Regen is een van de meest vertrouwde natuurverschijnselen. Juist omdat hij zo vaak terugkeert, kan de mens vergeten wat er werkelijk gebeurt: water daalt neer, de aarde komt tot leven en een bevel van Allah wordt zichtbaar in de schepping. De Koran (Quran) nodigt de mens daarom uit om niet achteloos aan regen, wolken en donder voorbij te gaan, maar daarin tekenen van Allah, Zijn macht, Zijn wijsheid en Zijn barmhartigheid te herkennen.
De profetische leiding (soenna) leert de moslim vervolgens hoe hij op zulke momenten reageert: met een smeekbede (dua), dankbaarheid, hoop, ontzag en vertrouwen. Deze woorden worden niet alleen uitgesproken om voordeel of bescherming te vragen. Het uitspreken ervan is ook aanbidding. De gelovige volgt het voorbeeld van Profeet Mohammed ﷺ (vrede zij met hem), erkent zijn afhankelijkheid van Allah en brengt zijn hart terug naar Degene die de regen neerzendt, de wolken bestuurt en de donder laat klinken.
Water is geen vanzelfsprekende achtergrond van het leven
De mens kan enige tijd zonder voedsel, maar zonder water houdt zijn lichaam het niet lang vol. Zijn lichaam, zijn voedsel, de dieren, de bomen en de aarde om hem heen zijn ervan afhankelijk. Toch hoeft hij vaak slechts een kraan open te draaien om te vergeten hoe groot deze gunst werkelijk is.
De Koran brengt de mens terug naar de oorsprong van het leven.
Allah (God) zegt: “Hebben degenen die niet geloven niet gezien dat de hemelen en de aarde gesloten waren en dat Wij ze vervolgens hebben geopend? En Wij hebben uit water ieder levend wezen gemaakt. Zullen zij dan niet geloven?” (Soera al-Anbiya 21:30).
Water is dus niet slechts een extra voorziening naast het leven. Allah heeft het tot een grondslag van het leven gemaakt. Waar water langdurig verdwijnt, trekken planten zich terug, verzwakken dieren en worden menselijke samenlevingen kwetsbaar. Waar het terugkeert, keert ook beweging terug: zaden openen zich, wortels nemen vocht op en dorre grond verandert van kleur.
De mens beschikt over leidingen, waterzuivering, reservoirs en pompen, maar daarmee heeft hij het water zelf niet geschapen. De Koran stelt daarom een vraag die iedere generatie opnieuw moet horen.
Allah zegt: “Hebben jullie nagedacht over het water dat jullie drinken? Hebben jullie het uit de wolken neergezonden, of zijn Wij het die het neerzenden? Als Wij wilden, zouden Wij het bitter en zout kunnen maken. Waarom zijn jullie dan niet dankbaar?” (Soera al-Waqia 56:68-70).
Het water dat uiteindelijk uit de kraan komt, heeft vaak een lange weg afgelegd. Het viel als regen, stroomde door rivieren, werd opgeslagen in meren of zakte in de bodem en werd grondwater. De techniek kan dit water opvangen, vervoeren en zuiveren, maar de eerste neerdaling uit de hemel ligt niet in de macht van de mens.
Allah zegt: “Wij hebben water uit de hemel neergezonden in een bepaalde maat en het in de aarde laten rusten. En Wij zijn zeker in staat het weer te laten verdwijnen.” (Soera al-Moeminun 23:18).
Deze woorden bevatten zowel geruststelling als waarschuwing. Allah laat het water in een bepaalde maat neerdalen en bewaart een deel ervan in de aarde, maar Hij herinnert de mens er ook aan dat deze voorraad niet onaantastbaar is.
Allah zegt: “Zeg: wat denken jullie? Als jullie water diep in de aarde zou wegzakken, wie zou jullie dan stromend water kunnen brengen?” (Soera al-Moelk 67:30).
Wie water drinkt, gebruikt of verspilt, heeft daarom met meer te maken dan een goedkoop en gemakkelijk verkrijgbaar product. Hij bevindt zich tegenover een gunst waarvan zijn hele bestaan afhankelijk is.
Hoe beschrijft de Koran de vorming van wolken en regen?
De Koran richt de aandacht op de wind, het ontstaan en samenkomen van wolken, hun verspreiding in de hemel en het water dat uit hun midden neerdaalt. De zichtbare oorzaken worden niet ontkend, maar zij worden teruggebracht naar Degene die ze heeft geschapen en bestuurt.
