Isra en Miraj: van Mekka naar de al Aqsamoskee en door de zeven hemelen – deel 1

Historisch geïnspireerde nachtelijke voorstelling van Mekka en de al Aqsamoskee tijdens Isra en Miraj, zonder afbeelding van de Profeet

De nachtelijke reis (Isra) en de hemelreis (Miraj) behoren tot de meest indrukwekkende gebeurtenissen uit het leven van Profeet Mohammed ﷺ (vrede zij met hem). In één nacht werd hij vanuit Mekka naar Jeruzalem gebracht, bad hij in de Verre Moskee (al Aqsamoskee), ontmoette hij eerdere profeten en steeg hij door de hemelen. Daar zag hij tekenen uit de ongeziene wereld en werd hem de verplichting van de vijf dagelijkse gebeden opgelegd.

De gebeurtenis wordt soms verteld als een snelle opeenvolging van wonderlijke scènes: al Buraq, Jeruzalem, de zeven hemelen, de boom aan de uiterste grens en de vermindering van vijftig naar vijf gebeden. Daardoor kan verloren gaan dat de overgeleverde teksten verschillende lagen bevatten. Het vertrek vanuit Mekka, het bezoek aan Jeruzalem, de ontmoetingen in de hemelen en de reactie van de inwoners van Mekka zijn niet allemaal in één enkele overlevering met dezelfde uitvoerigheid vastgelegd.

De Koran noemt de nachtelijke reis naar al Aqsamoskee uitdrukkelijk. De uitvoerige beschrijving van de hemelreis is vooral bewaard gebleven in de authentieke profetische overleveringen. Daarnaast bevatten werken over het leven van de Profeet ﷺ en de bewijzen van zijn profeetschap verdere berichten over zijn ontmoeting met de profeten, de karavanen die hij onderweg zag, de vragen van de Qoeraisj en het bekende antwoord van Aboe Bakr.

Niet ieder detail is met even sterke overleveringsketens doorgegeven. Dat betekent echter niet dat alle berichten buiten de bekendste verzamelingen zonder waarde zijn. Sommige geleerden van de profetische overleveringen (hadithgeleerden) beoordeelden bepaalde ketens als zwak, terwijl andere geleerden dezelfde berichten vermeldden, met aanvullende routes ondersteunden of opnamen in hun beschrijving van de gebeurtenis. Een zorgvuldig historisch artikel bewaart daarom zowel het onderscheid als het verhaal: wat algemeen als authentiek is aanvaard, wordt als zodanig gepresenteerd; wat via andere of betwiste routes is overgeleverd, wordt met passende voorzichtigheid genoemd.

Wat betekenen Isra en Miraj?

Isra betekent letterlijk dat iemand ’s nachts wordt meegenomen of een nachtelijke reis maakt. In deze gebeurtenis verwijst het naar de reis van de Profeet ﷺ vanuit de Gewijde Moskee in Mekka naar de Verre Moskee in Jeruzalem.

Miraj betekent een middel of weg waarlangs wordt opgestegen. In de islamitische overleveringen verwijst het naar de hemelreis die volgde: de verheffing vanuit de aardse wereld naar de hemelen, waar de Profeet ﷺ verschillende profeten ontmoette en grote tekenen van Allah zag.

De twee woorden verwijzen dus naar onderscheiden, maar nauw verbonden delen van dezelfde wonderbaarlijke nacht. De Koran noemt het eerste deel rechtstreeks. Allah (God) zegt: “Verheven is Degene Die Zijn dienaar in de nacht van de Gewijde Moskee naar de Verre Moskee bracht, waarvan Wij de omgeving hebben gezegend, om hem enkele van Onze tekenen te laten zien. Hij is werkelijk de Alhorende, de Alziende.” (Soera al Isra 17:1).

Dit vers noemt de Profeet ﷺ “Zijn dienaar”. Veel uitleggers zagen daarin een aanwijzing dat het niet om een gewone droom ging, maar om een bijzondere reis die Allah met Zijn dienaar liet plaatsvinden. De precieze vraag of de gebeurtenis met lichaam en ziel plaatsvond, wordt in het tweede deel uitvoerig behandeld. In dit eerste deel staat het verloop van de reis centraal.

De Koran beschrijft al Aqsamoskee als een plaats waarvan de omgeving gezegend is. Jeruzalem verschijnt daarmee niet als een toevallige tussenhalte voordat de hemelreis begon. De plaats maakt deel uit van de betekenis van de gebeurtenis: zij verbindt Mekka met de eerdere profetische geschiedenis en brengt de laatste boodschapper samen met de profeten die hem voorafgingen.

Een nacht uit de laatste jaren in Mekka

Over het precieze jaar, de maand en de nacht van Isra en Miraj bestaan verschillende opvattingen. De meeste schrijvers over het leven van de Profeet ﷺ plaatsen de gebeurtenis in de laatste Mekkaanse periode en vóór de emigratie naar Medina. Vaak wordt zij verbonden met de moeilijke tijd na het overlijden van zijn vrouw Khadidja bint Khoewailid (Khadija bint Khuwaylid), moge Allah tevreden met haar zijn, en zijn oom Aboe Talib (Abu Talib), en met de afwijzing die hij in Taif ondervond.

Die volgorde is betekenisvol, maar mag niet met meer historische zekerheid worden gepresenteerd dan de bronnen toelaten. De geleerden noemden uiteenlopende dateringen: sommigen plaatsten de gebeurtenis ongeveer een jaar voor de emigratie, anderen eerder. Ook over de maand werden verschillende berichten overgeleverd. De zevenentwintigste nacht van Radjab werd later in veel moslimgemeenschappen de bekendste datum, maar voor die exacte nacht bestaat geen bewijs dat door alle hadithgeleerden als beslissend werd aanvaard.

