders, iemand onrechtmatig doden en de onderdompelende eed.” Overgeleverd door al Boekhari. Daarom mag een valse eed niet worden behandeld alsof het alleen een kwestie is van “een bedrag betalen” of “drie dagen vasten”. De kern is hier oprecht berouw, stoppen met de leugen, Allah om vergeving vragen en rechten herstellen als iemand benadeeld is. Als door de valse eed geld, bezit, reputatie, werk, huwelijk, familiebanden of een juridische zaak is beschadigd, dan hoort de schade zo goed mogelijk te worden rechtgezet.

Geleerden hebben verschillend gesproken over de vraag of naast berouw ook de gewone boetedoening voor een eed verplicht is bij zo’n valse eed. Veel geleerden benadrukken dat de valse eed te ernstig is om door een gewone boetedoening alleen te worden opgeheven; andere geleerden noemen daarnaast ook boetedoening. Maar zelfs volgens wie boetedoening noemt, blijft het belangrijkste punt staan: een valse eed wordt niet schoongewassen door een financiële handeling terwijl de leugen en het onrecht blijven bestaan. Berouw en herstel van rechten zijn noodzakelijk.

Zweren bij iets anders dan Allah

Een moslim zweert niet bij ouders, kinderen, eer, leven, graf, profeten, heiligen, de Kaaba of andere geschapen zaken. Als iemand al zweert, zweert hij alleen bij Allah. Tegelijk betekent dit niet dat men vaak moet zweren. De islam opent de deur voor een eed wanneer daar echte behoefte aan is, maar sluit de deur voor achteloos en overdreven gebruik.

De Profeet ﷺ zei: “Allah verbiedt jullie om bij jullie vaders te zweren. Wie wil zweren, laat hem bij Allah zweren of laat hem zwijgen.” Overgeleverd door al Boekhari en Moeslim. Deze hadith laat twee dingen tegelijk zien. Ten eerste: zweren hoort alleen bij Allah te gebeuren. Ten tweede: zwijgen is vaak beter dan onnodig zweren. Veel mensen denken dat een eed hun woorden sterker maakt, maar wanneer iemand te vaak zweert, gebeurt vaak het tegenovergestelde. Zijn woorden verliezen vertrouwen. Mensen gaan voelen dat hij Allahs naam gebruikt om een zwakke uitspraak kracht te geven. Voor een gelovige is betrouwbaarheid sterker dan herhaald zweren. Iemand die eerlijk is, heeft niet bij elke zin een eed nodig.

Wat als iemand uit boosheid zweert?

Veel eden worden uitgesproken op momenten van woede, schaamte, jaloezie, druk of paniek. Iemand voelt zich aangevallen, wil zijn gelijk bewijzen, wil een ander raken of wil zichzelf dwingen tot een keuze. In zo’n toestand kunnen woorden groot worden, terwijl het hart nog niet rustig heeft nagedacht.

Als iemand in boosheid bewust bij Allah zweert en begrijpt wat hij zegt, dan kan zijn eed bindend zijn. Als hij die eed verbreekt, komt de boetedoening aan de orde. Maar als de boosheid zo extreem was dat iemand niet meer wist wat hij zei, of de situatie ingewikkeld is, dan moet hij dit niet zelf oppervlakkig beoordelen. Dan is het beter om een betrouwbare imam of geleerde te raadplegen. Toch blijft de belangrijkste les duidelijk: maak van boosheid geen religieuze uitspraak. Zeg niet in elk conflict: “Bij Allah, ik zal nooit…” of: “Bij Allah, ik doe dit altijd…” De meeste mensen hebben later spijt van zulke absolute woorden. De tong heeft training nodig, vooral op momenten waarop het hart brandt.

Wat als iemand dezelfde eed meerdere keren herhaalt?

Soms zegt iemand niet één keer een eed, maar herhaalt hij dezelfde eed meerdere keren. Of hij zweert op verschillende momenten over verschillende zaken. Dan ontstaat de vraag of één boetedoening genoeg is of dat er meerdere boetedoeningen nodig zijn. Hierover moet men voorzichtig spreken, omdat de details invloed hebben op het oordeel. Gaat het om precies dezelfde eed over dezelfde zaak, herhaald voordat de eed werd verbroken? Of gaat het om meerdere eden over verschillende onderwerpen? Heeft iemand na het verbreken opnieuw gezworen? Bedoelde hij met elke herhaling een nieuwe eed, of herhaalde hij alleen dezelfde uitspraak ter bevestiging?

Geleerden maken hierin onderscheid. Daarom is het voor een algemene lezer voldoende om te weten: als het om één duidelijke eed gaat die één keer is verbroken, dan hoort daar één boetedoening bij. Als iemand meerdere eden heeft afgelegd, vooral over verschillende zaken of op verschillende momenten, dan kan het zijn dat er meerdere boetedoeningen nodig zijn. Wie oude, herhaalde of onduidelijke eden heeft, doet er verstandig aan zijn situatie rustig op te schrijven en voor te leggen aan iemand met betrouwbare kennis van het islamitisch recht. Het doel is niet om mensen bang te maken, maar om slordigheid te voorkomen. Wie jarenlang achteloos heeft gezworen, moet niet in paniek raken, maar wel serieus terugkeren naar Allah, zijn tong opvoeden en herstellen wat hij redelijkerwijs kan herstellen.

Moet de boetedoening vóór of na het verbreken van de eed?