Allah zegt: “Allah is Degene die de winden zendt, waarna zij wolken doen ontstaan. Vervolgens spreidt Hij die in de hemel uit zoals Hij wil en maakt Hij ze tot afzonderlijke delen. Dan zie je de regen uit hun midden tevoorschijn komen. Wanneer Hij die laat neerdalen op wie Hij wil van Zijn dienaren, verheugen zij zich.” (Soera ar-Roem 30:48).
Wind, vocht, temperatuur en luchtstromen kunnen worden onderzocht. De Koran leert de mens echter dat het bestaan van zulke processen niet betekent dat zij onafhankelijk handelen. Allah zendt de wind, spreidt de wolken uit zoals Hij wil en bepaalt waar de regen neerdaalt.
Op een andere plaats beschrijft de Koran hoe de wolken worden voortgedreven, samengevoegd en tot opeengestapelde massa’s worden gevormd.
Allah zegt: “Zie je niet dat Allah de wolken zacht voortdrijft, ze vervolgens samenvoegt en ze daarna tot opeengestapelde massa’s maakt? Dan zie je de regen uit hun midden tevoorschijn komen. Hij zendt uit de hemel bergen neer waarin hagel is, en Hij treft daarmee wie Hij wil en wendt die af van wie Hij wil. De schittering van de bliksem neemt bijna het gezichtsvermogen weg.” (Soera an-Noer 24:43).
De wolk kiest haar route niet zelf. De druppel kent haar bestemming niet en de bliksem bezit geen zelfstandige macht. De oorzaken hebben werkelijke eigenschappen en gevolgen, maar zij blijven geschapen oorzaken binnen de heerschappij van Allah.
Dit besef hoeft de mens niet van onderzoek en kennis af te houden. Het bevrijdt hem juist van de gedachte dat een wetenschappelijke beschrijving de Schepper overbodig zou maken. Wetenschap kan iets uitleggen over de wijze waarop een wolk ontstaat. Geloof beantwoordt de diepere vraag van wie deze orde afkomstig is, wie haar in stand houdt en onder wiens bevel zij blijft.
Regen als barmhartigheid en bron van nieuw leven
De Koran spreekt over nuttige regen als een vorm van barmhartigheid. Het water reinigt, lest de dorst en brengt een schijnbaar dode aarde opnieuw tot leven.
Allah zegt: “Hij is Degene die de winden als blijde boodschappers voor Zijn barmhartigheid uitzendt. En Wij zenden uit de hemel rein water neer, zodat Wij daarmee een dode streek tot leven brengen en daarvan laten drinken wat Wij hebben geschapen aan vee en vele mensen.” (Soera al-Foerqan 25:48-49).
Het water dat de mens drinkt, is hetzelfde water waarmee Allah velden, bomen en dieren in leven houdt. De regen verbindt zo verschillende delen van de schepping met elkaar. De mens drinkt niet los van de aarde waarop hij leeft. Zijn voedsel groeit doordat de bodem water ontvangt, en zijn bestaan is verbonden met talloze schepselen die van dezelfde neerdaling afhankelijk zijn.
Allah zegt: “Zie je niet dat Allah water uit de hemel neerzendt en het vervolgens als bronnen door de aarde laat stromen? Daarna brengt Hij daarmee gewassen van verschillende kleuren voort. Vervolgens verdorren zij en zie je ze geel worden, waarna Hij ze tot droge resten maakt. Daarin ligt werkelijk een herinnering voor mensen met inzicht.” (Soera az-Zoemar 39:21).
Dit vers begint bij regen en bronnen, maar eindigt bij verdorring. De Koran laat daarmee niet alleen de geboorte van het gewas zien, maar ook zijn vergankelijkheid. De groene kleur blijft niet. Wat opkomt, wordt geel en valt uiteen. Regen herinnert daarom zowel aan het leven als aan de kortheid ervan.
Het opnieuw tot leven komen van de aarde is bovendien een teken van de opstanding. De mens ziet hoe een bodem die geen enkel teken van leven toont, na regen weer planten voortbrengt. Degene die de aarde na haar dood doet herleven, is ook in staat de mensen na hun dood opnieuw tot leven te brengen.
Wanneer droogte ook het hart raakt
Wanneer regen lange tijd uitblijft, verandert niet alleen het landschap. De lucht blijft droog, planten verliezen hun frisheid en de aarde wordt harder. Mensen gaan uitzien naar wolken en luisteren anders naar iedere weersverwachting. Zodra de eerste regen eindelijk valt, kan er een merkbare opluchting ontstaan.