Het is daarom mogelijk de gebeurtenis te herdenken en haar betekenis te onderwijzen zonder te beweren dat de exacte kalenderdatum met zekerheid vaststaat. De onzekerheid over de datum raakt bovendien niet aan de zekerheid van de gebeurtenis zelf. Het Koranvers en de talrijke profetische overleveringen staan los van de latere discussie over de precieze nacht.

Isra en Miraj worden dikwijls beschreven als een troost na verlies en vervolging. Die betekenis past bij de Mekkaanse context, maar de gebeurtenis was meer dan persoonlijke vertroosting. Zij toonde de Profeet ﷺ tekenen uit de ongeziene wereld, bevestigde zijn plaats binnen de opeenvolging van profeten en bracht een verplichting mee die het dagelijkse leven van de moslimgemeenschap blijvend zou vormen.

De reis werd tevens een beproeving. Wie de boodschap al verwierp, vond in het bericht nieuw materiaal voor spot. Wie nog aarzelde, werd geconfronteerd met een gebeurtenis die niet binnen het gewone reisverkeer van Arabië paste. De nacht bracht dus zowel verheffing als beproeving: de Profeet ﷺ zag grote tekenen, maar moest de volgende ochtend tegenover een vijandige omgeving vertellen wat hij had meegemaakt.

Hoe beschrijven de Koran en de profetische overleveringen de reis?

De Koran geeft in het eerste vers van soera al Isra de kern van de aardse nachtelijke reis: Allah bracht Zijn dienaar vanuit de Gewijde Moskee naar de Verre Moskee om hem tekenen te laten zien. De namen van al Buraq, de ontmoetingen in de zeven hemelen, het Vaak Bezochte Huis en de vermindering van de gebeden staan niet in dit vers. Die onderdelen zijn bewaard in de profetische overleveringen.

Een van de uitvoerigste kernoverleveringen staat in Sahih Muslim (de authentieke verzameling van imam Moeslim). Anas ibn Malik, moge Allah tevreden met hem zijn, vertelde dat de Profeet ﷺ zei:

**“Al Buraq werd bij mij gebracht. Het was een lang, wit rijdier, groter dan een ezel en kleiner dan een muilezel. Het zette zijn hoef neer aan het uiterste punt dat zijn blik kon bereiken. Ik besteeg het en werd naar Jeruzalem gebracht. Daar bond ik het vast aan de ring waaraan de profeten hun rijdieren vastbonden. Vervolgens ging ik de gebedsplaats binnen en bad er twee gebedseenheden. Toen ik naar buiten kwam, bracht Djibril mij een schaal met wijn en een schaal met melk. Ik koos de melk. Djibril zei: ‘Je hebt voor de natuurlijke aanleg gekozen.’

Daarna steeg hij met mij op naar de hemel. Djibril vroeg om de poort te openen. Er werd gevraagd: ‘Wie ben jij?’ Hij antwoordde: ‘Djibril.’ Er werd gevraagd: ‘Wie is er bij jou?’ Hij antwoordde: ‘Mohammed.’ Er werd gevraagd: ‘Is hij geroepen?’ Hij zei: ‘Ja, hij is geroepen.’ Toen werd de poort voor ons geopend. Daar trof ik Adam. Hij verwelkomde mij en bad om het goede voor mij.

Vervolgens stegen wij op naar de tweede hemel. Djibril vroeg om de poort te openen. Er werd gevraagd: ‘Wie ben jij?’ Hij antwoordde: ‘Djibril.’ Er werd gevraagd: ‘Wie is er bij jou?’ Hij antwoordde: ‘Mohammed.’ Er werd gevraagd: ‘Is hij geroepen?’ Hij zei: ‘Ja, hij is geroepen.’ De poort werd voor ons geopend. Daar trof ik Isa ibn Maryam en Jahja ibn Zakaria, die via hun moeders familie van elkaar waren. Zij verwelkomden mij en baden om het goede voor mij.

Daarna werd ik naar de derde hemel gebracht. Djibril vroeg om de poort te openen. Er werd gevraagd: ‘Wie ben jij?’ Hij antwoordde: ‘Djibril.’ Er werd gevraagd: ‘Wie is er bij jou?’ Hij antwoordde: ‘Mohammed.’ Er werd gevraagd: ‘Is hij geroepen?’ Hij zei: ‘Ja, hij is geroepen.’ De poort werd voor ons geopend. Daar trof ik Joesoef, aan wie een groot deel van de schoonheid was gegeven. Hij verwelkomde mij en bad om het goede voor mij.

Vervolgens stegen wij op naar de vierde hemel. Na dezelfde vragen werd de poort geopend en trof ik Idris. Hij verwelkomde mij en bad om het goede voor mij.

Daarna stegen wij op naar de vijfde hemel. Na dezelfde vragen werd de poort geopend en trof ik Haroen. Hij verwelkomde mij en bad om het goede voor mij.

Vervolgens stegen wij op naar de zesde hemel. Na dezelfde vragen werd de poort geopend en trof ik Moesa. Hij verwelkomde mij en bad om het goede voor mij.

Daarna stegen wij op naar de zevende hemel. Na dezelfde vragen werd de poort geopend. Daar trof ik Ibrahim, die met zijn rug tegen het Vaak Bezochte Huis leunde. Iedere dag gaan daar zeventigduizend engelen binnen, waarna zij er niet meer terugkeren.

Vervolgens werd ik naar de boom aan de uiterste grens gebracht. Haar bladeren waren als de oren van olifanten en haar vruchten als grote aardewerken kruiken. Toen zij werd bedekt door wat Allah haar liet bedekken, veranderde zij zo dat geen schepsel haar schoonheid zou kunnen beschrijven.

Daarna openbaarde Allah aan mij wat Hij openbaarde en verplichtte Hij vijftig gebeden voor iedere dag en nacht. Ik daalde af naar Moesa. Hij vroeg: ‘Wat heeft jouw Heer jouw gemeenschap verplicht?’ Ik antwoordde: ‘Vijftig gebeden.’ Hij zei: ‘Keer terug naar jouw Heer en vraag om verlichting, want jouw gemeenschap zal dit niet kunnen dragen. Ik heb de kinderen van Israël beproefd en ervaring met hen opgedaan.’