In de overleveringen komt voor dat iemand doet wat beter is en daarna de boetedoening verricht, en ook dat hij de boetedoening verricht en daarna doet wat beter is. Daarom hebben veel geleerden gezegd dat het in bepaalde gevallen mogelijk is om de boetedoening vóór of na het verbreken van de eed te verrichten, zolang het duidelijk gaat om een eed die werkelijk verbroken zal worden of verbroken is.

Voor de meeste mensen is de praktische les eenvoudiger dan de technische discussie: breek je eed niet lichtvaardig. Als je merkt dat het beter of islamitisch noodzakelijk is om die eed niet na te komen, kies dan wat beter is en regel de boetedoening zorgvuldig. Als er rechten van anderen, schulden, familieconflicten, huwelijk, werk of juridische gevolgen bij betrokken zijn, vraag dan advies voordat je handelt.

De innerlijke strijd na een gebroken eed

Bij een gebroken eed speelt niet alleen de vraag wat iemand juridisch moet doen, maar ook wat er in zijn binnenwereld gebeurt. Soms weet iemand dat hij boetedoening moet verrichten, maar stelt hij het uit: vandaag niet, morgen misschien, later wanneer het beter uitkomt. Zo kan de eigen neiging tot gemakzucht (nafs) sterker worden, terwijl de influistering van de duivel (shaytan) de zaak kleiner maakt: het is toch niet dringend, je doet het later wel, Allah is toch vergevingsgezind. Maar juist omdat Allah vergevingsgezind is, hoort de gelovige niet achteloos te worden.

Deze innerlijke strijd is niet vreemd. De mens weet soms wat juist is, maar voelt tegelijk de zwaarte van het uitvoeren. Hij kan zichzelf sussen met excuses, zich laten afleiden door dagelijkse drukte of de fout zo lang uitstellen dat het geweten zwakker wordt. Hier raakt het onderwerp aan de opvoeding van het hart. De boetedoening is dan niet alleen een juridische handeling, maar ook een moment waarop de gelovige zijn eigen uitstelgedrag, achteloosheid en neiging tot gemak onder ogen ziet. Wie weet dat hij een eed heeft gebroken, moet de zaak niet laten wegzakken in vergeetachtigheid, maar zichzelf wakker maken: herstel wat je kunt herstellen, verricht de boetedoening op tijd, vraag Allah om vergeving en train jezelf om niet telkens opnieuw in dezelfde onzorgvuldigheid met woorden te vallen.

De sociale kant van de boetedoening

Het is opvallend dat de boetedoening voor een gebroken eed niet alleen bestaat uit een persoonlijke daad zoals vasten. De eerste vormen hebben te maken met behoeftige mensen: voeden of kleden. Dat laat zien dat de islam de fout van de tong verbindt aan herstel in de samenleving. Een mens die met zijn woorden iets heeft gebroken, wordt opgevoed om met zijn bezit iets goeds te doen.

Dit maakt de regel ook begrijpelijk voor moslims die in Europa leven. In een samenleving waar woorden snel worden uitgesproken, contracten belangrijk zijn, vertrouwen kwetsbaar is en religieuze taal soms achteloos wordt gebruikt, leert deze boetedoening dat geloof niet losstaat van verantwoordelijkheid. Wat men zegt, heeft betekenis. Wat men belooft, heeft gewicht. En wanneer men tekortschiet, opent Allah een weg van herstel. Daarom moet de boetedoening niet worden gezien als een kille boete, maar als een vorm van heropvoeding. Zij leert de gelovige om Allahs naam te eerbiedigen, om de armen niet te vergeten, om zijn tong te bewaken en om niet trots te blijven vasthouden aan woorden die verkeerd waren.

Wat moet je praktisch doen als je je eed hebt gebroken?

Wie bij Allah heeft gezworen en zijn eed niet is nagekomen, kan zichzelf rustig een paar vragen stellen. Was het werkelijk een bewuste eed bij Allah? Ging het over iets in de toekomst? Heb ik de eed echt verbroken? Was de eed zelf toegestaan, of had ik gezworen op iets schadelijks of zondigs? Zijn er mensen benadeeld door mijn woorden of mijn daden? Ben ik in staat om tien behoeftigen te voeden of te kleden?

Als het om een bewuste gebroken eed gaat, dan begint de boetedoening met het voeden of kleden van tien behoeftigen. Alleen wanneer iemand daartoe geen mogelijkheid heeft, vast hij drie dagen. Als het om een valse eed ging, dan is oprecht berouw noodzakelijk en moeten rechten worden hersteld. Als het om losse woorden ging zonder bewuste bedoeling, dan is er niet automatisch dezelfde boetedoening, maar blijft het nodig om de tong beter op te voeden.

Een moslim hoeft na een gebroken eed niet te verdrinken in wanhoop. Allah heeft een weg gegeven om terug te keren. Maar hij moet die weg wel serieus nemen. De naam van Allah is niet bedoeld voor haastige uitspraken, sociale druk of boosheid. Die hoort verbonden te blijven met eerbied, waarheid en betrouwbaarheid. Wie zijn eden bewaakt, bewaakt meer dan woorden. Hij bewaakt zijn verhouding tot Allah, zijn betrouwbaarheid tegenover mensen en de rust van zijn eigen hart.

ــــــــــــــــــــــــــــــــــــ

Vind je dit interessant? Onze hoofdpagina is ingericht als een wegwijzer door de islam, cultuur en geschiedenis. Ontdek meer via de categorieën bovenaan of gebruik de zoekbalk voor specifieke vragen: BegrijpIslam

Nieuw op Begrijp Islam