Die ervaring is begrijpelijk. De mens is lichamelijk afhankelijk van water, zijn voedsel komt ermee tot stand en zijn omgeving leeft ervan. Wanneer de aarde uitdroogt, wordt zijn eigen afhankelijkheid zichtbaarder. Hij kan plannen, voorspellen en water verdelen, maar hij kan de hemel niet bevelen te regenen.
Allah zegt: “Hij is Degene die de regen neerzendt nadat zij de hoop hebben opgegeven, en Hij verspreidt Zijn barmhartigheid. Hij is de Beschermer, de Geprezene.” (Soera ash-Shura 42:28).
In dit vers daalt de regen neer nadat mensen de hoop bijna hebben opgegeven. De regen wordt niet alleen als water beschreven, maar als de verspreiding van Allahs barmhartigheid. De gesloten hemel opent zich en de toestand van de aarde verandert.
De mens is uit aarde geschapen en zijn lichamelijke leven is onlosmakelijk met water verbonden. Dat betekent niet dat ieder gevoel tijdens droogte tot één verborgen oorzaak kan worden herleid. Toch herkennen veel mensen dat een langdurig dor landschap ook innerlijk zwaar kan aanvoelen, terwijl de eerste regen na droogte verlichting en hoop brengt. De uiterlijke wereld en de innerlijke beleving van de mens zijn niet volledig van elkaar losgemaakt.
De Koran gebruikt het herleven van de aarde bovendien om het hart wakker te maken. Na de oproep dat de harten van de gelovigen nederig moeten worden door de herinnering aan Allah en de neergezonden waarheid, zegt Allah: “Weet dat Allah de aarde na haar dood tot leven brengt. Wij hebben de tekenen voor jullie duidelijk gemaakt, opdat jullie zullen begrijpen.” (Soera al-Hadid 57:17).
Zoals regen een uitgedroogde aarde zacht maakt en nieuw leven uit haar voortbrengt, zo kunnen de herinnering aan Allah, de Koran, berouw en oprechte aanbidding een hart dat hard of achteloos is geworden opnieuw tot leven brengen. Het lichaam heeft water nodig, maar ook het hart heeft voeding nodig.
Daarom kan regen meer zijn dan een aangenaam geluid op het raam. De regen kan de mens eraan herinneren dat ook zijn binnenste niet uit zichzelf levend blijft. Een hart dat niet wordt gevoed met geloof, gebed en herinnering kan uitdrogen, zelfs wanneer het lichaam alle materiële voorzieningen bezit.
Geen druppel valt buiten de beschikking van Allah
Een bijzondere overlevering laat zien hoe nauwkeurig de bestemming van regen kan zijn. Aboe Hoerayra vertelde dat de Profeet ﷺ het volgende verhaal vertelde: “Terwijl een man zich in een open gebied bevond, hoorde hij een stem uit een wolk zeggen: ‘Geef de tuin van die persoon water.’ De wolk bewoog zich vervolgens weg en stortte haar water uit op een rotsachtige plaats. Een van de watergeulen ving al het water op. De man volgde het water en zag iemand in zijn tuin staan die het water met zijn werktuig verdeelde. Hij vroeg hem: ‘Dienaar van Allah, hoe heet je?’ De tuinbezitter noemde dezelfde naam die hij uit de wolk had gehoord. Daarna vroeg de tuinbezitter: ‘Waarom vraag je naar mijn naam?’ De man antwoordde: ‘Ik hoorde een stem uit de wolk waaruit dit water kwam zeggen: “Geef de tuin van die persoon water”, en zij noemde jouw naam. Wat doe je met de opbrengst van deze tuin?’ De tuinbezitter zei: ‘Nu je dit hebt verteld: ik kijk naar wat de tuin voortbrengt. Een derde geef ik als liefdadigheid, een derde eten mijn gezin en ik, en een derde besteed ik opnieuw aan de tuin.’” Overgeleverd door Moeslim.
De overlevering verbindt de bestemming van regen met aanbidding, verantwoordelijkheid en liefdadigheid. Het water werd naar een bepaalde tuin geleid, maar de eigenaar beschouwde de opbrengst niet volledig als persoonlijk bezit. Hij gaf een deel weg, onderhield zijn gezin en gebruikte een deel om de tuin te verzorgen.