Ik keerde terug naar mijn Heer en zei: ‘Mijn Heer, maak het lichter voor mijn gemeenschap.’ Hij verminderde het aantal met vijf. Ik keerde terug naar Moesa en vertelde hem dat het aantal met vijf was verminderd. Hij zei: ‘Jouw gemeenschap zal dit niet kunnen dragen. Keer terug naar jouw Heer en vraag om verlichting.’

Ik bleef heen en weer gaan tussen mijn Heer, verheven is Hij, en Moesa, totdat Allah zei: ‘Mohammed, het zijn vijf gebeden per dag en nacht. Ieder gebed telt voor tien, zodat het vijftig gebeden zijn. Wie van plan is een goede daad te verrichten maar haar niet uitvoert, krijgt één goede daad opgeschreven. Voert hij haar wel uit, dan worden er tien goede daden voor hem opgeschreven. Wie van plan is een slechte daad te verrichten maar haar niet uitvoert, krijgt niets opgeschreven. Voert hij haar wel uit, dan wordt slechts één slechte daad opgeschreven.’

Ik daalde af en kwam opnieuw bij Moesa. Toen ik hem vertelde wat was bepaald, zei hij: ‘Keer terug naar jouw Heer en vraag om verdere verlichting.’ Ik antwoordde: ‘Ik ben zo vaak naar mijn Heer teruggekeerd dat ik mij tegenover Hem schaam.’”** (Overgeleverd door Moeslim).

Deze overlevering bevat een groot deel van de reis, maar niet ieder bekend detail. De opening en reiniging van de borst worden uitvoeriger in andere authentieke routes beschreven. Het gebed met de verzamelde profeten in Jeruzalem staat duidelijker in andere overleveringen en in werken over het leven van de Profeet ﷺ. De reactie van de Qoeraisj, het optreden van Aboe Bakr en de berichten over karavanen onderweg behoren weer tot een andere groep overleveringen.

Een historisch verantwoorde reconstructie legt deze teksten naast elkaar zonder er één kunstmatige hadith van te maken. Aanvullende berichten worden daarom niet in de kernoverlevering ingevoegd alsof zij allemaal door dezelfde verteller en in dezelfde volgorde zijn uitgesproken.

Waar begon de reis en wat gebeurde er met zijn borst?

De Koran noemt de Gewijde Moskee als het vertrekpunt. In authentieke overleveringen zegt de Profeet ﷺ dat hij zich bij het Huis, in het onoverdekte gedeelte naast de Kaaba of in Mekka bevond. Andere berichten, vooral uit de werken over zijn levensloop, verbinden het begin met het huis van Oem Hani bint Aboe Talib (Umm Hani bint Abi Talib), moge Allah tevreden met haar zijn.

Geleerden probeerden deze berichten op verschillende manieren met elkaar te verbinden. Sommigen meenden dat de Profeet ﷺ in haar huis rustte en vervolgens naar de Gewijde Moskee werd gebracht, vanwaar de eigenlijke reis begon. Anderen wezen erop dat vertellers soms de bredere omgeving van de Gewijde Moskee bedoelden wanneer zij een plaats in Mekka noemden. Weer andere geleerden gaven een van de overleveringsroutes voorrang.

De beschikbare teksten rechtvaardigen daarom niet dat één vertrekplek buiten iedere discussie wordt geplaatst. Zeker is dat de Koran de reis verbindt met de Gewijde Moskee en dat de gebeurtenis in Mekka begon.

In verschillende authentieke overleveringen wordt verteld dat de borst van de Profeet ﷺ werd geopend, zijn hart met Zamzamwater werd gewassen en vervolgens met geloof en wijsheid werd gevuld. Een gouden schaal met wijsheid en geloof wordt eveneens genoemd.

De teksten presenteren dit niet als een medische behandeling van een gebrek in zijn hart. Het is een wonderbaarlijke gebeurtenis die voorafgaat aan het aanschouwen van grote tekenen. Sommige uitleggers zagen hierin een voorbereiding op wat hij tijdens de hemelreis zou meemaken. Dat is een betekenisvolle uitleg, maar de exacte reden wordt niet in iedere overlevering afzonderlijk uitgesproken.

Ook uit zijn jeugd zijn berichten over het openen van zijn borst bekend. Sommige geleerden beschouwden deze als afzonderlijke gebeurtenissen die ieder een eigen functie hadden. Andere onderzoekers waren voorzichtiger met het vaststellen van het aantal en wezen erop dat verschillende vertellers een gebeurtenis soms anders konden beschrijven. Het is daarom beter niet zonder toelichting te spreken over “de tweede” of “de derde” opening alsof de telling onbetwist is.

De voorbereiding van zijn hart vormt het begin van een reis waarin het innerlijke en het uiterlijke niet tegenover elkaar worden geplaatst. De Profeet ﷺ werd door de aardse ruimte gevoerd, zag Jeruzalem, ontmoette profeten en aanschouwde tegelijk werkelijkheden die buiten het gewone menselijke waarnemingsvermogen liggen.

Al Buraq, Jeruzalem en de keuze voor melk

Zoals de kernoverlevering vermeldt, was al Buraq een wit rijdier dat groter was dan een ezel en kleiner dan een muilezel. Zijn pas reikte tot zover zijn blik kon komen. De tekst geeft geen volledig uiterlijk van het rijdier, maar maakt duidelijk dat het niet om een gewoon, bekend dier ging.

Latere afbeeldingen voegden soms vleugels, een menselijk gezicht of andere eigenschappen toe. Zulke voorstellingen komen niet voort uit de kernbeschrijving in de authentieke overleveringen. Het is daarom onjuist om kunsthistorische beelden te presenteren alsof zij een exacte visuele weergave van de profetische overlevering zijn.