De overlevering leert niet dat iedere gelovige een stem uit een wolk zal horen. Zij laat wel zien dat de regen niet doelloos rondzwerft buiten Allahs kennis en beschikking. Wat voor de mens een toevallige bui lijkt, kan binnen een bestuur vallen waarvan hij de details niet kent.
Hoop op regen en ontzag voor de macht van Allah
Aisha vertelde dat de houding van de Profeet ﷺ veranderde wanneer er sterke wind opstak of donkere wolken verschenen. Zij zag bezorgdheid op zijn gezicht en merkte dat hij naar binnen en buiten ging. Wanneer het begon te regenen, werd hij blij en verdween zijn bezorgdheid. Toen zij hem daarover vroeg, antwoordde hij dat hij vreesde dat het een beproeving voor zijn gemeenschap kon zijn. Wanneer hij de regen zag, noemde hij die barmhartigheid. Overgeleverd door Moeslim.
In een andere overlevering vroeg Aisha waarom mensen zich verheugden wanneer zij wolken zagen omdat zij regen verwachtten, terwijl zij bezorgdheid op het gezicht van de Profeet ﷺ zag. Hij antwoordde: “Aisha, wat geeft mij de zekerheid dat daarin geen bestraffing is? Een volk werd door de wind bestraft. Toen zij de bestraffing zagen, zeiden zij: ‘Dit is een wolk die ons regen zal brengen.’” Overgeleverd door al Boekhari en Moeslim.
De Profeet ﷺ leefde niet in voortdurende angst voor wolken. Hij verheugde zich wanneer de regen als barmhartigheid neerdaalde. Zijn houding laat iets anders zien: hij was niet achteloos tegenover de macht van Allah. Hij kende de geschiedenis van het volk van Aad, dat een naderende wolk voor regen aanzag terwijl daarin een vernietigende wind kwam.
Voor de moslim betekent dit een evenwicht tussen hoop en ontzag. Hij hoopt op nuttige regen, maar beschouwt de natuur niet als iets dat hem onder alle omstandigheden veilig moet dienen. Hij weet dat dezelfde wolken die landbouwgrond voeden ook hagel, bliksem, overstromingen of zware wind kunnen meebrengen.
Wat zegt een moslim wanneer het begint te regenen?
Aisha vertelde dat de Profeet ﷺ bij het zien van regen deze korte smeekbede uitsprak: “O Allah, laat dit een overvloedige, nuttige regen zijn.” (Overgeleverd door al Boekhari).
Uitspraak: Allaahoemma sayyiban naafi-an.
De woorden zijn kort, maar zij leren de moslim om niet alleen om regen te vragen. Hij vraagt om regen die werkelijk voordeel brengt. Niet iedere grote hoeveelheid water is op iedere plaats nuttig. Regen kan een droge bodem voeden, maar ook schade veroorzaken wanneer hij te hevig valt of wanneer de grond het water niet kan opnemen.
Bij het uitspreken van deze smeekbede gaat het niet alleen om het onthouden van een formule. De moslim kan bewust de intentie hebben Allah te aanbidden, het voorbeeld van de Profeet ﷺ te volgen en zijn afhankelijkheid te erkennen. De regenbui wordt zo een werkelijk moment van aanbidding in het dagelijks leven.
Hij vraagt Allah om het goede van wat neerdaalt, maar laat ook de uitkomst aan Hem over. Misschien verlangt hij naar zon, terwijl de aarde regen nodig heeft. Misschien ervaart hij de bui als ongemakkelijk, terwijl die voor landbouw, drinkwatervoorraden en dieren een grote gunst is. De smeekbede leert hem verder te kijken dan zijn onmiddellijke voorkeur.
Regen als een moment voor smeekbede
Er is een overlevering met de volgende betekenis: “Twee smeekbeden worden niet afgewezen: de smeekbede bij de oproep tot het gebed en de smeekbede tijdens de regen.”
De overlevering is door sommige hadithgeleerden als goed beoordeeld, terwijl anderen opmerkingen hebben gemaakt over enkele overleveringswegen. Regen blijft daarmee een passend en hoopvol moment om Allah te vragen om vergeving, leiding, bescherming, genezing, een goed gezin, standvastigheid en andere goede zaken.
De gelovige ziet een vorm van barmhartigheid neerdalen en richt zich tot Degene die haar neerzendt. Hij bidt niet alsof hij Allah kan verplichten onmiddellijk precies te geven wat hij verlangt. Een verhoorde smeekbede kan betekenen dat Allah hem geeft wat hij vraagt, een kwaad van hem afwendt of de beloning voor het hiernamaals bewaart.