De Profeet ﷺ bereikte met engel Djibril (Jibril) Jeruzalem en bond al Buraq vast aan de ring die volgens de overlevering door eerdere profeten werd gebruikt. Het vastbinden heeft een opmerkelijk aardse eenvoud. Hoewel het rijdier door Allah voor een wonderbaarlijke reis was gezonden, nam de Profeet ﷺ de gebruikelijke voorzorg in acht.

Hij ging de gebedsplaats binnen en bad er twee gebedseenheden. In andere overleveringen wordt verteld dat de profeten voor hem werden verzameld en dat Djibril hem naar voren bracht om hen in het gebed te leiden. In Sunan an Nasai (de overleveringenverzameling van imam an Nasai) is een overlevering opgenomen waarin de profeten in Jeruzalem voor hem bijeenkwamen en hij hun voorging.

Na het gebed werden hem melk en wijn aangeboden. Hij koos de melk. Djibril zei dat hij de natuurlijke aanleg had gekozen. In een andere authentieke formulering wordt toegevoegd dat zijn gemeenschap zou zijn afgedwaald als hij de wijn had gekozen.

De natuurlijke aanleg (fitra) verwijst hier niet slechts naar een voorkeur voor één drank. De keuze symboliseert de oorspronkelijke, gezonde richting waarin Allah de mens heeft geschapen: ontvankelijk voor waarheid, maat en zuiverheid. De latere wettelijke regels over bedwelmende drank werden geleidelijk geopenbaard, maar de scène in Jeruzalem verbindt de toekomstige gemeenschap al met helderheid en natuurlijke leiding.

Sommige routes plaatsen de keuze voor melk vóór de hemelreis in Jeruzalem, terwijl andere haar later in de beschrijving vermelden. Dit verschil hoeft niet te betekenen dat de gebeurtenis tweemaal plaatsvond. Vertellers ordenen onderdelen soms volgens onderwerp of herinnering in plaats van volgens een strikt tijdschema.

Wat was al Aqsamoskee toen het huidige gebouw nog niet bestond?

Een vaak gestelde moderne vraag luidt hoe de Profeet ﷺ al Aqsamoskee kon bezoeken terwijl de huidige grote gebedszaal pas na zijn overlijden in haar latere architectonische vorm werd gebouwd.

Die vraag ontstaat doordat het woord “moskee” tegenwoordig vaak uitsluitend wordt verstaan als een voltooid gebouw met muren, een dak, een gebedsnis en eventueel een minaret. Het Arabische woord masdjid duidt in de eerste plaats op een plaats van neerwerping en aanbidding. Een gewijde gebedsplaats kan bestaan en bekend zijn zonder dat het huidige gebouw al is opgericht.

De islamitische geleerden identificeerden de Verre Moskee in het Koranvers met Bait al Maqdis, het heilige gebied in Jeruzalem. De huidige zuidelijke gebedszaal, die vaak afzonderlijk “de al Aqsamoskee” wordt genoemd, vormt slechts een deel van het grotere heilige terrein. Ook de Rotskoepel en de open pleinen bevinden zich binnen dat gebied.

De architectuur veranderde door de eeuwen heen. Dat geldt ook voor de Kaaba in Mekka, die in de tijd van de Profeet ﷺ niet exact dezelfde bouwvorm had als de constructie van Ibrahim. Verandering van een gebouw ontneemt de onderliggende gewijde plaats niet haar historische en religieuze identiteit.

Toen het Koranvers over de Verre Moskee werd geopenbaard, verwees het dus niet noodzakelijk naar ieder zichtbaar bouwonderdeel dat een bezoeker vandaag aantreft. Het verwees naar de bekende heilige gebedsplaats in Jeruzalem, waarvan Allah de omgeving gezegend noemt.

Ook de bekende rots onder de Rotskoepel kreeg in latere vertellingen een uitgebreide plaats. Er wordt soms verteld dat de rots met de Profeet ﷺ wilde opstijgen en vervolgens in de lucht bleef hangen. Voor deze voorstelling bestaat geen algemeen aanvaarde authentieke overlevering. De rots is werkelijk aanwezig en heeft een belangrijke plaats in de geschiedenis van het heiligdom, maar zij zweeft niet los in de lucht. Dat sommige geleerden en vertellers berichten over de plaats van de opstijging hebben genoemd, rechtvaardigt niet de latere legende van een vliegende of blijvend zwevende rots.

De reis naar Jeruzalem behoudt haar betekenis zonder zulke toevoegingen. al Aqsamoskee was de eerste gebedsrichting van de moslims en een plaats die verbonden was met een lange profetische geschiedenis. De latere verandering van de gebedsrichting naar de Kaaba maakte die vroegere band niet ongedaan.

De profeten verzamelden zich in Jeruzalem

Volgens overleveringen die in hadithwerken en levensbeschrijvingen zijn opgenomen, trof de Profeet ﷺ in Jeruzalem Ibrahim, Moesa, Isa en andere profeten aan. Djibril bracht hem naar voren en hij leidde hen in het gebed.

Niet iedere route noemt alle profeten bij naam. De bekendste levensbeschrijvingen spreken over een groep profeten, terwijl sommige overleveringen enkele van hen uitdrukkelijk noemen. De kern van het bericht is dat de eerdere boodschappers bijeenkwamen en dat de Profeet ﷺ hun voorging.

Dat gebed verbindt de nachtelijke reis met de eenheid van de profetische boodschap. De profeten vormden geen concurrerende stichters van losstaande religies die elkaar in Jeruzalem bestreden. Zij riepen in verschillende tijden en onder verschillende omstandigheden op tot de aanbidding van Allah. Hun wetten kenden verschillen, maar de oorsprong van hun boodschap was één.

Het voorgaan in het gebed werd door veel uitleggers gezien als teken van de bijzondere positie van de laatste boodschapper en de voltooiing van de profetische reeks. Zijn verheffing betekende niet dat hij de eerdere profeten kleineerde. In de hemelen begroette hij hen, werd hij door hen verwelkomd en ontving hij later juist van Moesa advies dat zijn gemeenschap verlichting bracht.

Er bestaat verschil van inzicht over het precieze tijdstip van dit gezamenlijke gebed. Sommige geleerden plaatsten het vóór de opstijging, andere na de terugkeer uit de hemelen. Zij baseerden zich op de volgorde waarin verschillende vertellers de gebeurtenissen vermeldden. De uiteenlopende ordening raakt niet aan het uitgangspunt dat de bijeenkomst en het gebed in de islamitische overlevering een wezenlijke plaats innemen.

De ontmoeting roept ook de vraag op hoe profeten die vóór de Profeet ﷺ waren overleden in Jeruzalem en in de hemelen aanwezig konden zijn. De overleveringen beschrijven een werkelijkheid uit het ongeziene en geven geen volledige uitleg over de wijze waarop hun aardse graven, hun leven in de tussenwereld en hun verschijning tijdens de nachtelijke reis zich tot elkaar verhouden. Over Moesa is bovendien authentiek overgeleverd dat de Profeet ﷺ hem tijdens de nachtelijke reis in zijn graf zag bidden (overgeleverd door Moeslim).

De geleerden spraken daarom over een bijzonder leven van de profeten in de tussenwereld. Dat leven mag niet eenvoudig worden gelijkgesteld aan het gewone aardse bestaan, maar het mag evenmin worden ontkend omdat de menselijke ervaring de wijze ervan niet omvat.

Qoeraisj vraagt om een beschrijving van Jeruzalem

Na de terugkeer kwam een ander deel van de beproeving. De Profeet ﷺ moest een gebeurtenis bekendmaken die geen van zijn toehoorders met hem had meegemaakt.

De Qoeraisj kenden de handelsroute naar al Sham. Voor een karavaan vergde de reis vanuit Mekka naar de omgeving van Jeruzalem een lange periode. In vroege levensbeschrijvingen wordt hun reactie weergegeven: een karavaan had ongeveer een maand nodig voor de heenreis en een maand voor de terugreis; hoe kon de Profeet ﷺ dan in één nacht gaan en terugkeren?

Hun bezwaar ging uit van de grenzen van het gewone menselijke reizen. De Profeet ﷺ had echter niet beweerd dat hij met een bekende kameel en volgens de gebruikelijke snelheid had gereisd. Hij vertelde over een teken dat Allah hem had laten meemaken. Voor wie het bestaan van goddelijke macht en profeetschap al verwierp, werd de ongebruikelijke afstand juist een reden om het bericht te bespotten.

De Qoeraisj vroegen hem Jeruzalem te beschrijven. De Profeet ﷺ was er ’s nachts geweest en had tijdens zijn bezoek niet alle architectonische details bestudeerd met de verwachting dat hij er de volgende ochtend over zou worden ondervraagd. In een authentieke hadith vertelde hij dat Allah Jeruzalem voor hem zichtbaar maakte terwijl hij in het onoverdekte gedeelte naast de Kaaba stond. Hij beschreef de plaats vervolgens terwijl hij ernaar keek.

Sommige overleveringen vertellen dat onder de ondervragers mensen waren die Jeruzalem zelf hadden bezocht en daarom specifieke vragen konden stellen over poorten, vormen en andere herkenbare kenmerken. De authentieke kern is dat de Qoeraisj hem niet geloofden, waarna Jeruzalem aan hem werd getoond en hij het beschreef.

Het antwoord van Aboe Bakr

De bekende reactie van Aboe Bakr as Siddiq (Abu Bakr al-Siddiq), moge Allah tevreden met hem zijn, is bewaard in vroege levensbeschrijvingen en via andere overleveringsroutes. Mensen gingen naar hem toe en vroegen wat hij vond van zijn metgezel, die beweerde in dezelfde nacht naar Jeruzalem te zijn gegaan en teruggekeerd.

Aboe Bakr vroeg eerst of de Profeet ﷺ dit werkelijk had gezegd. Toen zij bevestigden dat hij het zelf vertelde, antwoordde hij volgens de bekende overlevering dat de Profeet ﷺ de waarheid had gesproken als hij het had gezegd. Hij voegde eraan toe dat hij hem geloofde wanneer hij vertelde dat nieuws vanuit de hemel hem in een deel van de dag of nacht bereikte; waarom zou hij hem dan niet geloven over deze reis?

In sommige versies ging Aboe Bakr vervolgens naar de Profeet ﷺ en vroeg hij hem Jeruzalem te beschrijven, omdat hij de stad kende. Telkens wanneer de Profeet ﷺ een kenmerk noemde, bevestigde Aboe Bakr zijn beschrijving en getuigde hij opnieuw van zijn profeetschap. Een aantal levensbeschrijvingen verbindt de titel as Siddiq rechtstreeks met deze gebeurtenis.

Hadithgeleerden verschilden over de sterkte van afzonderlijke ketens en over de vraag of de titel pas die dag ontstond. Aboe Bakrs uitzonderlijke waarheidsliefde en zijn onmiddellijke bevestiging van de Profeet ﷺ zijn ook uit andere gebeurtenissen bekend. Het is daarom zorgvuldig om te zeggen dat de overlevering zijn titel sterk met Isra verbindt, zonder te beweren dat er geen andere historische verklaring of eerder gebruik mogelijk is.

De karavanen onderweg

In andere overleveringen en werken over de bewijzen van het profeetschap wordt verteld dat de Profeet ﷺ tijdens de terugreis karavanen van de Qoeraisj zag. In een bericht zei hij dat een karavaan op een bepaalde plaats een kameel was kwijtgeraakt en dat iemand het dier had teruggevonden. Hij beschreef ook de kameel die voorop zou lopen en voorspelde wanneer de karavaan Mekka zou bereiken.