Oprecht vertrouwen betekent niet dat de dienaar de vorm van de verhoring bepaalt. Het betekent dat hij vertrouwt op Allahs macht, kennis en wijsheid.
De regen bewust ontvangen
Anas ibn Malik vertelde: “Het regende terwijl wij bij de Boodschapper van Allah ﷺ waren. De Boodschapper van Allah ﷺ schoof een deel van zijn kleding opzij, zodat de regen hem raakte. Wij vroegen: ‘Boodschapper van Allah, waarom hebt u dit gedaan?’ Hij antwoordde: ‘Omdat deze regen pas kortgeleden van zijn Heer is gekomen.’” Overgeleverd door Moeslim.
De Profeet ﷺ liet het water bewust zijn lichaam raken. Regen was voor hem niet alleen iets waarvoor hij snel naar binnen moest vluchten. Hij ontving het water als een pas neergezonden gave van Allah.
Een moslim mag bij zachte en veilige regen een deel van het water op zijn lichaam laten vallen. Dit is geen verplichting en geen reden om zichzelf bloot te stellen aan gevaarlijke kou, zwaar onweer of andere risico’s. De waarde van deze profetische praktijk ligt in de bewuste ontvangst van de regen.
Vooral in een tijd waarin de mens veel verschijnselen alleen via schermen, grafieken en weersapps volgt, kan zo’n eenvoudig moment hem opnieuw met de werkelijkheid verbinden. Hij voelt het water en herinnert zich Wie het heeft neergezonden.
Wat zegt een moslim nadat het heeft geregend?
Zayd ibn Khalid al Djoehani vertelde dat de Profeet ﷺ na een nachtelijke regen het ochtendgebed met de mensen bad. Daarna wendde hij zich tot hen en vroeg: “Weten jullie wat jullie Heer heeft gezegd?”
Zij antwoordden: “Allah en Zijn Boodschapper weten het het beste.”
Daarop zei de Profeet ﷺ: “Allah heeft gezegd: ‘Sommigen van Mijn dienaren zijn deze ochtend als gelovigen in Mij wakker geworden en anderen als ongelovigen. Wie zei: “Wij hebben regen ontvangen door de gunst en barmhartigheid van Allah”, gelooft in Mij en verwerpt de macht van de sterren. Maar wie zei: “Wij hebben regen ontvangen door deze of die ster”, verwerpt Mij en gelooft in de ster.’” Overgeleverd door al Boekhari en Moeslim.
Na de regen kan de moslim daarom zeggen: “Wij hebben regen ontvangen door de gunst en barmhartigheid van Allah.” Overgeleverd door al Boekhari en Moeslim.
Uitspraak: Moetirnaa bi fadlillaahi wa rahmatih.
Deze woorden brengen de gunst terug naar haar werkelijke Schenker. Zij verbieden niet dat mensen spreken over luchtdruk, vochtige lucht, wolken en windrichtingen. Dat zijn werkelijke geschapen oorzaken.
Het probleem ontstaat wanneer een mens aan de oorzaak een zelfstandige macht toekent. De moslim kan zeggen dat regen ontstond bij bepaalde weersomstandigheden en tegelijkertijd weten dat Allah deze omstandigheden heeft geschapen, samengebracht en werkzaam gemaakt.
Met deze korte woorden beschermt hij zijn hart tegen ondankbaarheid. Hij zegt niet alleen dat het heeft geregend, maar erkent dat hij regen heeft ontvangen. Er is een Schenker achter de gave en daarom past bij de neerdaling ook dankbaarheid.
Wat zegt een moslim wanneer de regen schade dreigt te veroorzaken?
Tijdens een periode van droogte kwam een man naar de Profeet ﷺ terwijl hij de vrijdagpreek hield. Hij vertelde dat de bezittingen werden vernietigd, het vee gevaar liep en de wegen moeilijk begaanbaar waren geworden. Hij vroeg de Profeet ﷺ om Allah om regen te smeken. De Profeet ﷺ hief zijn handen op en vroeg om regen. Er verschenen wolken en de regen bleef dagenlang vallen.
De volgende vrijdag kwam opnieuw iemand terwijl de Profeet ﷺ de preek hield. Hij vertelde dat gebouwen schade opliepen, wegen waren afgesloten en het vee opnieuw werd bedreigd. De Profeet ﷺ hief zijn handen op en zei: “O Allah, laat de regen rondom ons vallen en niet op ons. O Allah, laat hem neerdalen op de hoogvlakten, de heuvels, in de dalen en op de plaatsen waar bomen groeien.” (Overgeleverd door al Boekhari en Moeslim).