Volgens het verhaal wachtten de inwoners van Mekka op de afgesproken dag. Tegen het middaguur verscheen de karavaan met vooraan een kameel die overeenkwam met de beschrijving. Een andere bekende versie vertelt dat de Profeet ﷺ bij een karavaan een afgedekte waterkan aantrof, eruit dronk en haar weer afdekte. Toen de reizigers later werden ondervraagd, zouden zij hebben bevestigd dat zij de kan afgesloten hadden achtergelaten maar het water verdwenen vonden.

Deze berichten zijn niet allemaal via ketens van dezelfde sterkte overgeleverd. Sommige hadithgeleerden wezen op zwakke of onnauwkeurige vertellers in bepaalde routes. Andere geleerden namen de verhalen op in werken over de tekenen van het profeetschap of beschouwden de verschillende versies als ondersteuning voor de bredere historische kern.

De berichten over de karavanen behoren daarom tot de vroege overleveringsgeschiedenis van Isra, maar ieder afzonderlijk detail bezit niet dezelfde zekerheid als het Koranvers of de authentieke beschrijving van Jeruzalem.

De poorten van de zeven hemelen

Na het verblijf in Jeruzalem begon de hemelreis. De authentieke overleveringen beschrijven geen ongehinderde vlucht door een lege ruimte. Bij iedere hemel vroeg Djibril om toegang. Er werd gevraagd wie hij was, wie hem vergezelde en of de Profeet ﷺ geroepen was. Pas na de bevestiging werd de poort geopend.

De herhaling van deze vragen geeft iedere overgang een plechtig karakter. Zelfs Djibril, een van de grootste engelen, betreedt de hemelen niet alsof toegang vanzelfsprekend is. De hemelreis voltrekt zich volgens een goddelijke orde waarin poorten, wachters, toestemming en verwelkoming een plaats hebben.

De Profeet ﷺ werd bij iedere hemel welkom geheten. De formuleringen verschillen enigszins per overlevering, maar de strekking blijft: welkom aan de rechtschapen profeet, de rechtschapen broer of de rechtschapen zoon.

De eerste hemel: Adam

In de eerste hemel ontmoette de Profeet ﷺ Adam, die hem als een rechtschapen zoon en profeet verwelkomde. In sommige authentieke routes wordt verteld dat Adam rechts van zich zielen zag waarover hij zich verheugde en links van zich zielen waarover hij huilde. Zij werden beschreven als nakomelingen die een bestemming in het paradijs of de hel tegemoetgingen.

De reeks ontmoetingen begon daarmee bij de vader van de mensheid.

De tweede hemel: Isa en Jahja

In de tweede hemel ontmoette hij profeet Isa (Isa ibn Maryam) en profeet Jahja (Yahya ibn Zakariya). De overlevering noemt hen familieleden via hun moeders. Zij verwelkomden hem als een rechtschapen broer en profeet en baden om het goede voor hem.

De ontmoeting met Isa heeft een bijzondere plaats, omdat moslims geloven dat hij niet door zijn vijanden werd gedood, maar door Allah werd verheven. Zijn toekomstige terugkeer behoort tot een ander onderwerp; tijdens Miraj verschijnt hij als een eerdere boodschapper die de laatste profeet verwelkomt.

De derde hemel: Joesoef

In de derde hemel ontmoette hij profeet Joesoef (Yusuf). De overlevering vermeldt dat hem een groot deel van de schoonheid was gegeven. Dit is geen uitnodiging om zijn uiterlijk met menselijke maatstaven volledig te reconstrueren. Het benadrukt de buitengewone schoonheid die ook in zijn Koranverhaal een rol speelt.

De vierde en vijfde hemel: Idris en Haroen

In de vierde hemel ontmoette de Profeet ﷺ Idris. De authentieke overlevering verbindt deze ontmoeting met het Koranvers waarin Allah zegt dat Hij Idris tot een hoge plaats verhief.

In de vijfde hemel ontmoette hij profeet Haroen (Harun), de broer en helper van Moesa. Ook hij verwelkomde de Profeet ﷺ en bad om het goede voor hem.

De zesde hemel: Moesa

In de zesde hemel ontmoette hij profeet Moesa (Musa). Na de begroeting en het welkom huilde Moesa toen de Profeet ﷺ verderging. In een authentieke route wordt uitgelegd dat hij huilde omdat een profeet die na hem was gezonden meer volgelingen het paradijs zou zien binnengaan dan hijzelf.

Die tranen wijzen niet op laakbare afgunst. De profeten verlangden ernaar dat hun gemeenschappen Allah gehoorzaamden. Moesa had zware ervaringen met de kinderen van Israël en kende de moeilijkheden van het dragen van omvangrijke verplichtingen. Juist die ervaring verklaart later zijn herhaalde advies over de gebeden.

De zevende hemel: Ibrahim

In de zevende hemel ontmoette de Profeet ﷺ Ibrahim, die met zijn rug tegen het Vaak Bezochte Huis leunde. Ibrahim verwelkomde hem als een rechtschapen zoon en profeet.

De ontmoeting met Ibrahim boven in de zevende hemel vormt een passende verbinding met Mekka. Ibrahim had samen met Ismail de fundamenten van de Kaaba opgericht. Nu werd de Profeet ﷺ bij een hemels huis ontvangen door de profeet die zo diep met het aardse heiligdom verbonden was.

De volgorde van de profeten is in de bekendste authentieke routes grotendeels duidelijk. Enkele andere overleveringen vermelden een afwijkende plaats voor een van hen of vatten de reeks samen. Geleerden onderzochten die verschillen en gaven doorgaans de uitvoerigste en best ondersteunde routes voorrang.

Het Vaak Bezochte Huis en de boom aan de uiterste grens

Het Vaak Bezochte Huis (al Bait al Mamur) wordt beschreven als een hemelse plaats van aanbidding. Iedere dag gaan er zeventigduizend engelen binnen, waarna dezelfde groep er niet meer terugkeert. Dit beeld opent een blik op de onvoorstelbare omvang van de engelenwereld en de voortdurende aanbidding die buiten het zicht van mensen plaatsvindt.

Dat iedere dag een nieuwe groep engelen binnengaat, maakt duidelijk dat de ongeziene schepping niet kan worden beperkt tot de engelen die bij naam bekend zijn. Het menselijke leven op aarde vormt slechts een klein deel van een veel grotere schepping.

Daarna werd de Profeet ﷺ naar de boom aan de uiterste grens (Sidrat al Muntaha) gebracht. De kernoverlevering vergelijkt haar bladeren met de oren van olifanten en haar vruchten met grote aardewerken kruiken. Toen zij werd bedekt door wat Allah haar liet bedekken, veranderde zij in een schoonheid die geen schepsel volledig kon beschrijven.

Deze vergelijkingen maken het onbekende niet volledig zichtbaar. Zij geven de eerste hoorders herkenbare beelden om iets van de omvang te begrijpen, terwijl de overlevering onmiddellijk de grens aangeeft: de uiteindelijke schoonheid kon niet adequaat worden beschreven.

In sommige overleveringen wordt de boom in de zesde hemel geplaatst, terwijl andere beschrijvingen haar verbinden met de hoogste regionen die tijdens de reis werden bereikt. Geleerden hebben hiervoor verschillende verklaringen gegeven. Sommigen maakten onderscheid tussen haar wortels, takken of het punt van waarneming; anderen beschouwden het als een verschil in formulering tussen vertellers. De plaats in het ongeziene kan niet met een aardse meetkaart worden vastgelegd.

Het begrip “uiterste grens” werd door geleerden op verschillende manieren verklaard. Daar eindigt volgens een authentieke overlevering wat vanuit de aarde opstijgt en komt aan wat van boven wordt neergezonden, totdat het verder wordt gedragen. Het is een grens binnen de orde van het ongeziene, geen gewone astronomische locatie.

De bekende uitspraak dat Djibril daar zou hebben gezegd: “Als ik één stap verder ga, verbrand ik,” is wijdverbreid in preken en mystieke literatuur. Zij behoort echter niet tot de bekende kerntekst van de authentieke hadiths. Dat Djibril de Profeet ﷺ begeleidde en hem grote tekenen liet zien staat vast; de exacte grens van zijn begeleiding moet worden besproken aan de hand van de verschillende overleveringen en krijgt daarom in het tweede deel afzonderlijke aandacht.

Wat zag de Profeet ﷺ van het paradijs, de hel en de rivieren?

De overleveringen noemen verschillende tekenen die de Profeet ﷺ tijdens de hemelreis zag. In een authentieke route werd hem het paradijs getoond. Hij beschreef bouwwerken of tenten van parels en grond die naar muskus rook.

Bij de boom aan de uiterste grens zag hij vier rivieren: twee verborgen en twee zichtbare. Djibril verklaarde volgens de overlevering dat de twee verborgen rivieren in het paradijs waren, terwijl de twee zichtbare rivieren de Nijl en de Eufraat waren.

Geleerden verschilden over de precieze betekenis van deze verbinding. Sommigen begrepen haar als een aanduiding van een hemelse oorsprong of zegen die niet gelijkstaat aan de geografische bron die op aarde kan worden aangewezen. De overlevering is daarom niet bedoeld als een gewone beschrijving van de aardse rivierlopen.

Andere berichten noemen het zien van de rivier al Kawthar, die Allah aan de Profeet ﷺ heeft geschonken. De beschrijvingen van haar oevers, water en vaten komen in verschillende authentieke overleveringen voor, al worden niet alle details in iedere Mirajroute samen genoemd.

Over de hel zijn eveneens berichten bewaard. Sommige authentieke overleveringen noemen Malik, de bewaker van de hel, of tonen Adam terwijl hij om nakomelingen met een slechte bestemming treurt. Andere routes beschrijven groepen mensen die vanwege bepaalde zonden werden bestraft.

De lange lijsten die in sommige preken circuleren, waarin vrijwel iedere zonde aan één dramatische scène uit de hemelreis wordt gekoppeld, hebben echter niet allemaal dezelfde overleveringssterkte. Sommige details werden door hadithgeleerden aanvaard, andere als zwak beoordeeld en weer andere zijn vooral via latere verhalen bekend geworden.

De reis liet de Profeet ﷺ werkelijkheden zien die voor mensen doorgaans verborgen zijn. De teksten geven voldoende om geloof, waarschuwing en hoop te wekken, maar zij vormen geen volledige beschrijving van alles wat zich in het paradijs en de hel bevindt. Waar de openbaring stopt, behoort de menselijke verbeelding niet namens de openbaring verder te spreken.

Van vijftig gebeden naar vijf

Het belangrijkste voorschrift dat tijdens de hemelreis werd opgelegd, was het dagelijkse gebed. Aanvankelijk werden vijftig gebeden per dag en nacht verplicht.

De kernoverlevering vertelt hoe Moesa de Profeet ﷺ na zijn afdaling vroeg wat Allah aan zijn gemeenschap had opgelegd. Toen hij het aantal hoorde, adviseerde hij hem om verlichting te vragen. Moesa kende de moeilijkheden waarmee een gemeenschap bij het dragen van religieuze verplichtingen te maken kon krijgen.

De Profeet ﷺ keerde daarop meermaals terug, totdat vijf dagelijkse gebeden overbleven. De authentieke routes beschrijven de afzonderlijke stappen van de vermindering niet allemaal met exact hetzelfde getal. In de ene versie wordt telkens een vermindering met vijf genoemd, terwijl andere routes grotere stappen vermelden. Over de uiteindelijke uitkomst bestaat geen verschil: vijf gebeden in uitvoering, met de beloning van vijftig.

Toen Moesa daarna opnieuw adviseerde om verlichting te vragen, zei de Profeet ﷺ dat hij zo vaak naar zijn Heer was teruggekeerd dat hij zich schaamde. Daarmee eindigde de vermindering en bleven de vijf gebeden een dagelijkse verplichting voor de moslimgemeenschap.