Uitspraak: Allaahoemma hawaalaynaa wa laa alaynaa. Allaahoemma alal aakaami waz ziraabi wa boetoenil awdiyati wa manaabitish shajar.
De Profeet ﷺ vroeg niet dat alle regen overal zou stoppen. Hij vroeg dat het water van de plaats van schade zou worden afgewend en zou vallen waar het nuttig kon zijn. De aarde, de bomen en de dieren hadden het nog steeds nodig.
De overlevering toont de afhankelijkheid van de mens in twee tegengestelde omstandigheden. Eerst konden de mensen de regen niet laten komen. Daarna konden zij de regen niet zelf laten ophouden. Zowel bij gebrek als bij overvloed keerden zij terug naar Allah.
Deze smeekbede gaat samen met praktische verantwoordelijkheid. Bij hevige regen, bliksem of overstromingsgevaar volgt de moslim de waarschuwingen van de autoriteiten en hulpdiensten. Ook in Nederland en België kunnen straten snel onderlopen, bomen omvallen en kan het verkeer worden verstoord. Vertrouwen op Allah betekent niet dat waarschuwingen worden genegeerd, maar dat het hart op Hem steunt terwijl de mens verstandige maatregelen neemt.
Bliksem tussen vrees en hoop
De Koran brengt bliksem, zware wolken, donder en engelen samen in één indrukwekkend tafereel.
Allah zegt: “Hij is Degene die jullie de bliksem laat zien, die vrees en hoop wekt, en Hij brengt de zware wolken voort. De donder verheerlijkt Hem met Zijn lof, evenals de engelen uit ontzag voor Hem. Hij zendt de bliksemschichten en treft daarmee wie Hij wil, terwijl zij over Allah redetwisten. Hij is sterk in macht.” (Soera ar-Raad 13:12-13).
Bliksem wekt vrees omdat hij gevaar zichtbaar maakt. Een enkele inslag kan brand veroorzaken, bomen splijten en mensen doden. Tegelijkertijd kan dezelfde donkere hemel hoop wekken, omdat de zware wolken water dragen voor een droge aarde.
De Koran verwijdert deze gevoelens niet uit het hart, maar geeft ze richting. De vrees verandert niet in bijgeloof en de hoop wordt niet gericht op de wolk alsof die zelfstandig leven schenkt. Zowel vrees als hoop brengen de gelovige terug naar Allah.
De donder verheerlijkt Allah
Voor het oor is donder een krachtig geluid dat tijdens een onweersbui door de lucht rolt. De Koran openbaart daarnaast een werkelijkheid die niet met meetapparatuur kan worden vastgesteld: de donder verheerlijkt Allah met Zijn lof.
De schepping is niet stil tegenover haar Schepper. De Koran vertelt dat de hemelen, de aarde en wat daarin is Allah verheerlijken, ook al begrijpt de mens niet altijd hoe hun verheerlijking plaatsvindt. Het feit dat hij deze lofprijzing niet volledig kan waarnemen, betekent niet dat zij niet werkelijk bestaat.
Wanneer de donder boven huizen en steden klinkt, hoort de gelovige daarom meer dan lawaai. Hij wordt herinnerd aan een schepping die haar Heer kent en aan Hem onderworpen is. De mens, die vrijwillig ongehoorzaam kan zijn, hoort hoe de wereld om hem heen onder het bevel van Allah blijft.
Dat maakt donder tot een moment van nederigheid. De mens kan hoge gebouwen oprichten, satellieten lanceren en nauwkeurige weersvoorspellingen maken, maar een plotselinge donderslag kan hem in één ogenblik herinneren aan zijn kleinheid.
De engelen, de wolken en het bevel van Allah
Ibn Abbas vertelde dat enkele Joden de Profeet ﷺ vroegen wat de donder was. Hij antwoordde: “Het is een engel van de engelen die met de wolken is belast. Hij heeft zwepen van vuur waarmee hij de wolken voortdrijft naar de plaats die Allah wil.”
Zij vroegen vervolgens wat het geluid was dat zij hoorden. De Profeet ﷺ antwoordde: “Dat is zijn aansporing van de wolken totdat zij de plaats bereiken die hun is opgedragen.” Overgeleverd door at Tirmidhi. At Tirmidhi noemde deze overlevering goed en bijzonder via deze overleveringsweg.