Het gesprek mag niet worden voorgesteld alsof Moesa beter wist dan Allah wat mensen konden dragen. Allah wist vanaf het begin wat Hij uiteindelijk zou opleggen. De opeenvolgende vermindering maakte Zijn barmhartigheid zichtbaar en gaf Moesa’s ervaring een eervolle plaats in de wetgeving voor de laatste gemeenschap.

Ook de Profeet ﷺ verschijnt niet als iemand die tegen zijn zin over een gebod onderhandelde. Hij handelde uit zorg voor zijn gemeenschap en volgde het advies van een eerdere boodschapper. Toen de vermindering was voltooid, aanvaardde hij de vijf gebeden met overgave.

De verplichting van het gebed werd niet op aarde aan de Profeet ﷺ meegedeeld, maar tijdens de hemelreis. Veel geleerden zagen daarin een aanwijzing voor de bijzondere plaats van het gebed: het is de terugkerende aanbidding waarin de gelovige zich iedere dag tot Allah richt, zonder dat de mens zelf een hemelreis maakt.

De andere gaven bij de uiterste grens

De vijf dagelijkse gebeden waren niet het enige dat in de authentieke overleveringen met de hemelreis werd verbonden.

Abdoellah ibn Masoed (Abdullah ibn Masud), moge Allah tevreden met hem zijn, vertelde: “Toen de Boodschapper van Allah ﷺ bij de boom aan de uiterste grens werd gebracht, kreeg hij drie zaken: de vijf gebeden, de laatste verzen van soera al Baqara en de vergeving van zware zonden voor degenen uit zijn gemeenschap die sterven zonder iets naast Allah te aanbidden.” (Overgeleverd door Moeslim).

De laatste twee verzen van soera al Baqara verbinden geloof, gehoorzaamheid, verantwoordelijkheid, smeekbede en hoop op de barmhartigheid van Allah.

De vergeving van zware zonden voor wie sterft zonder afgoderij (shirk) moet zorgvuldig worden begrepen. Zij betekent niet dat grote zonden onschadelijk zijn, dat berouw overbodig wordt of dat een mens verzekerd is van onmiddellijke vrijstelling van iedere bestraffing.

Geleerden legden uit dat iemand die zonder afgoderij sterft onder de wil van Allah valt. Allah kan hem uit genade onmiddellijk vergeven of hem voor bepaalde zonden ter verantwoording roepen en uiteindelijk uit het vuur redden. De tekst bevestigt de beslissende betekenis van de eenheid van Allah, maar geeft geen toestemming om Zijn geboden lichtvaardig te negeren.

De nacht bracht dus gebed, openbaring en hoop samen. De mens wordt belast, maar niet zonder barmhartigheid. Hij wordt gewaarschuwd voor zonden, maar de deur van vergeving blijft open. Hij ontvangt vijf dagelijkse gebeden, terwijl iedere uitvoering in beloning als tien telt.

De terugkeer naar Mekka veranderde het wonder in een beproeving

De Profeet ﷺ keerde in dezelfde nacht naar Mekka terug. De reis die hem de verbondenheid met eerdere profeten, de poorten van de hemelen en de boom aan de uiterste grens had laten zien, eindigde opnieuw in de stad waar zijn boodschap voortdurend werd bestreden.

De volgende ochtend stond hij niet voor een gehoor dat de reis al als wonder erkende. Hij ontmoette mensen die haar gebruikten om hem belachelijk te maken, hem met vragen over Jeruzalem onder druk zetten en zijn volgelingen aan het twijfelen wilden brengen.

Juist hier krijgen de verhalen over Aboe Bakr, de beschrijving van Jeruzalem en de karavanen hun historische plaats. Zij behoren niet tot de hemelreis zelf, maar tot de botsing tussen de ontvangen ervaring en de openbare reactie daarop.

De gebeurtenis maakte een onderscheid zichtbaar tussen twee vormen van beoordeling. De Qoeraisj beoordeelden het verhaal vanuit de afstand die hun karavanen konden afleggen. Aboe Bakr vertrok vanuit de betrouwbaarheid van de boodschapper en de mogelijkheid dat Allah Zijn dienaar iets liet meemaken wat gewone reizigers niet konden.

Dat betekent niet dat geloof iedere vraag verbiedt. De vroege moslims bewaarden zelf verschillende routes, vergeleken formuleringen en bespraken de betrouwbaarheid van vertellers. Dezelfde traditie die het wonder bevestigde, ontwikkelde nauwkeurige methoden om te onderscheiden wat werkelijk van de Profeet ﷺ afkomstig was en wat later aan het verhaal werd toegevoegd.

Isra en Miraj vragen daarom niet om een keuze tussen alles zonder onderscheid aanvaarden en alles afwijzen wat buiten de gewone ervaring valt. De islamitische benadering combineert geloof in wat Allah en Zijn boodschapper betrouwbaar hebben meegedeeld met zorgvuldigheid tegenover iedere afzonderlijke vertelling.

De reis begon in Mekka, verbond de Gewijde Moskee met al Aqsamoskee en opende daarna de poorten van de hemelen. Zij eindigde niet met een leven buiten de wereld, maar met de terugkeer naar de verantwoordelijkheid op aarde. De Profeet ﷺ bracht geen technische beschrijving van de kosmos mee. Hij bracht het gebed mee: vijf momenten per dag waarop de gelovige de drukte van het zichtbare leven onderbreekt en zich richt tot de Heer van het zichtbare en het ongeziene.

Bronnen en werkwijze: hoe onze artikelen worden opgebouwd.

Vind je dit interessant? Onze hoofdpagina is ingericht als een wegwijzer door de islam, cultuur en geschiedenis. Ontdek meer via de categorieën bovenaan of gebruik de zoekbalk voor specifieke vragen: BegrijpIslam

Lees Begrijp Islam makkelijker
Installeer de app en open artikelen direct vanaf je startscherm.