Deze overlevering opent een venster naar de onzichtbare wereld. De wolken worden niet alleen beschreven als massa’s waterdamp die door luchtstromen bewegen. Er zijn ook engelen die taken uitvoeren die Allah hun heeft opgedragen.
Ibn Taymiyyah noemde deze overlevering uitdrukkelijk toen hij over donder en bliksem sprak. Hij legde uit dat de taak van de engelen niet in strijd is met de zichtbare oorzaken van beweging en geluid in de wolken. Allah heeft zowel de onzichtbare als de zichtbare oorzaken geschapen. De engelen voeren Zijn bevel uit, terwijl in de waarneembare wereld beweging, druk, elektrische lading en andere geschapen processen plaatsvinden.
De moslim hoeft daarom niet te kiezen tussen geloof in de engelen en onderzoek naar natuurverschijnselen. Een natuurkundige beschrijving vertelt iets over wat meetbaar is. De openbaring en de uitleg van erkende geleerden laten zien dat de werkelijkheid niet beperkt is tot wat de menselijke zintuigen kunnen waarnemen.
Ook de taak van de engel Mikael is door erkende geleerden genoemd. Ibn Kathir schreef dat Mikael belast is met regen en plantengroei, waaruit Allah de levensvoorzieningen op aarde voortbrengt. Hij vermeldde dat er engelen zijn die onder Allahs bevel taken uitvoeren met betrekking tot de wind en de wolken.
Mikael en de andere engelen bezitten daarbij geen onafhankelijke macht. Zij zijn geëerde dienaren van Allah en voeren uitsluitend uit wat Hij hun beveelt. Het geloof in hun taak leidt daarom niet tot het aanroepen van engelen, maar tot meer ontzag voor Allah, Die beschikt over legers en dienaren die de mens niet allemaal kent.
Ibn Kathir vermeldde bij zijn uitleg van (Soera al Hijr 15:21) bovendien een vroeg bericht van al Hakam ibn Oetayba. Daarin wordt gezegd dat met de regen engelen neerdalen die weten hoeveel druppels vallen, waar zij terechtkomen en wat Allah ermee laat groeien. Dit is een overgeleverd bericht van een vroege geleerde en geen authentieke profetische hadith uit al Boekhari of Moeslim. Het wordt daarom op zijn eigen plaats genoemd en niet gelijkgesteld aan een uitspraak van de Profeet ﷺ.
Het onderscheid tussen de Koran, authentieke hadiths, uitspraken van metgezellen, berichten van vroege geleerden en uitleg van erkende geleerden blijft belangrijk. Dat onderscheid betekent echter niet dat alle niet-profetische uitleg moet worden weggelaten. Iedere uitspraak wordt met haar juiste status en duidelijke toeschrijving opgenomen.
Wat zegt een moslim wanneer hij de donder hoort?
Van Abdoellah ibn az Zubair is overgeleverd dat hij stopte met spreken wanneer hij de donder hoorde en deze herinnering aan Allah uitsprak: “Glorie aan Degene Wiens lof door de donder wordt verkondigd en Die door de engelen uit ontzag voor Hem wordt verheerlijkt.”
Uitspraak: Soebhaanalladhie yoesabbihor radoe bihamdihie wal malaaikatoe min chiefatih.
Daarna zei hij: “Dit is werkelijk een zware waarschuwing voor de bewoners van de aarde.” (Overgeleverd door imam Malik in al Muwatta en door al Boekhari in al Adab al Mufrad).
Deze herinnering aan Allah is van een metgezel overgeleverd en sluit rechtstreeks aan bij Koran 13:13. Wanneer de moslim haar bij het horen van donder uitspreekt, herhaalt hij geen willekeurige woorden, maar verheerlijkt hij Allah met de betekenis van het vers dat bij dit moment hoort.
Het stoppen met spreken is eveneens veelzeggend. Abdoellah ibn az Zubair liet het ogenblik niet achteloos voorbijgaan. De donder onderbrak zijn gewone gesprek en bracht hem tot verheerlijking. Dat is een vorm van geestelijke aanwezigheid die in het dagelijks leven gemakkelijk verloren gaat.
Ook wordt van Abdoellah ibn Omar overgeleverd dat de Profeet ﷺ bij het horen van donder en het zien van bliksem deze smeekbede zei: “O Allah, dood ons niet door Uw toorn, vernietig ons niet door Uw bestraffing en schenk ons veiligheid voordat dit gebeurt.” (Overgeleverd door at Tirmidhi en Ahmad).
Uitspraak: Allaahoemma laa taqtoelnaa bi ghadabik, wa laa toehliknaa bi adhaabik, wa aafinaa qabla dhaalik.
Sommige hadithgeleerden hebben deze overlevering als zwak beoordeeld, terwijl andere geleerden haar hebben genoemd of gebruikt in boeken over herinneringen en smeekbeden. De betekenis is goed en bevat een oprechte vraag om bescherming en welzijn. Zij kan daarom worden gezegd, nadat de authentieker overgeleverde herinnering van Abdoellah ibn az Zubair haar voornaamste plaats heeft gekregen.
Geloof en praktische veiligheid horen bij elkaar
Het geestelijk beleven van regen en donder betekent niet dat een moslim gevaar onderschat. Tijdens zwaar onweer blijft hij zo veel mogelijk op een veilige plaats. Hij vermijdt open terrein, water, hoge losse voorwerpen en vrijstaande bomen wanneer er gevaar voor blikseminslag bestaat.
Bij hevige regen rijdt hij niet door een afgesloten of ondergelopen straat waarvan hij de diepte niet kent. Hij volgt evacuatiebevelen en officiële waarschuwingen. Een smeekbede is geen vervanging voor verstandige voorzorgsmaatregelen. Allah heeft de mens verstand gegeven en hem niet opgedragen zichzelf onnodig in gevaar te brengen.
De gelovige verenigt daarom drie houdingen. Hij erkent Allah als Bestuurder van de gebeurtenis, hij richt zich tot Hem met aanbidding en smeekbeden, en hij gebruikt de toegestane middelen om zichzelf en anderen te beschermen.
Die verantwoordelijkheid eindigt niet bij zijn eigen huis. Tijdens extreem weer kan hij informeren naar oudere buren, familieleden helpen, losse voorwerpen veiligstellen en betrouwbare informatie delen. Hij verspreidt geen geruchten en gebruikt het leed van slachtoffers niet voor sensationele beelden. De herinnering aan Allah hoort zichtbaar te worden in zorg, waardigheid en verantwoordelijkheid.
Wanneer het hart opnieuw leert kijken
Regen kan zo vaak vallen dat de mens hem nauwelijks nog opmerkt. Donder kan worden gereduceerd tot een geluid dat hem even laat schrikken of zijn nachtrust verstoort. De Koran en de profetische leiding leren hem opnieuw kijken en luisteren.
Het water dat hij drinkt, is door Allah uit de hemel neergezonden en in de aarde bewaard. De wind brengt wolken in beweging, de wolken worden samengevoegd en de regen daalt in een bepaalde maat neer. Engelen voeren de taken uit die Allah hun heeft opgedragen, terwijl de zichtbare oorzaken volgens de orde van de schepping functioneren.
De moslim vraagt Allah om nuttige regen, gebruikt het moment om Hem te smeken, ontvangt het water bewust en dankt Hem nadat het is gevallen. Wanneer te veel regen schade dreigt te veroorzaken, vraagt hij Allah de regen naar nuttige plaatsen af te wenden. Wanneer de donder klinkt, verheerlijkt hij Degene die door de donder en de engelen wordt verheerlijkt.
Zo wordt een regenbui geen ingewikkeld ritueel en evenmin een leeg natuurverschijnsel. Hij wordt een ontmoeting met tekenen die altijd aanwezig waren, maar waaraan het hart gewend was geraakt. De regen valt op de aarde en brengt haar tot leven. De diepere vraag is of ook het hart zich door die neerdaling opnieuw tot zijn Heer laat terugbrengen.
Lees ook:
Herinneringen aan Allah (adhkar) bij het verlaten en binnengaan van huis
Smeekbede bij het binnengaan van de markt: doea voor winkels, supermarkt en online aankopen
Wat zegt een moslim bij het binnengaan en verlaten van het toilet?
Herinneringen aan Allah (adhkar) voor het slapen: smeekbeden, bescherming en de soenna
Bronnen en werkwijze: hoe onze artikelen worden opgebouwd.
Vind je dit interessant? Onze hoofdpagina is ingericht als een wegwijzer door de islam, cultuur en geschiedenis. Ontdek meer via de categorieën bovenaan of gebruik de zoekbalk voor specifieke vragen: BegrijpIslam








